Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 1996, 649Wet

Wet van 19 december 1996 tot wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs met betrekking tot de financiële gelijkstelling en enige technische aanpassingen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de regeling van de financiële gelijkstelling te herzien en daartoe de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs te wijzigen, alsmede dat het wenselijk is enige technische aanpassingen aan te brengen in die wetten en enige andere wetten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De >Wet op het basisonderwijs1 wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 6 wordt «een bijzondere school» vervangen door: een niet door de gemeente in stand gehouden school.

B

Artikel 86 vervalt.

C

In artikel 92, derde lid, wordt het gedeelte na «de instandhouding van» vervangen door: de scholen, daaronder niet begrepen de ruimten voor het onderwijs in lichamelijke oefening.

D

In artikel 93 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Het tweede en derde lid, alsmede de aanduiding van het eerste lid, vervallen.

2. Na «artikel 92, derde lid» vervalt: onder a.

E

Na artikel 95 wordt ingevoegd een nieuw artikel 95a, luidend:

Artikel 95a. Grondslag vergoeding voor materiële instandhouding lichamelijke oefening

  • 1. De gemeenteraad stelt na overleg met de bevoegde gezagsorganen van de niet door de gemeente in stand gehouden scholen het aantal klokuren per week vast dat per groep leerlingen ten hoogste

    a. ter beschikking wordt gesteld in een ruimte voor het onderwijs in lichamelijke oefening, of

    b. voor een vergoeding voor de materiële instandhouding van een ruimte voor het onderwijs in lichamelijke oefening in aanmerking komt.

  • 2. Het aantal klokuren, bedoeld in het eerste lid, wordt ten minste vastgesteld op 1,5.

  • 3. De gemeenteraad stelt de hoogte vast van

    a. de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onder b, en

    b. de vergoeding voor de vaste kosten van de materiële instandhouding van een ruimte voor lichamelijke oefening waarvan de eigendom berust bij het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school.

  • 4. Bij de vaststelling, bedoeld in het derde lid, kan onderscheid worden gemaakt naar gelang de oppervlakte van de ruimte, alsmede tussen ruimten voor de exploitatie waarvan op grond van de onderwijswetgeving een vergoeding wordt verleend en ruimten waarvoor dat niet het geval is.

F

In artikel 96, eerste en vijfde lid, vervalt na «artikel 93,» telkens: eerste lid.

G

In artikel 96b, tweede lid, wordt «verhoogd met het krachtens het eerste lid bepaalde percentage van dat aantal leerlingen» vervangen door: welk aantal leerlingen wordt gecorrigeerd in verband met de samenstelling van het leerlingenbestand in de gevallen, aangewezen krachtens artikel 96a, eerste lid, en wordt verhoogd met het krachtens het eerste lid bepaalde percentage.

H

In artikel 100 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het eerste lid vervallen de dubbele punt, de aanduiding van onderdeel a, de zinsnede «, eerste lid» alsmede onderdeel b en wordt de puntkomma aan het slot van onderdeel a (oud) vervangen door een punt.

2. In het vijfde lid, onderdeel a, wordt na «plaatsvindt,» ingevoegd: welk aantal leerlingen wordt gecorrigeerd in verband met de samenstelling van het leerlingenbestand in de gevallen en op de wijze als aangegeven in bedoelde algemene maatregel van bestuur en wordt verhoogd met het krachtens artikel 96b, eerste lid, bepaalde percentage,.

3. In het vijfde lid, onderdeel b, wordt na «plaatsvindt» ingevoegd: , verhoogd met het krachtens artikel 96b, eerste lid, bepaalde percentage.

4. In het zesde lid, onderdeel a, wordt na «periode,» ingevoegd: welk aantal leerlingen wordt gecorrigeerd in verband met de samenstelling van het leerlingenbestand in de gevallen en op de wijze als aangegeven in bedoelde algemene maatregel van bestuur en wordt verhoogd met het krachtens artikel 96b, eerste lid, bepaalde percentage,.

5. In het zesde lid, onderdeel b, wordt na «periode» ingevoegd: , verhoogd met het krachtens artikel 96b, eerste lid, bepaalde percentage.

6. In het zevende lid, onderdeel a, wordt na «plaatsvindt,» ingevoegd: welk aantal leerlingen wordt gecorrigeerd in verband met de samenstelling van het leerlingenbestand in de gevallen en op de wijze als aangegeven in bedoelde algemene maatregel van bestuur,.

I

In artikel 101, tweede lid, vervalt na «artikel 93»: , eerste lid.

J

Na artikel 101 wordt ingevoegd:

Artikel 102. Vergoeding door gemeente aan bevoegd gezag

  • 1. De gemeente verstrekt jaarlijks aan het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat eigenaar is van een ruimte voor het onderwijs in lichamelijke oefening op het grondgebied van de gemeente

    a. een vergoeding die wordt bepaald ingevolge artikel 95a en het derde lid, en

    b. voor zover het gebruik van die ruimte ontoereikend is een overeenkomstig het tweede lid vast te stellen vergoeding.

  • 2. Voor zover geen ruimte ter beschikking is gesteld als bedoeld in artikel 95a, eerste lid onder a, verstrekt de gemeente jaarlijks aan het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat geen eigenaar is van een ruimte voor het onderwijs in lichamelijke oefening een vergoeding die wordt bepaald ingevolge artikel 95a, eerste lid onder b, en derde lid onder a, en het derde lid.

