Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatsblad 1998, 179 | AMvB |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatsblad 1998, 179 | AMvB |
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 oktober 1997, GZB/VVB 975881, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op Richtlijn no. 94/65/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 december 1994 tot vaststelling van voorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van gehakt vlees en vleesbereidingen (PbEG L 368), op artikel 7 van Richtlijn no. 90/675/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 december 1990, tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor produkten uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG L 373), op artikel 3 van Beschikking no. 93/14/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 23 december 1992 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake de veterinaire controles van produkten uit derde landen in vrije entrepots, vrije zones en douane-entrepots, alsmede tijdens het vervoer van een derde land naar een ander derde land via de Gemeenschap (PbEG L 9), alsmede op artikel 30a van de Vleeskeuringswet;
De Raad van State gehoord (advies van 21 januari 1998, nr. W13.97.0694);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 3 maart 1998, GZB/VVB 98655, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Het Besluit invoer vlees uit derde landen1 wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:
1. In onderdeel h wordt na de definitie van richtlijn no. 92/45/EEG ingevoegd:
richtlijn no. 94/65/EG: Richtlijn van de Raad van de Europese Unie van 14 december 1994, tot vaststelling van voorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van gehakt vlees en vleesbereidingen (PbEG L368),.
2. Onderdeel v komt te luiden:
v. gehakt vlees: vlees dat in kleine stukken is gehakt of door een hakmolen is gehaald en waaraan ten hoogste 1 % zout is toegevoegd;
3. In onderdeel y wordt het leesteken aan het slot vervangen door een puntkomma, waarna een nieuw onderdeel wordt toegevoegd, luidende:
z. werkplaats: elke uitsnijderij of inrichting voor de productie van gehakt vlees die voldoet aan de eisen genoemd in bijlage l, hoofdstuk l, van richtlijn no. 94/65/EG.
Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:
1. Het derde lid vervalt, terwijl het vierde lid wordt vernummerd tot derde lid.
2. Het nieuwe derde lid wordt gewijzigd als volgt:
1. De woorden «of vrij-wild verwerkingsinrichtingen» worden vervangen door: , vrij-wild verwerkingsinrichtingen of inrichtingen voor de productie van gehakt vlees.
2. Na de woorden «in richtlijn no.91/495/EEG,» vervalt het woord «en», terwijl na de woorden «in richtlijn no.92/45/EEG,» wordt tussengevoegd de woorden: en voor gehakt vlees, in richtlijn no.94/65/EG,.
3. Na het derde lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:
4. Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het bekendmaken van bedrijven waarvan vlees afkomstig moet zijn, bedoeld in het derde lid.
Artikel 5 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het eerste lid wordt na onderdeel e een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:
f. gehakt vlees:
1°. geschikt is voor menselijke consumptie,
2°. is bereid uit dwarsgestreept spiervlees met inbegrip van aangrenzend vetweefsel, met uitzondering van de hartspier en het vlees dat op grond van bijlage I, hoofdstuk II, van richtlijn no. 94/65/EG niet mag worden gebruikt voor de productie van gehakt vlees, dat voldoet aan de eisen van artikel 3 van richtlijn no. 64/433/EEG, of, indien het vlees afkomstig uit een derde land aan richtlijn no. 72/462/EEG en overeenkomstig richtlijn no. 90/675/EEG gecontroleerd is,
3°. niet is bereid met of van vlees van een-hoevige dieren, vlees van vrij wild of vlees van gehouden wild,
4°. indien hetis bereid met of van varkensvlees, overeenkomstig richtlijn no. 77/96/EEG is onderzocht op trichinene of een koudebehandeling heeft ondergaan als bedoeld in bijlage IV van die richtlijn,
5°. binnen een door Onze Minister vastgestelde termijn is onderworpen geweest aan een koudebehandeling, met uitzondering van gehakt vlees waarvan de inwendige temperatuur tijdens bereiding moet worden verlaagd,
6°. is onderworpen geweest aan een controle door de bevoegde autoriteiten van het land van bereiding,
7°. is voorzien van een onmiddellijke verpakking en een eindverpakking en in een door Onze Minister vastgestelde vormg ebracht in de werkplaats van oorsprong,
8°. op voldoende hygiënische wijze is bereid, verpakt, opgeslagen en vervoerd,
9°. niet is behandeld met ioniserende of ultraviolette stralen,
10°. is voorzien van eenofficieel goedkeuringsmerk en op voldoende wijze geëtiketteerd,
11°. voldoet aan de door Onze Minister vastgestelde eisen met betrekking tot de benaming, en
12°. is vergezeld van een gezondheidscertificaat.
