Beschikking van de Minister van Justitie van 12 januari 1998, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van het Aanwijzingsbesluit bestuursorganen Wob en WNo, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 22 december 1997, Stb. 1998, 23

De Minister van Justitie,

Gelet op artikel II van het besluit van 22 december 1997, Stb. 1998, 23;

Besluit:

de tekst van het Aanwijzingsbesluit bestuursorganen Wob en WNo, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 22 december 1997, Stb. 1998, 23 in het Staatsblad te plaatsen als bijlage bij deze beschikking.

's-Gravenhage, 12 januari 1998

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Uitgegeven de twintigste januari 1998

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

TEKST VAN HET AANWIJZINGSBESLUIT WOB EN WNO, ZOALS DIT LAATSTELIJK IS GEWIJZIGD BIJ BESLUIT VAN 22 DECEMBER 1997, STB. 1998, 23

Artikel 1

Als organen als bedoeld in artikel 1a, onder d, van de Wet openbaarheid van bestuur worden aangewezen:

a. de bestuursorganen onderscheidenlijk de bestuursorganen van de instellingen die in de bijlage bij dit besluit zijn opgenomen;

b. de Registratiekamer;

c. de adviescolleges, bedoeld in de Kaderwet adviescolleges, niet zijnde adviescolleges als bedoeld in artikel 3 van die wet.

Artikel 2

Als organen als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onder d, van de Wet Nationale ombudsman worden aangewezen:

a. de bestuursorganen van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie;

b. de bestuursorganen onderscheidenlijk de bestuursorganen van de instellingen die in de bijlage bij dit besluit zijn opgenomen;

c. de adviescolleges, bedoeld in de Kaderwet adviescolleges, niet zijnde adviescolleges als bedoeld in artikel 3 van die wet.

Artikel 3

  • 1. De artikelen 78 en 79 van het Mediabesluit vervallen.

  • 2. De volgende regelingen worden ingetrokken:

    a. het koninklijk besluit van 5 april 1991, houdende een algemene maatregel van bestuur tot aanwijzing van het Centraal Bestuur en de Regionale Besturen voor de Arbeidsvoorziening als administratieve organen in de zin van de Wet Nationale ombudsman (Stb. 1991, 182);

    b. het koninklijk besluit van 27 augustus 1991, houdende een algemene maatregel van bestuur tot aanwijzing van de Pensioen- en Uitkeringsraad als orgaan als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur, onderscheidenlijk artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet Nationale ombudsman (Stb. 1991, 466);

    c. het koninklijk besluit van 4 september 1992, houdende een algemene maatregel van bestuur tot aanwijzing van de Stichting NIWO en de Stichting SIEV als organen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur, onderscheidenlijk artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet Nationale ombudsman (Stb. 1992, 496).

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 november 1993, met uitzondering van artikel 2, onder b, wat de instellingen, bedoeld in deel D, onder 2 tot en met 4, van de bijlage bij het besluit betreft, dat in werking treedt met ingang van 1 november 1995.

Artikel 5

Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit bestuursorganen Wob en WNo.

Bijlage

Bijlage als bedoeld in de artikelen 1, onder a, en 2, onder b, van het Aanwijzingsbesluit bestuursorganen Wob en WNo

A. Ministerie van Buitenlandse Zaken

Stichting Nationale Commissie Voorlichting en Bewustwording Ontwikkelingssamenwerking.

B. Ministerie van Justitie

1. Raden voor rechtsbijstand als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechtsbijstand.

2. Commissie als bedoeld in artikel 8 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven.

3. College van toezicht op de kansspelen als bedoeld in artikel 33 van de Wet op de kansspelen.

4. Vervallen.

5. Centraal orgaan opvang asielzoekers als bedoeld in artikel 2 van de Wet centraal orgaan opvang asielzoekers.

6. Nederlandse orde van advocaten als bedoeld in artikel 17 van de Advocatenwet.

7. Regio's als bedoeld in artikel 21 van de Politiewet 1993.

8. Raad voor het Korps landelijke politiediensten als bedoeld in artikel 39 van de Politiewet 1993.

9. Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie als bedoeld in artikel 2 van de LSOP-wet.

10. Orden van advocaten in het arrondissement als bedoeld in artikel 17 van de Advocatenwet.

11. Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen als bedoeld in artikel 2 van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen.