  • 3. Het aantal groepen leerlingen wordt berekend overeenkomstig artikel 100, vijfde lid onder a, zesde lid onder a, en zevende lid onder a, en de ter uitvoering daarvan vastgestelde algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat groepen waarvoor van rijkswege een vergoeding wordt verleend voor de kosten van de materiële instandhouding van een speellokaal niet in aanmerking worden genomen.

K

Na artikel 105a wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 3a. Gemeentelijk beleid met betrekking tot personele en materiële voorzieningen

Artikel 105a1. Gemeentelijk beleid als een gemeente zelf geen openbare scholen in stand houdt of als openbare scholen ontbreken
  • 1. Indien in een gemeente uitsluitend een of meer andere rechtspersonen dan de gemeente openbare scholen in stand houden of openbare scholen ontbreken en de gemeente uitgaven wil doen voor het onderwijs welke niet door het Rijk worden vergoed, stelt de gemeenteraad onverminderd de artikelen 110d, derde lid, 110e, tweede lid, en 111a, zevende lid, bij verordening een regeling daarvoor vast en zijn de artikelen 105b tot en met 105g niet van toepassing.

  • 2. De regeling, bedoeld in het eerste lid, maakt geen onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs en voorziet in een behandeling van scholen naar dezelfde maatstaf.

  • 3. De regeling, bedoeld in het eerste lid, bevat in elk geval de voorzieningen die door het bevoegd gezag van een in de gemeente gelegen, niet door de gemeente in stand gehouden school kunnen worden aangevraagd en de procedure voor het doen van een aanvraag.

  • 4. De gemeenteraad kan besluiten dat burgemeester en wethouders de regeling, bedoeld in het eerste lid, tijdelijk kunnen aanvullen met nieuwe voorzieningen. De aanvulling wordt binnen 1 week aan de bevoegde gezagsorganen van de niet door de gemeente in stand gehouden scholen gezonden. Binnen 12 weken na de totstandkoming van de aanvulling wordt deze voorgelegd aan de gemeenteraad en beslist de gemeenteraad over de bekrachtiging ervan. Indien de gemeenteraad niet binnen 12 weken heeft beslist, wordt de aanvulling gelijk gesteld met een aanvulling die is bekrachtigd. Een afwijzing van de aanvulling door de gemeenteraad heeft geen gevolgen voor aanvragen waarop reeds is beslist of die reeds zijn ingediend en die voorzieningen betreffen waarop de aanvulling betrekking heeft.

  • 5. Artikel 8:2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de regeling, bedoeld in het eerste lid, dan wel een wijziging daarvan. In afwijking van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen een aanvulling als bedoeld in het vierde lid geen beroep worden ingesteld zolang de gemeenteraad deze nog niet heeft bekrachtigd.

  • 6. Voor de toepassing van dit artikel wordt een nevenvestiging aangemerkt als een nevenvestiging die is gelegen in de gemeente van de hoofdvestiging. De gemeenteraad kan besluiten dat in de gemeente gelegen nevenvestigingen van scholen waarvan de hoofdvestiging is gelegen in een andere gemeente in afwijking van de eerste volzin in aanmerking komen voor een of meer van de in de regeling genoemde voorzieningen.

  • 7. Burgemeester en wethouders maken jaarlijks in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze, een overzicht bekend van de op grond van de regeling, bedoeld in het eerste lid, toegekende voorzieningen.

Artikel 105a2. Gemeentelijk beleid als een gemeente zelf openbare scholen in stand houdt
  • 1. Indien een gemeente zelf een of meer openbare scholen in stand houdt en zij uitgaven wil doen voor het onderwijs welke niet door het Rijk worden vergoed, kan de gemeenteraad onverminderd de artikelen 110d, derde lid, 110e, tweede lid, en 111a, zevende lid, daarvoor bij verordening een regeling vaststellen.

  • 2. Artikel 105a1, tweede tot en met zevende lid, is van toepassing.

L

Artikel 105b wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «bijzondere scholen» vervangen door «, niet door de gemeente in stand gehouden scholen» en wordt aan het eind een volzin toegevoegd, luidend: Indien een gemeente vanaf een tijdstip binnen een periode van vijf jaar als bedoeld in de eerste volzin geen school in stand houdt, wordt het overschrijdingsbedrag in afwijking van die volzin zo spoedig mogelijk na dat tijdstip toegekend.

2. In het tweede lid vervalt de eerste volzin en wordt in de tweede volzin «Uitgaven ten behoeve van een nevenvestiging worden» vervangen door: Voor de toepassing van de artikelen 105b tot en met 105g worden uitgaven ten behoeve van een nevenvestiging.

3. In het derde lid wordt «het eerste lid» vervangen door «de artikelen 105b tot en met 105g» en vervalt: die door een bijzondere school in stand wordt gehouden.

4. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. De gemeenteraad kan in overeenstemming met het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school besluiten dat met betrekking tot een of meer scholen van dat bevoegd gezag uitgaven die de gemeente doet ten behoeve van een door haar in stand gehouden school buiten beschouwing worden gelaten bij het vaststellen van de bedragen, bedoeld in de artikelen 105c en 105d.

M

Artikel 105c wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «openbare scholen» vervangen door: door de gemeente in stand gehouden scholen.

2. In het tweede en derde lid wordt «de bijzondere scholen» telkens vervangen door: de niet door de gemeente in stand gehouden scholen.

N

Artikel 105d wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid onder j wordt «het openbaar onderwijs» vervangen door: de door de gemeente in stand gehouden scholen.