2. In het vierde lid worden na de woorden «onderdeel e, sub 2 en 3,» ingevoegd de woorden: onderdeel f, sub 5 tot en met 8 en sub 10 tot en met 12,.
Artikel 8 wordt gewijzigd als volgt:
1. Het eerste lid wordt gewijzigd als volgt:
1. Onderdeel aa komt te luiden:
aa. separatorvlees,
2. Onderdeel ac vervalt, terwijl onderdeel ad wordt verletterd tot ac.
2. Het cijfer 1 voor het eerste lid, alsmede het tweede lid komen te vervallen.
In artikel 9, achtste lid, wordt het leesteken aan het slot gewijzigd in een komma, waarna wordt toegevoegd: alsmede omtrent de eisen waaraan een douane-entrepot of ruimte voor tijdelijke opslag als bedoeld in het vierde lid, onder a, moet voldoen.
Artikel 12 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het derde lid, onder a, wordt de zinsnede «een vrij entrepot» vervangen door: een door Onze Minister na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Onze Minister van Financiën erkend vrij entrepot.
2. In het negende lid worden na de woorden «en vijfde lid,» ingevoegd de woorden: de eisen waaraan een vrij entrepot als bedoeld in het derde lid, onder a, moet voldoen.
Het Besluit invoer vleesprodukten en bepaalde andere produkten uit derde landen2 wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het tweede lid, onder n, vervallen de woorden «op grond van Richtlijn no. 72/462/EEG, dan wel op grond van Richtlijn no. 92/118/EEG».
2. In het derde lid, onder m, vervallen de woorden «op grond van Richtlijn no. 72/462/EEG, dan wel op grond van Richtlijn no. 94/65/EG».
3. In het vierde lid, onder c, vervallen de woorden «op grond van richtlijn no. 92/118/EEG».
4. In het vijfde lid komt het leesteken aan het slot te vervallen, waarna wordt toegevoegd: , alsmede nadere eisen stellen met betrekking tot het bekendmaken van bedrijven waarvan vleesproducten, vleesbereidingen en andere producten van dierlijke oorsprong afkomstig moeten zijn als bedoeld in het tweede lid, onder n, derde lid, onder m en vierde lid, onder c, afkomstig moeten zijn.
In artikel 4, achtste lid, wordt het leesteken aan het slot gewijzigd in een komma, waarna wordt toegevoegd: alsmede de eisen waaraan een douane-entrepot of ruimte voor tijdelijke opslag als bedoeld in het vierde lid, onder a, moet voldoen.
Artikel 7 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het derde lid, onder a, wordt het woord «een vrij entrepot» vervangen door: een door Onze Minister na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Onze Minister van Financiën erkend vrij entrepot.
2. In het negende lid worden na de woorden «en vijfde lid,» ingevoegd de woorden: de eisen waaraan een vrij entrepot als bedoeld in het derde lid, onder a, moet voldoen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnootDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. G. Terpstra
Uitgegeven de zevende april 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Op 31 december 1994 is gepubliceerd richtlijn no. 94/65/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 december 1994 tot vaststelling van voorschriften voor de produktie en in de handel brengen van gehakt vlees en vleesbereidingen (PbEG L 368), hierna te noemen: de richtlijn. De richtlijn heeft betrekking op het handelsverkeer in gehakt vlees en vleesbereidingen en op de invoer van deze producten uit derde landen. Het onderhavige besluit strekt tot implementatie van de gezondheidsvoorschriften van de richtlijn, betrekking hebbende op het op Nederlands grondgebied brengen van gehakt vlees uit derde landen. In tegenstelling tot de invoer van vleesbereidingen uit derde landen, konden lid-staten op basis van de richtlijn, de invoer van gehakt vlees uit derde landen niet eerder toestaan, dan nadat er communautaire uitvoeringsbepalingen op dit gebied tot stand waren gekomen. De invoer van vleesbereidingen uit derde landen kon eerder worden toegestaan op basis van nationale voorschriften. Onlangs kwamen bovenbedoelde uitvoeringsbepalingen tot stand volgens de procedure van artikel 20 van de richtlijn, in de vorm van beschikking no. 97/29/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1996 houdende vaststelling van gezondheidsvoorschriften en gezondheidscertificaten voor de invoer van gehakt vlees en vleesbereidingen uit derde landen (PbEG L 12), hierna te noemen: de beschikking. Van de gelegenheid is tevens gebruik gemaakt om nog enkele andere wijzigingen aan te brengen in verband met onder andere de opslag van vlees en andere producten van dierlijke oorsprong afkomstig uit derde landen, in douane-entrepots en vrije entrepots en met betrekking tot de aanwijzing van bedrijven in derde landen, waarvan vlees en andere producten van dierlijke oorsprong afkomstig moet zijn om voor invoer te worden toegelaten.
Bij de in artikel 1 opgenomen definities is aangesloten bij hetgeen de richtlijn terzake voorschrijft, met uitzondering van de toevoeging omtrent het zoutgehalte bij de definitie van «gehakt vlees». In de richtlijn is dit anders geregeld, namelijk in artikel 3, derde lid.
Artikel 3, derde lid is vervallen, omdat Onze Minister de lijst met aangewezen derde landen voor de invoer van vlees als zodanig niet meer in de Staatscourant publiceert. In de Regeling nadere voorwaarden voor vlees uit derde landen zal met betrekking tot de door Onze Minister aan te wijzen landen worden verwezen naar de publicatie door de Europese Commissie van aangewezen landen, in het publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. De bepalingen die voor gehakt vlees uit derde landen zijn opgenomen in hoofdstuk V, artikel 13, van de richtlijn en in artikel 2 en 4 van de beschikking, zijn overgenomen in artikel 3, derde lid (nieuw) en 5, eerste lid, onderdeel f. In de Regeling nadere voorwaarden voor vlees uit derde landen zal Onze Minister aangeven hoe de lijst met aangewezen bedrijven waarvan het vlees afkomstig moet zijn, bekend wordt gemaakt. Op basis van artikel 5, vierde lid, kan de minister nadere regels stellen, ter uitwerking van onder andere artikel 5, eerste lid, onderdeel f. Voor deze vorm is gekozen, omdat de desbetreffende EU-bepalingen dikwijls worden gewijzigd. Deze nadere regels zullen niets anders inhouden, dan hetgeen in de richtlijn hieromtrent is bepaald, alsmede de voor de richtlijn relevante communautaire uitvoeringsbepalingen, opgenomen in de beschikking.
In artikel 8, eerste lid, is de verbodsbepaling in onderdeel aa beperkt tot separatorvlees en die in onderdeel ac is vervallen. De invoer in de Europese Unie van vlees in stukken van minder dan 100 gram is toegestaan uit alle derde landen die voorkomen op de lijst die door de Commissie van de Europese Gemeenschap is vastgesteld voor de invoer van verschillende soorten vlees. Het tweede lid is derhalve komen te vervallen.
