Wet van 18 januari 1996 tot wijziging van de begroting
van de uitgaven en de ontvangsten van het Provinciefonds voor het jaar 1994
(Slotwet/rekening)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de noodzaak is gebleken van
een wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Rijk,
vastgesteld bij de Wet van 10 maart 1994, Stb. 249, zoals laatstelijk gewijzigd
bij de Wet van 26 januari 1995, Stb. 97;
Zo is het, dat Wij met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
De begroting van de uitgaven van het Provinciefonds voor het jaar 1994
wordt gewijzigd, zoals blijkt uit kolom 6 van de rekening, onderdeel uitgaven
en verplichtingen, welke rekening als staat bij deze wet behoort.
Artikel 2
De begroting van de ontvangsten van het Provinciefonds voor het jaar 1994
wordt gewijzigd, zoals blijkt uit kolom 6 van de rekening, onderdeel ontvangsten,
welke rekening als staat bij deze wet behoort.
Artikel 3
Aan de belastingen, bedoeld in artikel 234 van de Provinciewet, worden
voor het begrotingsjaar 1994 toegevoegd de verbruiksbelastingen van brandstoffen.
Artikel 4
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 31
december van het onderhavige begrotingsjaar, met uitzondering van artikel
3 dat terugwerkt tot en met 1 januari van het onderhavige begrotingsjaar.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
histnootGegeven te 's-Gravenhage, 18 januari 1996
Beatrix
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
A. G. M. van de Vondervoort
De Minister van Financiën,
G. Zalm
De Staatssecretaris van Financiën,
W. A. F. G. Vermeend
Uitgegeven de achtste februari 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Staat behorende bij de Wet van 18 januari 1996, Stb. 72
Rekening 1994 (inclusief slotwetmutaties),
Provinciefonds
Onderdeel uitgaven en verplichtingen (bedragen x f 1000)
| | | | (1) | (2) | (3) | | (4)
= (1) + (2) + (3) | (5) | (6) |
|---|
| Art. | | Omschrijving | Oorspronkelijk vastgestelde begroting | Mutaties op grond van eerste suppletore begroting | Mutaties
op grond van tweede suppletore begroting | | Totaal beschikbaar | Realisatie1 | Slotwetmutaties (+ of –)(+
= tekortschietend beschikbaar bedrag) |
| | | | verplichtingen | uitgaven | verplichtingen | uitgaven | verplichtingen | uitgaven | | verplichtingen | uitgaven | verplichtingen | uitgaven | verplichtingen | uitgaven |
| | | Totaal | | 2 215 000 | | 100 | | –
300 | | | 2 214 800 | | 2 214 800 | | – |
| 1 | | Algemene uitkering aan provincies ex art. 238 Provinciewet,
met inbegrip van de netto-uitkering over vorige jaren | 1 498 300 | 1 498 300 | –165 000 | –165 000 | 600 | 600 | | 1 333 900 | 1 333 900 | 1 333 900 | 1 333 900 | | – |
| 2 | | Uitkeringen aan provincies ex art. 247 Provinciewet | 31 300 | 31 300 | 165 000 | 165 000 | –1 200 | –1 200 | | 195 100 | 195 100 | 195 100 | 195 100 | | – |
| 3 | | Nadelig saldo van de vorige dienst | Memorie | Memorie | Memorie | Memorie | Nihil | Nihil | | Nihil | Nihil | Nihil | Nihil | | – |
| 4 | | Uitkering aan
provincies ex art. 249 Provinciewet | 685 400 | 685 400 | 100 | 100 | 300 | 300 | | 685 800 | 685 800 | 685 800 | 685 800 | | – |
1 De gerealiseerde bedragen zijn steeds naar boven afgerond
op duizenden guldens.
Ons bekend,
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
A. G. M. van de Vondervoort
De Minister van Financiën,
G. Zalm
De Staatssecretaris van Financiën,
W. A. F. G. Vermeend
Staat behorende bij de Wet van 18 januari 1996, Stb. 72
Rekening 1994 (inclusief slotwetmutaties),
Provinciefonds
Onderdeel ontvangsten (bedragen x f 1000)
| | | | (1) | (2) | (3) | | (4)
= (1) + (2) + (3) | (5) | (6) |
|---|
| Art. | | Omschrijving | Oorspronkelijk vastgestelde begroting | Mutaties op grond van eerste suppletore begroting | Mutaties
op grond van tweede suppletore begroting | | Totaal beschikbaar | Realisatie | Slotwetmutaties (+ of –)(+ = meer
ontvangen) |
| | | | ontvangsten | ontvangsten | ontvangsten | | ontvangsten | | ontvangsten | | ontvangsten | |
| | | Totaal | 2 243 900 | 43 700 | 68 720 | 2 356 320 | 2 388 426 | 32 106 | |
| 1 | | 1,631% van de in het kalenderjaar ontvangen bedragen, verminderd
met de in dat jaar gedane terugbetalingen, wegens de daarvoor aangewezen belastingen | 2 243 900 | 43 700 | 39 800 | 2 327 400 | 2 359 506 | 32 106 | |
| 2 | | Batig saldo van de vorige dienst | Memorie | Memorie | 28 920 | 28 920 | 28 920 | – | |
Ons bekend,
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
A. G. M. van de Vondervoort
De Minister van Financiën,
G. Zalm
De Staatssecretaris van Financiën,
W. A. F. G. Vermeend
XHistnoot
Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:
Kamerstukken II 1994/95, 1995/96, 24 315.
Handelingen II 1995/96, blz. 872–914; 942–1004; 2642.
Kamerstukken I 1995/96, 24 315 (156).
Handelingen I 1995/96, zie vergadering d.d. 16 januari 1996.