C
Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek wordt voorts als volgt gewijzigd:
1. In artikel 3, eerste lid, komt de tweede zin te luiden:
Hierbij telt een erkenning, een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap
of een adoptie als een geboorte.
2. In artikel 5 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a. Het eerste lid wordt vervangen door:
1. De geslachtsnaam van een kind, van wie het vaderschap anders dan door
gerechtelijke vaststelling vaststaat, is die van de vader, en anders die van
de moeder.
b. Het tweede lid vervalt.
c. Het derde lid wordt vernummerd tot 2.
3. In artikel 7, vierde lid, worden de woorden «of wettiging van de
betrokken persoon» vervangen door: of gerechtelijke vaststelling van
het vaderschap.
4. Artikel 20, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
a. In de aanhef vervalt de zinsnede: of ontkenning van het vaderschap
door de moeder met gelijktijdige erkenning door de vader, van wettiging, van
brieven van wettiging.
b. In onderdeel a wordt de zinsnede «een gegrondverklaring van een
betwisting of inroeping van een staat» vervangen door: een gerechtelijke
vaststelling van het vaderschap, een gegrondverklaring van een ontkenning
van het vaderschap of.
5. In artikel 20e, tweede lid, vervalt de zinsnede: brieven van wettiging,
van.
6. In artikel 20f vervallen de woorden: of de ontkenning van het vaderschap
met gelijktijdige erkenning door de vader.
7. In artikel 20g vervalt de zinsnede: is gewettigd,.
8. In artikel 28c, tweede lid, vervallen de woorden: de vorderingen.
10. In artikel 35, eerste lid, worden de woorden «de ouders die tot
hem in familierechtelijke betrekking staan» vervangen door: zijn ouders.
11. In artikel 41, eerste lid, wordt de zinsnede «hetzij door adoptie,
hetzij wettig, hetzij onwettig» vervangen door: hetzij familierechtelijk.
12. In artikel 53, eerste lid, worden de woorden «een der in de artikelen
31–34» vervangen door: een der in de artikelen 31 tot en met 33.
13. In artikel 57 worden de woorden «een der in de artikelen 31–34»
vervangen door: een der in de artikelen 31 tot en met 33.
14. Artikel 72 komt te luiden:
Artikel 72
Een huwelijk kan niet nietig worden verklaard uit hoofde dat op het tijdstip
van de huwelijksvoltrekking een der echtgenoten onder curatele stond, en het
huwelijk klaarblijkelijk het ongeluk van de andere echtgenoot zou veroorzaken.
15. In artikel 77, tweede lid, onder c, vervalt het woord: wettige.
16. Artikel 80 komt te luiden:
Artikel 80
Wordt in een geding betwist dat een kind, dat uiterlijk bezit van staat
heeft, uit een huwelijk is geboren, dan levert het feit dat de ouders openlijk
als man en vrouw hebben geleefd, voldoende bewijs op.
17. Artikel 301 wordt als volgt gewijzigd:
a. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel b komt te luiden:
b. van de aangifte van de geboorte van ieder kind, geboren binnen 306
dagen nadat het huwelijk van zijn moeder door de dood van haar echtgenoot
is ontbonden, en van ieder kind, ten aanzien van wie alleen het moederschap
vaststaat;.
2. Onderdeel d vervalt.
3. Onderdeel e wordt verletterd tot d en komt te luiden:
d. van iedere door hem toegevoegde latere vermelding van een rechterlijke
uitspraak die een minderjarige betreft, houdende een ontkenning van het vaderschap,
vernietiging van een erkenning, gegrondverklaring van een betwisting of inroeping
van staat of vernietiging van zulk een uitspraak.
b. In het derde lid worden de woorden «de vordering» vervangen
door: het verzoek.
18. In artikel 392, eerste lid, komt onderdeel b te luiden:
20. Artikel 394 komt te luiden:
Artikel 394
De verwekker van een kind dat alleen een moeder heeft, alsmede de man
die als levensgezel van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking
van het kind tot gevolg kan hebben gehad, is als ware hij ouder verplicht
tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind dan
wel, na het bereiken van de meerderjarigheid van het kind, tot het voorzien
in de kosten van levensonderhoud en studie overeenkomstig de artikelen 395a
en 395b. Nadien bestaat deze verplichting slechts in geval van behoeftigheid
van het kind.
21. In artikel 395 vervallen de woorden: wettige en natuurlijke.
22. Artikel 395a wordt als volgt gewijzigd:
a. De tweede zin van het eerste lid vervalt.
b. In het tweede lid vervallen de woorden: wettige en natuurlijke.
23. In artikel 395b, eerste lid, worden de woorden «dan wel de vader
van een onwettig niet-erkend kind» vervangen door: dan wel, overeenkomstig
artikel 394, de verwekker of de man die in artikel 394 daarmee gelijk is gesteld.
24. In artikel 398, tweede lid, vervalt de zinsnede: , wettig of natuurlijk,.
25. In artikel 400, eerste lid, vervalt de zinsnede: – wettige of onwettige –.
26. In het opschrift van de tweede afdeling van Titel 17 vervallen de woorden:
door ouders en stiefouders.
27. In artikel 404, eerste lid, vervalt de zinsnede: , zowel wanneer het wettige
als wanneer het onwettige kinderen zijn.
29. Artikel 406, derde tot en met vijfde lid, vervalt.
30. Na artikel 406 worden twee nieuwe artikelen ingevoegd, die luiden:
Artikel 406a
Een op artikel 394 gegrond verzoek kan ten behoeve van een minderjarig
kind door hem die het gezag over het kind heeft, worden gedaan. De ouder of
voogd van het kind behoeft de in artikel 349, eerste en tweede lid, bedoelde
machtiging niet.
Artikel 406b
1. De erfgenamen van de in artikel 394 bedoelde verwekker of van de man die
in artikel 394 daarmee gelijk is gesteld, kunnen na zijn overlijden verplicht
worden tot betaling van een som ineens ter zake van levensonderhoud en studie
van het kind dat de leeftijd van eenentwintig jaren nog niet heeft bereikt.
2. De in het vorige lid bedoelde som is ten hoogste gelijk aan het wettelijk
erfdeel waartoe het kind gerechtigd zou zijn geweest, indien de erflater zijn
vader was.
3. De aanspraken moeten door de wettelijke vertegenwoordiger van het kind
of het kind zelf binnen een jaar na het overlijden van de erflater bij de
rechtbank geldend worden gemaakt.
Indien het voorstel van wet (nr. 22 408) houdende wijziging van de
artikelen 5 en 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en in verband daarmede
van enige andere artikelen van dit Wetboek tot wet wordt verheven en in werking
treedt, vervalt onderdeel 2 van onderdeel C van artikel I van de onderhavige
wet en wordt artikel 5 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat luidt
volgens de eerstgenoemde wet als volgt gewijzigd: