Besluit van 1 juli 1996 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 30 mei 1996 tot aanwijzing van personen die tijdelijk bevoegd zijn tot het geven van aanwijzingen aan het verkeer in de gemeente Den Haag (Stb. 307)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 26 juni 1996, nr. HW/RV 220546, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 8 van Ons besluit van 30 mei 1996 tot aanwijzing van personen die tijdelijk bevoegd zijn tot het geven van aanwijzingen aan het verkeer in de gemeente Den Haag (Stb. 307);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

Ons besluit van 30 mei 1996 tot aanwijzing van personen die tijdelijk bevoegd zijn tot het geven van aanwijzingen aan het verkeer in de gemeente Den Haag (Stb. 307), treedt in werking met ingang van 15 juli 1996.

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 1 juli 1996

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink

Uitgegeven de elfde juli 1996

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Naar boven