Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatsblad 1996, 659Wet

Wet van 20 december 1996 tot wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van enkele andere fiscale wetten in verband met de openstelling van bezwaar en beroep tegen een aantal fiscale beschikkingen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het met het oog op de rechtsbescherming wenselijk is voor een aantal fiscale beschikkingen de mogelijkheid van bezwaar en beroep open te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De >Algemene wet inzake rijksbelastingen1 wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 22j wordt «de voldoening of de inhouding» vervangen door: «de voldoening of de inhouding onderscheidenlijk de afdracht».

B. In artikel 23 wordt «aanslag» telkens vervangen door «belastingaanslag» en vervalt in het eerste lid «tegen een uitnodiging tot betaling, tegen een navorderingsaanslag, tegen een naheffingsaanslag».

C. In artikel 24 wordt «voldaan» vervangen door: voldaan of afgedragen.

D. Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een uit een uitspraak van de inspecteur voortvloeiende teruggaaf van ingehouden of op aangifte afgedragen belasting wordt verleend aan degene die het bezwaarschrift heeft ingediend.

2. In het tweede lid wordt na «ingehouden» ingevoegd: of op aangifte afgedragen.

3. Na het tweede lid wordt toegevoegd:

  • 3. Indien zowel de inhoudingsplichtige als degene van wie is ingehouden ter zake van dezelfde feiten in bezwaar of beroep zijn gekomen, wordt, indien uit een uitspraak of een arrest ter zake een teruggaaf voortvloeit, die teruggaaf uitsluitend verleend aan degene van wie is ingehouden.

E. Artikel 30f, derde lid, onderdeel c, onder 2°, wordt vervangen door:

2°. in de overige gevallen waarin een naheffingsaanslag wordt opgelegd: over het tijdvak dat aanvangt op de dag na het einde van het kalenderjaar waarop de nageheven belasting betrekking heeft en eindigt op de dag van de dagtekening van het aanslagbiljet;

3°. in de overige gevallen waarin een teruggaaf wordt verleend: over het tijdvak dat aanvangt drie maanden na het einde van het kalenderjaar waarop de teruggaaf betrekking heeft en eindigt op de dag van de dagtekening van het afschrift van de uitspraak of de beschikking of van de kennisgeving waaruit van de teruggaaf blijkt;.

ARTIKEL II

De Wet op de inkomstenbelasting 19642 wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 18, eerste lid, wordt na de eerste volzin ingevoegd:

De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking waarin de in de vorige volzin bedoelde voorwaarden zijn opgenomen.

B. Artikel 52 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na de eerste volzin ingevoegd: De beschikking wordt gegeven gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over het jaar waarin het verlies is ontstaan.

2. In het derde lid wordt na «de inspecteur» ingevoegd: bij voor bezwaar vatbare beschikking.

ARTIKEL III

In artikel 34a, derde lid, van de Wet op de loonbelasting 19643 vervalt: , met dien verstande dat voor de toepassing van hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de op aangifte afgedragen belasting wordt aangemerkt als belasting die op aangifte is voldaan.

ARTIKEL IV

In de Wet op de dividendbelasting 19654 wordt na artikel 12 ingevoegd:

Artikel 13

De inspecteur stelt, op verzoek van de inhoudingsplichtige, bij voor bezwaar vatbare beschikking vast hetgeen is gestort op de aandelen van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een naamloze vennootschap, niet zijnde een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal, alsmede het gemiddeld op de desbetreffende aandelen gestorte kapitaal. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het verzoek.

ARTIKEL V

De Wet op de vennootschapsbelasting 19695 wordt als volgt gewijzigd:

A.1. In artikel 14 wordt, onder vernummering van het derde, vierde en vijfde lid tot onderscheidenlijk vierde, vijfde, zesde lid, na het tweede lid ingevoegd:

  • 3. De belastingplichtige die zekerheid wil hebben omtrent de vraag of sprake is van een bedrijfsfusie, kan vóór de overdracht van de onderneming of het zelfstandig onderdeel van de onderneming een verzoek indienen bij de inspecteur, die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist.

A.2. In het tot zesde lid vernummerde vijfde lid wordt «derde lid» vervangen door «vierde lid» en wordt «het derde en het vierde lid» vervangen door «het vierde en het vijfde lid».

B. In artikel 15, eerste lid, wordt na de tweede volzin ingevoegd:

De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking waarin de in de vorige volzin bedoelde voorwaarden zijn opgenomen.

C. Artikel 15a, eerste lid, wordt na de eerste volzin ingevoegd:

De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking waarin de in de vorige volzin bedoelde voorwaarden zijn opgenomen.

D. Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na de eerste volzin ingevoegd: De beschikking wordt gegeven gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over het jaar waarin het verlies is ontstaan.

2. In het derde lid wordt na «de inspecteur» ingevoegd: bij voor bezwaar vatbare beschikking.

E. Artikel 28a, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Onze Minister kan op verzoek, onder door hem te stellen voorwaarden, de inspecteur machtigen afwijkingen toe te staan van het eerste en het tweede lid. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking waarin de in de vorige volzin bedoelde voorwaarden zijn opgenomen. De voorwaarden mogen slechts strekken ter verzekering van de heffing en de invordering van de belastingen.

F. In artikel 32 wordt «artikel 14, derde lid» vervangen door: artikel 14, vierde lid.

ARTIKEL VI

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 20 december 1996

Beatrix

De Staatssecretaris van Financiën,

W. A. F. G. Vermeend

Uitgegeven de drieëntwintigste december 1996

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager


XNoot
1

Stb. 1959, 301, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 december 1996, Stb. 655.

XNoot
2

Stb. 1990, 103, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 december 1996, Stb. 658.

XNoot
3

Stb. 1990, 104, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 december 1996, Stb. 657.

XNoot
4

Stb. 1965, 621, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 december 1996, Stb. 655.

XNoot
5

Stb. 1969, 469, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 december 1996, Stb. 655.

XHistnoot

Zie voor behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1995/96, 24 868.

Handelingen II 1996/97, blz. 2588–2590.

Kamerstukken I 1996/97, 24 868 (105, 105a, 105b).

Handelingen I, 1996/97, zie vergadering van 17 december 1996.