Op grond van artikel 9, achtste lid kan de minister voorwaarden stellen aan douane entrepots en aan ruimten voor tijdelijke opslag waar vlees afkomstig uit derde landen wordt opgeslagen. Het gaat hierbij om de opslag op Nederlands grondgebied van vlees dat in een grensinspectiepost de volledige voorgeschreven veterinaire controles met succes heeft ondergaan en waarvoor de desbetreffende importeur besluit het vlees na de veterinaire controles op te slaan in een douane entrepot of in een ruimte voor tijdelijke opslag. Voor deze opslagbedrijven geldt al, dat zij voor dit doel door de minister moeten zijn aangewezen op basis van het vierde lid onder a. De voorwaarden waaraan deze opslagbedrijven moeten voldoen om te worden aangewezen, zijn gelijkwaardig aan de voorwaarden waaraan opslagbedrijven moeten voldoen, die partijen vlees opslaan in het kader van het intracommunautaire handelsverkeer.
In artikel 12, derde lid, onder a, is een wijziging aangebracht in verband met de behoefte van Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, om uit oogpunt van gezondheids- en dierziektebescherming, de opslag van producten van dierlijke oorsprong die niet voldoen aan de desbetreffende EU-voorwaarden voor invoer in de Europese Gemeenschap, alleen nog onder strengere eisen toe te staan dan die tot op heden voor dergelijke producten golden. Lid-staten van de Europese Unie zijn niet verplicht de opslag van dergelijke producten op hun grondgebied toe te staan. Indien een lid-staat een dergelijke opslag wel toe staat, dient hij ervoor zorg te dragen dat dit gebeurt onder een stringent kanalisatie- en opslagbeleid in verband met eventuele risico's met betrekking tot de volksgezondheid. Dit betekent onder andere dat opslagbedrijven voor deze producten zullen moeten voldoen aan nader vast te stellen voorwaarden. Hierbij wordt bij voorbeeld gedacht aan voorwaarden met betrekking tot de inrichting van de opslagruimten, de wijze van opslag en een nauwkeurige registratie door de depothouder van de desbetreffende producten. Alleen die bedrijven, die aan de te stellen voorwaarden voldoen, zullen worden aangewezen voor de opslag van zogenaamde niet EU-waardige producten. Deze bedrijven zullen op een lijst worden geplaatst. Ook Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zal op basis van wetgeving waarvoor deze minister verantwoordelijk is, deze bedrijven aanwijzen en met betrekking tot deze aanwijzing de zelfde voorwaarden stellen.
De verwijzing in artikel 3, tweede, derde en vierde lid naar de desbetreffende verticale EU-richtlijnen, waar het gaat om de aanwijzing van bedrijven in derde landen voor de invoer van vleesproducten, vleesbereidingen en andere producten van dierlijke oorsprong is komen te vervallen. Gezien het feit dat de Europese basis voor het aanwijzen van de desbetreffende bedrijven nog al eens wordt gewijzigd, is er voor gekozen dat de minister in de Regeling nadere voorwaarden voor vleesprodukten, vleesbereidingen en bepaalde andere produkten van dierlijke oorsprong uit derde landen, de vindplaats van de lijst met aangewezen bedrijven bekend zal maken. Indien een EU-lijst voor deze bedrijven is vastgesteld, zal de minister naar deze lijst verwijzen. Gezien het feit dat dergelijke lijsten vermoedelijk dikwijls worden gewijzigd, kan de minister voorwaarden stellen met betrekking tot het bekendmaken van lijsten met aangewezen bedrijven, waarbij onder andere wordt gedacht aan het aangeven van de vindplaats.