2. In het derde lid vervalt in onderdeel a na «artikel 93,»: eerste lid.

3. In het vierde lid wordt aan het eind van de tweede volzin toegevoegd: , de uitgaven die worden gedekt door ontvangsten op grond van een besluit als bedoeld in artikel 105a1, zesde lid, tweede volzin, en de uitgaven voor de voorzieningen waarvoor het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school op grond van de regeling, bedoeld in artikel 105a2, eerste lid, een aanvraag bij de gemeente kon indienen en wel gedurende de periode waarvoor een dergelijke aanvraag kon worden gedaan.

4. Aan het zesde lid wordt een derde volzin toegevoegd, luidend:

Indien een gemeente vanaf een tijdstip binnen een periode van vijf jaar als bedoeld in de eerste volzin geen school in stand houdt, stelt de gemeenteraad in afwijking van die volzin zo spoedig mogelijk na dat tijdstip voorlopig vast het totaal van de vastgestelde uitgaven en ontvangsten in het aan dat tijdstip voorafgaande deel van de periode van vijf jaar, zoals in het eerste tot en met vijfde lid is aangegeven.

5. Het achtste lid vervalt.

O

Artikel 105e wordt gewijzigd als volgt:

1. In het opschrift wordt «bijzondere school» vervangen door: een niet door de gemeente in stand gehouden school.

2. In het eerste, tweede, derde en vierde lid wordt «een bijzondere school» telkens vervangen door: een niet door de gemeente in stand gehouden school.

3. In het eerste en derde lid vervalt na «artikel 93,»: eerste lid.

P

Artikel 105f wordt gewijzigd als volgt:

1. In het opschrift wordt «bijzondere school» vervangen door: een niet door de gemeente in stand gehouden school.

2. In de eerste volzin wordt «een bijzondere school» vervangen door: een niet door de gemeente in stand gehouden school.

3. In de tweede volzin vervalt telkens: bijzondere.

Q

Artikel 105g wordt gewijzigd als volgt:

1. In de eerste volzin wordt «de bijzondere scholen» vervangen door: de niet door de gemeente in stand gehouden scholen.

2. In de vierde volzin wordt «een bijzondere school» vervangen door: een niet door de gemeente in stand gehouden school.

R

Artikel 105j komt te luiden:

Artikel 105j. Besteding gemeentelijke vergoeding

  • 1. De op grond van artikel 105a1 of artikel 105a2 toegekende vergoedingen worden besteed aan het doel waarvoor zij zijn verstrekt.

  • 2. De toegekende overschrijdingsbedragen worden besteed ten behoeve van de scholen van een bevoegd gezag.

S

De inhoudsopgave wordt gewijzigd als volgt:

1. De omschrijving van artikel 86 komt te luiden:

Artikel 86. (vervallen).

2. Na de omschrijving van artikel 95 wordt ingevoegd:

Artikel 95a. Grondslag vergoeding voor materiële instandhouding lichamelijke oefening.

3. De omschrijving van artikel 102 komt te luiden:

Artikel 102. Vergoeding door gemeente aan bevoegd gezag.

4. Na de omschrijving van artikel 105a wordt ingevoegd:

§ 3a. Gemeentelijk beleid met betrekking tot personele en materiële voorzieningen

Artikel 105a1. Gemeentelijk beleid als een gemeente zelf geen openbare scholen in stand houdt of als openbare scholen ontbreken

Artikel 105a2. Gemeentelijk beleid als een gemeente zelf openbare scholen in stand houdt.

5. De omschrijving van artikel 105e komt te luiden:

Artikel 105e. Vaststelling overschrijdingsbedrag voor een niet door de gemeente in stand gehouden school

6. De omschrijving van artikel 105f komt te luiden:

Artikel 105f. Uitkering overschrijdingsbedrag aan een niet door de gemeente in stand gehouden school.

7. De omschrijving van artikel 105j komt te luiden:

Artikel 105j. Besteding gemeentelijke vergoeding.

ARTIKEL II

De Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs2 wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 6 wordt «een bijzondere school» vervangen door: een niet door de gemeente in stand gehouden school.

B

In artikel 75, tweede lid, wordt «scholen in op het grondgebied» vervangen door: scholen op het grondgebied.

C

In artikel 80, eerste lid, wordt «van een niet een door de gemeente» vervangen door: van een niet door de gemeente.

D

In artikel 88d, zesde lid, wordt «in geval van verschil» vervangen door: in geval van een geschil.

E

Artikel 88f vervalt.

F

In artikel 89 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het eerste lid wordt na «Bij ministeriële regeling worden» ingevoegd: voor de scholen, niet zijnde instellingen,.

2. In het eerste lid wordt na de tweede volzin een volzin ingevoegd, luidend:

De programma's van eisen kunnen per schoolsoort, verdeeld als aangegeven in artikel 2, tweede lid, worden vastgesteld, al naar gelang het scholen voor speciaal onderwijs, scholen voor voortgezet speciaal onderwijs, scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, dan wel afdelingen betreft.

3. Het derde lid wordt vervangen door:

  • 3. Programma's van eisen worden vastgesteld voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van onderscheidenlijk:

    a. de scholen, daaronder niet begrepen de ruimten voor het onderwijs in lichamelijke oefening, en

    b. de ruimten voor watergewenning of bewegingstherapie.

G

In artikel 90, tweede lid, wordt «artikel 89, derde lid onder b en c» vervangen door: artikel 89, derde lid onder b.

H

In artikel 92a, tweede lid onder b, vervalt: van het onderwijs in lichamelijke oefening en.

I

Na artikel 92a wordt ingevoegd een nieuw artikel 92b, luidend:

Artikel 92b. Grondslag vergoeding voor materiële instandhouding lichamelijke oefening

  • 1. De gemeenteraad stelt na overleg met de bevoegde gezagsorganen van de niet door de gemeente in stand gehouden scholen het aantal klokuren per week vast dat per groep leerlingen ten hoogste

    a. ter beschikking wordt gesteld in een ruimte voor het onderwijs in lichamelijke oefening, of

    b. voor een vergoeding voor de materiële instandhouding van een ruimte voor het onderwijs in lichamelijke oefening in aanmerking komt.

  • 2. Het aantal klokuren, bedoeld in het eerste lid, wordt ten minste vastgesteld op 2,25.

  • 3. De gemeenteraad stelt de hoogte vast van

    a. de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onder b, en

    b. de vergoeding voor de vaste kosten van de materiële instandhouding van een ruimte voor lichamelijke oefening waarvan de eigendom berust bij het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school.

  • 4. Bij de vaststelling, bedoeld in het derde lid, kan onderscheid worden gemaakt naar gelang de oppervlakte van de ruimte, alsmede tussen ruimten voor de exploitatie waarvan op grond van de onderwijswetgeving een vergoeding wordt verleend en ruimten waarvoor dat niet het geval is.

J

In artikel 97 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het eerste lid vervallen de dubbele punt, de aanduiding van onderdeel a, de zinsnede «onder a en c» en onderdeel b en wordt de puntkomma aan het eind van onderdeel a (oud) vervangen door een punt.

2. In het derde lid wordt «artikel 10, eerste lid» vervangen door: artikel 18, eerste lid.

K

Na artikel 98 wordt ingevoegd een nieuw artikel 99, luidend:

Artikel 99. Vergoeding door gemeente aan bevoegd gezag

  • 1. De gemeente verstrekt jaarlijks aan het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat eigenaar is van een ruimte voor het onderwijs in lichamelijke oefening op het grondgebied van de gemeente

    a. een vergoeding die wordt bepaald ingevolge artikel 92b en het derde lid, en

    b. voor zover het gebruik van die ruimte ontoereikend is een overeenkomstig het tweede lid vast te stellen vergoeding.

  • 2. Voor zover geen ruimte ter beschikking is gesteld als bedoeld in artikel 92b, eerste lid onder a, verstrekt de gemeente jaarlijks aan het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat geen eigenaar is van een ruimte voor het onderwijs in lichamelijke oefening een vergoeding die wordt bepaald ingevolge artikel 92b, eerste lid onder b, en derde lid onder a, en het derde lid.

  • 3. Het aantal groepen leerlingen wordt voor scholen, niet zijnde instellingen, berekend overeenkomstig artikel 97, vijfde lid onder a, zesde lid onder a, en zevende lid onder a, en de ter uitvoering daarvan vastgestelde algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat groepen waarvoor van rijkswege een vergoeding wordt verleend voor de kosten van de materiële instandhouding van een speellokaal niet in aanmerking worden genomen. Het aantal groepen leerlingen wordt voor instellingen berekend op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.

L

Na artikel 102a wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 3a. Gemeentelijk beleid met betrekking tot personele en materiële voorzieningen

Artikel 102a1. Gemeentelijk beleid als een gemeente zelf geen openbare scholen in stand houdt of als openbare scholen ontbreken
  • 1. Indien in een gemeente uitsluitend een of meer andere rechtspersonen dan de gemeente openbare scholen in stand houden waar een bepaalde soort speciaal onderwijs of een bepaalde soort voortgezet speciaal onderwijs wordt gegeven dan wel dergelijke scholen ontbreken en de gemeente uitgaven wil doen voor dat onderwijs welke niet door het Rijk worden vergoed, stelt de gemeenteraad onverminderd de artikelen 106d, derde lid, 106e, tweede lid, en 107a, zevende lid, bij verordening een regeling daarvoor vast en zijn de artikelen 102b tot en met 102h voor dat onderwijs niet van toepassing.

  • 2. De regeling, bedoeld in het eerste lid, maakt geen onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs en voorziet in een behandeling van scholen naar dezelfde maatstaf.

  • 3. De regeling, bedoeld in het eerste lid, bevat in elk geval de voorzieningen die door het bevoegd gezag van een in de gemeente gelegen, niet door de gemeente in stand gehouden school kunnen worden aangevraagd en de procedure voor het doen van een aanvraag.

  • 4. De gemeenteraad kan besluiten dat burgemeester en wethouders de regeling, bedoeld in het eerste lid, tijdelijk kunnen aanvullen met nieuwe voorzieningen. De aanvulling wordt binnen 1 week aan de bevoegde gezagsorganen van de niet door de gemeente in stand gehouden scholen gezonden. Binnen 12 weken na de totstandkoming van de aanvulling wordt deze voorgelegd aan de gemeenteraad en beslist de gemeenteraad over de bekrachtiging ervan. Indien de gemeenteraad niet binnen 12 weken heeft beslist, wordt de aanvulling gelijkgesteld met een aanvulling die is bekrachtigd. Een afwijzing van de aanvulling door de gemeenteraad heeft geen gevolgen voor aanvragen waarop reeds is beslist of die reeds zijn ingediend en die voorzieningen betreffen waarop de aanvulling betrekking heeft.

  • 5. Artikel 8:2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de regeling, bedoeld in het eerste lid, dan wel een wijziging daarvan. In afwijking van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen een aanvulling als bedoeld in het vierde lid geen beroep worden ingesteld zolang de gemeenteraad deze nog niet heeft bekrachtigd.

  • 6. Voor de toepassing van dit artikel wordt een nevenvestiging aangemerkt als een nevenvestiging die is gelegen in de gemeente van de hoofdvestiging. De gemeenteraad kan besluiten dat in de gemeente gelegen nevenvestigingen van scholen waarvan de hoofdvestiging is gelegen in een andere gemeente in afwijking van de eerste volzin in aanmerking komen voor een of meer van de in de regeling genoemde voorzieningen.

