Wet van 1 juli 1998 tot vervanging van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen door de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 in verband met onder meer een herziening van de omslagregeling, het functioneren van het uitvoeringsorgaan en het toezicht daarop (Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is met het oog op een herziening van de omslagregeling, het functioneren van het uitvoeringsorgaan en het toezicht daarop, de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen te vervangen door de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b. Onze Ministers: Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën;

c. overeenkomst van ziektekostenverzekering: een overeenkomst van directe verzekering die strekt tot vergoeding van kosten van geneeskundige verzorging, met uitzondering van een overeenkomst van arbeidsongeschiktheidsverzekering, een overeenkomst van ongevallenverzekering, een overeenkomst van reisverzekering en andere overeenkomsten van verzekering waarbij kosten van geneeskundige hulp uitsluitend aanvullend worden gedekt;

d. overeenkomst van standaardverzekering: een overeenkomst van ziektekostenverzekering, gesloten op grond van de in artikel 3, eerste lid, bedoelde verplichting;

e. ziektekostenverzekeringsbedrijf: het als bedrijf sluiten van overeenkomsten van ziektekostenverzekering voor eigen rekening, met inbegrip van het afwikkelen van de in dat bedrijf gesloten overeenkomsten van ziektekostenverzekering, ook al wordt daarmee niet beoogd het maken van winst;

f. ziektekostenverzekeraar: degene die het ziektekostenverzekeringsbedrijf uitoefent, met uitzondering van ziekenfondsen, toegelaten ingevolge de Ziekenfondswet, en van bij ministeriële regeling aangewezen organen die publiekrechtelijke ziektekostenregelingen voor ambtenaren uitvoeren;

g. uitvoeringsorgaan: de op grond van artikel 17 aangewezen rechtspersoon.

Artikel 2

  • 1. De Verzekeringskamer beslist voor de toepassing van deze wet of een handeling of een samenstel van handelingen uitoefening van het ziektekostenverzekeringsbedrijf vormt. Zij beslist ambtshalve dan wel op aanvraag van hetzij degene die de handeling of het samenstel van handelingen verricht of voornemens is te verrichten, hetzij de naar het oordeel van Onze Minister representatieve organisatie van ziektekostenverzekeraars, hetzij het uitvoeringsorgaan.

  • 2. Een ziektekostenverzekeraar die de uitoefening van het ziektekostenverzekeringsbedrijf met betrekking tot in Nederland woonachtige personen daadwerkelijk aanvangt, onderscheidenlijk staakt, meldt dit binnen twee weken aan de Verzekeringskamer.

  • 3. De Verzekeringskamer informeert het uitvoeringsorgaan omtrent een beslissing als bedoeld in het eerste lid, en een melding als bedoeld in het tweede lid.

Paragraaf 2. De overeenkomst van standaardverzekering

Artikel 3

  • 1. Een ziektekostenverzekeraar is op een desbetreffende aanvraag verplicht een overeenkomst van standaardverzekering te sluiten met personen die behoren tot de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van personen en die naar de omstandigheden beoordeeld hier te lande woonachtig zijn.

  • 2. Bij die maatregel kan worden bepaald onder welke voorwaarden die verplichting geldt. Die voorwaarden kunnen per categorie van personen verschillen.

  • 3. Onze Minister kan op een daartoe strekkende aanvraag ziektekostenverzekeraars aanwijzen ten aanzien van wie de in het eerste lid bedoelde verplichting niet geldt of slechts geldt ten aanzien van bij zijn besluit aan te geven categorieën van personen.

Artikel 4

  • 1. De persoon die een ziektekostenverzekeraar verzoekt een overeenkomst van standaardverzekering te sluiten, is verplicht desgevraagd aan deze verzekeraar een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht terstond ter inzage te verstrekken, voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.

  • 2. De ziektekostenverzekeraar stelt, voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet, de identiteit vast van de persoon, bedoeld in het eerste lid, aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht en neemt daarvan aard en nummer op in de administratie.

  • 3. De ziektekostenverzekeraar verlangt van de vreemdeling, bedoeld in de Vreemdelingenwet, die hem verzoekt een overeenkomst van standaardverzekering te sluiten, een kopie van het document of de schriftelijke verklaring, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, van die wet, dat wordt aangemerkt als een bescheid als bedoeld in artikel 4:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 5

De overeenkomst van standaardverzekering omvat vergoeding van de kosten van geneeskundige hulp, te verlenen door huisartsen en specialisten, tandheelkundige hulp, verloskundige hulp, farmaceutische hulp, verpleging en behandeling in ziekenhuizen, alsmede vergoeding van de kosten van andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangegeven vormen van hulp op het gebied van de gezondheidszorg, onder bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden wat betreft omvang, eigen risico en eigen bijdrage ten aanzien van de in dit artikel bedoelde vergoedingen.

Artikel 6

  • 1. Het uitvoeringsorgaan kan een regeling treffen die voorziet in een vergoeding van kosten van zorg waarin niet is voorzien in de overeenkomst van standaardverzekering. Zodanige regeling behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

  • 2. De regeling kan bepalen:

    a. dat de verzekeraars de kosten van de betrokken zorg kunnen vergoeden aan alle daarvoor in aanmerking komende personen met een overeenkomst van standaardverzekering dan wel

    b. dat de verzekeraars de toestemming van het uitvoeringsorgaan behoeven voor iedere vergoeding van de kosten van de betrokken zorg.

