Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Defensie | Staatsblad 1998, 192 | AMvB |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Defensie | Staatsblad 1998, 192 | AMvB |
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Defensie, directie juridische zaken, afdeling wet- en regelgeving, van 23 februari 1998, nr. C96/317;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Het koninklijk besluit van 17 oktober 1961, nr. 1, houdende instelling van het Curatorium van de Koninklijke militaire academie, wordt gewijzigd als volgt:
De artikelen 2 en 3 komen te luiden:
1. Het curatorium is samengesteld als volgt:
a. president-curator, tevens lid: Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden;
b. plaatsvervangend president-curator, tevens lid: de bevelhebber der landstrijdkrachten;
c. overige leden:
1° mr Pieter van Vollenhoven;
2° de bevelhebber der luchtstrijdkrachten;
3° de directeur personeel van de landmachtstaf ;
4° de directeur personeel van de Koninklijke luchtmacht;
5° vier personen, als hoogleraar aan een universiteit hier te lande verbonden of verbonden geweest;
d. adviserende leden:
1° de directeur-generaal economie en financiën van het Ministerie van Defensie;
2° de burgemeester van Breda;
3° de gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie;
e. toehoorder: de vlagofficier belast met de officiersvorming bij het Koninklijk Instituut voor de Marine.
2. Het secretariaat van het curatorium wordt gevoerd door een door de plaatsvervangend president-curator aangewezen officier.
3. Benoeming, schorsing en ontslag van de hoogleraren of voormalige hoogleraren geschiedt bij koninklijk besluit.
4. De benoeming van de hoogleraren of voormalige hoogleraren geschiedt voor een periode van ten hoogste vijf jaar, waarna herbenoeming mogelijk is.
1. Het curatorium houdt op hoofdlijnen toezicht op het beleid en de kwaliteit van het vormings-, onderwijs- en onderzoeksproces, dat op of in opdracht van de Koninklijke Militaire Academie ten behoeve van de vorming en opleiding tot en van officieren van de Koninklijke landmacht en Koninklijke luchtmacht wordt uitgevoerd.
2. Het curatorium verstrekt Onze Minister van Defensie desgevraagd de inlichtingen die nodig zijn voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid van beleidsvoornemens en voorgenomen wettelijke voorschriften, voor zover deze betrekking hebben op de in het eerste lid bedoelde vorming en opleiding.
3. Het curatorium signaleert ontwikkelingen die relevant zijn voor de in het eerste lid bedoelde vorming en opleiding en rapporteert ter zake aan Onze Minister van Defensie.
4. Het curatorium geeft advies aan Onze Minister van Defensie omtrent de profielschets van te benoemen hoogleraren of voormalige hoogleraren en van de Raad van gouverneur en assessoren.
5. Het curatorium geeft advies aan Onze Minister van Defensie omtrent de voordracht van te benoemen hoogleraren of voormalige hoogleraren.
Toegevoegd wordt een artikel, luidende:
Het koninklijk besluit van 19 maart 1976, nr. 20 (Stcrt. 81), tot instelling van het curatorium van het Koninklijk Instituut voor de Marine, wordt gewijzigd als volgt:
De artikelen 2 en 3 komen te luiden:
1. Het curatorium is samengesteld als volgt:
a. president-curator, tevens lid: Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden;
b. plaatsvervangend president-curator, tevens lid: de bevelhebber der zeestrijdkrachten;
c. overige leden:
1° de directeur personeel Koninklijke marine;
2° de directeur materieel Koninklijke marine;
3° de directeur economisch beheer Koninklijke marine;
4° de plaatsvervangend bevelhebber der zeestrijdkrachten;
5° vier personen, als hoogleraar aan een universiteit hier te lande verbonden of verbonden geweest;
d. adviserende leden:
1° de commandant der zeemacht in Nederland;
2° de commandant van het korps mariniers;
3° de inspecteur van het onderwijs bij de zeemacht;
4° de vlagofficier belast met de officiersvorming bij het Koninklijk Instituut voor de Marine:
e. toehoorder: de gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie.
2. Het secretariaat van het curatorium wordt gevoerd door een door de plaatsvervangend president-curator aangewezen officier.
3. Benoeming, schorsing en ontslag van de hoogleraren of voormalige hoogleraren geschiedt bij koninklijk besluit.
4. De benoeming van de hoogleraren of voormalige hoogleraren geschiedt voor een periode van ten hoogste vijf jaar, waarna herbenoeming mogelijk is.
1. Het curatorium houdt op hoofdlijnen toezicht op het beleid en de kwaliteit van het vormings-, onderwijs- en onderzoeksproces, dat op of in opdracht van het Koninklijk Instituut voor de Marine ten behoeve van de vorming en opleiding tot en van officieren van de Koninklijke marine wordt uitgevoerd.
2. Het curatorium verstrekt Onze Minister van Defensie desgevraagd de inlichtingen die nodig zijn voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid van beleidsvoornemens en voorgenomen wettelijke voorschriften, voor zover deze betrekking hebben op de in het eerste lid bedoelde vorming en opleiding.
3. Het curatorium signaleert ontwikkelingen die relevant zijn voor de in het eerste lid bedoelde vorming en opleiding en rapporteert ter zake aan Onze Minister van Defensie.
4. Het curatorium geeft advies aan Onze Minister van Defensie omtrent de profielschets van te benoemen hoogleraren of voormalige hoogleraren en van de directieraad van het Koninklijk Instituut voor de Marine.
5. Het curatorium geeft advies aan Onze Minister van Defensie omtrent de voordracht van te benoemen hoogleraren of voormalige hoogleraren.
Na artikel 4 wordt toegevoegd een artikel, luidende:
1. De hoogleraren die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit deel uitmaken van het curatorium van het Koninklijk Instituut voor de Marine of van het curatorium van de Koninklijke Militaire Academie en die niet bij koninklijk besluit zijn benoemd, worden aangemerkt als bij koninklijk besluit benoemde leden van het desbetreffende curatorium.
2. De benoemingsperiode van de hoogleraren die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit deel uitmaken van het curatorium van het Koninklijk Instituut voor de Marine dan wel van het curatorium van de Koninklijke Militaire Academie, wordt vastgesteld in een door elk curatorium vast te stellen rooster van aftreden, maar bedraagt ten hoogste vijf jaar, gerekend vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.
Onze Minister van Defensie is belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De Minister van Defensie,
J. J. C. Voorhoeve
Uitgegeven de negende april 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Ingevolge artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van het koninklijk besluit van 19 maart 1976, nr. 20 (Stcrt. 81), tot instelling van het curatorium van het Koninklijk Instituut voor de Marine, zoals die bepaling luidde tot 1 januari 1997, was een der taken van dat curatorium het adviseren – gevraagd of ongevraagd – van de Minister van Defensie ter zake van het te voeren beleid ten aanzien van de opleidingen van adelborst tot beroepsofficier en van beroepsofficier tot volwaardig officier. In het kader van de algehele herziening van het adviesstelsel is begin 1997 deze algemene beleidsadviestaak geschrapt (artikel LXXXVIII van het Besluit van 15 januari 1997, houdende aanpassing en intrekking van een aantal koninklijke besluiten in verband met de opheffing van het adviesstelsel in zaken van algemeen verbindende voorschriften en beleid van het Rijk; Stb. 1997, 20). Door deze wijziging behoefde echter artikel 3 van het instellingsbesluit, waarin de taak van het curatorium wordt geregeld, herformulering, hetgeen thans is geschied door middel van artikel II van het onderhavige besluit.
In verband met deze aanpassing is – in artikel I – tevens het instellingsbesluit van het curatorium van de Koninklijke Militaire Academie gewijzigd. Dit orgaan heeft een gelijksoortige taak als het curatorium van het Koninklijk Instituut voor de Marine en ook de instellingsbesluiten kennen een gelijke structuur. Omdat het de voorkeur verdient de bepalingen waarin de taak van de curatoria geregeld is – in beide instellingsbesluiten is dat artikel 3 – zoveel mogelijk gelijkluidend te laten blijven, is artikel 3 van het instellingsbesluit van het curatorium van de Koninklijke Militaire Academie op dezelfde wijze opgezet als artikel 3 van het instellingsbesluit van het curatorium van het Koninklijk Instituut voor de Marine – vide artikel II van het onderhavige besluit.
Naast de wijzigingen van artikel 3 van bovengenoemde instellingsbesluiten zijn ook de bepalingen inzake de samenstelling van de curatoria – in beide besluiten artikel 2 – aangepast. Het betreft hier evenwel voornamelijk een actualisering naar aanleiding van de bestaande situatie en op enkele onderdelen een verduidelijking van de voorheen geldende teksten. Nieuw element is de beperking van de benoemingstermijn van de in de curatoria te benoemen hoogleraren, de enige leden van de curatoria die uitdrukkelijk bij koninklijk besluit dienen te worden benoemd. Omdat herbenoeming mogelijk is, is het belangrijkste gevolg van een dergelijke, overigens gebruikelijke, bepaling dat periodiek een evaluatie plaatsvindt. Een ander nieuw element is de mogelijkheid ook voormalige hoogleraren als lid te benoemen, of, bij beëindiging van de hoedanigheid van hoogleraar, als lid te handhaven. Reden hiervoor is dat de deskundigheid en kennis die van de desbetreffende leden verlangd wordt, doorgaans ook nog aanwezig zal zijn als bedoelde personen geen hoogleraar meer zijn.
Bovenbedoelde wijzigingen zijn opgenomen in onderdeel A van de artikelen I en II. Daarnaast is – mede in verband met de integrale tekstpublicatie van de instellingsbesluiten (artikel IV) – in onderdeel B van die artikelen aan de besluiten een citeertitel toegevoegd.
Artikel III, eerste lid, waarborgt dat hoogleraren die ten tijde van de inwerkingtreding van het onderhavige besluit reeds zitting hadden in een der curatoria, daarvan lid blijven en dat derhalve geen aparte benoemingsbesluiten nodig zijn. Omdat niet al die hoogleraren voor een bepaalde tijd zijn benoemd, is een bepaling als artikel III, tweede lid, noodzakelijk. Met de bepaling kan worden voorkomen dat alle hoogleraren tegelijk aftredend zijn.
De Minister van Defensie,
J. J. C. Voorhoeve
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1998-192.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.