  • 7. Burgemeester en wethouders maken jaarlijks in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze, een overzicht bekend van de op grond van de regeling, bedoeld in het eerste lid, toegekende voorzieningen.

Artikel 102a2. Gemeentelijk beleid als een gemeente zelf openbare scholen in stand houdt
  • 1. Indien een gemeente zelf een of meer openbare scholen in stand houdt en zij uitgaven wil doen voor het onderwijs welke niet door het Rijk worden vergoed, kan de gemeenteraad onverminderd de artikelen 106d, derde lid, 106e, tweede lid, en 107a, zevende lid, daarvoor bij verordening een regeling vaststellen.

  • 2. Artikel 102a1, tweede tot en met zevende lid, is van toepassing.

M

Artikel 102b wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «bijzondere scholen» vervangen door «niet door de gemeente in stand gehouden scholen» en wordt aan het eind een volzin toegevoegd, luidende: Indien een gemeente vanaf een tijdstip binnen een periode van vijf jaar als bedoeld in de eerste volzin geen school in stand houdt, wordt het overschrijdingsbedrag in afwijking van die volzin zo spoedig mogelijk na dat tijdstip toegekend.

2. Het tweede lid wordt vervangen door drie nieuwe leden, luidende:

  • 2. Voor de toepassing van de artikelen 102b tot en met 102g worden uitgaven ten behoeve van een nevenvestiging aangemerkt als uitgaven ten behoeve van de hoofdvestiging van de school waaraan de nevenvestiging is verbonden. Indien ten behoeve van een school of nevenvestiging uitgaven worden gedaan door meer dan één gemeente, worden deze uitgaven aangemerkt als uitgaven van de gemeente op wier grondgebied de hoofdvestiging is gelegen. In het geval, bedoeld in de vorige volzin, worden de besluiten ingevolge het vierde lid en de artikelen 102c tot en met 102h genomen door laatstbedoelde gemeente en hebben deze mede betrekking op de uitgaven van de andere gemeente of gemeenten.

  • 3. Voor de toepassing van de artikelen 102b tot en met 102h wordt een nevenvestiging in een andere gemeente dan waarin de hoofdvestiging is gelegen, aangemerkt als een nevenvestiging die is gelegen in de gemeente van de hoofdvestiging.

  • 4. De gemeenteraad kan in overeenstemming met het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school besluiten dat met betrekking tot een of meer scholen van dat bevoegd gezag uitgaven die de gemeente doet ten behoeve van een door haar in stand gehouden school buiten beschouwing worden gelaten bij het vaststellen van de bedragen, bedoeld in de artikelen 102c en 102d.

N

Artikel 102c wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «openbare scholen» vervangen door: door de gemeente in stand gehouden scholen.

2. In het tweede en derde lid wordt «de bijzondere scholen» telkens vervangen door: de niet door de gemeente in stand gehouden scholen.

O

Artikel 102d wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid onder j wordt «het openbaar onderwijs» vervangen door: de door de gemeente in stand gehouden scholen.

2. In het vierde lid wordt aan het eind van de tweede volzin toegevoegd: , de uitgaven die worden gedekt door ontvangsten op grond van een besluit als bedoeld in artikel 102a1, zesde lid, tweede volzin, en de uitgaven voor de voorzieningen waarvoor het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school op grond van de regeling, bedoeld in artikel 102a2, eerste lid, een aanvraag bij de gemeente kon indienen en wel gedurende de periode waarvoor een dergelijke aanvraag kon worden gedaan.

3. Aan het zesde lid wordt een derde volzin toegevoegd, luidend:

Indien een gemeente vanaf een tijdstip binnen een periode van vijf jaar als bedoeld in de eerste volzin geen school in stand houdt, stelt de gemeenteraad in afwijking van die volzin zo spoedig mogelijk na dat tijdstip voorlopig vast het totaal van de vastgestelde uitgaven en ontvangsten in het aan dat tijdstip voorafgaande deel van de periode van vijf jaar, zoals in het eerste tot en met vijfde lid is aangegeven.

4. In het zevende lid wordt «vijfde lid» vervangen door: zesde lid.

5. Het achtste lid vervalt.

P

Artikel 102e wordt gewijzigd als volgt:

1. In het opschrift wordt «bijzondere school» vervangen door: een niet door de gemeente in stand gehouden school.

2. In het eerste, tweede, derde en zesde lid, wordt «een bijzondere school» telkens vervangen door: een niet door de gemeente in stand gehouden school.

Q

Artikel 102f wordt gewijzigd als volgt:

1. In het opschrift wordt «bijzondere school» vervangen door: een niet door de gemeente in stand gehouden school.

2. In de eerste volzin wordt «een bijzondere school» vervangen door: een niet door de gemeente in stand gehouden school.

3. In de tweede volzin vervalt telkens: bijzondere.

R

Artikel 102g wordt gewijzigd als volgt:

1. In de eerste volzin wordt «de bijzondere scholen» vervangen door: de niet door de gemeente in stand gehouden scholen.

2. In de tweede volzin wordt «als bedoeld in artikel 105d, eerste lid onder j» vervangen door: als bedoeld in artikel 102d, eerste lid onder j.

3. In de vierde volzin wordt «een bijzondere school» vervangen door: een niet door de gemeente in stand gehouden school.

S

Artikel 102k komt te luiden:

Artikel 102k. Besteding gemeentelijke vergoeding

  • 1. De op grond van artikel 102a1 of artikel 102a2 toegekende vergoedingen worden besteed aan het doel waarvoor zij zijn verstrekt.