C. Ministerie van Binnenlandse Zaken

1. Vervallen.

2. Dienst geneeskundige verzorging politie als bedoeld in het Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984.

3. Kiesraad als bedoeld in artikel A 1 van de Kieswet.

4. Vervallen.

5. Stichting Administratie Indonesische Pensioenen als bedoeld in de Wet Stichting tot verzorging en afwikkeling van pensioenaangelegenheden betreffende gewezen overheidspersoneel van Indonesië en hun nagelaten betrekkingen (Stb. 1955, 189).

6. Stichting arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor de overheid als bedoeld in de Wet van 24 maart 1988, houdende machtiging tot oprichting van de Stichting arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor de overheid (Stb. 1988, 163).

7. Nederlands bureau brandweerexamens als bedoeld in artikel 18g, eerste lid, van de Brandweerwet 1985.

8. Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Brandweerwet 1985.

9. Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel (FAOP) als bedoeld in artikel 21 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP.

D. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

1. Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen als bedoeld in artikel 1.5 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

2. Open universiteit als bedoeld in artikel 1.3 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

3. Openbare universiteiten als bedoeld in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

4. Openbare hogescholen als bedoeld in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

5. Koninklijke Bibliotheek als bedoeld in artikel 1.5 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

6. Instituut voor Onderzoek van het Onderwijs als bedoeld in artikel 34 van de Wet op de onderwijsverzorging.

7. Instituut voor Toetsontwikkeling als bedoeld in artikel 38 van de Wet op de onderwijsverzorging.

8. Instituut voor Leerplanontwikkeling als bedoeld in artikel 42 van de Wet op de onderwijsverzorging.

9. Landelijke organen als bedoeld in artikel 1.5.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

10. Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO als bedoeld in artikel 3 van de TNO-wet.

11. Centrale commissie vaststelling examenopgaven en beoordelingsnormen als bedoeld in het Besluit Instelling Centrale commissie vaststelling examenopgaven en beoordelingsnormen (Stcrt. 1981, nr. 82).

12. Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie als bedoeld in het koninklijk besluit van 28 juli 1979 (Stb. 426).

13. OV-Studentenkaart B.V.

14. Informatie Beheer Groep als bedoeld in artikel 2 van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank.

15. Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek.

16. Vervangingsfonds als bedoeld in artikel 1 van het Besluit vervangingsfonds. 16a. Participatiefonds als bedoeld in artikel 1 van het Besluit participatiefonds.

17. Commissariaat voor de Media als bedoeld in artikel 9 van de Mediawet.

18. Bedrijfsfonds voor de Pers als bedoeld in artikel 123 van de Mediawet.

19. Dienst omroepbijdragen als bedoeld in artikel 122 van de Mediawet.

20. Nederlandse Filmkeuring als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de Filmvertoningen.

21. Rechtspersonen als bedoeld in artikel 9 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid.

22. Stichting stimuleringsfonds Nederlandse culturele omroepprodukties als bedoeld in artikel 170, eerste lid, van de Mediawet.

23. Nederlandse Omroep Stichting als bedoeld in artikel 16 van de Mediawet, voor zover belast met werkzaamheden die voortvloeien uit onderscheidenlijk verband houden met de coördinatie van de programma's van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, onderscheidenlijk met het indelen van de zendtijd van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep.

24. Examencommissie als bedoeld in artikel 1 van het Staatsexamenbesluit SPD bedrijfsadministratie.

E. Ministerie van Financiën

1. De Nederlandsche Bank N.V., voor zover belast met andere werkzaamheden dan die welke voortvloeien uit onderscheidenlijk verband houden met haar taken op grond van artikel 9, eerste lid, van de Bankwet 1948, haar taken en bevoegdheden ingevolge de Wet toezicht kredietwezen 1992, haar taken en bevoegdheden ingevolge de Wet toezicht beleggingsinstellingen, en haar taken en bevoegdheden ingevolge de Wet inzake de wisselkantoren.

2. Stichting Effectenvernieuwingsbureau als bedoeld in artikel 2 van de Effectenvernieuwingswet.

3. Verzekeringskamer, voor zover belast met andere werkzaamheden dan die welke voortvloeien uit onderscheidenlijk verband houden met haar taken en bevoegdheden ingevolge de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, de Pensioen- en Spaarfondsenwet, de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling, de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds, de Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds en de Algemene burgerlijke pensioenwet.

4. Stichting toezicht effectenverkeer voor zover belast met andere werkzaamheden dan die welke voortvloeien uit onderscheidenlijk verband houden met haar taken en bevoegdheden ingevolge de Wet toezicht effectenverkeer 1995.