  • 3. Onze Minister keurt een regeling als bedoeld in het tweede lid, onder a, slechts goed indien de regeling betrekking heeft op een vorm van zorg die door middel van een subsidie krachtens artikel 73, eerste lid, van de Ziekenfondswet ten goede komt aan daarvoor in aanmerking komende ziekenfondsverzekerden, dan wel indien het uitvoeringsorgaan heeft aangetoond dat:

    a. de vergoeding betrekking heeft op een voor personen met een overeenkomst van standaardverzekering toegankelijke vorm van zorg die door ziektekostenverzekeraars ook wordt vergoed aan personen met een overeenkomst van ziektekostenverzekering, niet zijnde een overeenkomst van standaardverzekering en

    b. de vergoeding niet meer bedraagt dan de kosten van de krachtens de overeenkomst van standaardverzekering in een vergelijkbaar geval te vergoeden zorg.

  • 4. Onze Minister keurt een regeling als bedoeld in het tweede lid, onder b, slechts goed indien:

    a. de regeling betrekking heeft op een vorm van zorg:

    1. die in de plaats treedt van een daarbij omschreven vorm van zorg waarvan de kosten ingevolge de overeenkomst van standaardverzekering worden vergoed en

    2. waarvan de kosten niet meer bedragen dan de kosten van de vorm van zorg waarvoor zij in de plaats treedt alsmede

    b. in de regeling is bepaald dat het uitvoeringsorgaan aan zijn toestemming voorwaarden kan verbinden.

Artikel 7

  • 1. Bij ministeriële regeling wordt een bedrag vastgesteld, dat ten hoogste als maandpremie voor een overeenkomst van standaard-verzekering in rekening mag worden gebracht. In dit bedrag zijn de wettelijk verplichte bijdragen op grond van artikel 5 van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden en artikel 13, eerste lid, niet begrepen. Dit bedrag kan voor verschillende categorieën van personen verschillend worden vastgesteld.

  • 2. Een ziektekostenverzekeraar brengt een maandelijkse toeslag in rekening indien de verzekerde direct voorafgaand aan het tijdstip waarop de overeenkomst moet ingaan, niet gedurende een aaneengesloten periode van zes maanden tegen ten minste de kosten van ziekenhuisverpleging is verzekerd. Deze toeslag, die gelijk is aan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt gedurende een aaneengesloten periode van drie jaar na het sluiten van de overeenkomst van standaardverzekering in rekening gebracht. De verzekerde wordt bij het sluiten van de overeenkomst van standaardverzekering van deze toeslag schriftelijk op de hoogte gesteld.

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van personen worden aangewezen ten aanzien van wie de in het tweede lid bedoelde toeslag buiten toepassing blijft.

  • 4. Buiten de premie en de toeslag, bedoeld in het tweede lid, wordt aan de verzekerde niets in rekening gebracht. Elk beding in strijd met de eerste volzin is nietig.

Paragraaf 3. De omslagregeling

Artikel 8

  • 1. Het uitvoeringsorgaan verrekent met de ziektekostenverzekeraars het saldo van de op grond van een overeenkomst van standaardverzekering ten laste van de ziektekostenverzekeraar komende schadebedragen en de premies, voor zover die overeenkomst van standaardverzekering ingevolge artikel 10, eerste lid, is aanvaard. Onder schade wordt verstaan de som van de in de artikelen 5 en 6 bedoelde vergoedingen, onder aftrek van 75% van de opbrengst van verhaal van kosten van die vergoedingen op derden. Onder premie wordt verstaan de som van het in artikel 7, eerste lid, bedoelde maximumbedrag en de in artikel 7, tweede lid, bedoelde toeslag.

  • 2. Het uitvoeringsorgaan vergoedt onderscheidenlijk brengt in rekening aan de ziektekostenverzekeraars de rente, volgens een door Onze Minister vast te stellen percentage, die de ziektekostenverzekeraar onderscheidenlijk het uitvoeringsorgaan heeft gederfd ter zake van het in het eerste lid bedoelde saldo.

  • 3. Het uitvoeringsorgaan vergoedt aan de ziektekostenverzekeraars een bedrag voor administratiekosten per verzekerde op een overeenkomst van standaardverzekering die ingevolge artikel 10, eerste lid, is aanvaard.

  • 4. De vergoedingen en de vorderingen, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, kunnen door het uitvoeringsorgaan bij wege van voorschot worden uitgekeerd onderscheidenlijk in rekening worden gebracht.

  • 5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van personen worden aangewezen, wier overeenkomst van standaardverzekering bij de toepassing van dit artikel buiten beschouwing blijft.

