Besluit van 24 juni 1996, houdende vaststelling van
het recht verschuldigd voor het aanbrengen van brandmerken op schepen 1996
(Besluit tarieven aanbrengen van brandmerken op schepen 1996)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 14 juni
1996, nr. DGSM/J-96004668, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken,
Stafafdeling Wetgeving en juridische zaken;
Gelet op artikel 27 van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
1. Het recht, verschuldigd ingevolge artikel 27 van de Maatregel teboekgestelde
schepen 1992 bedraagt f 242,– voor het aanbrengen van een brandmerk
of het vernieuwd aanbrengen van een brandmerk, de kosten van het getuigschrift
daaronder begrepen.
2. Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt verhoogd met f 90,–
voorrijkosten. Bij het gelijktijdig aanbrengen van twee of meer brandmerken
op één locatie, wordt dit bedrag evenredig verdeeld over het
aantal brandmerken. Bij een gecombineerde meting en branding of hermeting
en branding worden voor de branding geen voorrijkosten berekend.
Artikel 2
1. Bij het aanbrengen van een brandmerk in het buitenland worden de in artikel
1 genoemde bedragen verhoogd met f 101,– per uur per ambtenaar
voor de reistijd buiten Nederland en voor de eventuele wachttijd tijdens het
verblijf in het buitenland. Bij de berekening van de reistijd buiten Nederland
en eventuele wachttijd geldt een maximum van acht uren per etmaal.
2. De reis- en verblijfkosten van de ambtenaar ten behoeve van het aanbrengen
van een brandmerk in het buitenland komen voor rekening van de opdrachtgever.
Deze kosten worden afzonderlijk in rekening gebracht.
Artikel 3
1. Indien de in dit besluit genoemde werkzaamheden geheel of gedeeltelijk
moeten worden uitgevoerd op werkdagen tussen 18.00 uur en 08.00 uur, op een
zaterdag, op een zondag of op een in het Algemeen Rijksambtenarenreglement
daaraan gelijkgestelde dag, worden de in dit besluit genoemde tarieven verhoogd
met een bedrag van f 51,– per uur per ambtenaar.
2. Het in het eerste lid genoemde tarief geldt eveneens voor uitgevoerde
werkzaamheden in het buitenland buiten de daar ter plaatse geldende werktijden.
Artikel 4
Het Besluit houdende vaststelling van het recht verschuldigd voor het
aanbrengen van brandmerken op schepen 1994 wordt ingetrokken.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 augustus 1996.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tarieven aanbrengen van brandmerken
op schepen 1996.
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is belast met de uitvoering
van dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het
Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 24 juni 1996
Beatrix
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink
Uitgegeven de negende juli 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
NOTA VAN TOELICHTING
Naar aanleiding van de conclusies en de aanbevelingen uit het rapport
«Prijzen bij het Rijk» van de Algemene Rekenkamer (Kamerstukken
II 1992/93, 23 065, nrs. 1–2, blz. 64 e.v.) is bij het Ministerie
van Verkeer en Waterstaat een onderzoek gehouden naar de structuur en de mate
van kostendekkendheid van de door de afzonderlijke diensten van het ministerie
gehanteerde tarieven. Dit onderzoek heeft tot de conclusie geleid dat de door
de Scheepvaartinspectie (onderdeel van het Directoraat-Generaal Scheepvaart
en Maritieme Zaken) gehanteerde tarieven veelal onder het niveau liggen van
de integrale kostprijs.
Op basis hiervan is een aanvang gemaakt met een algehele herziening van
de door Scheepvaartinspectie gehanteerde tarieven en de daaraan ten grondslag
liggende kostprijzen.
Voor de vaststelling van de tarieven 1996 is de volgende algemene beleidslijn
gekozen. De tot op heden geldende tarieven worden vergeleken met het volgens
de meest recente inzichten berekende kostenniveau van de betreffende werkzaamheden.
Vervolgens wordt een kwart van het verschil tussen dat kostenniveau en die
tarieven overbrugd.
De verschuldigde rechten ter zake van het aanbrengen van brandmerken zijn
overeenkomstig bovenstaande beleidslijn met circa 15 procent verhoogd, waarbij
de bedragen rekenkundig op hele guldens zijn afgerond.
De bepalingen met betrekking tot de vergoeding van de reis- en wachttijden
in het kader van het aanbrengen van brandmerken buiten Nederland en met betrekking
tot de vergoeding van overwerk zijn herzien.
Tenslotte is een aantal redactionele wijzigingen doorgevoerd ten opzichte
van het ingetrokken besluit.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink