Besluit van 12 september 1996, houdende wijziging
van het Vrijstellingsbesluit WTG (Tijdelijke aanpassing Vrijstellingsbesluit
WTG)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
van 31 mei 1996, VPZ/P-96586, gedaan mede namens Onze Minister van Economische
Zaken en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 1, vijfde lid, van de Wet tarieven gezondheidszorg;
De Raad van State gehoord (advies van 1 juli 1996);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport van 12 augustus 1996, uitgebracht mede namens Onze Minister van Economische
Zaken en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
Het >Vrijstellingsbesluit WTG1 wordt gewijzigd als volgt:
In artikel 1 wordt onder verlettering van onderdeel b tot onderdeel c
een nieuw onderdeel b ingevoerd, luidende:
b. waarop artikel III, eerste lid, van het koninklijk besluit van 8 december
1995 tot intrekking van het Besluit U.A.-geneesmiddelen en tot wijziging van
het Reclamebesluit geneesmiddelen (Stb. 615) van toepassing is, of.
ARTIKEL II
Met ingang van 1 januari 1997 vervalt artikel 1, onderdeel b, van het
Vrijstellingsbesluit WTG en wordt onderdeel c van dat artikel verletterd tot
onderdeel b.
ARTIKEL III
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
ARTIKEL IV
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijke aanpassing Vrijstellingsbesluit
WTG.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting
in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnoot's-Gravenhage, 12 september 1996
Beatrix
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
De Minister van Economische Zaken,
G. J. Wijers
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F. H. G. de Grave
Uitgegeven de vijftiende oktober 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
NOTA VAN TOELICHTING
Met het Vrijstellingsbesluit WTG apotheekhoudenden werd de werkingssfeer
van de Wet Tarieven Gezondheidszorg (WTG) ten aanzien van de farmaceutische
hulp beperkt tot de aflevering van de geneesmiddelen waarop het Besluit U.A.-geneesmiddelen
van toepassing was, met uitzondering van bepaalde uitsluitend apotheek (U.A.)-geneesmiddelen
die onder bepaalde restricties ook buiten de apotheek waren af te leveren,
en de zgn. bloedproducten.
De aflevering van alle overige geneesmiddelen werd daarmee overgelaten
aan de concurrentie tussen drogisten en apotheekhoudenden en tussen apotheekhoudenden
onderling.
In het Vrijstellingsbesluit WTG is abusievelijk het regime van de WTG
slechts gehandhaafd ten aanzien van de aflevering van die geneesmiddelen waarvoor
aan artikel 4, derde lid, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening toepassing
is gegeven of waarop de Wet inzake bloedtransfusie van toepassing is. Daarmee
is derhalve slechts ten aanzien van de aflevering van de uitsluitend recept
(U.R.)-geneesmiddelen het WTG-tarief van toepassing.
Een dergelijk effect is niet gewenst, omdat bij de intrekking van het
Besluit U.A.-geneesmiddelen ervoor is gekozen dat gedurende het overgangsjaar
1996 alleen de apotheker bevoegd is om zowel de U.R.-geneesmiddelen als niet-U.R.-geneesmiddelen
ter zake waarvan nog moet worden beslist tot welke categorie (wel of niet
de U.R.-status) zij zullen behoren, af te leveren. De geneesmiddelen die worden
omschreven in de bijlage bij het intrekkingsbesluit vallen buiten de gekozen
regeling.
Van enige concurrentie tussen apotheekhoudenden en drogisten zal, voorzover
het gaat om niet-U.R.-geneesmiddelen over de status waarvan nog niet is beslist,
in het 1996 geen sprake zijn. Met de tijdelijke aanpassing van het Vrijstellingsbesluit
WTG wordt aangesloten bij het uitgangspunt van de intrekking van het Besluit
U.A.-geneesmiddelen.
Het overgangsjaar 1996 zal worden gebruikt om aan de hand van bepaalde
criteria een duidelijk onderscheid aan te brengen in de U.R.-geneesmiddelen
en de niet U.R.-geneesmiddelen.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
De Minister van Economische Zaken,
G. J. Wijers
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F. H. G. de Grave
XHistnoot
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond
van artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State, omdat
het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.