Besluit van 13 december 1995, houdende wijziging van het Besluit bezoldiging politie in verband met onder meer de maatregelen gericht op de terugdringing van het beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen en een salarisverhoging in 1995 voor politie-ambtenaren

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 27 oktober 1995, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Onderwijs en Personeelsbeleid, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, nr. EA95/U3125;

Gelet op artikel 50, eerste lid, van de Politiewet 1993 en artikel 9, zesde lid, van de LSOP-wet;

De Raad van State gehoord (advies van 16 november 1995, No.WO4.95.0585);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 5 december 1995, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Onderwijs en Personeelsbeleid, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, nr. EA95/3613;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het >Besluit bezoldiging politie1 wordt als volgt gewijzigd:

A

1. In bijlage 1 vervalt bij de salarisschalen 1 tot en met 5 de leeftijd van 21 en het daarbij behorende salaris.

2. De bijlagen 1 en 1A, behorende bij het Besluit bezoldiging politie, worden vervangen door de gelijknamige bijlagen die zijn opgenomen bij dit besluit.

B

In artikel 1, onder c, wordt na 'de Politiewet 1993' toegevoegd:, met uitzondering van de adspirant.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de huidige tekst wordt het cijfer 1 geplaatst.

2. Na het eerste lid wordt een nieuw lid toegevoegd, dat luidt als volgt:

  • 2. In afwijking van het eerste lid ontvangt de adspirant die de 25-jarige leeftijd nog niet heeft bereikt, indien hij een opleiding tot inspecteur volgt en gerechtigd is tot het voeren van een titel als bedoeld in artikel 7.20, eerste lid, onderdelen a, c en d, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, een salaris overeenkomstig de door Onze Minister te geven regels.

D

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid vervalt onderdeel a.

2. Onder verlettering van de onderdelen b tot en met e tot e tot en met h, worden in het tweede lid de nieuwe onderdelen a tot en met d ingevoegd, die luiden als volgt:

a. 13,7% voor de ambtenaar die is ingedeeld in schaal 1, 2 of 3 van bijlage I van dit besluit;

b. 13,6% voor de ambtenaar die is ingedeeld in schaal 4 van bijlage I van dit besluit;

c. 13,2% voor de ambtenaar die is ingedeeld in schaal 5 van bijlage I van dit besluit;

d. 12,5% voor de ambtenaar die is ingedeeld in schaal 6 van bijlage I van dit besluit;

3. In het tweede lid, onderdeel g, wordt 'f 378,68' met ingang van 1 april 1994 gewijzigd in f 385,50 en met ingang van 1 januari 1995 in f 393,65;

4. In het tweede lid, onderdeel h, wordt 'f 321,87' met ingang van 1 april 1994 gewijzigd in f 327,66 en met ingang van 1 januari in f 334,58;

5. In het derde lid wordt 'f 6,39' met ingang van 1 april 1994 gewijzigd in f 6,51 en met ingang van 1 januari 1995 in f 6,65.

E

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt 'behoudens het vierde lid' vervangen door: behoudens het derde lid.

2. In het vierde lid, onder a, wordt 'f 1,60' met ingang van 1 april 1994 gewijzigd in f 1,70 en met ingang van 1 januari 1995 in f 1,73.

F

In artikel 23, tweede lid, wordt 'f 223,81' met ingang van 1 april 1994 gewijzigd in f 227,84.

G

In artikel 27, zevende lid, onder a, wordt 'f 9,19' met ingang van 1 april 1994 gewijzigd in f 9,73 en met ingang van 1 januari 1995 in f 9,93.

H

In artikel 29, derde lid, wordt 'f 44,46' met ingang van 1 april 1994 gewijzigd in f 45,26 en met ingang van 1 januari 1995 in f 46,21.

I

In artikel 41, tweede lid, onder b, wordt 'artikel P10' vervangen door: artikel P8.

J

Artikel 42 wordt als volgt gewijzigd.

1. In het vierde lid eerste volzin, wordt 'artikel 40' vervangen door: artikel 39.

2. In het vierde lid wordt aan het slot van de eerste volzin de volgende zinsnede toegevoegd:, waarbij met betrekking tot de beoordeling van de aanspraak op die uitkering artikel 30 van die wet van overeenkomstige toepassing is.

