Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 1998, 267Wet

Wet van 29 april 1998 tot wijziging van een aantal sociale verzekeringswetten strekkend tot verduidelijking van het in die wetten opgenomen begrip verzekerde en de met het verzekerd zijn onlosmakelijk verbonden premieplicht (Wet verduidelijking verzekerings- en premieplicht)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een aantal socialeverzekeringswetten te wijzigen met het oog op de verduidelijking van de verzekeringspositie van personen wier verzekering voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie en met het oog op de met de verzekering onlosmakelijk verbonden premieplicht op grond van die wetten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK I. WIJZIGING VAN WETTEN

ARTIKEL I. ZIEKTEWET

In de Ziektewet1 wordt na artikel 3 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3a

Zo nodig in afwijking van artikel 3 en de daarop berustende bepalingen:

a. wordt als werknemer beschouwd de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie;

b. wordt niet als werknemer beschouwd de persoon op wie op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is.

ARTIKEL II. WERKLOOSHEIDSWET

In de Werkloosheidswet2 wordt na artikel 3 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3a

Zo nodig in afwijking van artikel 3 en de daarop berustende bepalingen:

a. wordt als werknemer beschouwd de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie;

b. wordt niet als werknemer beschouwd de persoon op wie op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is.

ARTIKEL III. WET OP DE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING

In de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering3 wordt na artikel 3 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3a

Zo nodig in afwijking van artikel 3 en de daarop berustende bepalingen:

a. wordt als werknemer beschouwd de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie;

b. wordt niet als werknemer beschouwd de persoon op wie op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is.

ARTIKEL IV. ALGEMENE OUDERDOMSWET

In de Algemene Ouderdomswet4 wordt na artikel 6 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6a

Zo nodig in afwijking van artikel 6 en de daarop berustende bepalingen:

a. wordt als verzekerde aangemerkt de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie;

b. wordt niet als verzekerde aangemerkt de persoon op wie op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is.

ARTIKEL V. ALGEMENE NABESTAANDENWET

In de Algemene nabestaandenwet5 wordt na artikel 13 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 13a

Zo nodig in afwijking van artikel 13 en de daarop berustende bepalingen:

a. wordt als verzekerde aangemerkt de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie;

b. wordt niet als verzekerde aangemerkt de persoon op wie op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is.

ARTIKEL VI. ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET

In de Algemene Kinderbijslagwet6 wordt na artikel 6 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6a

Zo nodig in afwijking van artikel 6 en de daarop berustende bepalingen:

a. wordt als verzekerde aangemerkt de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie;

b. wordt niet als verzekerde aangemerkt de persoon op wie op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is.

ARTIKEL VII. ALGEMENE WET BIJZONDERE ZIEKTEKOSTEN

In de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten7 wordt na artikel 5a een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5b

Zo nodig in afwijking van artikel 5 en de daarop berustende bepalingen:

a. wordt als verzekerde aangemerkt de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie;

b. wordt niet als verzekerde aangemerkt de persoon op wie op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is.

ARTIKEL VIII. WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING ZELFSTANDIGEN

In de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen8 wordt na artikel 3 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3a

Zo nodig in afwijking van artikel 3 en de daarop berustende bepalingen:

a. wordt als verzekerde aangemerkt de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie;

b. wordt niet als verzekerde aangemerkt de persoon op wie op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is.

HOOFDSTUK II. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

ARTIKEL IX. PREMIEPLICHT ALGEMENE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSWET

Voor de toepassing van artikel 6 van de Wet financiering volksverzekeringen wordt in perioden gelegen voor 1 januari 1998:

a. mede als verzekerde in de zin van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals deze wet luidde voor 1 januari 1998, aangemerkt de persoon van wie in die perioden de verzekering voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie;

b. niet als verzekerde in de zin van de Algemene Arbeidsongeschikt

heidswet, zoals deze wet luidde voor 1 januari 1998, aangemerkt de persoon op wie in die perioden op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is.

ARTIKEL X. PREMIEPLICHT ALGEMENE WEDUWEN- EN WEZENWET

Voor de toepassing van artikel 6 van de Wet financiering volksverzekeringen wordt in perioden gelegen voor 1 juli 1996:

a. mede als verzekerde in de zin van de Algemene Weduwen- en Wezenwet, zoals deze wet luidde voor 1 juli 1996, aangemerkt de persoon van wie in die perioden de verzekering voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie;

b. niet als verzekerde in de zin van de Algemene Weduwen- en Wezenwet, zoals deze wet luidde voor 1 juli 1996, aangemerkt de persoon op wie in die perioden op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is.

ARTIKEL XI. INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt:

a. wat de artikelen I, II en III betreft terug tot en met 1 januari 1992;

b. wat de artikelen IV, VI, VII, IX en X betreft terug tot en met 1 januari 1989;

c. wat artikel V betreft terug tot en met 1 juli 1996;

d. wat artikel VIII betreft terug tot en met 1 januari 1998.

ARTIKEL XII. CITEERTITEL

Deze wet wordt aangehaald als: Wet verduidelijking verzekerings- en premieplicht.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 29 april 1998

Beatrix

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

F. H. G. de Grave

Uitgegeven de veertiende mei 1998

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager


XNoot
1

Stb. 1987, 88, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 maart 1998, Stb. 203.

XNoot
2

Stb. 1987, 93, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 maart 1998, Stb. 203.

XNoot
3

Stb. 1987, 89, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 maart 1998, Stb. 203.

XNoot
4

Stb. 1990, 129, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 maart 1998, Stb. 203.

XNoot
5

Stb. 1995, 690, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 maart 1998, Stb. 203.

XNoot
6

Stb. 1990, 128, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 maart 1998, Stb. 203.

XNoot
7

Stb. 1992, 392, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 maart 1998, Stb. 203.

XNoot
8

Stb. 1997, 176, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 december 1997, Stb. 203.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1997/98, 25 873.

Handelingen II 1997/98, blz. 5355.

Kamerstukken I 1997/98, 25 873 (318).

Handelingen I 1997/98, zie vergadering d.d. 28 april 1998.