Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatsblad 1996, 478Wet

Wet van 26 september 1996, houdende het onderbrengen van de zorg, bestaande uit duurzaam verblijf en verzorging in een verzorgingshuis, in de aanspraken op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en tijdelijke regeling van de subsidiëring van verzorgingshuizen door de Ziekenfondsraad (Overgangswet verzorgingshuizen)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de zorg, bestaande uit duurzaam verblijf en verzorging in een verzorgingshuis, onder te brengen in de aanspraken op zorg op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, te regelen dat de Ziekenfondsraad tijdelijk tot taak heeft verzorgingshuizen, alsmede enige activiteiten van deze instellingen, te subsidiëren en enige daarmee verband houdende onderwerpen te regelen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK I. BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1

  • 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

    b. verzorgingshuis: een instelling waarin aan ten minste vijf personen van 65 jaar of ouder duurzaam verblijf en verzorging wordt verschaft;

    c. Wet op de bejaardenoorden: de Wet op de bejaardenoorden, zoals die wet luidde voor de intrekking van die wet;

    d. plan: een op grond van de artikelen 4, 6, 22 juncto 4 en 6, of 24a, van de Wet op de bejaardenoorden, vastgesteld plan;

    e. capaciteit: het aantal plaatsen, bestemd voor duurzaam verblijf en verzorging, in een verzorgingshuis;

    f. indicatieorgaan: een orgaan als bedoeld in artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;

    g. de Ziekenfondsraad: de Ziekenfondsraad, bedoeld in artikel 50 van de Ziekenfondswet;

    h. regiovisie: een advies aan Onze Minister welke een visie omvat, per gebied als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, waarin ten minste de vraag naar en het aanbod van zorg in of door verpleeghuizen en verzorgingshuizen is aangegeven, die richtinggevend is voor een optimaal aanbod aan zorgvoorzieningen en waarin ten minste het aanbod aan gezinsverzorging en kruiswerk in relatie is gebracht met het aanbod van verzorgingshuizen en verpleeghuizen.

  • 2. Voor de toepassing van deze wet en de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt:

    a. als gehuwd of als echtgenoot aangemerkt: degene die niet duurzaam gescheiden leeft van de man of vrouw met wie hij of zij gehuwd is;

    b. als ongehuwd mede aangemerkt: degene die duurzaam gescheiden leeft van de man of vrouw met wie hij of zij gehuwd is.

  • 3. In deze wet en de daarop berustende bepalingen worden mede als gehuwd of als echtgenoot aangemerkt: niet gehuwde personen van verschillend of gelijk geslacht, die duurzaam een gezamenlijke huishouding voeren, tenzij het betreft personen tussen wie bloedverwantschap in de eerste graad bestaat.

  • 4. Van een gezamenlijke huishouding als bedoeld in het derde lid is slechts sprake, indien twee ongehuwde personen gezamenlijk voorzien in huisvesting en bovendien beiden een bijdrage leveren in de kosten van de huishouding dan wel op andere wijze in elkaars verzorging voorzien. Onze Minister kan nadere regels stellen voor de toepassing van de eerste volzin.

HOOFDSTUK II. SUBSIDIËRING VAN VERZORGINGSHUIZEN DOOR DE ZIEKENFONDSRAAD EN SUBSIDIEVOORSCHRIFTEN

Artikel 2

  • 1. De Ziekenfondsraad is belast met het verstrekken van subsidies ten behoeve van verzorgingshuizen voor:

    a. zorg bestaande uit duurzaam of kortdurend verblijf en verzorging dan wel verzorging gedurende de dag of nacht;

    b. zorg die er op gericht is personen in staat te stellen zelfstandig te blijven wonen en die zonder die zorg aangewezen zouden zijn op duurzaam verblijf en verzorging;

    c. het verbouwen en het geheel of gedeeltelijk vervangen van een verzorgingshuis.

  • 2. Onze Minister deelt jaarlijks voor 1 juli aan de Ziekenfondsraad mede welk bedrag dan wel welke bedragen in het komende jaar beschikbaar zijn voor de in het eerste lid bedoelde taak. Het bedrag en de bedragen die beschikbaar zijn kunnen tussentijds worden gewijzigd met de som van de bedragen die verband houden met de omzetting van capaciteit van verzorgingshuizen in capaciteit voor verpleeghuizen als omschreven bij of krachtens de Wet ziekenhuisvoorzieningen en de omzetting van capaciteit van die verpleeghuizen in capaciteit voor verzorgingshuizen, voor zover voortvloeit uit de regiovisie.

Artikel 3

  • 1. Onze Minister kan aanwijzingen aan de Ziekenfondsraad geven met betrekking tot de uitoefening van diens taken ingevolge dit hoofdstuk.

  • 2. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen, dat werkzaamheden met betrekking tot het verstrekken van subsidie namens de Ziekenfondsraad worden verricht door op grond van artikel 16, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten aangewezen rechtspersonen.

  • 3. De Ziekenfondsraad houdt toezicht op werkzaamheden van de rechtspersonen, bedoeld in het tweede lid, en kan aan deze rechtspersonen voorschriften geven, welke hij nodig acht in het belang van een juiste uitvoering van werkzaamheden.

Artikel 4

  • 1. Subsidie wordt slechts verleend aan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon die een verzorgingshuis, opgenomen in een plan, exploiteert.

  • 2. Met een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld, een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon die een instelling, opgenomen in een plan, exploiteert, welke instelling voorziet in zorg als bedoeld in artikel 2, eerste lid, en ten behoeve van welke instelling onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van enig artikel van deze wet subsidie verleend werd in de kosten van dienstverlening als bedoeld in de artikelen 2b of 2c van de Wet op de bejaardenoorden.

Artikel 5

Subsidie wordt slechts verleend voor zover:

a. het bedrag dan wel de bedragen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, dat mogelijk maken;

b. dit in overeenstemming is met de in een plan opgenomen capaciteit.

Artikel 6

  • 1. Voor zover uit de regiovisie voortvloeit dat met omzetting van capaciteit van een verpleeghuis als omschreven bij of krachtens de Wet ziekenhuisvoorzieningen in capaciteit voor een verzorgingshuis in een tekort aan laatstgenoemde capaciteit kan worden voorzien, kan de desbetreffende provincie of de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, 's-Gravenhage of Utrecht Onze Minister verzoeken de Ziekenfondsraad een aanwijzing te geven om in afwijking van een plan subsidie te verlenen ten behoeve van die laatstbedoelde capaciteit.

  • 2. De Ziekenfondsraad verleent op aanwijzing van Onze Minister de in het eerste lid bedoelde subsidie.

Artikel 7

  • 1. Voor zover uit de regiovisie voortvloeit dat de voortzetting van de exploitatie van een verzorgingshuis waarvan in een plan sluiting of vermindering van capaciteit is voorzien wenselijk is, kan de desbetreffende provincie of de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, 's-Gravenhage of Utrecht Onze Minister verzoeken de Ziekenfondsraad een aanwijzing te geven om in afwijking van een plan subsidie te verlenen ten behoeve van die voortzetting.

  • 2. Indien dit niet ten koste gaat van de voor subsidiëring van de in dat plan opgenomen capaciteit van verzorgingshuizen benodigde bedragen, verleent de Ziekenfondsraad op aanwijzing van Onze Minister de in het eerste lid bedoelde subsidie.

Artikel 8

In bijzondere gevallen kan de Ziekenfondsraad subsidie verlenen ten behoeve van een verzorgingshuis dat niet in een plan is opgenomen of voor een grotere capaciteit dan in het plan is opgenomen.

Artikel 9

Besluiten van de Ziekenfondsraad, welke niet in overeenstemming zijn met de in een plan opgenomen capaciteit, behoeven de goedkeuring van Onze Minister.

Artikel 10

Indien de Ziekenfondsraad voornemens is bij de subsidieverlening af te wijken van een plan, vraagt hij ter zake het in artikel 17, bedoelde oordeel.

Artikel 11

Subsidie wordt slechts verleend, indien het verzorgingshuis of de instelling, bedoeld in artikel 4, tweede lid, slechts zorg verleend aan:

a. personen ten aanzien van wie een indicatieorgaan een besluit heeft genomen waaruit blijkt dat zodanige zorg aangewezen is, en

b. de echtgenoot van een persoon als bedoeld onder a aan wie duurzaam verblijf en verzorging wordt verleend.

Artikel 12

  • 1. Indien de Ziekenfondsraad besluit tot beëindiging dan wel vermindering van de subsidie, verleent de Ziekenfondsraad subsidie in de onvermijdbare kosten van sluiting dan wel vermindering van de capaciteit in het verzorgingshuis en activiteiten van het verzorgingshuis.

  • 2. Op de voorbereiding van een besluit tot beëindiging dan wel een substantiële vermindering van de subsidie met betrekking tot de door een verzorgingshuis verleende zorg, bestaande uit duurzaam verblijf en verzorging, is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing.

Artikel 13

  • 1. De Ziekenfondsraad stelt een subsidieregeling vast. In die regeling worden bepaald:

    a. de voorwaarden om voor subsidiëring in aanmerking te komen;

    b. de subsidiegrondslag;

    c. de aan de subsidie verbonden voorschriften;

    d. de procedures voor het aanvragen en verstrekken van subsidie;

    e. de bevoorschotting;

    f. de subsidievaststelling.

  • 2. De subsidieregeling behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

HOOFDSTUK III. FINANCIËLE VOORSCHRIFTEN

Artikel 14

De Ziekenfondsraad stelt betreffende de subsidiëring van verzorgingshuizen vóór 1 oktober een begroting vast voor het volgende jaar. Onze Minister kan bij ministeriële regeling regels stellen over de inrichting van de begroting. Onze Minister bepaalt binnen dertig dagen na toezending van de vastgestelde begroting of hij zijn goedkeuring onthoudt aan de begroting of aan te wijzen onderdelen daarvan.

HOOFDSTUK IV. EIGEN BIJDRAGEN

Artikel 15

  • 1. Degene aan wie zorg door een verzorgingshuis wordt verleend is aan de Ziekenfondsraad een bijdrage verschuldigd.

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de hoogte van de bijdrage. De bijdrage kan verschillen naar gelang de groep waartoe betrokkene behoort, de zorg en voorzieningen die verstrekt worden en mede afhankelijk gesteld worden van zijn inkomen en dat van zijn echtgenoot.

  • 3. Artikel 3, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden, verband houdende met de vaststelling en inning van de bijdragen.

Artikel 16

  • 1. Indien de bijdrage voor het geheel of voor een deel niet tijdig is betaald, kan de Ziekenfondsraad van een bijdrageplichtige de verschuldigde bedragen, vermeerderd met de aan de invordering verbonden kosten van aanmaning, betekening en executie, invorderen.

  • 2. Geen invordering geschiedt dan nadat de bijdrageplichtige schriftelijk is aangemaand om alsnog binnen veertien dagen na dagtekening van de aanmaning te betalen, onder kennisgeving dat de bijdrageplichtige anders door de middelen bij wet bepaald tot betaling zal worden gedwongen.

  • 3. Indien de bijdrageplichtige na de aanmaning in gebreke blijft, kan de invordering geschieden bij een door de Ziekenfondsraad uit te vaardigen dwangbevel, dat meebrengt het recht de roerende en onroerende goederen van de bijdrageplichtige zonder vonnis aan te tasten.

  • 4. De betekening van het dwangbevel geschiedt overeenkomstig de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering met betrekking tot de betekening van dagvaardingen.

  • 5. Het dwangbevel wordt ten uitvoer gelegd overeenkomstig de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering met betrekking tot de tenuitvoerlegging van vonnissen en authentieke akten.

  • 6. De bijdrageplichtige kan tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in verzet komen bij de rechtbank. Het verzet vangt aan met een dagvaarding door de bijdrageplichtige als eiser aan de Ziekenfondsraad als gedaagde. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel voor zover deze door het verzet wordt bestreden. Het verzet kan niet zijn gegrond op de stelling dat een mededeling van de Ziekenfondsraad ten aanzien van de bijdrage die de bijdrageplichtige verschuldigd is of de aanmaning niet is ontvangen. Bovendien kan het verzet niet zijn gegrond op de stelling dat de bijdrage ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld.

HOOFDSTUK V. BEOORDELING DOOR PROVINCIES EN GROTE STEDEN VAN SUBSIDIEVERSTREKKING AAN VERZORGINGSHUIZEN EN REGIOVISIES

Artikel 17

De provincies en de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, 's-Gravenhage en Utrecht geven gevraagd en ongevraagd de Ziekenfondsraad hun oordeel over de voornemens van de Ziekenfondsraad betreffende het verstrekken, verminderen en beëindigen van subsidie ten behoeve van verzorgingshuizen in de provincie, onderscheidenlijk de gemeente, daaronder niet begrepen bejaardenoorden als bedoeld in artikel 24a van de Wet op de bejaardenoorden.

Artikel 18

De provincies en de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, 's-Gravenhage en Utrecht stellen periodiek een regiovisie vast in overleg met gemeenten, gebruikers, zorgaanbieders en zorgverzekeraars. De regiovisie wordt aan Onze Minister gezonden, vergezeld van de commentaren van betrokken instanties.

HOOFDSTUK VI. INFORMATIEVERSTREKKING

Artikel 19

De Ziekenfondsraad verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 20

  • 1. Een verzorgingshuis verstrekt aan de Ziekenfondsraad of aan een daartoe door of vanwege de Ziekenfondsraad aangewezen persoon kosteloos alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van artikel 15.

  • 2. De gegevens en inlichtingen worden op verzoek verstrekt in schriftelijke vorm, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, binnen een termijn die schriftelijk wordt gesteld bij het verzoek.

  • 3. Een verzorgingshuis geeft op verzoek van de Ziekenfondsraad inzage in alle bescheiden en andere gegevensdragers, stelt deze op verzoek ter beschikking voor het nemen van afschrift en verleent de ter zake verlangde medewerking, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van artikel 15.

Artikel 21

  • 1. De bedrijfsvereniging en uitvoeringsinstellingen als bedoeld in hoofdstuk V van de Organisatiewet sociale verzekeringen en de Sociale Verzekeringsbank zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek van de Ziekenfondsraad aan de Ziekenfondsraad of aan een daartoe door of vanwege de Ziekenfondsraad aangewezen persoon kosteloos de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van artikel 15. De verstrekking en toezending van de gegevens geschiedt kosteloos.

  • 2. Alle ambtenaren tot afgifte van uittreksels uit registers van burgerlijke stand bevoegd, zijn verplicht aan de Ziekenfondsraad de door deze gevraagde uittreksels uit de registers kosteloos toe te zenden.

Artikel 22

Voor 1 januari 1999 brengt Onze Minister aan de beide Kamers der Staten-Generaal verslag uit over de wijze waarop de zorg, bedoeld in artikel 2, eerste lid, in de aanspraken op zorg, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, kan worden opgenomen.

HOOFDSTUK VII. TAAKVERWAARLOZING

Artikel 23

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, voor zoveel nodig in afwijking van deze wet, voorzieningen worden getroffen, voor het geval de Ziekenfondsraad zijn uit deze wet voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt.

HOOFDSTUK VIII. STRAFBEPALINGEN

Artikel 24

  • 1. Hij die in strijd handelt met de verplichtingen, bedoeld in artikel 20, wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie.

  • 2. De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.

HOOFDSTUK IX. INTREKKING WET OP DE BEJAARDENOORDEN

Artikel 25

De Wet op de bejaardenoorden wordt ingetrokken.

HOOFDSTUK X. HET ONDERBRENGEN VAN ZORG, BESTAANDE UIT DUURZAAM VERBLIJF EN VERZORGING IN EEN VERZORGINGSHUIS, IN DE AANSPRAKEN OP ZORG OP GROND VAN DE ALGEMENE WET BIJZONDERE ZIEKTEKOSTEN

Artikel 26

De aanspraken op zorg, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, omvatten zorg, bestaande uit duurzaam verblijf en verzorging in een verzorgingshuis.

HOOFDSTUK XI. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN IN VERBAND MET DE INTREKKING VAN DE WET OP DE BEJAARDENOORDEN

Artikel 27

  • 1. In wettelijke procedures en rechtsgedingen tegen besluiten die op grond van de Wet op de bejaardenoorden zijn genomen, dan wel op tegen deze besluiten in te stellen of ingestelde beroepen, blijven, zowel in eerste aanleg als in verdere instantie, de regels van toepassing, geldende voor de intrekking van die wet.

  • 2. Indien een plan voor de planperiode 1997 – 2001 wordt vastgesteld na 1 november van het jaar waarin enig artikel van deze wet in werking treedt, blijft artikel 6 van de Wet op de bejaardenoorden van toepassing op dat plan tot twee maanden na de vaststelling daarvan.

  • 3. Indien Onze Minister een aanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Wet op de bejaardenoorden, blijft artikel 6, van die wet van toepassing tot een gewijzigd dan wel nieuw plan is vastgesteld, dat past binnen het door Onze Minister voor dat plan bekend gemaakte bedrag.

Artikel 28

  • 1. De Wet op de bejaardenoorden blijft van toepassing op de financiële verantwoording, vaststelling en uitbetaling van op grond van die wet verleende subsidies en uitkeringen, met dien verstande, dat:

    a. overschotten als bedoeld in artikel 16b, tweede lid, van de Wet op de bejaardenoorden, bij de afrekening, bedoeld in artikel 16b, eerste lid, van die wet, over het kalenderjaar 1999 worden teruggevorderd;

    b. bij afrekeningen als bedoeld in artikel 16b, eerste lid, van de Wet op de bejaardenoorden, een verklaring wordt toegevoegd, waaruit blijkt voor zover er uit artikel 27 en dit artikellid nog kosten voortvloeien.

  • 2. In afwijking van het eerste lid worden overschotten als bedoeld in artikel 16b, tweede lid, van de Wet op de bejaardenoorden, teruggevorderd:

    a. vanaf het tijdstip van intrekking van die wet, voor zover aan deze overschotten een bestemming is gegeven in plannen;

    b. terstond, indien uit de in het eerste lid, onder b, bedoelde verklaring blijkt dat overschotten of een deel daarvan niet meer aangewend worden voor de uitvoering van artikel 27 en het eerste lid van dit artikel.

Artikel 29

  • 1. Adviezen van een commissie als bedoeld in artikel 6j van de Wet op de bejaardenoorden, waaruit blijkt dat zorg, verleend door een bejaardenoord, aangewezen is, en artikel 6h, derde lid, van die wet, worden gelijkgesteld met besluiten van een indicatieorgaan als bedoeld in artikel 11, onder a.

  • 2. Met betrekking tot degenen die onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van intrekking van de Wet op de bejaardenoorden dienstverlening ontvangen als bedoeld in artikel 2b van die wet, wordt geacht voldaan te zijn aan artikel 11, onder a.

Artikel 30

Artikel 12, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing, indien de sluiting of de vermindering van de capaciteit van het verzorgingshuis het gevolg is van een besluit als bedoeld in artikel 12a, eerste lid, 22 juncto 12a, eerste lid, of 24d juncto 12a, eerste lid, van de Wet op de bejaardenoorden.

Artikel 31

Gemeenten, onderscheidenlijk provincies, zijn verplicht op verzoek van de Ziekenfondsraad aan de Ziekenfondsraad of aan een daartoe door of vanwege de Ziekenfondsraad aangewezen persoon de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van artikel 15, onderscheidenlijk de uitvoering van hoofdstuk II. De verstrekking van de gegevens geschiedt kosteloos, tenzij bij of krachtens wet anders is bepaald.

Artikel 32

De >Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 6, derde lid, eerste zin, komt te luiden:

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan als voorwaarde voor het verkrijgen van een verstrekking worden gesteld dat de verzekerde bijdraagt in de kosten daarvan: de bijdrage kan verschillen naar gelang de groep waartoe de verzekerde behoort en de zorg die verstrekt wordt en mede afhankelijk gesteld worden van het inkomen van de verzekerde en diens echtgenoot.

B

In artikel 8h wordt na «van de Wet ziekenhuisvoorzieningen is getroffen» toegevoegd: of een omzetting van capaciteit als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Overgangswet verzorgingshuizen is gerealiseerd.

C

Na artikel 9 worden twee artikelen toegevoegd, luidende:

Artikel 9a
  • 1. Burgemeester en wethouders voorzien erin dat ten behoeve van de inwoners van hun gemeente er in hun gemeente een onafhankelijk indicatieorgaan werkzaam is, dat kosteloos beoordeelt of een inwoner in aanmerking komt voor een van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen vormen van zorg.

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de samenstelling en werkwijze van het orgaan, waaronder de heroverweging van beoordelingen als bedoeld in het eerste lid en gegevens die Onze Minister voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs behoeft. Deze regels zijn zodanig dat wordt gewaarborgd dat beoordelingen en heroverwegingen onafhankelijk geschieden.

Artikel 9b
  • 1. Verzekerden kunnen hun aanspraken op vormen van zorg, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, eerst tot gelding brengen, indien zij een advies hebben overgelegd van het in dat artikel bedoelde orgaan, waaruit blijkt dat zij op die zorg zijn aangewezen.

  • 2. In afwijking van het eerste lid worden er bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld voor gevallen waarin het advies niet afgewacht kan worden.

  • 3. Voor andere vormen van zorg dan die ingevolge artikel 9a, eerste lid, kan de aanspraak slechts tot gelding worden gebracht voor zover de verzekerde, gelet op zijn behoefte en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening, redelijkerwijs daarop naar aard, inhoud en omvang is aangewezen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden geregeld door wie en op welke wijze wordt vastgesteld of de verzekerde aangewezen is op een bepaalde vorm van zorg. Deze regels zijn zodanig dat wordt gewaarborgd dat de vaststelling onafhankelijk geschiedt.

D

De artikelen 81 tot en met 96 vervallen.

Artikel 33

Artikel 1, derde lid, onderdeel b, van de Wet ziekenhuisvoorzieningen2 komt te luiden:

b. een verzorgingshuis als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Overgangswet verzorgingshuizen, behoudens voor zover het betreft een verpleegafdeling van het verzorgingshuis;.

Artikel 34

Artikel 39 van de Wet financiering volksverzekeringen3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vervanging van de punt in een puntkomma aan het eind van onderdeel c, wordt aan het eerste lid een onderdeel d toegevoegd, luidende:

d. de bijdragen, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Overgangswet verzorgingshuizen.

2. Onder vervanging van de punt in een puntkomma aan het eind van onderdeel i, wordt aan het derde lid een onderdeel j toegevoegd, luidende:

j. subsidies als bedoeld in de Overgangswet verzorgingshuizen.

Artikel 35

De Kwaliteitswet zorginstellingen4 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

a. zorg: zorg als omschreven bij of krachtens de Ziekenfondswet, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Overgangswet verzorgingshuizen, met uitzondering van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zorg;.

B

Artikel 5, derde lid, komt te luiden:

  • 3. De zorgaanbieder zendt een afschrift van het verslag aan Onze Minister en aan de regionale inspecteur van het staatstoezicht op de volksgezondheid, alsmede aan de organisatie die in de regio de belangen van de patiënten in algemene zin behartigt.

C

Artikel 7, zesde lid, vervalt.

D

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor het eerste lid vervalt het cijfer 1.

2. Het tweede lid vervalt.

E

Artikel 14, derde lid, vervalt.

Artikel 36

In artikel 1, eerste lid, onder b, onder 1°, onderdeel a, van de Wet klachtrecht cliënten zorgsector5 wordt «de Wet op de bejaardenoorden» vervangen door: de Overgangswet verzorgingshuizen.

Artikel 37

Artikel 1, eerste lid, onder b, onder 1°, van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen6 komt te luiden:

1°. een verzorgingshuis als bedoeld in de Overgangswet verzorgingshuizen.

Artikel 38

Indien het bij koninklijk boodschap van 18 mei 1994 ingediende voorstel van wet houdende regels met betrekking tot de geestelijke verzorging in instellingen in de zorgsector en in justitiële inrichtingen (Kamerstukken II 1993/94, 23 720, nrs. 1 tot en met 3 (Wet geestelijke verzorging zorginstellingen en justitiële inrichtingen)) tot wet wordt verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onder f, onder 2°, komt te luiden:

2°. een verzorgingshuis als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Overgangswet verzorgingshuizen;.

B

Artikel 5, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «artikel 1, onder f, sub 1» vervangen door: artikel 1, onder f, sub 1 en 2.

2. Onderdeel b vervalt.

Artikel 39

Artikel XIII van de Wet van 15 december 1988, houdende invoering van een gedeeltelijk nominale premie in de ziekenfondsverzekering, uitbreiding van het verstrekkingenpakket van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en enige andere wijzigingen in de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, alsmede daarmee samenhangende wijzigingen in enige andere wetten en regelingen met betrekking tot de sociale zekerheid en de belastingwetgeving (Stb. 610), vervalt.

Artikel 40

In artikel 2, onderdeel i, van de Welzijnswet 19947 wordt «behoudens voor zover de Wet op de bejaardenoorden van toepassing is» vervangen door: behoudens voor zover de Overgangswet verzorgingshuizen van toepassing is.

Artikel 41

Artikel 40, eerste lid, van de Ziektewet8 komt als volgt te luiden:

  • 1. Indien degene, aan wie ziekengeld is toegekend, ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verschuldigd is in de kosten van een verstrekking als bedoeld in de artikelen 6 en 11 van die wet of een vergoeding als bedoeld in de artikelen 11 en 12 van die wet, dan wel een bijdrage verschuldigd is ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 15 van de Overgangswet verzorgingshuizen, is de bedrijfsvereniging bevoegd het ziekengeld tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene, aan wie het ziekengeld is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan de Ziekenfondsraad.

Artikel 42

Artikel 54, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering9 komt als volgt te luiden:

  • 1. Indien degene, aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verschuldigd is in de kosten van een verstrekking als bedoeld in de artikelen 6 en 11 van die wet of een vergoeding als bedoeld in de artikelen 11 en 12 van die wet, dan wel een bijdrage verschuldigd is ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 15 van de Overgangswet verzorgingshuizen, is de bedrijfsvereniging bevoegd de arbeidsongeschiktheidsuitkering tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene, aan wie de arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan de Ziekenfondsraad.

Artikel 43

Artikel 45, eerste lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet10 komt als volgt te luiden:

  • 1. Indien degene, aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verschuldigd is in de kosten van een verstrekking als bedoeld in de artikelen 6 en 11 van die wet of een vergoeding als bedoeld in de artikelen 11 en 12 van die wet, dan wel een bijdrage verschuldigd is ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 15 van de Overgangswet verzorgingshuizen, is de bedrijfsvereniging bevoegd de arbeidsongeschiktheidsuitkering tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene, aan wie de arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan de Ziekenfondsraad.

Artikel 44

Artikel 39, eerste lid, van de Werkloosheidswet11 komt als volgt te luiden:

  • 1. Indien degene, aan wie een uitkering is toegekend, ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verschuldigd is in de kosten van een verstrekking als bedoeld in de artikelen 6 en 11 van die wet of een vergoeding als bedoeld in de artikelen 11 en 12 van die wet, dan wel een bijdrage verschuldigd is ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 15 van de Overgangswet verzorgingshuizen, is de bedrijfsvereniging bevoegd de uitkering tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene, aan wie de uitkering is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan de Ziekenfondsraad.

Artikel 45

Artikel 20, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet12 komt als volgt te luiden:

  • 1. Indien degene, aan wie een ouderdomspensioen is toegekend, ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verschuldigd is in de kosten van een verstrekking als bedoeld in de artikelen 6 en 11 van die wet of een vergoeding als bedoeld in de artikelen 11 en 12 van die wet, dan wel een bijdrage verschuldigd is ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 15 van de Overgangswet verzorgingshuizen, is de Sociale Verzekeringsbank bevoegd het ouderdomspensioen tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene, aan wie ouderdomspensioen is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan de Ziekenfondsraad.

Artikel 46

Artikel 57, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet13 komt als volgt te luiden:

  • 1. Indien degene, aan wie een pensioen is toegekend, ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verschuldigd is in de kosten van een verstrekking als bedoeld in de artikelen 6 en 11 van die wet of een vergoeding als bedoeld in de artikelen 11 en 12 van die wet, dan wel een bijdrage verschuldigd is ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 15 van de Overgangswet verzorgingshuizen, is de Sociale Verzekeringsbank bevoegd het pensioen tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene, aan wie pensioen is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan de Ziekenfondsraad.

Artikel 47

In artikel 6, eerste lid, van de Huisvestingswet14 wordt in onderdeel c de puntkomma vervangen door een punt en vervalt onderdeel d.

Artikel 48

De Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting15 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, onderdeel d, wordt vervangen door:

d. woongelegenheid: woning of bejaardenoord als bedoeld in de Wet op de bejaardenoorden, zoals die wet luidde voor de intrekking van die wet,.

B

In artikel 2, tweede lid, wordt «artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de bejaardenoorden» vervangen door: artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de bejaardenoorden, zoals die wet luidde voor de intrekking van die wet.

Artikel 49

Artikel 43 van de Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet,16 vervalt.

HOOFDSTUK XII. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN IN VERBAND MET HET ONDERBRENGEN VAN ZORG, BESTAANDE UIT DUURZAAM VERBLIJF EN VERZORGING IN EEN VERZORGINGSHUIS, IN DE AANSPRAKEN OP ZORG OP GROND VAN DE ALGEMENE WET BIJZONDERE ZIEKTEKOSTEN

Artikel 50

In wettelijke procedures en rechtsgedingen tegen besluiten die op grond van deze wet zijn genomen, dan wel op tegen deze besluiten in te stellen of ingestelde beroepen, blijven, zowel in eerste aanleg als in verdere instantie, de regels van toepassing, geldende voor de inwerkingtreding van hoofdstuk X.

Artikel 51

Deze wet blijft van toepassing op de financiële verantwoording, vaststelling en uitbetaling van op grond van deze wet verleende subsidies en uitkeringen.

Artikel 52

De verzekerde die op 31 december van het jaar voorafgaande aan het jaar van inwerkingtreding van hoofdstuk X duurzaam opgenomen is in een verzorgingshuis en ten aanzien van wie een orgaan als bedoeld in artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een besluit heeft genomen, waaruit blijkt dat duurzaam verblijf en verzorging in een verzorgingshuis aangewezen is, heeft met ingang van inwerkingtreding van hoofdstuk X jegens het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan, bedoeld in artikel 1, onderdelen b, c en e, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, waar hij is ingeschreven als verzekerde, aanspraak op voortzetting van deze zorg volgens de geldende voorschriften.

Artikel 53

Indien het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan, bedoeld in artikel 1, onderdelen b, c en e, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten voor het tot gelding brengen van de aanspraak van zorg, bestaande uit duurzaam verblijf en verzorging in een verzorgingshuis, de voorwaarde stelt van zijn toestemming, geldt deze eis niet ten aanzien van een verzekerde, die:

a. in het jaar van inwerkingtreding van hoofdstuk X duurzaam wordt opgenomen in een verzorgingshuis,

b. in het jaar voorafgaande aan de inwerkingtreding van hoofdstuk X beschikt over een besluit van een orgaan als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van die wet, waaruit blijkt dat duurzaam verblijf en verzorging in het verzorgingshuis ten aanzien van deze verzekerde aangewezen is, en

c. voor het jaar van inwerkingtreding van hoofdstuk X beschikt over een schriftelijke gesloten overeenkomst met een verzorgingshuis, waaruit blijkt dat hij in het jaar van inwerkingtreding van hoofdstuk X duurzaam opgenomen wordt in het verzorgingshuis.

Artikel 54

De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 6, derde lid, wordt «de zorg die verstrekt wordt» vervangen door: de zorg en voorzieningen die verstrekt worden.

B

In artikel 8h vervalt: of een omzetting van capaciteit als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Overgangswet verzorgingshuizen is gerealiseerd.

Artikel 55

In artikel 1, derde lid, van de Wet ziekenhuisvoorzieningen vervalt onderdeel b.

Artikel 56

Artikel 6, eerste lid, van de Wet ziekenhuisvoorzieningen is niet van toepassing, indien:

a. het verzorgingshuis geëxploiteerd werd voor inwerkingtreding van hoofdstuk X, of

b. de opdracht tot bouw als bedoeld in die wet gegeven is voor inwerkingtreding van hoofdstuk X.

Artikel 57

Artikel 39 van de Wet financiering volksverzekeringen wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de puntkomma aan het eind van onderdeel c vervangen door een punt en vervalt onderdeel d.

2. In het derde lid wordt de puntkomma aan het eind van onderdeel i vervangen door een punt en vervalt onderdeel j.

Artikel 58

Artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Kwaliteitswet zorginstellingen komt als volgt te luiden:

a. zorg: zorg als omschreven bij of krachtens de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, met uitzondering van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zorg;.

Artikel 59

In artikel 1, eerste lid, onder b, onder 1°, onderdeel a, van de Wet klachtrecht cliënten zorgsector vervalt: de Overgangswet verzorgingshuizen.

Artikel 60

De Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel 1° vervalt.

2. De onderdelen 2°, 3° en 4° worden vernummerd tot 1°, 2° en 3°.

Artikel 61

Indien het bij koninklijke boodschap van 18 mei 1994 ingediende voorstel van wet houdende regels met betrekking tot de geestelijke verzorging in instellingen in de zorgsector en in justitiële inrichtingen (Kamerstukken II 1993/94, 23 720, nrs. 1 tot en met 3 (Wet geestelijke verzorging zorginstellingen en justitiële inrichtingen)) tot wet wordt verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onder f, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 1° wordt na «– een psychiatrisch ziekenhuis;», toegevoegd: – een verzorgingshuis;.

2. Onderdeel 2° vervalt.

B

In artikel 5, eerste lid, onderdeel a, wordt «sub 1 en 2» vervangen door: sub 1.

Artikel 62

In artikel 2, onderdeel i, van de Welzijnswet 1994 wordt «de Overgangswet verzorgingshuizen» vervangen door: de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

Artikel 63

In artikel 40, eerste lid, van de Ziektewet vervalt:, dan wel een bijdrage verschuldigd is ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 15 van de Overgangswet verzorgingshuizen.

Artikel 64

In artikel 54, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering vervalt: , dan wel een bijdrage verschuldigd is ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 15 van de Overgangswet verzorgingshuizen.

Artikel 65

In artikel 45, eerste lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet vervalt: , dan wel een bijdrage verschuldigd is ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 15 van de Overgangswet verzorgingshuizen.

Artikel 66

In artikel 39, eerste lid, van de Werkloosheidswet vervalt: , dan wel een bijdrage verschuldigd is ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 15 van de Overgangswet verzorgingshuizen.

Artikel 67

In artikel 20, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet vervalt: , dan wel een bijdrage verschuldigd is ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 15 van de Overgangswet verzorgingshuizen.

Artikel 68

In artikel 57, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet vervalt: , dan wel een bijdrage verschuldigd is ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 15 van de Overgangswet verzorgingshuizen.

HOOFDSTUK XIII. OVERIGE SLOTBEPALINGEN

Artikel 69

  • 1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. Voor de artikelen 26 en 50 tot en met 68 wordt dat tijdstip niet later gesteld dan 1 januari 2001. De artikelen 1 tot en met 25 vervallen op het in de tweede zin bedoelde tijdstip.

  • 2. In afwijking van het eerste lid:

    a. verstrekt de Ziekenfondsraad eerst subsidies vanaf 1 januari van het jaar, volgende op het jaar waarin artikel 2, eerste lid, in werking is getreden;

    b. worden, indien de artikelen 2, tweede lid, en 14 in werking treden op een tijdstip gelegen tussen 1 juli tot en met 31 december van enig kalenderjaar, het bedrag dan wel de bedragen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, die beschikbaar zijn voor het eerste kalenderjaar waarin de Ziekenfondsraad subsidie verstrekt op grond van deze wet, onderscheidenlijk de begroting, bedoeld in artikel 14, zo spoedig mogelijk meegedeeld, onderscheidenlijk, vastgesteld.

Artikel 70

Deze wet wordt aangehaald als: Overgangswet verzorgingshuizen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 26 september 1996

Beatrix

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. G. Terpstra

Uitgegeven de eerste oktober 1996

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager


XNoot
1

Stb. 1992, 392, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 januari 1996, Stb. 80.

XNoot
2

Stb. 1971, 268, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 januari 1996, Stb. 80.

XNoot
3

Stb. 1989, 129, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 mei 1996, Stb. 370.

XNoot
4

Stb. 1996, 80.

XNoot
5

Stb. 1995, 308.

XNoot
6

Stb. 1996, 204.

XNoot
7

Stb. 1994, 447.

XNoot
8

Stb. 1987, 88, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 1996, Stb. 248.

XNoot
9

Stb. 1987, 89, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 1996, Stb. 248.

XNoot
10

Stb. 1990, 127, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 juli 1996, Stb. 369.

XNoot
11

Stb. 1987, 93, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 1996, Stb. 248.

XNoot
12

Stb. 1990, 129, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 1996, Stb. 248.

XNoot
13

Stb. 1995, 690, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 juli 1996, Stb. 369.

XNoot
14

Stb. 1992, 548, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 december 1995, Stb. 620.

XNoot
15

Stb. 1995, 313.

XNoot
16

Stb. 1995, 200.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1995/96, 24 606.

Handelingen II 1995/96, blz. 6084–6123; 6252–6265; 6342–6352; 6438–6439.

Kamerstukken I 1995/96, 24 606 (310, 310a, 310b); 1996/97, 24 606 (1, 1a).

Handelingen I 1996/97, zie vergadering d.d. 24 september 1996.