Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie | Staatsblad 1997, 687 | AMvB |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie | Staatsblad 1997, 687 | AMvB |
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie a.i. van 1 augustus 1997, nr. 644707/97/6;
Gelet op artikel 28, vijfde lid, van de Scheepvaartverkeerswet;
De Raad van State gehoord (advies van 18 augustus 1997, nr. W03.97.0519);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 3 december 1997 nr. 667773/97/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de wet: de Scheepvaartverkeerswet;
b. ademanalyse-apparaat: een apparaat, bestemd voor het verrichten van ademanalyse;
c. het Gerechtelijk Laboratorium: het Gerechtelijk Natuurwetenschappelijk Laboratorium van het Ministerie van Justitie.
1. Het onderzoek van uitgeademde lucht als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet kan bestaan uit:
a. een summier ademonderzoek als bedoeld in paragraaf 2 van dit besluit, of
b. een ademanalyse, ter vaststelling van het alcoholgehalte van uitgeademde lucht als bedoeld in paragraaf 3 van dit besluit.
2. Een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, kan de verdachte slechts verplichten mee te werken aan een ademanalyse teneinde vast te stellen of en in welke mate de onderzochte persoon alcohol heeft gebruikt, indien hij een summier ademonderzoek heeft verricht en overweegt een vaarverbod als bedoeld in artikel 29, eerste lid van de wet, op te leggen, maar de door hem waargenomen feiten en de op grond van onderzoek verkregen inlichtingen en gegevens hem daartoe vooralsnog onvoldoende grondslag bieden.
1. Een summier onderzoek van uitgeademde lucht geschiedt met:
a. ademtestbuisjes voorzien van een reagens waarmede de alcohol langs chemische weg kan worden bepaald, van een type dat is aangewezen door het Gerechtelijk Laboratorium, of
b. ademtestapparaten, voorzien van een reactiekamer waarin langs fysische of fysisch-chemische weg alcohol kan worden bepaald, van een type dat is aangewezen door het Gerechtelijk Laboratorium.
2. Met de in het eerste lid bedoelde apparatuur wordt gelijkgesteld apparatuur die rechtmatig is geproduceerd of in de handel is gebracht in een andere lid-staat van de Europese Unie dan wel rechtmatig is geproduceerd in een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en die ten minste aan gelijkwaardige technische eisen voldoet.
Voor het verrichten van ademanalyse wordt gebruik gemaakt van ademanalyse-apparaten die door Onze Minister van Justitie krachtens het Besluit alcoholonderzoeken zijn aangewezen.
Ademanalyse vindt niet plaats binnen twintig minuten nadat de verdachte is gevorderd zijn medewerking te verlenen aan een summier ademonderzoek.
1. Het ademanalyse-apparaat wordt bediend door een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, die daartoe door de betrokken korpschef, bedoeld in artikel 24, onderscheidenlijk 38 van de Politiewet 1993, of de betrokken brigade-commandant van de Koninklijke Marechaussee is aangewezen.
2. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, geschiedt slechts, indien de betrokken ambtenaar heeft getoond de voor het bedienen van het ademanalyse-apparaat benodigde kennis en vaardigheden te bezitten.
3. Onze Minister van Justitie kan in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Defensie nadere regels stellen omtrent de kennis en vaardigheden van de bedienende ambtenaren.
1. De ademanalyse wordt verricht volgens de door Onze Minister van Justitie krachtens het Besluit alcoholonderzoeken vastgestelde procedure.
2. Op aanwijzing van de opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 6, blaast de verdachte, zo nodig viermaal, ononderbroken een zodanige hoeveelheid ademlucht in het ademanalyse-apparaat als voor het onderzoek nodig is. Het blazen kan worden beëindigd zodra twee meetresultaten verkregen zijn.
3. Het alcoholgehalte wordt bepaald door toepassing van de door Onze Minister van Justitie krachtens artikel 8, derde lid, van het Besluit alcoholonderzoeken vastgestelde correctie op het rekenkundig gemiddelde van de beide meetresultaten, met dien verstande dat het verschil tussen de meetresultaten niet groter mag zijn dan de door Onze Minister van Justitie daarbij vastgestelde waarde.
