Besluit van 4 november 1997, houdende wijziging
van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming (inwerkingtreding
en kleine technische aanpassingen)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer van 29 augustus 1997, nr. MJZ97123650, Centrale Directie Juridische
Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan mede namens Onze Minister van Verkeer en
Waterstaat;
Gelet op de artikelen 6, 8, 15, 16, 17 en 71 van de Wet bodembescherming, gelet op de artikelen 2a, 2b, 2c en 2d van de Wet verontreiniging
oppervlaktewateren voor zover het betreft de artikelen 17 tot en met 27 van
het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming en
gelet op artikel 120 van de Woningwet voorzover het betreft artikel
29 van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming;
De Raad van State gehoord (advies van 29 september 1997, nr. W08.97.0569.);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer van 29 oktober 1997, nr. MJZ 97566129, Centrale Directie
Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, uitgebracht mede namens Onze Minister
van Verkeer en Waterstaat;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
Het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming1 wordt gewijzigd als volgt.
A
De eerste volzin van artikel 32 komt te luiden:
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1998 danwel met
ingang van een ander, bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
B
Bijlage 1 wordt gewijzigd als volgt.
a. In onderdeel 6. Bestrijdingsmiddelen worden de volgende wijzigingen aangebracht.
1. Onder b. organofosfor-bestrijdingsmiddelen, wordt de term «dichloorvo»
vervangen door «dichloorvos» en wordt de term «dimetheoaa»
vervangen door: dimethoaat.
2. Onder c. organotinbestrijdingsmiddelen wordt het CAS-nummer behorende
bij de stof TBTO vervangen door: [56–35–9].
3. Onder d. chloorphenoxy-carbonzuur herbiciden worden de CAS-nummers
behorende bij de stof mecoprop vervangen door: [93–65–2].
b. In onderdeel 7. Overige organische stoffen worden de volgende wijzigingen
aangebracht.
1. De CAS-nummers behorende bij de stof benzidine (som) worden vervangen
door: [92–87–5].
2. Het CAS-nummer behorende bij de stof dimethylamine wordt vervangen
door: [124–40–3].
3. Het CAS-nummer behorende bij de stof diethylamine wordt vervangen door:
[109–89–7].
ARTIKEL II
Dit besluit treedt in werking vier weken na de datum van uitgifte van
het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnoot's-Gravenhage, 4 november 1997
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
a.i.,
A. Jorritsma-Lebbink
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink
Uitgegeven de twintigste november 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
NOTA VAN TOELICHTING
Algemeen
Allereerst beoogt dit besluit het mogelijk te maken de inwerkingtreding
van de nog niet in werking getreden artikelen van het Bouwstoffenbesluit bodem-
en oppervlaktewaterenbescherming zonodig uit te stellen tot een tijdstip later
dan 1 januari 1998. Aangezien dit uitstel noodzakelijk kan zijn, dient daartoe
thans een voorziening te worden getroffen door middel van het onderhavige
besluit.
Het volledig in werking treden van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming
per 1 januari 1998, dient ten behoeve van een goede uitvoering plaats te vinden
tegelijk met de inwerkingtreding van de Uitvoeringsregeling Bouwstoffenbesluit,
tweede fase. In de procedure voor de totstandkoming van de Uitvoeringsregeling
Bouwstoffenbesluit, tweede fase, is echter vertraging ontstaan. Door noodzakelijk
extra overleg met het bedrijfsleven en wetenschappelijke instellingen over
de te volgen toetsingsmethodieken in de Uitvoeringsregeling moest de notificatie
van deze regeling bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen die in februari
was voorzien, uitgesteld worden. Gelet op de duur van het notificatie-traject,
alsmede de strakke tijdsplanning voor de totstandkoming van de Uitvoeringsregeling
bestaat de kans dat deze regeling iets later in werking moet treden dan 1
januari 1998 zoals destijds was beoogd. In dat geval zullen ook de desbetreffende
bepalingen van het Bouwstoffenbesluit later in werking moeten treden.
Conform artikel 92, eerste lid, van de Wet bodembescherming en artikel
33a, tweede lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren is het ontwerp-besluit
aangeboden aan de Tweede en Eerste Kamer, alsmede in de Staatscourant d.d.
26 juni 1997 (Stcrt. 1997, 119) bekendgemaakt, waarbij aan een ieder gedurende
vier weken de gelegenheid is geboden zijn zienswijze over het ontwerp kenbaar
te maken. Ter zake zijn geen reacties binnengekomen.
Voorts zijn nog enkele, kleine technische verbeteringen in het besluit
aangebracht.
Artikelsgewijs
Artikel I
A
De gekozen formulering maakt het, anders dan de oude tekst van artikel
32, mogelijk bij koninklijk besluit ofwel een eerder ofwel een later tijdstip
dan 1 januari 1998 voor de inwerkingtreding te bepalen. Dat tijdstip kan ingevolge
de tweede zin van artikel 32 per bouwstof of categorie van bouwstoffen verschillend
worden gesteld.
B
Onderdeel a.1 betreft correcties op typefouten in de stofbenaming. De
overige wijzigingen zijn correcties van de bij de betreffende stoffen horende
CAS-nummers. Deze nieuwe CAS-nummers die in een unieke cijfercombinatie verwijzen
naar de chemische opbouw van de betreffende stoffen, vervangen de benadering
die met de te vervangen CAS-nummers was bereikt.
Artikel II
De 4 weken-termijn voor de inwerkingtreding is vereist in de desbetreffende
bepalingen in de Wet bodembescherming (artikel 92) en de Wet verontreiniging
oppervlaktewateren (artikel 33a).
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Margaretha de Boer
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink
XHistnoot
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond
van artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State, omdat
het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.