Wet van 24 april 1997 tot wijziging van de Wet gemeentelijke zorg voor houders van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf in verband met de arbeidsplicht voor vergunninghouders

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in de Wet gemeentelijke zorg voor houders van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf de mogelijkheid op te nemen bij het verlenen van de zorg verplichtingen op te leggen die strekken tot de inschakeling van de vergunninghouder in de arbeid;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De >Wet gemeentelijke zorg voor houders van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf1 wordt als volgt gewijzigd:

A

In paragraaf 3 wordt na artikel 17 een nieuw artikel 17a ingevoegd, luidende:

Artikel 17a

Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunninghouder bij het verlenen van de zorg verplichtingen opleggen die strekken tot inschakeling in de arbeid.

B

Artikel 19 komt te luiden:

Ter zake van het doen van opgaven en het verstrekken van inlichtingen door derden zijn de artikelen 121 en 143 van de Algemene bijstandswet van overeenkomstige toepassing.

C

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

In het eerste lid, onder a, wordt «de verplichting bedoeld in artikel 17,» vervangen door: de verplichtingen bedoeld in de artikelen 17 en 17a,.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 24 april 1997

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken,

H. F. Dijkstal

Uitgegeven de twintigste mei 1997

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager


XNoot
1

Stb. 1995, 158, gewijzigd bij de wet van 24 mei 1996, Stb. 287.

XHistnoot

Kamerstukken II 1995/96, 1996/97, 24 819.

Handelingen II 1996/97, blz. 4069–4080; 4181.

Kamerstukken I 1996/97, 24 819 (240)

Handelingen I 1996/97, zie vergadering d.d 22 april 1997.

Naar boven