  • 2. De toegekende overschrijdingsbedragen worden besteed ten behoeve van de scholen van een bevoegd gezag.

T

De inhoudsopgave wordt gewijzigd als volgt:

1. De omschrijving van artikel 88f komt te luiden:

Artikel 88f. (vervallen).

2. Na de omschrijving van artikel 92a wordt ingevoegd:

Artikel 92b. Grondslag vergoeding voor materiële instandhouding lichamelijke oefening.

3. De omschrijving van artikel 99 komt te luiden:

Artikel 99. Vergoeding door gemeente aan bevoegd gezag.

4. Na de omschrijving van artikel 102a wordt ingevoegd:

§ 3a. Gemeentelijk beleid met betrekking tot personele en materiële voorzieningen

Artikel 102a1. Gemeentelijk beleid als een gemeente zelf geen openbare scholen in stand houdt of als openbare scholen ontbreken

Artikel 102a2. Gemeentelijk beleid als een gemeente zelf openbare scholen in stand houdt.

5. De omschrijving van artikel 102e komt te luiden:

Artikel 102e. Vaststelling overschrijdingsbedrag voor een niet door de gemeente in stand gehouden school.

6. De omschrijving van artikel 102f komt te luiden:

Artikel 102f. Uitkering overschrijdingsbedrag aan een niet door de gemeente in stand gehouden school.

7. De omschrijving van artikel 102k komt te luiden:

Artikel 102k. Besteding gemeentelijke vergoeding.

ARTIKEL III

De Wet op het voortgezet onderwijs3 wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 76u wordt in het tweede en het zesde lid «in geval van verschil» telkens vervangen door: in geval van een geschil.

B

In artikel 77, tweede lid, wordt «bijzondere scholen» vervangen door: niet door de gemeente in stand gehouden scholen.

C

Voor het opschrift van paragraaf 7 van titel III, afdeling II, hoofdstuk III, wordt ingevoegd:

§ 6. Gemeentelijk beleid met betrekking tot personele en materiële voorzieningen

Artikel 96g. Gemeentelijk beleid als een gemeente zelf geen openbare scholen voor v.w.o., a.v.o. of v.b.o. in stand houdt of als openbare scholen voor v.w.o., a.v.o. of v.b.o. ontbreken
  • 1. Indien in een gemeente uitsluitend een of meer andere rechtspersonen dan de gemeente openbare scholen voor v.w.o., a.v.o. of v.b.o. in stand houden dan wel openbare scholen voor v.w.o., a.v.o. of v.b.o. ontbreken en de gemeente uitgaven wil doen voor het desbetreffende onderwijs welke niet door het Rijk worden vergoed, stelt de gemeenteraad onverminderd de artikelen 102b, zevende lid, 118d, derde lid, en 118e, tweede lid, bij verordening een regeling daarvoor vast en zijn de artikelen 96i tot en met 96k niet van toepassing.

  • 2. De regeling, bedoeld in het eerste lid, maakt geen onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs en voorziet in een behandeling van scholen naar dezelfde maatstaf.

  • 3. De regeling, bedoeld in het eerste lid, bevat in elk geval de voorzieningen die door het bevoegd gezag van een in de gemeente gelegen, niet door de gemeente in stand gehouden school kunnen worden aangevraagd en de procedure voor het doen van een aanvraag.

  • 4. De gemeenteraad kan besluiten dat burgemeester en wethouders de regeling, bedoeld in het eerste lid, tijdelijk kunnen aanvullen met nieuwe voorzieningen. De aanvulling wordt binnen 1 week aan de bevoegde gezagsorganen van de niet door de gemeente in stand gehouden scholen gezonden. Binnen 12 weken na de totstandkoming van de aanvulling wordt deze voorgelegd aan de gemeenteraad en beslist de gemeenteraad over de bekrachtiging ervan. Indien de gemeenteraad niet binnen 12 weken heeft beslist, wordt de aanvulling gelijkgesteld met een aanvulling die is bekrachtigd. Een afwijzing van de aanvulling door de gemeenteraad heeft geen gevolgen voor aanvragen waarop reeds is beslist of die reeds zijn ingediend en die voorzieningen betreffen waarop de aanvulling betrekking heeft.

  • 5. Artikel 8:2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de regeling, bedoeld in het eerste lid, dan wel een wijziging daarvan. In afwijking van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen een aanvulling als bedoeld in het vierde lid geen beroep worden ingesteld zolang de gemeenteraad deze nog niet heeft bekrachtigd.

  • 6. Voor de toepassing van dit artikel wordt een nevenvestiging aangemerkt als een nevenvestiging die is gelegen in de gemeente van de hoofdvestiging. De gemeenteraad kan besluiten dat in de gemeente gelegen nevenvestigingen van scholen waarvan de hoofdvestiging is gelegen in een andere gemeente in afwijking van de eerste volzin in aanmerking komen voor een of meer van de in de regeling genoemde voorzieningen.

  • 7. Burgemeester en wethouders maken jaarlijks in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze, een overzicht bekend van de op grond van de regeling, bedoeld in het eerste lid, toegekende voorzieningen.

Artikel 96h. Gemeentelijk beleid als een gemeente zelf openbare scholen voor v.w.o., a.v.o. of v.b.o. in stand houdt
  • 1. Indien een gemeente zelf een of meer openbare scholen voor v.w.o., a.v.o. of v.b.o. in stand houdt en zij uitgaven wil doen voor het v.w.o., a.v.o. of v.b.o. welke niet door het Rijk worden vergoed, kan de gemeenteraad onverminderd de artikelen 102b, zevende lid, 118d, derde lid, en 118e, tweede lid, daarvoor bij verordening een regeling vaststellen.