Artikel 9

  • 1. Het uitvoeringsorgaan stelt jaarlijks in de maand oktober voor het volgende kalenderjaar het bedrag, bedoeld in artikel 8, derde lid, vast. Dit bedrag kan per categorie van personen met wie een overeenkomst van standaardverzekering is afgesloten, verschillen. Het uitvoeringsorgaan deelt het vastgestelde bedrag, hetzij de vastgestelde bedragen, uiterlijk 31 oktober mee aan Onze Minister.

  • 2. Het bedrag behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

    Goedkeuring wordt onthouden indien, naar het oordeel van Onze Minister, het vastgestelde bedrag hoger is dan voor een goede uitvoering van de standaardverzekering redelijk is te achten.

  • 3. In geval van onthouding van goedkeuring stelt het uitvoeringsorgaan met inachtneming van door Onze Minister te geven aanwijzingen het bedoelde bedrag opnieuw vast.

  • 4. Indien Onze Minister na de in het derde lid bedoelde vaststelling aan het bedrag eveneens goedkeuring onthoudt stelt hij ter zake zelf bedoeld bedrag vast.

Artikel 10

  • 1. Het uitvoeringsorgaan beslist of het een overeenkomst van standaardverzekering voor de toepassing van artikel 8 aanvaardt.

  • 2. Het uitvoeringsorgaan kan aanvaarding slechts weigeren indien de ziektekostenverzekeraar de overeenkomst niet heeft aangemeld binnen twee maanden nadat zij is gesloten, of indien de overeenkomst niet voldoet aan de voorwaarden, bij of krachtens deze wet daaraan gesteld.

  • 3. Het uitvoeringsorgaan kan, in geval van overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn, alsnog tot aanvaarding van een aangemelde overeenkomst besluiten, tot acht maanden nadat zij is gesloten, indien de ziektekostenverzekeraar aantoont dat de termijnoverschrijding hem redelijkerwijs niet kan worden verweten.

  • 4. Het uitvoeringsorgaan deelt zijn beslissing binnen twee maanden mede aan de ziektekostenverzekeraar.

  • 5. Het uitvoeringsorgaan kan zijn beslissing herroepen indien de ziektekostenverzekeraar bij de aanmelding onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid.

Artikel 11

  • 1. De door het uitvoeringsorgaan ingevolge artikel 8 aan de ziektekostenverzekeraars per saldo verschuldigde bedragen worden door middel van een omslagbijdrage verhaald.

  • 2. Het uitvoeringsorgaan stelt jaarlijks in de maand oktober het bedrag van de omslagbijdrage voor het daaropvolgende kalenderjaar vast.

  • 3. De omslagbijdrage wordt als volgt vastgesteld:

    a. de som wordt vastgesteld van:

    1. het geraamde bedrag van de op grond van artikel 8 door het uitvoeringsorgaan per saldo aan de ziektekostenverzekeraars in het volgende kalenderjaar verschuldigde vergoedingen;

    2. de voor het volgende kalenderjaar geraamde kosten van het uitvoeringsorgaan;

    b. de som wordt verhoogd of verlaagd met:

    1. het bedrag dat het uitvoeringsorgaan op grond van artikel 14 per saldo aan de ziektekostenverzekeraars is verschuldigd onderscheidenlijk van de ziektekostenverzekeraars heeft te vorderen met betrekking tot het lopende en de daaraan voorafgaande kalenderjaren;

    2. de verschillen tussen het geraamde en het werkelijke bedrag, bedoeld in onderdeel a, onder 1, en tussen de geraamde en de werkelijke kosten, bedoeld in onderdeel a, onder 2, van het lopende en de daaraan voorafgaande kalenderjaren;

    3. het bedrag waarmee de voorziening, bedoeld in artikel 16, eerste lid, naar beneden onderscheidenlijk naar boven afwijkt van de krachtens het tweede lid van dat artikel vastgestelde omvang;

    c. de uitkomst van b wordt gedeeld door het geraamde aantal verzekerden, jonger dan 65 jaar, met een overeenkomst van ziektekostenverzekering op 1 januari van het volgende kalenderjaar, met inachtneming van de volgende wegingsfactoren:

    – voor de leeftijdscategorie van 0 tot en met 19 jaar: 50%;

    – voor de leeftijdscategorie van 20 tot en met 64 jaar: 100%.

  • 4. Het uitvoeringsorgaan deelt de in het derde lid bedoelde omslag-bijdrage uiterlijk 31 oktober van het lopende kalenderjaar mee aan Onze Minister. Deze omslagbijdrage behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

  • 5. In geval van onthouding van goedkeuring stelt het uitvoeringsorgaan met inachtneming van door Onze Minister te geven aanwijzingen de omslagbijdrage opnieuw vast.

  • 6. Indien Onze Minister aan de in het vijfde lid bedoelde vaststelling van de omslagbijdrage eveneens goedkeuring onthoudt stelt hij zelf de omslagbijdrage vast.

Artikel 12

  • 1. Het uitvoeringsorgaan stelt voor iedere ziektekostenverzekeraar vast:

    a. in de maand december het geraamde totaal van de omslagbijdragen van het volgende kalenderjaar, op grond van het overeenkomstig artikel 11, derde lid, geraamde aantal verzekerden;

    b. in de maand juni daaropvolgend het werkelijke totaal van de omslagbijdragen van dat jaar, op grond van het aantal verzekerden volgens de in artikel 15, eerste lid, onder a, bedoelde opgave.

  • 2. De ziektekostenverzekeraar is de ingevolge het eerste lid vastgestelde bedragen aan het uitvoeringsorgaan verschuldigd.

  • 3. Het uitvoeringsorgaan kan bepalen dat de verschuldigde bedragen in termijnen door de ziektekostenverzekeraar worden voldaan en dat voorschotten op de verschuldigde bedragen worden betaald.

  • 4. De ziektekostenverzekeraar is verplicht de ingevolge het tweede of derde lid verschuldigde bedragen binnen een maand na het eerste betalingsverzoek aan het uitvoeringsorgaan te voldoen. Bij overschrijding van deze termijn is de rente, volgens een door Onze Minister vast te stellen percentage, verschuldigd, berekend vanaf het tijdstip waarop de overschrijding is aangevangen.

Artikel 13

  • 1. De ingevolge een overeenkomst van ziektekostenverzekering verzekerde personen, voor zover zij naar de omstandigheden beoordeeld hier te lande woonachtig zijn en jonger zijn dan 65 jaar, zijn de omslagbijdrage, bedoeld in artikel 11, eerste lid, verschuldigd, overeenkomstig de in artikel 11, derde lid, onder c, genoemde wegingsfactoren. De omslagbijdrage maakt deel uit van de premie.

  • 2. Het omslagpercentage van 100 geldt met ingang van de maand waarin de verzekerde de leeftijd van 20 jaar bereikt tot de maand waarin de verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt.

Artikel 14

Indien met betrekking tot enig kalenderjaar het op grond van artikel 12, eerste lid, onder b, voor een ziektekostenverzekeraar vastgestelde bedrag hoger respectievelijk lager is dan het totaal van de omslagbijdragen die verzekerden ingevolge artikel 13 aan die verzekeraar verschuldigd zijn, heeft het uitvoeringsorgaan ter zake van dat verschil een schuld aan onderscheidenlijk een vordering op die ziektekostenverzekeraar. Artikel 12, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15

  • 1. Een ziektekostenverzekeraar is verplicht om jaarlijks vóór 1 april aan het uitvoeringsorgaan opgave te doen van:

    a. het aantal bij hem op 1 januari van het lopende kalenderjaar verzekerde personen, onderscheiden naar de leeftijdscategorieën: 0 tot en met 19 jaar; 20 tot en met 64 jaar en 65 jaar en ouder;

    b. door hem in het voorafgaande kalenderjaar uitgekeerde schadebedragen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, eerste en tweede volzin;

    c. met betrekking tot het voorafgaande kalenderjaar ingevolge artikel 13 ontvangen en nog te ontvangen omslagbijdragen;

    d. in het voorafgaande kalenderjaar uitgevoerde controlemaatregelen ter bepaling van de gegrondheid van de verplichting, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en het beheer van de overeenkomsten van standaardverzekering.

  • 2. De opgaven, bedoeld in het eerste lid, onder a, b en c, gaan vergezeld van een verklaring van getrouwheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 16

  • 1. Het uitvoeringsorgaan houdt een voorziening aan die strekt tot financiering van bedragen die het uitvoeringsorgaan bij beëindiging van de omslagregeling aan de ziektekostenverzekeraars per saldo verschuldigd mocht zijn.

  • 2. Onze Minister stelt, gehoord de Verzekeringskamer, het bedrag van de in het eerste lid bedoelde voorziening vast.

Paragraaf 4. Het uitvoeringsorgaan

Artikel 17

  • 1. Onze Ministers wijzen een rechtspersoon aan waarvan uit de statuten blijkt dat hij voldoet aan de artikelen 18 tot en met 22, als uitvoeringsorgaan en belasten hem met de taken die het uitvoeringsorgaan bij of krachtens de wet zijn of worden opgedragen.

  • 2. De statuten van het uitvoeringsorgaan en de wijzigingen daarin behoeven de voorafgaande goedkeuring van Onze Ministers, de Verzekeringskamer gehoord.

  • 3. Onze Ministers kunnen de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, intrekken.

Artikel 18

  • 1. Het bestuur van het uitvoeringsorgaan bestaat uit ten hoogste vijf leden, waaronder de voorzitter.

  • 2. Onze Ministers benoemen, schorsen en ontslaan, gehoord de Verzekeringskamer, de voorzitter en de overige leden.

    Benoeming vindt plaats op persoonlijke titel.

  • 3. Bij de samenstelling van het bestuur van het uitvoeringsorgaan wordt gestreefd naar evenredige deelneming van vrouwen en personen behorende tot etnische of culturele minderheidsgroepen.

  • 4. De kandidaten voor het bestuur dienen te beschikken over deskundigheid op het voor de uitvoering van de taken van het uitvoeringsorgaan relevante terrein.

  • 5. De leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.

  • 6. Het lidmaatschap eindigt tussentijds door overlijden, ontslag op eigen verzoek of ontslag om zwaarwichtige redenen door Onze Ministers.