5. Waarderingskamer als bedoeld in artikel 4 van de Wet waardering onroerende zaken.

F. Ministerie van Defensie

1. Nederlandsche Marineraad als bedoeld in artikel 2 van de Marinescheepsongevallenwet.

2. Rechtspersoon als bedoeld in artikel 90b van het Algemeen militair ambtenarenreglement.

G. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

1. Huurcommissies als bedoeld in de Wet op de huurcommissies.

2. Reconstructie-commissie Midden-Delfland als bedoeld in artikel 3 van de Reconstructiewet Midden-Delfland.

3. Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting als bedoeld in artikel 2 van het Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting.

4. Stichting bureau architectenregister als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de architectentitel.

5. KIWA N.V.

6. Aangewezen instanties als bedoeld in artikel 6 van de Wet geluidhinder.

7. Dienst voor het kadaster en de openbare registers als bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster.

H. Ministerie van Verkeer en Waterstaat

1. Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie als bedoeld in artikel 32 van de Wet goederenvervoer over de weg.

2. Stichting Inschrijving Eigen Vervoer als bedoeld in artikel 34 van de Wet goederenvervoer over de weg.

3. Luchtverkeersbeveiligings-organisatie als bedoeld in artikel 22 van de Wet Luchtverkeer.

4. Nederlandse loodsencorporatie als bedoeld in artikel 6 van de Loodsenwet.

5. Regionale loodsencorporaties als bedoeld in artikel 10 van de Loodsenwet.

6. Instellingen die ingevolge artikel 18 van de Binnenschepenwet, juncto artikel 2a van het Besluit vaarbewijzen binnenvaart belast zijn met de afgifte van vaarbewijzen.

7. Natuurlijke of rechtspersonen aan wie een erkenning als bedoeld in artikel 83 van de Wegenverkeerswet 1994 is verleend.

8. Havenbeheerders als bedoeld in artikel 12 van het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen.

9. Havenbeheerders als bedoeld in artikel 7 van het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen.

10. Havenbeheerders als bedoeld in artikel 7 van het Besluit voorkoming verontreiniging door vuilnis van schepen.

11. Bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van het Voorschriftenbesluit registerloodsen.

12. Facilitair bedrijf Loodswezen B.V. als bedoeld in artikel III van de Wet van 7 juli 1994, houdende wijziging van de Loodsenwet en de Scheepvaartverkeerswet in verband met de herziening van de financiële relatie tussen het Rijk en de loodsen, de invoering van een verkeersbegeleidingstarief en een aantal technische wijzigingen (Stb. 584).

12a. Organisatie, aangewezen op grond van artikel 15a, tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet

13. Bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van het Loodsplichtbesluit 1995.

14. Commissie als bedoeld in artikel 3 van de Binnenvaartrampenwet.

15. Raad voor de Luchtvaart als bedoeld in artikel 2 van de Luchtvaartongevallenwet.

16. Spoorwegongevallenraad als bedoeld in artikel 27a van de Spoorwegwet.

17. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.

18. Commissie voor de zeevisvaartexamens als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder 2, van de Wet op de zeevischvaartdiploma's 1935 en artikel 2 van het Examenreglement zeevisvaart.

19. Commissie voor de stuurliedenexamens als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet op de zeevaartdiploma's en in artikel 2, eerste lid, van het Examenbesluit zeevaartdiploma's 1991.

20. Commissie voor de examens van scheepwerktuigkundigen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet op de zeevaartdiploma's en in artikel 2, tweede lid, van het Examenbesluit zeevaartdiploma's 1991.

21. Schoolcommissies als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Wet op de zeevaartdiploma's en artikel 3, onder 1, van het Examenbesluit zeevaartdiploma's 1991.

22. Instellingen voor het afnemen van de examens voor het vaarbewijs als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Binnenschepenwet.

23. Instantie, aangewezen tot het afnemen van het examen voor, onderscheidenlijk de afgifte van, het radardiploma binnenvaart als bedoeld in artikel 4A.O2, eerste lid, onderdeel c, van het Binnenvaartpolitiereglement.

24. Instantie, aangewezen tot het afnemen van het examen voor het radardiploma als bedoeld in artikel 19, zesde lid, onderdeel c, van het Scheepvaartreglement voor het kanaal van Gent naar Terneuzen.

25. Instantie voor het afnemen van het examen voor het radardiploma voor de Rijn als bedoeld in artikel 4 van het Reglement radardiploma Rijn.

26. Commissie voor de landelijke loodsenexamens als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit adspirant-registerloodsen.

27. Commissies voor de regionale loodsenexamens als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit adspirant-registerloodsen.