  • 2. Artikel 96g, tweede tot en met zevende lid, is van toepassing.

D

Artikel 96i wordt gewijzigd als volgt:

1. In het opschrift wordt «bijzondere scholen» vervangen door: niet door de gemeente in stand gehouden scholen.

2. In het vierde lid wordt aan het eind van de tweede volzin toegevoegd: , de uitgaven die worden gedekt door ontvangsten op grond van een besluit als bedoeld in artikel 96g, zesde lid, tweede volzin, en de uitgaven voor de voorzieningen waarvoor het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school op grond van de regeling, bedoeld in artikel 96h, eerste lid, een aanvraag bij de gemeente kon indienen en wel gedurende de periode waarvoor een dergelijke aanvraag kon worden gedaan.

3. In het zesde lid wordt «vierde lid» vervangen door «vijfde lid» en wordt na de tweede volzin toegevoegd: Indien een gemeente vanaf een tijdstip binnen een periode van vijf jaar als bedoeld in de eerste volzin geen school in stand houdt, stelt de gemeenteraad in afwijking van die volzin zo spoedig mogelijk na dat tijdstip voorlopig vast het totaal van de vastgestelde uitgaven en ontvangsten in het aan dat tijdstip voorafgaande deel van de periode van vijf jaar, zoals in het eerste tot en met vijfde lid is aangegeven.

4. Het achtste en negende lid komen te luiden:

  • 8. Voor de toepassing van de artikelen 96i tot en met 96k worden uitgaven ten behoeve van een nevenvestiging aangemerkt als uitgaven ten behoeve van de hoofdvestiging van de school waaraan de nevenvestiging is verbonden. Indien ten behoeve van een school of nevenvestiging uitgaven worden gedaan door meer dan één gemeente, worden deze uitgaven aangemerkt als uitgaven van de gemeente op wier grondgebied de hoofdvestiging is gelegen. In het geval, bedoeld in de vorige volzin worden de besluiten ingevolge de artikelen 96i tot en met 96k genomen door laatstbedoelde gemeente en hebben deze mede betrekking op de uitgaven van de andere gemeente of gemeenten. Voor de toepassing van de artikelen 96i tot en met 96k wordt een nevenvestiging aangemerkt als een nevenvestiging die is gelegen in de gemeente van de hoofdvestiging.

  • 9. De gemeenteraad kan in overeenstemming met het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school besluiten dat met betrekking tot een of meer scholen van dat bevoegd gezag uitgaven die de gemeente doet ten behoeve van een door haar in stand gehouden school buiten beschouwing worden gelaten bij het vaststellen van de bedragen, bedoeld in dit artikel.

E

Artikel 96j wordt gewijzigd als volgt:

1. In het opschrift wordt «bijzondere scholen» vervangen door: niet door de gemeente in stand gehouden scholen.

2. In het eerste en tweede lid wordt «een bijzondere school» telkens vervangen door: een niet door de gemeente in stand gehouden school.

F

Artikel 96k wordt gewijzigd als volgt:

1. In het opschrift wordt «bijzondere scholen» vervangen door: niet door de gemeente in stand gehouden scholen.

2. In het eerste en tweede lid wordt «een bijzondere school» telkens vervangen door: een niet door de gemeente in stand gehouden school.

3. In het vierde lid vervalt: bijzondere.

G

Aan artikel 99 wordt een zevende lid toegevoegd, luidend:

  • 7. De op grond van artikel 96g of artikel 96h toegekende vergoedingen worden besteed aan het doel waarvoor zij zijn verstrekt.

ARTIKEL IV. WIJZIGING OISOVSO

In artikel E 24 van de Overgangswet ISOVSO4 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde tot en met vijfde lid tot tweede tot en met vierde lid.

2. In de eerste volzin van het derde lid vervalt «en het tweede».

ARTIKEL V

Een school die in stand wordt gehouden op basis van een gemeenschappelijke regeling wordt voor de toepassing van de overschrijdingsregeling voor de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als een door de gemeente in stand gehouden school.

ARTIKEL VI

In artikel 105a1, vijfde lid, van de Wet op het basisonderwijs vervalt de eerste volzin.

ARTIKEL VII

In artikel 102a1, vijfde lid, van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs vervalt de eerste volzin.

ARTIKEL VIII

In artikel 96g, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs vervalt de eerste volzin.

ARTIKEL IX

De Wet van 4 juli 1996 tot wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Tijdelijke wet bekostiging nieuwe basisscholen inzake vereenvoudiging van het bekostigingsstelsel voor het basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs (vereenvoudiging Londo) (Stb. 1996, 403) wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel V wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «Wet op het basisonderwijs of» vervangen door: Wet op het basisonderwijs,.

2. Aan het eind wordt een vijfde lid toegevoegd, luidend:

  • 5. Bij de toepassing van het eerste lid worden buiten beschouwing gelaten:

    a. de vergoedingen voor de kosten van de materiële instandhouding van de ruimten voor het onderwijs in lichamelijke oefening, en

    b. de vergoedingen voor componenten in de programma's van eisen voor het jaar waarin deze wet in werking treedt die niet zouden voorkomen in de programma's van eisen zoals deze zouden worden vastgesteld op basis van de wetgeving zoals luidend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet en de wet van 4 juli 1996, Stb. 402, en omgekeerd.

