Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatsblad 1997, 511Wet

Rijkswet van 6 november 1997 tot aanpassing van enkele rijkswetten aan de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet rijkswetten derde tranche Awb)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het met het oog op de invoering van de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht wenselijk is dat de rijkswetten daarmee in overeenstemming worden gebracht;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK 1. KABINET VOOR NEDERLANDS-ANTILLIAANSE EN ARUBAANSE ZAKEN

ARTIKEL I

In artikel 23 van het Reglement voor de Gouverneur van de Nederlandse Antillen1 wordt «koninklijke goedkeuring» vervangen door: koninklijke toestemming.

ARTIKEL II

In artikel 23 van het Reglement voor de Gouverneur van Aruba2 wordt «koninklijke goedkeuring» vervangen door: koninklijke toestemming.

HOOFDSTUK 2. MINISTERIE VAN JUSTITIE

ENIG ARTIKEL

De Rijkswet vrijwillige zetelverplaatsing van rechtspersonen3 wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 3, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Elke wijziging van de akte van oprichting van een naamloze vennootschap als in artikel 1 bedoeld, behoeft de toestemming of de bekrachtiging van Onze Minister van Justitie in Nederland, respectievelijk Onze Minister van Justitie in de Nederlandse Antillen, of in Aruba.

B

Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste en tweede lid wordt «goedkeuring» telkens vervangen door: toestemming.

2. In het tweede lid wordt «de goedkeuringsbeschikking» vervangen door «de beschikking houdende toestemming», wordt «het daarbij goedgekeurde ontwerp» vervangen door «het ontwerp waarvoor bij deze beschikking toestemming is verleend», en wordt «het goedgekeurde ontwerp» telkens vervangen door «het ontwerp waarvoor toestemming is verleend».

3. In het derde lid wordt «de goedkeuringsbeschikking» vervangen door: de beschikking houdende toestemming.

C

Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste en derde lid wordt «goedkeuring» telkens vervangen door: toestemming.

2. In het tweede lid, wordt «goedgekeurde of bekrachtigde wijzigingen» vervangen door: wijzigingen waarin is toegestemd of bekrachtigde wijzigingen.

D

In artikel 7 wordt «goedkeuring» telkens vervangen door: toestemming.

E

Artikel 8 wordt gewijzigd als volgt:

1. «goedkeuring» wordt telkens vervangen door: toestemming.

2. Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden als volgt:

a. de akte van oprichting der vennootschap, zoals deze is komen te luiden na het in werking treden van de wijziging waarin is toegestemd of die is bekrachtigd, alsmede de beschikking waarbij de toestemming of de bekrachtiging is verleend;.

3. In de aanhef van het tweede lid wordt «bezwaren» vervangen door: bedenkingen.

4. Het tweede lid, onderdeel a, komt te luiden als volgt:

a. de na het verlenen van toestemming of na bekrachtiging in werking getreden wijziging der akte van oprichting, alsmede de beschikking waarbij de toestemming of de bekrachtiging is verleend;.

F

Artikel 11 wordt gewijzigd als volgt:

1. «goedkeuring» wordt telkens vervangen door: toestemming.

2. In het derde lid wordt «de goedkeuringsbeschikking» vervangen door «de beschikking houdende toestemming» en «het daarbij goedgekeurde ontwerp» door «het ontwerp waarvoor bij deze beschikking toestemming is verleend».

G

In artikel 13 wordt «goedkeuring» telkens vervangen door: toestemming.

H

Artikel 14 wordt gewijzigd als volgt:

1. «goedkeuring» wordt telkens vervangen door: toestemming.

2. In het vierde lid wordt «de goedgekeurde en in werking getreden wijziging» vervangen door: de wijziging waarin is toegestemd en die in werking is getreden,.

I

Artikel 20 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «zelfs indien zij reeds was goedgekeurd» vervangen door: zelfs indien daarvoor reeds toestemming was verleend.

2. In het tweede lid wordt «een goedkeuring» vervangen door: toestemming.

HOOFDSTUK 3. MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN

ENIG ARTIKEL

De Paspoortwet4 wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 8, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken in bijzondere omstandigheden voor de uitoefening van bevoegdheden ingevolge deze wet, mandaat verlenen aan autoriteiten van met het Koninkrijk bevriende mogendheden. Het desbetreffende besluit vermeldt de redenen van deze bevoegdheidsverlening en de termijn waarvoor zij geldt. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de uitoefening van de bevoegdheden, waarbij het bepaalde in deze wet zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing is.

B

In artikel 64 wordt «beslissingen» vervangen door: beschikkingen.

HOOFDSTUK 4. MINISTERIE VAN VERKEER EN WATERSTAAT

ARTIKEL I

De Schepenwet5 wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 2bis komt te luiden:

Artikel 2bis
  • 1. Kapiteins van schepen, bedoeld onder de uitzonderingen f tot en met h van artikel 2, eerste lid, ondernemen met hun schip geen reis zonder vergunning van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie.

  • 2. Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. De vergunning geldt voor een daarbij bepaalde periode.

  • 3. In de Nederlandse Antillen en in Aruba wordt een weigering van een vergunning schriftelijk en gemotiveerd gegeven. In de Nederlandse Antillen en in Aruba kan tegen de weigering van een vergunning bezwaar worden gemaakt bij het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep worden in de Nederlandse Antillen en in Aruba met het weigeren van een vergunning gelijkgesteld het schriftelijk weigeren een vergunning te verlenen alsmede het niet tijdig verlenen van een vergunning. In de Nederlandse Antillen en in Aruba wordt een besluit omtrent het verlenen van een vergunning genomen binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.

B

In artikel 6, eerste lid, vervallen de woorden «of namens».

C

In artikel 9, eerste lid, onder l, wordt «vee» vervangen door: lading.

D

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13

De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie in de Nederlandse Antillen en in Aruba zijn bevoegd inlichtingen te vorderen, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

E

Artikel 14 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een ieder is verplicht aan een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie in de Nederlandse Antillen en in Aruba binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.

2. In het tweede lid wordt na «onderzoek» ingevoegd: van het schip.

F

Artikel 16 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het tweede lid, onder b, wordt «wanneer niet wordt voldaan aan de bepalingen van de artikelen 12, 13 en 14, eerste lid» vervangen door: wanneer de eigenaar, de kapitein of de leden der bemanning niet de door de ambtenaar gevorderde medewerking bij de uitoefening van zijn bevoegdheden verlenen.

2. Er wordt een zesde lid toegevoegd, luidende:

  • 6. In Nederland is afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de in het eerste, tweede en vierde lid bedoelde bevoegdheid.

G

Artikel 17 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. In de Nederlandse Antillen en in Aruba wordt het besluit tot aanhouding schriftelijk genomen en gemotiveerd. Het besluit wordt bekendgemaakt aan de eigenaar en aan de kapitein. De ambtenaar van de Scheepvaartinspectie die de aanhouding heeft verricht, deelt elke beslissing tot aanhouding of tot opheffing daarvan mede aan de betrokken ambtenaar, belast met de in- of uitklaring.

2. In het derde lid wordt «verklaring» vervangen door: vergunning.

H

Artikel 20 komt te luiden:

Artikel 20
  • 1. De werking van een beslissing of voorschrift wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken, of indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.

  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een beslissing van een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie ingevolge artikel 16.

I

In de artikelen 52, eerste en derde lid, en 53 wordt «verklaring» telkens vervangen door: vergunning.

J

Artikel 63, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Met de opsporing van de bij of krachtens deze rijkswet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en de overeenkomstige wetsbepalingen van de Nederlandse Antillen en van Aruba, belast de ambtenaren met de in- of uitklaring belast, de Nederlandse consulaire ambtenaren en de ambtenaren die daartoe door de overheid in de Nederlandse Antillen of in Aruba worden aangewezen, alsmede de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie.

K

In artikel 67, tweede lid, onder a, wordt «vee» vervangen door: lading.

L

Aan artikel 69 wordt een zesde lid toegevoegd, luidende:

  • 6. In Nederland is afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid bedoelde bevoegdheid.

ARTIKEL II

De Wet behoud scheepsruimte 19396 wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 4, tweede lid, wordt «voorwaarden» vervangen door «voorschriften», en «voorwaarde» door «voorschrift».

B

In artikel 5, vierde en vijfde lid, en in artikel 6, vierde lid, wordt «het Rijk in Europa» telkens vervangen door: Nederland.

C

De aanhef van artikel 7, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Met de opsporing van de bij of krachtens deze rijkswet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en de overeenkomstige wetsbepalingen van de Nederlandse Antillen en van Aruba, belast:.

D

Artikel 8 komt te luiden:

Artikel 8

De artikelen 5:13, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in artikel 7, eerste lid, bedoelde ambtenaren in Nederland. De in artikel 7, eerste lid, bedoelde ambtenaren in de Nederlandse Antillen en in Aruba zijn bevoegd inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Personen in de Nederlandse Antillen en in Aruba die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen inzage weigeren voor zover dit uit hun geheimhoudingsplicht voortvloeit.

ARTIKEL III

De Rijkswet Noodvoorzieningen Scheepvaart7 wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1 wordt onderdeel c. «scheepsregister» geletterd d.

B

In artikel 5, tweede lid, wordt «voorwaarden» telkens vervangen door: voorschriften.

C

Aan artikel 6, vierde lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende: Indien de bekendmaking in de Nederlandse Antillen en in Aruba niet kan geschieden op de wijze als voorzien in dit lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze.

D

Aan artikel 9, eerste lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende: Indien de bekendmaking in de Nederlandse Antillen en in Aruba niet kan geschieden op de wijze als voorzien in dit lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze.

E

De derde volzin van artikel 16, tweede lid, komt te luiden: Indien de bekendmaking in de Nederlandse Antillen en in Aruba niet kan geschieden op de wijze als voorzien in dit lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze.

F

Artikel 20 komt te luiden:

Artikel 20

Voor de toepassing van deze rijkswet in de Nederlandse Antillen of in Aruba kan Onze Minister van de aan hem verleende bevoegdheden mandaat verlenen aan Onze Gouverneur aldaar. Onze Minister geeft, na overleg met de betrokken Gevolmachtigde Minister, aanwijzingen ter uitoefening van deze bevoegdheden.

G

Artikel 32 wordt gewijzigd als volgt:

1. De aanhef komt te luiden:

  • 1. Met de opsporing van de bij of krachtens deze rijkswet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en de overeenkomstige wetsbepalingen van de Nederlandse Antillen en van Aruba, belast:.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant; van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Curaçaose Courant, onderscheidenlijk de Landscourant van Aruba.

ARTIKEL IV

De Rijkswet Vaarplicht8 wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel b wordt «artikel 8.2.1, eerste lid,» vervangen door: artikel 2, eerste lid, van Boek 8.

2. Aan het slot van het tweede subonderdeel van onderdeel c wordt de punt vervangen door een puntkomma.

B

Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:

1. In de tweede volzin wordt «beslissingen» vervangen door «beschikkingen», en «beslissing» door «beschikking».

2. De derde volzin komt te luiden: Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep wordt in de Nederlandse Antillen en in Aruba met een beschikking gelijkgesteld de schriftelijke weigering om een beschikking te geven dan wel het niet tijdig geven van een beschikking. In de Nederlandse Antillen en in Aruba wordt een beschikking gegeven binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.

C

Het eerste lid van artikel 8 komt te luiden:

  • 1. Bij koninklijk besluit op de voordracht van Onze Minister-President kan de aanwijzing van het schip of de schepen onder de vlag van het Koninkrijk, aan boord of ten behoeve waarvan een vaarplichtige wordt ingezet, worden gedelegeerd aan een in dat besluit genoemde autoriteit.

HOOFDSTUK 5. SLOTBEPALINGEN

ARTIKEL I

Deze wet wordt aangehaald als: Aanpassingswet rijkswetten derde tranche Awb.

ARTIKEL II

Deze rijkswet treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 20 juni 1996 tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Derde tranche Algemene wet bestuursrecht) (Stb. 333) in werking treedt.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 6 november 1997

Beatrix

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,

J. Kohnstamm

Uitgegeven de achttiende november 1997

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager


XNoot
1

Stb. 1985, 674, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 1993, Stb. 692.

XNoot
2

Stb. 1985, 671, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 1993, Stb. 692.

XNoot
3

Stb. 1967, 161, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 1993, Stb. 692.

XNoot
4

Stb. 1991, 498, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 januari 1994, Stb. 78.

XNoot
5

Stb. 1932, 86, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 april 1995, Stb. 301.

XNoot
6

Stb. 1939, 636, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 april 1996, Stb. 366.

XNoot
7

Stb. 1972, 416, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 juni 1994, Stb. 574.

XNoot
8

Stb. 1972, 415, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 april 1995, Stb. 301.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1996/97, 25 319 (R 1592).

Handelingen II 1996/97, blz. 815.

Kamerstukken I 1997/98, 25 319 (60, 60a).

Handelingen I 1997/98, zie vergadering d.d. 4 november 1997.