Artikel 19

Het uitvoeringsorgaan wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter, dan wel door anderen, overeenkomstig het bepaalde in de statuten van het uitvoeringsorgaan.

Artikel 20

De leden van het uitvoeringsorgaan ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding volgens bij ministeriële regeling te stellen regels.

Artikel 21

  • 1. Het uitvoeringsorgaan stelt een bestuursreglement vast.

  • 2. Het bestuursreglement van het uitvoeringsorgaan en de wijzigingen daarin behoeven de voorafgaande goedkeuring van Onze Ministers, de Verzekeringskamer gehoord.

  • 3. Het bestuursreglement bevat in ieder geval regels omtrent de werkwijze van het bestuur, de taken en bevoegdheden van de directeur en de arbeidsvoorwaarden van het personeel.

Artikel 22

  • 1. Het uitvoeringsorgaan stelt jaarlijks een begroting van zijn uitvoeringskosten vast. Deze behoeft de goedkeuring van Onze Ministers.

  • 2. Het uitvoeringsorgaan zendt de begroting vóór 1 oktober van het kalenderjaar, voorafgaande aan het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft, aan Onze Minister en Onze Minister van Financiën.

  • 3. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 23

De kosten van het uitvoeringsorgaan, waaronder zijn begrepen de kosten, bedoeld in artikel 20, worden ten laste van de omslagregeling gebracht.

Paragraaf 5. Het toezicht

Artikel 24

  • 1. Het uitvoeringsorgaan is belast met de controle op de ziektekostenverzekeraars voor zover het betreft de in paragraaf 3 bedoelde omslagregeling.

  • 2. Het uitvoeringsorgaan kan, gehoord de Verzekeringskamer, regels stellen ten aanzien van de inrichting van de administratie van de ziektekostenverzekeraars voor zover het betreft de uitvoering van de omslagregeling.

  • 3. De ziektekostenverzekeraar is verplicht het uitvoeringsorgaan inzage te geven in zakelijke gegevens en bescheiden betrekking hebbende op de uitvoering van de omslagregeling.

Artikel 25

  • 1. Bij besluit van het uitvoeringsorgaan kan worden vastgesteld dat een besluit of een handeling van een ziektekostenverzekeraar of het achterwege blijven van een zodanig besluit of een zodanige handeling in strijd is met:

    a. daarbij aangegeven wettelijke voorschriften of voorschriften van het uitvoeringsorgaan;

    b. het belang van de omslagregeling.

  • 2. Een besluit als in het eerste lid bedoeld wordt door het uitvoeringsorgaan niet genomen indien tegen het besluit, de handeling of het achterwege blijven van een besluit of handeling van de ziektekostenverzekeraar een wettelijke voorziening openstaat.

  • 3. Een besluit van het uitvoeringsorgaan als in het eerste lid bedoeld wordt onverwijld ter kennis van de daarbij betrokken ziektekostenverzekeraar gebracht.

  • 4. De ziektekostenverzekeraar handelt overeenkomstig het besluit van het uitvoeringsorgaan en maakt, voor zover zulks mogelijk is, ongedaan hetgeen in strijd met dat besluit is geschied, een en ander binnen vier weken nadat het besluit van het uitvoeringsorgaan hem ter kennis is gebracht.

  • 5. Beslissingen tot toekenning van vergoedingen aan verzekerden worden niet ingevolge het vierde lid ingetrokken of ten nadele van verzekerden gewijzigd.

  • 6. Het uitvoeringsorgaan is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de in het vierde lid bedoelde verplichtingen.

Artikel 26

  • 1. De Verzekeringskamer is belast met het toezicht op het uitvoeringsorgaan.

  • 2. Artikel 56 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 27

  • 1. Het uitvoeringsorgaan stelt jaarlijks een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde beleid in het bijzonder, in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag betreft de omslagregeling, bedoeld in paragraaf 3 van deze wet, en de medefinancieringsregeling, bedoeld in Hoofdstuk II van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden. Het verslag wordt aan de Verzekeringskamer aangeboden binnen zes maanden na afloop van elk kalenderjaar.

  • 2. De jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar maakt deel uit van het in het eerste lid bedoelde verslag.

  • 3. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en van het in het vierde lid bedoelde rapport.

  • 4. Ten aanzien van het gevoerde financiële beheer beoordeelt de accountant of de in de jaarrekening opgenomen posten tot stand zijn gekomen in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet en andere wettelijke regelingen bepaalde en of ook overigens is zorggedragen voor een ordelijk en controleerbaar financieel beheer. De accountant legt zijn bevindingen en zijn oordeel omtrent het financiële beheer vast in een rapport.

  • 5. De jaarrekening behoeft de goedkeuring van de Verzekeringskamer.

  • 6. Het samenstellen en het overleggen van de in het eerste tot en met vierde lid bedoelde stukken, geschiedt met inachtneming van de terzake door de Verzekeringskamer gegeven aanwijzingen.

  • 7. Het uitvoeringsorgaan machtigt bij de opdracht tot het onderzoek de accountant schriftelijk desgevraagd aan de Verzekeringskamer alle inlichtingen te verstrekken, die redelijkerwijs geacht kunnen worden nodig te zijn voor de vervulling van de haar bij of krachtens deze wet of de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden opgelegde taak.

