Besluit van 24 december 1997 tot vaststelling van de datum van de inwerkingtreding van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen alsmede het tijdstip van aanvang van fase 1 van die wet, bedoeld in diverse artikelen van die wet

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 16 december 1997, directie Arbeidszaken Overheid, nr. AB97/U1708;

Gelet op artikel 94, eerste en tweede lid, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

De Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.

Artikel 2

Het tijdstip van aanvang van fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, bedoeld in de artikelen 1, onderdelen n en v, 12, 13, eerste en tweede lid, 14, eerste en tweede lid, 16, 17, eerste en tweede lid, 18, tweede lid, 19, 20, 22, 23, eerste lid, 24, eerste en derde lid, 26, eerste en tweede lid, 27, 28, 29, eerste lid, 36, derde, vierde en vijfde lid, 37, 40, eerste lid, 41, eerste lid, 42, eerste en tweede lid, 44, eerste, derde en vierde lid, 47, 50, 52, 55, 57, 58, 59, 60, 61, 62, eerste lid, 63, 66, 67, 68, 71, 72, 73, 74, 75, 77, 85, tweede lid, 87, eerste lid, 88, tweede lid, en 89, eerste lid, van die wet, is 1 januari 1998.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, dat met toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Het Oude Loo, 24 december 1997

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken,

H. F. Dijkstal

Uitgegeven de dertigste december 1997

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

NOTA VAN TOELICHTING

Dit besluit strekt tot vaststelling van de inwerkingtredingsdatum van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen (Wet OOW), voor zover niet reeds in artikel 94 van die wet bepaald. Tevens wordt in dit besluit vastgesteld wat het tijdstip van aanvang van fase 1 van de Wet OOW is, zoals genoemd in verschillende artikelen van die wet.

Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen het formele moment van in werking treden van de artikelen van de Wet OOW en het moment waarop die artikelen materieel effect hebben (dat wil zeggen: het moment waarop de artikelen van deze wet tot wijzigingen in andere regelingen leiden of waarop rechten en verplichtingen ingaan).

Het eerste moment (het formele van kracht worden) is voor alle artikelen van de Wet OOW in artikel 1 van dit besluit bepaald op 1 januari 1998. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat van de artikelen 35 tot en met 41 (uit de paragraaf Uitvoering) reeds in artikel 94 van de Wet OOW is bepaald dat die (met terugwerkende kracht) met ingang van 1 oktober 1997 in werking treden.

Het tweede moment (het materieel effect hebben) wordt bepaald door aan de fase 1, 2 of 3, zoals genoemd in verschillende artikelen van de Wet OOW, een concreet tijdstip toe te kennen. Vooralsnog is hierbij uitsluitend het tijdstip van fase 1 van de Wet OOW aan de orde.

In artikel 2 van dit besluit wordt het tijdstip van fase 1 van de Wet OOW bepaald op 1 januari 1998. Dit betekent dat de betreffende artikelen van de Wet OOW waarin een verwijzing is opgenomen naar genoemde fase 1, met ingang van die datum materieel effect zullen hebben in de vorenbedoelde zin. In concreto komt dit er op neer dat met ingang van genoemde datum de WAO wordt ingevoerd voor de overheidswerknemers en gewezen overheidswerknemers in de zin van de Wet OOW.

De Minister van Binnenlandse Zaken,

H. F. Dijkstal

Naar boven