Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatsblad 1997, 327 | AMvB |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatsblad 1997, 327 | AMvB |
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 maart 1997, DSB/ASB 97626;
Gelet op artikel 10 van de Welzijnswet 1994;
De Raad van State gehoord (advies van 7 april 1997 nr. W13.97.0132);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 juni 1997, DSB/LB-972436;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel II van het Besluit van 14 december 1995, houdende wijziging van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid komt te luiden als volgt:
1. Indien een gemeente voor de jaren 1996 en 1997 een lager of gelijk aantal inburgeringsprogramma's voor vaststelling van de uitkering in aanmerking brengt dan het door Onze Minister voor de desbetreffende gemeente voor dat jaar gegarandeerde aantal, wordt bij de vaststelling van de uitkering uitgegaan van het door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen bij de afrekening over de jaren 1996 en 1997 voor de desbetreffende gemeente vastgestelde aantal en blijft toepassing van artikel 52, tweede en vierde lid, achterwege.
2. Onze Minister hanteert voor de vaststelling van het in het eerste lid bedoelde gegarandeerde aantal het door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen gegarandeerde aantal inburgeringsprogramma's.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnootDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. G. Terpstra
Uitgegeven de tweeëntwintigste juli 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Op 1 januari 1996 is een herziening van de regelgeving van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op het terrein van inburgering van nieuwkomers in werking getreden. Deze regelgeving is afgestemd op de regelgeving van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. In het voorjaar bleek dat in een aantal gemeenten het aantal aangeboden inburgeringsprogramma's achterbleef bij de ramingen. In een aantal andere gemeenten daarentegen overschreed het aantal nieuwkomers de prognoses. Met name in gemeenten waar de aantallen nieuwkomers geringer waren dan verwacht ontstond gezien de onzekerheid over de instroom van nieuwkomers in de rest van 1996 financiële onduidelijkheid tussen de gemeente en de educatie-instellingen. Volgens gemeenten zou het op peil houden van een goede infrastructuur van educatie- en welzijnsinstellingen niet altijd mogelijk zijn. Gezien de gewenste voortgang van het inburgeringsbeleid is er in juli j.l. overleg gevoerd tussen een kabinetsdelegatie, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de vier grote gemeenten. Dit overleg was er op gericht de financiële onzekerheden voor de gemeenten te verminderen en aldus gemeenten te stimuleren contracten af te sluiten met educatie-instellingen.
In voornoemd bestuurlijk overleg zijn daarom afspraken gemaakt omtrent een zogenoemde gedeeltelijke garantstelling voor 1996 en 1997. Deze garantstelling ligt in het verlengde van de garantie zoals deze in de eerste helft van 1996 voor de educatieve component heeft gegolden. De garantstelling voor 1996 bedraagt 75% van het landelijk beschikbaar budget voor inburgering en voor 1997 bedraagt het percentage 65%. Voornoemde percentages gelden als landelijke gemiddelden en kunnen per gemeente verschillen. De garantstelling zal door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen zodanig per gemeente worden bepaald dat de educatieve infrastructuur minimaal op het niveau van het budget van 1995 kan worden gehouden. De overeengekomen garantstelling heeft zowel betrekking op de educatieve component als de welzijnscomponent. Gezien de samenhang tussen en de uitwisselbaarheid van de educatieve en de welzijnscomponent is besloten de hoogte van de garantstelling voor de welzijnscomponent gelijk te stellen aan die van de educatieve component.
Bovenstaande bestuurlijke afspraak is voor de educatieve component met terugwerkende kracht verwerkt in de Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1996. Tevens is de garantstelling verwerkt in de Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1997 die voorziet in een en dezelfde systematiek voor educatieopleidingen en nieuwkomersbeleid conform de Wet educatie en beroepsonderwijs. Voor wat de welzijnscomponent betreft kan worden volstaan met een wijziging met terugwerkende kracht van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid. Het ontwerp van de wijziging is ingevolge artikel 10, derde lid, van de Welzijnswet 1994 geplaatst in de Staatscourant van 21 januari 1997, nr. 14.
Met de wijziging vervalt het oude overgangsartikel II, waarvan de strekking was om dubbele betaling op basis van de Bijdrageregeling integratieprogramma's verblijfsgerechtigden (BIV) en de Welzijnsregeling inburgering nieuwkomers te voorkomen. Deze beperking gold uitsluitend voor de welzijnscomponent. In het bestuurlijk overleg is overeengekomen dat voor de welzijnscomponent de voorwaarde blijft bestaan dat voor nieuwkomers waarvoor eerder een uitkering van f 8000,– is verstrekt op grond van de BIV niet nogmaals op grond van de huidige regelgeving bij de afrekening zullen worden meegeteld. Inmiddels is gebleken dat deze afspraak zal leiden tot onoverkomelijke problemen bij de afrekening. Na overleg met de VNG is daarom besloten af te zien van verrekening van reeds eerder verstrekte uitkeringen op grond van de BIV.
Het nieuwe overgangsartikel regelt de garantstelling voor de jaren 1996 en 1997 voor wat betreft de welzijnscomponent. In die gevallen waarbij gemeenten het gegarandeerde aantal inburgeringsprogramma's of een lager aantal voor afrekening in aanmerking brengen zal voor de vaststelling van de uitkering worden aangesloten bij het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen bij de afrekening voor de desbetreffende gemeente vastgestelde aantal. Dit betekent dat toepassing van artikel 52, tweede en vierde lid, in bovenbedoeld geval achterwege blijft. In het geval dat het aantal inburgeringsprogramma's boven de garantstelling voor vaststelling in aanmerking worden gebracht blijft artikel 52 volledig van toepassing.
Omdat de garantstelling voor heel 1996 moet gelden zal de wijziging terugwerken tot 1 januari 1996.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. G. Terpstra
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1997-327.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.