  • 8. Indien de accountant naar het oordeel van de Verzekeringskamer niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat hij de hem toevertrouwde taak met betrekking tot het uitvoeringsorgaan naar behoren zal vervullen, kan de Verzekeringskamer bepalen dat hij niet bevoegd is een verklaring als bedoeld in het derde lid af te leggen of een rapport als bedoeld in het vierde lid af te geven.

  • 9. Het uitvoeringsorgaan stelt het in het eerste lid bedoelde verslag en de daarvan deeluitmakende jaarrekening en de verklaring omtrent de getrouwheid algemeen verkrijgbaar.

Artikel 28

  • 1. Het uitvoeringsorgaan verstrekt aan de Verzekeringskamer binnen de door de Verzekeringskamer gestelde termijn, de inlichtingen die de Verzekeringskamer voor de invulling van de haar bij of krachtens deze wet of de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden opgelegde taak mag verlangen.

  • 2. Onverminderd artikel 32 verstrekken de Verzekeringskamer en het uitvoeringsorgaan Onze Minister en de Minister van Financiën desgevraagd inlichtingen betreffende de uitvoering door het uitvoeringsorgaan van de uit deze wet of de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden voortvloeiende taken en het daarop door de Verzekeringskamer uitgeoefende toezicht.

  • 3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de verstrekking van inlichtingen als bedoeld in het eerste en tweede lid.

Artikel 29

Indien de Verzekeringskamer zulks noodzakelijk acht ter uitvoering van het toezicht overeenkomstig artikel 26, kan zij het uitvoeringsorgaan een aanwijzing geven. Het uitvoeringsorgaan volgt de aanwijzing binnen de door de Verzekeringskamer gestelde termijn op.

Artikel 30

  • 1. De Verzekeringskamer is bevoegd inzage te nemen of door personen, door haar bij uitdrukkelijke en bijzondere machtiging aangewezen, te doen nemen van de zakelijke gegevens en bescheiden van het uitvoeringsorgaan.

  • 2. Het uitvoeringsorgaan is verplicht de boeken en zakelijke bescheiden over te leggen, wanneer de Verzekeringskamer of door haar overeenkomstig het eerste lid aangewezen personen daarom vragen.

  • 3. Een derde die de in het eerste lid bedoelde zakelijke gegevens en bescheiden van het uitvoeringsorgaan onder zich heeft, legt deze desgevorderd over aan de Verzekeringskamer of de overeenkomstig het eerste lid aangewezen personen.

Artikel 31

  • 1. De Verzekeringskamer stelt jaarlijks een verslag op van bevindingen betreffende het door haar uitgeoefende toezicht op het uitvoeringsorgaan.

  • 2. De Verzekeringskamer doet dit verslag jaarlijks toekomen aan Onze Minister, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economische Zaken en het uitvoeringsorgaan.

  • 3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling ten aanzien van de inrichting van het in het eerste lid bedoelde verslag regels stellen.

Artikel 32

  • 1. Gegevens en inlichtingen die ingevolge het bij of krachtens deze wet en de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden bepaalde omtrent afzonderlijke verzekeraars zijn verstrekt of verkregen, zijn geheim en worden niet gepubliceerd.

  • 2. Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden of van bij of krachtens deze wetten genomen besluiten enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen, ingevolge deze wetten verstrekt, of van gegevens of inlichtingen bij het onderzoek van zakelijke gegevens en bescheiden of andere informatiedragers verkregen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verdere bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wetten wordt geëist.

Paragraaf 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 33

  • 1. Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur.

  • 2. De voordracht tot het vaststellen van een algemene maatregel van bestuur alsmede de vaststelling van een ministeriële regeling krachtens deze wet worden gedaan door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Financiën.

  • 3. Alvorens de voordracht voor de algemene maatregelen van bestuur krachtens de artikelen 3, eerste lid, 5 en 8, vijfde lid, wordt gedaan, wordt de zakelijke inhoud van de voorgenomen voordrachten schriftelijk medegedeeld aan de beide Kamers der Staten-Generaal. De voordrachten worden niet eerder gedaan dan nadat 30 dagen zijn verstreken na die mededeling.

  • 4. Alvorens de ministeriële regeling krachtens artikel 7, eerste lid, wordt vastgesteld, wordt de zakelijke inhoud van de voorgenomen regeling schriftelijk medegedeeld aan de beide kamers der Staten-Generaal. De regeling treedt niet eerder in werking dan nadat vier weken zijn verstreken na die mededeling.

Artikel 34

Tegen een op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen genomen beschikking kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Artikel 35

  • 1. De Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen wordt ingetrokken, met uitzondering van artikel 14, derde lid.

  • 2. Na de inwerkingtreding van dit artikel berusten de op artikel 2, tweede lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen berustende algemene maatregel van bestuur en ministeriële regeling op artikel 5 van deze wet.

  • 3. Na de inwerkingtreding van dit artikel berusten de beschikkingen, gegeven krachtens artikel 4, tweede lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen, op artikel 3, derde lid, van deze wet.