3. Het zesde lid komt als volgt te luiden:

  • 6. Arbeidsongeschikt, geheel of gedeeltelijk, in de zin van het vierde en vijfde lid, is hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken geheel of gedeeltelijk niet in staat is om met arbeid te verdienen, hetgeen gezonde personen, met soortgelijke opleiding en ervaring, ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht, of in de omgeving daarvan, met arbeid gewoonlijk verdienen. Onder eerstgenoemde arbeid wordt verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de gewezen ambtenaar met zijn krachten en bekwaamheden in staat is. Onder deze arbeid wordt niet begrepen een dienstbetrekking krachtens de Wet Sociale Werkvoorziening.

4. In het achtste lid, tweede volzin, wordt de zinsnede 'een uitkering krachtens artikel 44' vervangen door: een aanvullende uitkering krachtens artikel 44.

K

Artikel 44, eerste tot en met derde lid, komt als volgt te luiden:

  • 1. Aan de gewezen ambtenaar aan wie een invaliditeitspensioen krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet is toegekend, vermeerderd met een aanvulling als bedoeld in artikel F9 van die wet wordt – indien de ziekten of gebreken, uit hoofde waarvan hij blijvend ongeschikt is verklaard zijn betrekking te vervullen, in overwegende mate hun oorzaak vinden in de aard van de hem opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid zijn te wijten – een aanvullende uitkering verleend. Deze aanvullende uitkering is gelijk aan het bedrag dat nodig is om het invaliditeitspensioen vermeerderd met de eerdergenoemde aanvulling te verhogen tot een van de mate van algemene invaliditeit (invaliditeitsgraad) afhankelijk percentage van de middelsom, bedoeld in artikel F6 van eerdergenoemde wet. Bedoeld percentage bedraagt bij een invaliditeitsgraad van

    80% of meer:90,02%;
    65 tot 80%:73,31%;
    55 tot 65%:56,59%;
    45 tot 55%:45,01%;
    35 tot 45%:34,08%;
    25 tot 35%:22,5%;
    15 tot 25%:11,58% van de middelsom.

    De aanvullende uitkering eindigt met ingang van de eerste dag van de maand waarin de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt.

  • 2. Indien aan de gewezen ambtenaar een uitsluitend naar zijn diensttijd berekend invaliditeitspensioen krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet is toegekend en dat pensioen lager is dan het bedrag behorende bij een van de mate van algemene invaliditeit afhankelijk percentage van de middelsom als vermeld in het eerste lid, wordt hem, in het geval, bedoeld in het eerste lid, een aanvullende uitkering verleend ten bedrage van het verschil. De aanvullende uitkering eindigt met ingang van de maand, waarin de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt.

  • 3. Aan de gewezen ambtenaar die recht heeft op een wachtgeld als bedoeld in artikel K 4 van de Algemene burgerlijke pensioenwet en die niet herplaatst is in een betrekking als bedoeld in artikel K 2 van die wet wordt, in het geval, bedoeld in het eerste lid, na drie maanden een aanvullende uitkering verleend overeenkomstig die in het eerste lid, indien het bepaalde in artikel K 4, eerste lid, van die wet niet van toepassing zou zijn en hem een invaliditeitspensioen zou zijn toegekend.

L

Artikel 45, tweede lid, komt als volgt te luiden:

  • 2. Indien een arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt gewijzigd op grond van dezelfde ziekten of gebreken als uit hoofde waarvan een uitkering krachtens dit hoofdstuk wordt toegekend of gewijzigd, vindt het eerste lid met betrekking tot die wijziging overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Ten aanzien van de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen c, d en e, van het Besluit bezoldiging politie werkt het besluit terug voor wat betreft artikel I, onderdeel A, onder 1, en onderdelen B tot en met L, tot en met 1 april 1994 en voor wat betreft artikel I, onderdeel A, onder 2, tot en met 1 januari 1995. Ten aanzien van de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit bezoldiging politie werkt het besluit terug tot en met 1 september 1995.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 13 december 1995

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken,

H. F. Dijkstal

Uitgegeven de achttiende januari 1996

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

NOTA VAN TOELICHTING

1. Doorwerking Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen

In het kader van de activiteiten gericht op het terugdringen van het arbeidsongeschiktheidsvolume zijn ingevolge de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (Wet TBA) wijzigingen aangebracht in onder meer de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Het kabinet is van mening dat deze WAO-maatregelen moeten doorwerken naar de ambtelijke regelingen. De wijzigingen hebben gevolgen voor het niveau en de duur van de uitkeringen onder meer door aanpassing van het arbeidsongeschiktheidscriterium.

