Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een aantal
maatregelen te nemen met betrekking tot het inkomen van een aantal groepen
uitkeringsgerechtigden en belastingplichtigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
Artikel 1
In afwijking van de artikelen 11 en 12 van de Wet financiering volksverzekeringen
en de daarop gebaseerde regelingen wordt:
a. de premie voor de algemene ouderdomsverzekering voor de maand april
1998 vastgesteld op 23,5 procent;
b. de premie voor de algemene ouderdomsverzekering van 1 mei 1998 tot
en met 31 december 1998 vastgesteld op 18,25 procent; en
c. het gemiddeld premiepercentage voor de algemene ouderdomsverzekering
voor het jaar 1998 vastgesteld op 18,25.
Artikel 2
Indien het bij koninklijke boodschap van 27 oktober 1997 ingediende voorstel
van wet tot wijziging van de Wet financiering volksverzekeringen houdende
regels omtrent de maximering van het premiepercentage en de mogelijkheid van
verstrekking van rijksbijdragen voor de algemene ouderdomsverzekering, alsmede
omtrent de vorming van een Spaarfonds AOW (kamerstukken I 1997/98, nr. 25 699)
tot wet wordt verheven, wordt in het in artikel I, onderdeel D, van deze wet
opgenomen artikel 10a, eerste lid «ten hoogste 16,5 procent» vervangen
door: ten hoogste 18,25 procent.
Artikel 3
1. De overhevelingstoeslag, bedoeld in artikel 1 van de Wet overhevelingstoeslag
opslagpremies, over een door een werkgever verstrekte aanvulling
op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
bedraagt voor het jaar 1998 5%.
2. Indien de overhevelingstoeslag door de werkgever uitsluitend wordt verstrekt
over de in het eerste lid bedoelde aanvulling, bedraagt deze maximaal f 4030,–.
Indien de overhevelingstoeslag door de werkgever wordt verstrekt over de wettelijke
socialezekerheidsuitkering en de aanvulling tezamen, is de overhevelingstoeslag
niet verschuldigd over dat deel van de in het eerste lid bedoelde aanvulling
waarmee de som van de wettelijke uitkering en de aanvulling een bedrag van
f 80 600,– te boven gaat.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien in het jaar 1997
op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering premie is geheven,
dan wel zou zijn geheven, over de door de werkgever verstrekte aanvulling,
bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4
De Wet op de inkomstenbelasting 19641 wordt als volgt
gewijzigd:
A
In artikel 37, eerste lid, wordt het in onderdeel b opgenomen bedrag vervangen
door: f 1033.
B
In artikel 44m worden in de in het tweede lid opgenomen tabel de in de
derde kolom opgenomen bedragen van de zelfstandigenaftrek verhoogd met f 335.
C
Artikel 53 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het zevende lid wordt in de tweede volzin het laatstgenoemde bedrag
vervangen door: f 1965.
2. In het achtste lid wordt in de tweede volzin het laatstgenoemde bedrag
vervangen door: f 2881.
D
In de in artikel 53a, eerste lid, opgenomen tarieftabel wordt het in kolom
IV eerstvermelde percentage vervangen door: 7,1%. Voorts worden de in kolom
III vermelde bedragen vervangen door f 3350 onderscheidenlijk f 31 645.
Artikel 5
De Wet op de loonbelasting 19642 wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 17, eerste lid, wordt het in onderdeel b opgenomen bedrag vervangen
door: f 1033.
B
Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het zevende lid wordt in de tweede volzin het laatstgenoemde bedrag
vervangen door: f 1965.
2. In het achtste lid wordt in de tweede volzin het laatstgenoemde bedrag
vervangen door: f 2881.
C
In de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tarieftabel wordt het in kolom
IV eerstvermelde percentage vervangen door: 7,1%. Voorts worden de in kolom
III vermelde bedragen vervangen door f 3350 onderscheidenlijk f 31 645.
Artikel 6
1. In afwijking van artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de
loonbelasting 1964 wordt voor de maanden april tot en met december 1998 het
aldaar genoemde bedrag gesteld op f 1172.
2. In afwijking van artikel 20, zevende lid, tweede volzin, van de Wet op
de loonbelasting 1964 wordt voor de maand april 1998 het aldaar laatstgenoemde
bedrag gesteld op f 2775.
3. In afwijking van artikel 20, achtste lid, tweede volzin, van de Wet op
de loonbelasting 1964 wordt voor de maand april 1998 het aldaar laatstgenoemde
bedrag gesteld op f 3481.
4. In afwijking in zoverre van artikel 20a, eerste lid, van de Wet op de
loonbelasting 1964 wordt in de aldaar opgenomen tabel het in kolom IV eerstvermelde
percentage voor de maand april 1998 gesteld op 1,85. Voorts worden de in kolom
III vermelde bedragen voor die maand vervangen door f 872, onderscheidenlijk
f 29 167.
Artikel 7
1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 april 1998 en werkt, wat de
artikelen 3 en 4 betreft, terug tot en met 1 januari 1998.
2. Artikel 4 vindt eerst toepassing nadat artikel 66b van de Wet op de inkomstenbelasting
1964 bij het begin van het kalenderjaar 1998 is toegepast.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
XNoot
1Stb. 1964, 512, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 1997,
Stb. 737.
XNoot
2Stb. 1964, 514, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 december 1997,
Stb. 794.
XHistnoot
Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:
Kamerstukken II 1997/98, 25 914.
Handelingen II 1997/98, blz. 4538–4551.
Kamerstukken I 1997/98, 25 914 (291, 291a, 291b, 291c).
Handelingen I 1997/98, zie vergadering d.d. 24 maart 1998.