Besluit van 4 december 1996, houdende wijziging van het Deurwaardersreglement

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 31 mei 1996, Directie Wetgeving/Sector Rechtspleging, nr. 556852/96/6;

Gelet op artikel 53 van de Wet tarieven in burgerlijke zaken;

De Raad van State gehoord (advies van 1 juli 1996, no. W03.96.0235);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van november 1996, Directie Wetgeving/Sector Rechtspleging, nr. 556852/96/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Aan artikel 14 van het >Deurwaardersreglement1 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

L. a. Voor het aanvragen van een schriftelijke machtiging tot binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner f 30,20;

b. Voor het toezenden van het verslag van binnentreden aan degene die de machtiging heeft gegeven f 10,15.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 4 december 1996

Beatrix

De Staatssecretaris van Justitie,

E. M. A. Schmitz

Uitgegeven de twaalfde december 1996

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

NOTA VAN TOELICHTING

Ten gevolge van de inwerkingtreding van de Algemene wet op het binnentreden is voor het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner een schriftelijke machtiging vereist en dient een verslag van het binnentreden toegezonden te worden aan degene die de machtiging heeft gegeven.

Een dergelijke machtiging kan slechts worden gegeven aan degene die bij of krachtens wet, zonder toestemming van de bewoner, tot binnentreden bevoegd is verklaard. Artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden verklaart de gerechtsdeurwaarder, teneinde conservatoir beslag te leggen, daartoe bevoegd. In overige gevallen waarin binnentreding zonder toestemming geboden is (zoals het leggen van executoriaal beslag, ontruiming en openbare verkoping) bestaat voor de gerechtsdeurwaarder derhalve noodzaak om een machtiging aan te vragen.

Krachtens artikel 11, lid 1 van de Algemene wet op het binnentreden dient de deurwaarder het verslag van het binnentreden toe te zenden aan degene die de machtiging heeft gegeven.

Aangezien aanvraag van voornoemde machtiging en toezending van voornoemd verslag op grond van een wettelijke verplichting geschieden en een gerechtsdeurwaarder deze handelingen slechts in de uitoefening van zijn functie kan verrichten is er sprake van ambtshandelingen. Voor deze ambtshandelingen dient een tarief te worden vastgesteld en opgenomen in het Deurwaardersreglement (DWR).

In artikel 14 onder H van het DWR is een tarief van f 30,20 opgenomen voor «vacatie ter verkrijging van de nodige hulp van de sterke arm of andere door de wet vereiste bijstand». Deze ambtshandeling vertoont (ook qua arbeidsintensiteit) overeenkomst met het aanvragen van een machtiging tot binnentreden.

De aanvraag van de machtiging wordt verricht aan het openbaar ministerie dan wel de burgemeester en is, evenals voornoemde vacatie, vormvrij. De machtiging kan derhalve zowel door middel van een standaardformulier als telefonisch aangevraagd worden.

In ieder geval dienen doel en plaats van binnentreding bij de aanvraag vermeld te worden. Na autorisatie wordt het machtigingsformulier de deurwaarder toegezonden of kan het door hem worden afgehaald. Gezien het bovenstaande lijkt het redelijk een tarief van f 30,20 vast te stellen voor het aanvragen van de machtiging.

Toezending van het verslag van binnentreden is een ambtshandeling die gelijkenis vertoont met de in artikel 14 DWR onder A, sub e, genoemde «voor het ter post bezorgen daarvan.»

Voor deze ambtshandeling geldt een tarief van f 10,15.

Omdat het verslag niet kan worden gekwalificeerd als exploit, doch als proces-verbaal van constatering (vastlegging van een bepaald feitencomplex) is tarifering in een apart lid noodzakelijk.

De Koninklijke Vereniging van Gerechtsdeurwaarders heeft desgevraagd laten weten in te stemmen met de voorgestelde wijziging.

De Staatssecretaris van Justitie,

E. M. A. Schmitz


XNoot
1

Stb. 1960, 562, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 18 juli 1996, Stb. 422.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.

Naar boven