Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Verkeer en Waterstaat | Staatsblad 1996, 427 | AMvB |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Verkeer en Waterstaat | Staatsblad 1996, 427 | AMvB |
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 2 februari 1996 nr. DGSM/J-96000689, Directoraat Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken;
Gelet op artikel 17 van de Scheepvaartverkeerswet;
De Raad van State gehoord (advies van 15 april 1996, nr. W09.96.0047);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 19 juli 1996, nr. DGSM/S/J-96004922, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1. Degene die een schip voert dat zich krachtens artikel 4, eerste of derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet moet melden, verstrekt ten behoeve van statistische doeleinden, door middel van die melding en als onderdeel van die melding gegevens aan het Centraal bureau voor de statistiek en aan door Onze Minister aangewezen personen of instellingen.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens zijn die welke krachtens artikel 4, eerste of derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet dienen te worden gemeld of waarom krachtens deze bepaling kan worden verzocht.
1. De in artikel 1 bedoelde gegevens ten behoeve van statistische doeleinden, worden gemeld bij de autoriteit waaraan de melding krachtens artikel 4, eerste of derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet geschiedt.
2. De in het eerste lid bedoelde autoriteit bewerkt de in artikel 1, tweede lid, bedoelde gegevens, ten behoeve van de verstrekking van statistische gegevens zodanig dat deze niet meer herleidbaar zijn tot een persoon of bedrijf.
3. Aan het in het tweede lid gestelde behoeft niet te worden voldaan, indien de in artikel 1 bedoelde gegevens worden verstrekt aan het Centraal bureau voor de statistiek.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnootDe Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink
Uitgegeven de tweeëntwintigste augustus 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
De onderhavige algemene maatregel van bestuur betreft de uitwerking van artikel 17 van de Scheepvaartverkeerswet en geeft bepalingen met betrekking tot het verstrekken van scheepvaartgegevens voor statistische doeleinden. Dergelijke gegevens liggen ten grondslag aan beleidsvoornemens op korte en lange termijn op onder andere het gebied van de beheersing van de verkeersstromen over de scheepvaartwegen, verkeersveiligheid, bevaarbaarheid en de noodzaak van kunstwerken in die scheepvaartwegen.
Alhoewel artikel 17 van de Scheepvaartverkeerswet de mogelijkheid opent voor een aparte melding van gegevens ten behoeve van statistische doeleinden door degene die een schip voert, heeft een dergelijke aparte melding in de onderhavige algemene maatregel van bestuur geen regeling gevonden.
Het streven is er thans uit veiligheidsoverwegingen juist op gericht het aantal meldingen door degene die een schip voert zoveel als mogelijk te beperken.
In dit besluit is dat verwerkelijkt door de melding van statistische gegevens te laten samenvallen met de melding die krachtens artikel 4, eerste of derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet geschiedt. Dit is de operationele melding op basis van het Binnenvaartpolitiereglement, het Rijnvaartpolitiereglement, het Scheepvaartreglement Eemsmonding, het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990, het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, of het Scheepvaartreglement territoriale zee. Het betreft dezelfde gegevens.
Door te voldoen aan de operationele meldplicht wordt zo tevens voldaan aan de verplichting tot melding van gegevens voor statistische doeleinden. Een dubbele meldplicht voor het scheepvaartverkeer, én een voor operationele, én een voor statistische doeleinden, wordt op deze wijze zoveel als mogelijk voorkomen. Degene die een schip voert kan zich hierdoor beter op het varen zelf concentreren.
De voor statistische doeleinden te gebruiken gegevens worden hiermee weliswaar beperkt tot de gegevens die krachtens artikel 4, eerste of derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet dienen te worden verstrekt, maar dit is voor de doeleinden waartoe statistische gegevens moeten worden verkregen in het algemeen voldoende.
De statistische scheepvaartgegevens, die door middel van een melding krachtens artikel 4, eerste of derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet ter beschikking komen van de meldingsautoriteit, worden door deze aan het Centraal bureau voor de statistiek en aan de door de Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen personen en instellingen verstrekt.
De meldingsautoriteit is hier om praktische redenen intermediair.
Hij mag die gegevens slechts doorgeven als ze niet meer herleidbaar zijn tot een persoon of bedrijf.
De plicht deze gegevens niet herleidbaar te doen zijn tot een persoon of bedrijf geldt niet ten opzichte van het Centraal bureau voor de statistiek, aangezien de vertrouwelijke behandeling van die gegevens voldoende wordt gewaarborgd door artikel 11 van de Wet op het Centraal bureau en de Centrale commissie voor de statistiek.
Door de reeds bestaande mate van uniformering van de gegevens voor de operationele melding, wordt bereikt dat tevens uniformiteit van de voor statistische doeleinden te verstrekken gegevens wordt verkregen. Het gaat hier immers, zoals hiervoor reeds werd vermeld, in de meeste gevallen om dezelfde gegevens.
Het onderhavige besluit voorziet tevens in het opvullen van de lacune die ontstond tengevolge van het opheffen van de controle door de douane aan de grenzen. De douane immers verkreeg de gegevens bij de controle van het grensoverschrijdend scheepvaartverkeer en stelde deze gegevens vervolgens ter beschikking voor statistische bewerking.
Het besluit sluit aan bij de resolutie van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart van 18 mei 1994 (protocol 1994-I-20) betreffende de meldplicht op de Rijn. Deze regeling betreft de uitwisseling tussen de Rijnoeverstaten van gegevens die zijn verkregen van het scheepvaartverkeer ingevolge artikel 12.01 van het Rijnvaartpolitiereglement 1995.
Het onderhavige besluit zal met ingang van 1 januari 1997 worden aangepast in verband met de implementatie daarin van richtlijn nr. 95/64/EG van de Raad van de Europese Unie van 8 december 1995 (PbEG L 320) betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen.
Het is niet wenselijk om die reden met de inwerkingtreding van het onderhavige besluit te wachten, omdat dan de door het onderhavige besluit bestreken materie tot 1 januari 1997 ongeregeld blijft, terwijl voor de praktijk thans reeds regeling noodzakelijk is.
De verstrekking van scheepvaartgegevens ten behoeve van de statistiek geschiedt nu op vrijwillige basis, hetgeen tot gevolg heeft dat niet altijd de gewenste gegevens worden verkregen.
II. Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1, eerste en tweede lid
In artikel 1, eerste lid, wordt aangegeven ten aanzien van welke categorie schepen een plicht bestaat gegevens ten behoeve van statistische doeleinden te verstrekken. Dit zijn die schepen, die reeds krachtens artikel 4, eerste of derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet meldplichtig zijn.
In het tweede lid van artikel 1 wordt aangegeven om welke gegevens het gaat. Het betreft de gegevens die op grond van een krachtens artikel 4, eerste of derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet in het leven geroepen meldingsregeling dienen te worden gemeld, of waarom op grond van een dergelijke regeling kan worden verzocht.
In dit artikellid wordt de plaats aangegeven waar de gegevens ten behoeve van statistische doeleinden dienen te worden verstrekt, te weten bij de autoriteit waaraan de melding krachtens artikel 4, eerste of derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet geschiedt.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink
Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 10 september 1996, nr. 174.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1996-427.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.