Op grond van artikel 4, achtste lid kan de minister voorwaarden stellen aan douane-entrepots en aan ruimten voor tijdelijke opslag waar vleesproducten, vleesbereidingen en andere producten van dierlijke oorsprong afkomstig uit derde landen worden opgeslagen. Het gaat hierbij om de opslag op Nederlands grondgebied van dierlijke producten die in een grensinspectiepost de volledige voorgeschreven veterinaire controles met succes hebben ondergaan en waarvoor de desbetreffende importeur besluit deze producten na de veterinaire controles op te slaan in een douane entrepot of in een ruimte voor tijdelijke opslag. Voor deze opslagbedrijven geldt al, dat zij voor dit doel door de minister moeten zijn aangewezen op basis van het vierde lid onder a. De voorwaarden waaraan deze opslagbedrijven moeten voldoen om te worden aangewezen, zijn gelijkwaardig aan de voorwaarden waaraan opslagbedrijven moeten voldoen, die partijen vleesproducten, vleesbereidingen en andere producten van dierlijke oorsprong opslaan in het kader van het intracommunautaire handelsverkeer.
In artikel 7, derde lid, onder a, is een wijziging aangebracht in verband met de behoefte van Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, om uit oogpunt van gezondheids- en dierziektebescherming, de opslag van producten van dierlijke oorsprong die niet voldoen aan de desbetreffende EU-voorwaarden voor invoer in de Europese Gemeenschap, alleen nog onder strengere eisen toe te staan dan die tot op heden voor dergelijke producten golden. Lid-staten van de Europese Unie zijn niet verplicht de opslag van dergelijke producten op hun grondgebied toe te staan. Indien een lid-staat een dergelijke opslag wel toe staat, dient hij ervoor zorg te dragen dat dit gebeurt onder een stringent kanalisatie- en opslagbeleid in verband met eventuele risico's met betrekking tot de volksgezondheid. Dit betekent onder andere dat opslagbedrijven voor deze producten, zullen moeten voldoen aan nader vast te stellen voorwaarden. Hierbij wordt bij voorbeeld gedacht aan voorwaarden met betrekking tot de inrichting van de opslagruimten, de wijze van opslag en een nauwkeurige registratie door de depothouder van desbetreffende producten. Alleen die bedrijven, die aan de te stellen voorwaarden voldoen, zullen worden aangewezen voor de opslag van zogenaamde niet EU-waardige producten.
Deze bedrijven zullen op een lijst worden geplaatst. Ook Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zal op basis van wetgeving waarvoor deze minister verantwoordelijk is, deze bedrijven aanwijzen en met betrekking tot deze aanwijzing de zelfde voorwaarden stellen.
| Richtlijn 94/65/EEG | besluit | Richtlijn 94/65/EEG | besluit |
|---|---|---|---|
| 1.1 | – | 8.4 | – |
| 2 | – | 5 | – |
| 3 | – | 6 | – |
| 4 | – | 9 | – |
| 2.1 | – | 10 | – |
| 2 | l,A | 11 | – |
| 3.1 | – | 12.1 | – |
| 2 | – | 2 | – |
| 3 | – | 13.1 | l,C |
| 4.1 | – | 2 | l,B |
| 2 | – | 14 | – |
| 3 | – | 15.1 | l,C |
| 5.1 | – | 2 | – |
| 2 | – | 16 | – |
| 3 | – | 17.1 | – |
| 4 | – | 2 | – |
| 5 | – | 18.1 | – |
| 6.1 | – | 19 | – |
| 2 | – | 20.1 | – |
| 3 | – | 2 | – |
| 7.1 | – | 3 | – |
| 2 | – | 21 | – |
| 3 | – | 22 | – |
| 4 | – | 23 | – |
| 5 | – | 24 | – |
| 8.1 | – | – | |
| 2 | – | – | |
| 3 | – | – | |
| – |
| Richtlijn 90/675/EEG | besluit | Beschikking 93/14/EEG | besluit |
|---|---|---|---|
| 7 | I,F en II,C | 3 | I,F en II,C |
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. G. Terpstra
Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 12 mei 1998, nr. 80.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1998-179.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.