B

Na artikel V worden twee nieuwe artikelen ingevoegd, luidend:

ARTIKEL VA. OVERGANGSREGELING VERGOEDING VOOR MATERIËLE INSTANDHOUDING LICHAMELIJKE OEFENING IN PRIMAIR ONDERWIJS IN DE PERIODE VAN 1 JANUARI 1997 TOT EN MET 31 JULI 1997

Voor de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 juli 1997 wordt de vergoeding die overeenkomstig de artikelen 95a en 102 van de Wet op het basisonderwijs, onderscheidenlijk 92b en 99 van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs wordt verleend, vastgesteld op de vergoeding voor de materiële instandhouding van een ruimte voor onderwijs in lichamelijke oefening waarop voor die periode aanspraak zou hebben bestaan op grond van de regelgeving zoals die luidde ten behoeve van de vergoeding voor de periode van 1 augustus 1996 tot en met 31 december 1996, met dien verstande dat de vergoeding wordt aangepast overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële consumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, die naar verwachting zal optreden tussen het prijsniveau in het jaar 1996 en het jaar 1997.

ARTIKEL VB. OVERGANGSREGELING VERGOEDING VOOR MATERIËLE INSTANDHOUDING BIJ INSTELLINGEN IN DE JAREN 1997, 1998 EN 1999

Met betrekking tot de vergoeding op grond van artikel XII van de wet van 31 mei 1995, houdende wijziging van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en van enkele andere wetten inzake samenvoeging van de schoolsoorten onderwijs aan blinde kinderen en onderwijs aan slechtziende kinderen tot de schoolsoort onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen (Stb. 1995, 319) wordt nagegaan op welk bedrag een instelling in het jaar 1997 recht zou hebben indien in dat jaar op de instelling de artikelen 89 tot en met 92, 93, 97 en 98 van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, zoals luidend met ingang van 1 januari 1997, van toepassing zouden zijn. Indien dit bedrag hoger is dan het bedrag waarop de instelling op grond van voornoemd artikel XII recht zou hebben bij ongewijzigde toepassing van artikel XII, wordt voor het jaar 1997 het hogere bedrag vergoed en wordt dit hogere bedrag als basis genomen voor de aanpassing van de vergoeding als bedoeld in het tweede lid van voornoemd artikel XII ten behoeve van de jaren 1998 en 1999.

ARTIKEL X

Indien deze wet in werking treedt op of na het tijdstip waarop het op 19 juni 1996 aan de Eerste Kamer gezonden voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs inzake de bestuursvorm van het openbaar onderwijs (Kamerstukken I, 1995/96, 24 138, nr. 300)5 tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt deze wet gewijzigd als volgt:

a

In artikel I wordt na onderdeel A ingevoegd:

A1

In artikel 52a, tweede lid, vervalt: , afdeling 5, paragraaf 4,.

b

In artikel II wordt na onderdeel A ingevoegd:

A1

In artikel 59c, tweede lid, vervalt: , afdeling 5, paragraaf 4,.

c

Artikel III, onderdeel B, van deze wet komt te luiden:

B

Artikel 77 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het tweede lid wordt «bijzondere scholen» vervangen door: niet door de gemeente in stand gehouden scholen.

2. In het vijfde lid vervalt de tweede volzin.

ARTIKEL XI

Indien deze wet in werking treedt op een tijdstip waarop het op 19 juni 1996 aan de Eerste Kamer gezonden voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs inzake de bestuursvorm van het openbaar onderwijs (Kamerstukken I, 1995/96, 24 138, nr. 300) tot wet is verheven, maar nog niet in werking is getreden, onderscheidenlijk nog niet tot wet is verheven en nog niet in werking is getreden, wordt die wet onderscheidenlijk dat voorstel van wet als volgt gewijzigd:

a

In artikel I, onderdeel C, artikel 52a, tweede lid, vervalt: , afdeling 5, paragraaf 4,.

b

In artikel II, onderdeel C, artikel 59c, tweede lid, vervalt: , afdeling 5, paragraaf 4,.

c

In artikel III, onderdeel D, artikel 77, vijfde lid, vervalt de tweede volzin.

ARTIKEL XII

  • 1. Deze wet treedt met uitzondering van de artikelen VI, VII en VIII in werking met ingang van 1 januari 1997. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 1996, treedt deze wet met uitzondering van de artikelen VI, VII en VIII in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat zij voor wat betreft artikel I, onderdelen B tot en met J, N punt 2, O punt 3 , S punten 1 tot en met 3, artikel II, onderdelen B tot en met K, R punt 2, T punten 1 tot en met 3, artikel III, onderdeel A, artikel IV en artikel IX terugwerkt tot en met 1 januari 1997.

  • 2. De artikelen VI, VII en VIII van deze wet treden in werking met ingang van 1 januari 1999.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 19 december 1996

Beatrix

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

T. Netelenbos

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

J. J. van Aartsen

Uitgegeven de drieëntwintigste december 1996

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager


XNoot
1

Stb. 1994, 620, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 november 1996, Stb. 580.

XNoot
2

Stb. 1994, 621, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 november 1996, Stb. 580.

XNoot
3

Stb. 1993, 666, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 november 1996, Stb. 580.

XNoot
4

Stb. 1984, 653, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 juli 1996, Stb. 402.

XNoot
5

Stb. 1996, 580.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1995/96, 1996/97, 24 645.

Handelingen II 1996/97, blz. 199–223; 291–305; 312–346; 723–724; 726.

Kamerstukken I 1996/97, 24 645 (42, 42a, 42b, 42c).

Handelingen I 1996/97, zie vergadering dd. 17 december 1996.