28. Commissie van beroep voor de loodsenexamens als bedoeld in artikel 35 van het Besluit adspirant-registerloodsen.

29. Examencommissie certificaatloodsen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het besluit certificaatloodsen.

30. Instantie(s), belast met de afgifte van de krachtens artikel 15, aanhef en onder a, van het Besluit Vervoer binnenvaart aangewezen vakdiploma's.

31. Instantie(s), belast met de afgifte van erkende vakdiploma's als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het Besluit goederenvervoer over de weg.

32. Instantie(s), belast met de afgifte van erkende getuigschriften als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het Besluit personenvervoer.

33. Commissie van Advies omtrent de geschiktheid als scheepbevrachter als bedoeld in de in artikel 21, eerste lid, van het besluit vervoer binnenvaart bedoelde ministeriële regeling.

34. Stichting Innovam, opleidingsinstituut voor het motorvoertuig-, tweewieler- en aanverwant bedrijf als bedoeld in artikel II, onderdeel D, van de regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 23 december 1982, nr. A 211 903 (Stcrt. 1982, 253).

35. Instituut als bedoeld in artikel 2 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993.

36. Commissie van beroep als bedoeld in artikel 3 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993.

37. Keuringsartsen voor de vaarbewijzen als bedoeld in artikel 21 van de Binnenschepenwet.

38. Geneeskundigen als bedoeld in artikel 31 van het Schepelingenbesluit.

39. Erkende particuliere onderzoekingsbureaus als bedoeld in artikel 3 van het Schepenbesluit 1965, onderscheidenlijk de gemachtigde particuliere bureaus, erkende deskundigen, bevoegde personen, deskundigen, erkende instellingen en keuringsstations, dan wel scheidsrechters, bedoeld in de artikelen 45, zesde lid, 92a, 95, 96, 97, 100 en 118 van het Schepenbesluit 1965, alsmede in de artikelen 2 van Bijlage X, 19 van Bijlage XIa, 4 en 10 van Bijlage XXIII van het Schepenbesluit 1965.

40. Commissie van Deskundigen voor de Rijnvaart als bedoeld in artikel 3 van het Besluit Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995.

41. Dienst wegverkeer als bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994.

42. Bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 2 van het Besluit Reglement Rijnpatenten 1998.

43. Exameninstanties als bedoeld in artikel D.2.2 van het Besluit radio-elektrische inrichtingen.

44. Houders van een erkenning als installateur of reparateur van tachografen, onderscheidenlijk de door deze erkenningshouders gemachtigde installateurs of reparateurs van tachografen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 7, eerste lid, van de Regeling typegoedkeuring en installatie tachografen Rijnvaart 1995, alsmede in artikel 1, eerste lid, onderdelen e en h, onderscheidenlijk artikel 3, eerste lid, van de Regeling voorschriften tachografen.

45. Bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 3 van het Besluit Rijnvaartpolitiereglement 1995.

46. Instanties als bedoeld in de artikelen 5 en 8 van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 51 van het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen en de artikelen 5.02, 5.03, 5.04, 5.08 en 5.09 van het Binnenvaartpolitiereglement.

47. Rijkshavenmeester Westerschelde als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990.

48. Bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van het Scheepvaartreglement Eemsmonding.

49. Havenschap Vlissingen, opgericht krachtens de Wet van 10 september 1970 (Stb. 457).

50. Havenschap Terneuzen, opgericht krachtens de Wet van 8 april 1971 (Stb. 252).

51. Bevoegde instanties als bedoeld in artikel 1, onder e, van het Besluit elektromagnetische compatibiliteit.

52. Instanties als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet pleziervaartuigen.

53. Dienst, instelling of onderneming als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Wet pleziervaartuigen.

54. College voor de post- en telecommunicatiemarkt als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit.

55. Aangemelde instanties als bedoeld in artikel 1, onder c, van het Besluit randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations.

I. Ministerie van Economische Zaken

1. Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten.

2. Examenbureau als bedoeld in artikel 85, eerste lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten.

3. Kamers van Koophandel en Fabrieken als bedoeld in de Wet op de Kamers van Koophandel en Fabrieken 1963.

4. Octrooiraad als bedoeld in artikel 13 van de Rijksoctrooiwet.

5. Rechtspersoon, aangewezen krachtens artikel 22, eerste lid, van de IJkwet.

6. Centrale Commissie voor de Statistiek als bedoeld in artikel 16 van de Wet op het Centraal bureau en de Centrale commissie voor de statistiek.

7. Nederlands Instituut van Registeraccountants als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Registeraccountants.