Indien de medewerking van de verdachte niet heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek, kan het onderzoek met toepassing van artikel 7 eenmaal worden herhaald.
1. Het resultaat van het onderzoek wordt aanstonds aan de verdachte medegedeeld.
2. Een schriftelijke weergave van het onderzoek wordt bij het procesverbaal gevoegd. Tevens wordt een afschrift hiervan aan de verdachte overhandigd.
Na de inwerkingtreding van dit besluit berusten krachtens het Besluit ademanalyse binnenvaart (Stb. 1992, 430) vastgestelde regels en andere besluiten op dit besluit.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnootDe Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Uitgegeven de drieëntwintigste december 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Het onderhavige besluit vervangt het Besluit ademanalyse binnenvaart (Stb. 1992, 430). Het laatstgenoemde besluit werd niet genotificeerd overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van de richtlijn nr. 83/189/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (PbEG L 109).1 Om alsnog aan de verplichting tot notificatie te kunnen voldoen is ter uitvoering van de richtlijn het onderhavige besluit als ontwerp aan de Commissie genotificeerd. Als technische voorschriften in de zin van de richtlijn kunnen vermoedelijk worden beschouwd de artikelen 3 en 4.
Voor een toelichting op de achtergronden van dit besluit zij verwezen naar de nota van toelichting bij het oorspronkelijke Besluit ademanalyse binnenvaart (Stb. 1992, 430). De voorschriften met betrekking tot de te gebruiken ademanalyse-apparatuur gelden zonder onderscheid voor nationale en ingevoerde producten. Voor zover het besluit kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking in de zin van artikel 30 EG-Verdrag bevat, worden deze maatregelen gerechtvaardigd ter bescherming van het belang van de handhaving van de openbare orde en de openbare veiligheid.
De tekst van het onderhavige besluit is grotendeels identiek aan de tekst van het oorspronkelijke Besluit ademanalyse binnenvaart. Nieuw zijn de – wetstechnische – artikelen 10 en 11. Ter nadere uitvoering van de notificatierichtlijn heeft eveneens een inhoudelijke aanpassing plaatsgevonden. Deze aanpassing houdt verband met het feit dat bij het zogenaamde pre-notificatie-overleg over het onderhavige ontwerp door de Commissie van de Europese Gemeenschappen werd gewezen op de plicht tot wederzijdse erkenning van gelijkwaardige apparatuur alsmede op de plicht tot wederzijdse erkenning van verklaringen van goedkeuring afgegeven op basis van gelijkwaardige onderzoekingen. Met het nieuw toegevoegde tweede lid van artikel 3 is aan de opmerkingen van de Commissie gevolg gegeven. Voor wat betreft de in artikel 4 bedoelde apparatuur is zo'n bepaling opgenomen in artikel 24 van het Besluit alcoholonderzoeken. Artikel 3, tweede lid, strekt zich niet uit tot de wederzijdse erkenning van verklaringen van goedkeuring, aangezien een dergelijke verklaring bij de apparatuur voor het summier ademonderzoek niet is vereist, anders dan het geval is bij de apparatuur voor de ademanalyse.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om artikel 6, eerste lid, dat nog uitging van het bestaan van gemeente- en Rijkspolitie, aan te passen aan de Politiewet 1993.
Het ontwerp van dit besluit is op 31 juli 1997 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van de bovenvermelde richtlijn (notif.nr. 97/0450/NL). Het ontwerp is tevens gemeld aan het Secretariaat van de Wereld Handelsorganisatie, ter voldoening aan artikel 2, negende lid, van het op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen verdrag inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235).
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Justitie.
Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 13 januari 1998, nr. 7.
Laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 94/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 maart 1994 (PbEG L 100). Een bijgewerkte integrale tekst is gepubliceerd in PbEG 1997, C 78.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1997-687.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.