Wet van 17 april 1997 tot vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Fonds economische structuurversterking voor het jaar 1997

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ingevolge artikel 105 van de Grondwet de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Rijk bij de wet moet worden vastgesteld, dat in artikel 1 van de Comptabiliteitswet wordt bepaald welke begrotingen tot die van het Rijk behoren en dat overigens de inrichting van de begroting van de uitgaven en ontvangsten van het Fonds economische structuurversterking moet geschieden met inachtneming van de bepalingen van de Wet Fonds economische structuurversterking;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

De begroting van de uitgaven van het Fonds economische structuurversterking voor het jaar 1997 wordt vastgesteld, zoals blijkt uit de bij deze wet behorende begrotingsstaat, onderdeel uitgaven.

Artikel 2

De begroting van de ontvangsten van het Fonds economische structuur-versterking voor het jaar 1997 wordt vastgesteld, zoals blijkt uit de bij deze wet behorende begrotingsstaat, onderdeel ontvangsten.

Artikel 3

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari van het onderhavige begrotingsjaar. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na de datum van 1 januari, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van dat Staatsblad en werkt zij terug tot en met 1 januari.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 17 april 1997

Beatrix

De Minister van Economische Zaken,

G. J. Wijers

De Minister van Financiën,

G. Zalm

Uitgegeven de twaalfde juni 1997

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Begrotingsstaat behorende bij de Wet van 17 april 1997, Stb. 223

Begroting 1997,

Fonds economische structuurversterking

Onderdeel uitgaven (bedragen x f 1000)

  (1)
Art.OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begroting
  uitgaven
 TOTAAL9 422 761
   
01.01Bijdragen aan de begroting van het Infrastructuurfonds in het kader van verkeer & vervoer991 000
01.02Bijdragen aan andere begrotingen in het kader van bodemsanering113 450
01.03Bijdragen aan andere begrotingen in het kader van kennisinfrastructuur100 393
01.04Overige bijdragen vanuit het fonds609 000
01.05Voordelig eindsaldo7 608 918

Ons bekend,

De Minister van Economische Zaken,

G. J. Wijers

De Minister van Financiën,

G. Zalm

Begrotingsstaat behorende bij de Wet van 17 april 1997, Stb. 223

Begroting 1997,

Fonds economische structuurversterking

Onderdeel ontvangsten (bedragen x f 1000)

  (1)
Art.OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begroting
  ontvangsten
 TOTAAL9 422 761
   
01.00Voordelig beginsaldo8 622 761
01.01Ontvangsten uit extra export aardgas800 000
01.02Ontvangsten uit de overbelevering common areaPM
01.03Overige ontvangsten uit aardgas0
01.04Ontvangsten uit de netto opbrengst van het vervreemden van deelnemingen van de StaatPM
01.05Overige voor het Fonds te bestemmen ontvangsten uit het vervreemden van vermogensbestanddelen van het Rijk0

Ons bekend,

De Minister van Economische Zaken,

G. J. Wijers

De Minister van Financiën,

G. Zalm


XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1996/97, 25 000 E.

Handelingen II 1996/97, blz. 1045–1069; 1078–1085; 1137–1160; 1162–1186; 1269–1270.

Kamerstukken I 1996/97, 25 000 E (98).

Handelingen I 1996/97, blz. 1100.

Naar boven