8. Examenbureau als bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op de Registeraccountants.

9. Curatorium voor registeraccountants en Accountants-Administratieconsulenten als bedoeld in artikel 75, eerste lid, van de Wet op de Registeraccountants.

10. Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart.

11. Nederlandse onderneming voor energie en milieu B.V. (NOVEM B.V.)

12. Stichting Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf Nederland.

13. Rechtspersoon, aangewezen krachtens artikel 7, eerste lid, van de Waarborgwet 1986.

14. Bureau voor de industriële eigendom als bedoeld in artikel 15 van de Rijksoctrooiwet 1995.

J. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

1. Centrale Landinrichtingscommissie als bedoeld in artikel 7 van de Landinrichtingswet.

2. Landinrichtingscommissies als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Landinrichtingswet.

3. Grondkamers als bedoeld in artikel 72 van de Pachtwet.

4. Jachtfonds als bedoeld in artikel 28 van de Jachtwet.

5. Kamer voor de Binnenvisserij als bedoeld in artikel 45 van de Visserijwet 1963.

6. Organisatie ter verbetering van de binnenvisserij als bedoeld in artikel 38 van de Visserijwet 1963.

7. Erkende instellingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Fokkerijbesluit.

8. Staatsbosbeheer.

9. Vervallen.

10. Commissie Beheer Landbouwgronden als bedoeld in artikel 30 van de Wet Agrarisch grondverkeer.

11. Keuringsinstellingen als bedoeld in artikel 87 van de Zaaizaad- en plantgoedwet.

12. Raad voor het Kwekersrecht als bedoeld in artikel 5 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet.

13. Commissies en instellingen als bedoeld in artikel 73 van de Zaaizaad- en plantgoedwet.

14. Rechtspersonen als bedoeld in artikel 8 van de Landbouwkwaliteitswet.

15. Stichting Landelijke Mestbank als bedoeld in artikel 2 van het Besluit mestbank en mestboekhouding.

16. Stichting Borgstellingsfonds voor de landbouw.

17. Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Visserij.

18. Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw.

19. Stichting tot Ontwikkeling van Agrarische Onderwijskunde en Scholing als bedoeld in artikel 1 van de Regeling bekostiging experimentele agrarische lerarenopleiding (Stcrt. 1989, 147).

20. Stichting Uitvoering Landbouwmaatregelen '74.

21. Herinrichtingscommissie Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën als bedoeld in artikel 4 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën.

K. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

1. College van toezicht sociale verzekeringen als bedoeld in artikel 3 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.

2. Landelijk instituut sociale verzekeringen als bedoeld in artikel 30 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.

3. Vervallen.

4. Vervallen.

5. Vervallen.

6. Arbeidsvoorzieningsorganisatie als bedoeld in Hoofdstuk II van de Arbeidsvoorzieningswet.

7. Sociale Verzekeringsbank als bedoeld in artikel 17 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.

8. Centraal Bureau voor de Grafische Bedrijven in Nederland.

9. Fonds Voorheffing Pensioenverzekering als bedoeld in artikel 3 van de Wet van 13 december 1972 (Stb. 702).

10. Diensten, instellingen, onderzoeksbureaux en ondernemingen als bedoeld in artikel 5 van de Wet op de gevaarlijke werktuigen.

11. Instellingen als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet.

12. Herkeuringscommissie Arbeidsomstandighedenwet als bedoeld in artikel 8.8, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

13. Stichtingen als bedoeld in artikel 30a van de Wet Sociale Werkvoorziening.

14. Stichting Silicose Oud-Mijnwerkers.

L. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

1. Vervallen.

2. Vervallen.

3. Vervallen.

4. College ter Beoordeling van Geneesmiddelen als bedoeld in artikel 29 van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening.

5. Commissies voor Gebiedsaanwijzing als bedoeld in artikel 28 van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening.

6. Ziekenfondsraad als bedoeld in artikel 50 van de Ziekenfondswet.

7. Centraal Orgaan Tarieven gezondheidszorg als bedoeld in artikel 18 van de Wet tarieven gezondheidszorg.

8. Praeventiefonds als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het Praeventiefonds.

9. Vervallen.

10. Vervallen.

11. Keuringsraad voor de aanprijzing van Geneesmiddelen als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening.

12. Vervallen.

13. Pensioen- en Uitkeringsraad als bedoeld in de Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad.

14. Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling als bedoeld in het ministerieel besluit van 3 juni 1954, no. U 7736 (Stcrt. 1954, 111).

15. Commissie sanering Ziekenhuisvoorzieningen als bedoeld in artikel 18 b, derde lid, van de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

16. Vervallen.

Naar boven