Besluit van 23 april 1997, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, de Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag en de Oorlogswet voor Nederland

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en van Defensie van 10 april 1997, nr. CWI97/U524, Stafafdeling Constitutionele Zaken, Wetgeving en Internationale Aangelegenheden;

Gelet op artikel 11 van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, artikel XLIX van de Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, artikel 35 van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag en artikel 69 van de Oorlogswet voor Nederland;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, de Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag, met uitzondering van de artikelen 5, 6, 7, 8, eerste en derde lid, 9, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 10 tot en met 13, 14, eerste lid, 15, eerste en derde lid, 16, eerste, tweede en derde lid, 17, eerste, tweede en derde lid, 18 tot en met 25, 26, tweede lid, 27 en 28, en de Oorlogswet van Nederland, met uitzondering van de artikelen 9 tot en met 53, treden in werking met ingang van 1 mei 1997.

Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en van Defensie zijn belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 23 april 1997

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken,

H. F. Dijkstal

De Minister van Defensie,

J. J. C. Voorhoeve

Uitgegeven de negenentwintigste april 1997

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Naar boven