  • 4. Overeenkomsten van ziektekostenverzekering, gesloten op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen, die onmiddellijk vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel van kracht waren, worden gelijkgesteld met overeenkomsten van standaardverzekering, als bedoeld in artikel 3 van deze wet.

  • 5. Overeenkomsten van ziektekostenverzekering, gesloten op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen, die vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel ingevolge artikel 6f, tweede lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen in aanmerking werden genomen voor een uitkering ten laste van de omslagregeling, bedoeld in artikel 6h van die wet, worden gelijkgesteld met overeenkomsten van standaardverzekering, die ingevolge artikel 10, eerste lid, van deze wet zijn aanvaard voor de toepassing van artikel 8 van deze wet.

  • 6. Afwikkeling van zaken met betrekking tot de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen geschiedt overeenkomstig die wet zoals die luidde onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, met dien verstande dat het uitvoeringsorgaan in de plaats treedt van het ingevolge die wet aangewezen uitvoeringsorgaan.

Artikel 36

Indien ten aanzien van op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel van kracht zijnde overeenkomsten op grond van artikel 2 van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen bij het vaststellen van de premie met inachtneming van artikel 3 van die wet rekening is gehouden met de leeftijd, anders dan wanneer het betreft het vaststellen van de premie voor personen, jonger dan 27 jaar, is de desbetreffende leeftijdstoeslag niet langer verschuldigd, voor zover deze in rekening wordt gebracht over een langere termijn dan een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de dag waarop die overeenkomst is ingegaan. Indien voornoemde periode reeds is verstreken bij de inwerkingtreding van dit artikel, is voornoemde leeftijdstoeslag niet verschuldigd, voor zover deze betrekking heeft op termijnen, liggende na de inwerkingtreding van dit artikel. De ziektekostenverzekeraar betaalt op grond van dit artikel onverschuldigd betaalde leeftijdstoeslagen binnen drie maanden na de inwerkingtreding van dit artikel terug aan de verzekerde.

Artikel 37

Artikel 13, tweede lid, is mede van toepassing ten aanzien van verzekerden die onder de werking van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen reeds de 20-jarige leeftijd hebben bereikt, maar die onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel nog een omslagbijdragepercentage van 50 waren verschuldigd.

Artikel 38

  • 1. Het op het jaar 1998 betrekking hebbende totaalbedrag, bedoeld in artikel 6h, eerste lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen, wordt in 1999 ten laste gebracht van het vermogen dat het uitvoeringsorgaan heeft opgebouwd uit de bedragen waarmee in de voorafgaande jaren de omslagbijdragen, bedoeld in artikel 6h, vierde lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen, de vergoedingen op grond van artikel 6g van die wet overtroffen.

  • 2. Een eventueel overschot van dat vermogen wordt aangewend ten gunste van de voorziening, bedoeld in artikel 16, eerste lid.

  • 3. Bij ministeriële regeling wordt het bedrag vastgesteld dat ter financiering van een eventueel tekort van dat vermogen wordt toegevoegd aan de som, bedoeld in artikel 11, derde lid, voor de vaststelling van de omslagbijdragen voor de jaren 1999, 2000 en 2001.

Artikel 39

Onze Ministers zenden binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel 40

De Wet toezicht verzekeringsbedrijf 19931 wordt als volgt gewijzigd:

A. In de artikelen 1, eerste lid, onderdeel r, 123, vierde lid, laatste volzin en 160, eerste lid, onderdeel b, wordt «Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen» vervangen door: Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998.

B. In artikel 186, eerste lid, eerste volzin, wordt «verbonden aan de uitvoering van deze wet en van de Wet toezicht natura-uitvaart-verzekeringsbedrijf» vervangen door: verbonden aan de uitvoering van deze wet, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998.

Artikel 41

De Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden2 wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 1, onderdeel e, komt te luiden:

e. uitvoeringsorgaan: het uitvoeringsorgaan, bedoeld in artikel 17 van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998;.

B. In artikel 4, derde lid, wordt «Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur» vervangen door: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

C. Aan artikel 4, derde lid, wordt een derde volzin toegevoegd, luidende: Bij ministeriële regeling kan het Rijk een bijdrage leveren aan de Algemene Kas, bedoeld in artikel 71, eerste lid, van de Ziekenfondswet, ter verlaging van het mede te financieren bedrag.

D. De artikelen 6 tot en met 11, 14 en 15 vervallen.

E. Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. in het eerste lid wordt «1 september» vervangen door «1 april» en «1 juli» vervangen door «1 januari»;

2. in het tweede lid wordt «artikel 9, derde lid» vervangen door: artikel 393, eerste lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek.

F. Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. aan het eerste lid wordt een volzin toegevoegd luidende:

Het uitvoeringsorgaan deelt de vastgestelde omslagbijdragen uiterlijk 31 oktober van het lopende kalenderjaar mee aan Onze Minister.

2. Onder vernummering van de leden 2 tot en met 6 tot de leden 5 tot en met 9, worden direct na het eerste lid, drie nieuwe leden toegevoegd, luidende:

  • 2. De omslagbijdrage behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

  • 3. In geval van onthouding van goedkeuring stelt het uitvoeringsorgaan, met inachtneming van door Onze Minister te geven aanwijzingen, de omslagbijdrage opnieuw vast.

  • 4. Indien Onze Minister na de in het derde lid bedoelde vaststelling aan de omslagbijdrage eveneens goedkeuring onthoudt, stelt hij zelf de omslagbijdrage vast.

3. In het zesde lid wordt «ingevolge het tweede lid» vervangen door: ingevolge het vijfde lid.

4. In het zevende lid wordt «ingevolge het derde lid» vervangen door: ingevolge het zesde lid.

. De artikelen 19, 20, 21, 22, 23 en 24 komen te vervallen.

Artikel 42

In de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–19453 wordt in de artikelen 14, tweede lid, en 15, eerste lid, «artikel 2, eerste lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen» vervangen door: artikel 3, eerste lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998.

Artikel 43

In de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–19454 wordt in de artikelen 20, eerste lid, en 21, «artikel 2, eerste lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen» vervangen door: artikel 3, eerste lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998.

Artikel 44

Artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten5 wordt als volgt gewijzigd:

A. De zinsnede met betrekking tot de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen wordt vervangen door: Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998, de artikelen 2, tweede lid, 3, 4, 15, 24, derde lid, 28, eerste lid, 29, tweede volzin en 30, tweede en derde lid.

B. In de zinsnede met betrekking tot de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden wordt «de artikelen 5, 10, 11, tweede lid, 12 en 19;» vervangen door: de artikelen 5 en 13;.

Artikel 45

Indien het bij koninklijke boodschap van 5 maart 1997 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Ziekenfondswet en de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen in verband met het invoeren van de aanspraak op medisch-specialistische zorg, verleend door of vanwege een ziekenhuis dan wel door of vanwege een samenwerkingsverband van een ziekenhuis en de daar werkzame medisch-specialisten (kamerstukken II 1996/97, 25 258, nrs. 1–2), nadien gewijzigd in voorstel van wet houdende wijziging van de Ziekenfondswet en de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen in verband met het invoeren van de aanspraak op medisch-specialistische zorg, verleend door of vanwege een ziekenhuis, tot wet wordt verheven en na deze wet in werking treedt, wordt in artikel II van die wet «artikel 2, tweede lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen» vervangen door: artikel 5 van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998.

Artikel 46

Indien het in artikel 45 genoemde wetsvoorstel tot wet is verheven en vóór deze wet in werking is getreden, komt artikel 5 te luiden als volgt:

Artikel 5

De overeenkomst van standaardverzekering omvat vergoeding van de kosten van medisch-specialistische zorg, verleend door of vanwege een ziekenhuis, al dan niet gepaard gaande met opneming gedurende het etmaal of een deel daarvan, verpleging, verzorging, paramedische hulp of farmaceutische hulp, revalidatiezorg van medisch-specialistische, paramedische, gedragswetenschappelijke en revalidatietechnische aard, medisch-specialistische zorg, verleend anders dan door of vanwege een ziekenhuis, huisartsenzorg, verloskundige zorg, tandheelkundige zorg, paramedische zorg, hulpmiddelen, farmaceutische zorg, alsmede vergoeding van de kosten van andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangegeven vormen van hulp op het gebied van de gezondheidszorg, onder bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden wat betreft omvang, eigen risico en eigen bijdrage ten aanzien van de in dit artikel bedoelde vergoedingen.

Artikel 47

  • 1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

  • 2. Indien niet alle artikelen, of onderdelen daarvan, van deze wet gelijktijdig in werking treden, wordt in afwijking van artikel 35, eerste lid, in het koninklijk besluit aangegeven welke artikelen, of onderdelen daarvan, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen komen te vervallen.

  • 3. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 september 1998, wordt deze wet gewijzigd als volgt:

    A

    In het opschrift en de aanhef alsmede in de artikelen 40, onder A en B, 41, onder A, 42, 43, 44, onder A, 45 en 48 wordt telkens «1998» vervangen door: 1999.

    B

    Artikel 38 wordt gewijzigd als volgt:

    1. In het eerste lid wordt «1998» en «1999» vervangen door: «1999» onderscheidenlijk «2000».

    2. In het derde lid wordt «1999, 2000 en 2001» vervangen door: 2000, 2001 en 2002.

Artikel 48

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 1 juli 1998

Beatrix

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

Uitgegeven de eenentwintigste juli 1998

De Minister van Justitie a.i.,

H. F. Dijkstal


XNoot
1

Stb. 1994, 252, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 december 1997, Stb. 776.

XNoot
2

Stb. 1986, 117, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 november 1997, Stb. 510.

XNoot
3

Stb. 1995, 414, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 december 1997, Stb. 794.

XNoot
4

Stb. 1995, 413, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 december 1997, Stb. 794.

XNoot
5

Stb. 1950, K258, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 juni 1998, Stb. 430.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1997/98, 25 859.

Handelingen II 1997/98, blz. 5872–5893; 5910.

Kamerstukken I 1997/98, 25 859 (363, 363a, 363b).

Handelingen I 1997/98, zie vergadering d.d. 29 juni 1998.

Naar boven