Voor de sector Rijk heeft aanpassing van bepalingen uit het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) aan de wijzigingen die ingevolge de Wet TBA zijn aangebracht in de WAO reeds plaatsgevonden bij Besluit van 30 september 1993, houdende wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en enkele andere regelingen voortvloeiende uit de maatregelen gericht op de terugdringing van het beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (Stb. 1993, 575), waarbij de artikelen 42, 45 en 48 van het ARAR werden gewijzigd.

In het Ambtelijk Werkgeversoverleg en de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken (CGOA) is overeengekomen dat de wijzigingen voortvloeiende uit de Wet TBA eveneens dienen door te werken naar overige gelijksoortige rechtspositieregelingen. In de vergadering van 21 april 1993 met de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken stemden de centrales van overheidspersoneel in met de voorgestelde wijzigingen en hebben overeenkomstig geadviseerd bij brief van 27 april 1993, kenmerk CGOA/93.205/Z.672.

Voor de sector politie geschiedt de aanpassing door wijziging van artikelen 42, 44 en 45 van het Besluit bezoldiging politie (BBP). In verband met de omvangrijke wijzigingen die voortvloeien uit de reorganisatie van de politie heeft het langer geduurd dan gebruikelijk voordat tot formalisering is overgegaan. Aangezien genoemde artikelen uit het BBP nagenoeg overeenkomen met de reeds aangepaste artikelen 42, 45 respectievelijk 48 uit het ARAR wordt voor een toelichting op deze wijzigingen verwezen naar de Nota van toelichting bij het genoemde besluit van 30 september 1993. De wijziging van genoemde artikelen uit het ARAR is op 1 augustus 1993 (datum van inwerkingtreding van Hoofdstuk I van de Wet TBA) in werking getreden. Voor de sector politie is genoemde datum van inwerkingtreding echter niet mogelijk, aangezien het BBP pas op 1 april 1994 in werking is getreden. Aan de wijziging van de artikelen 42, 44 en 45 van het BBP waarin artikel I, onderdelen J, K en L van het besluit voorziet, kan dan ook slechts terugwerkende kracht worden verleend tot en met 1 april 1994.

2. Salarisverhogingen per 1 januari 1995 en enige andere wijzigingen

Op 1 april 1993 is bij de overheid het sectorenmodel ingevoerd. Vanaf die datum worden de onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid in acht afzonderlijke sectoren gevoerd. Dit betekent dat vanaf genoemde datum een salarisverhoging voor burgerlijk personeel niet meer 'automatisch' doorwerkt naar de salarissen van het politiepersoneel en een verhoging in laatstgenoemde salarissen bij afzonderlijk besluit dient te geschieden.

Op 2 november 1993 werd met de ondertekening van het akkoord arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid voor de sector politie over de periode 1 april 1993 tot 1 april 1995 onder meer overeengekomen dat per 1 juli 1993 en 1 januari 1995 een salarisverhoging zou plaatsvinden ter grootte van 1,8% respectievelijk 0,25%. Tevens werd overeengekomen het percentage van de vaste component inconveniëntentoelage voor de schalen 1 tot en met 5 van bijlage I te verhogen. Deze maatregelen werden reeds bekendgemaakt bij circulaires van 19 november 1993, nr. EA93/U3409 en nr. EA93/U3410.

Het onderhavige besluit strekt er onder meer toe de salarisverhoging per 1 januari 1995 te formaliseren door het opnieuw vaststellen van de bijlagen bij het BBP in artikel I, onderdeel A. In bijlage I van het BBP is in de salarisschalen 1 tot en met 5 de leeftijd van 21 jaar en het daarbij behorende (jeugd-)salaris geschrapt. Op grond van artikel 8, eerste lid, onder a, van het BBP wordt voor de ambtenaar van 21 en ouder die wordt bezoldigd volgens één van de salarisschalen 1 tot en met 5 van bijlage I van het BBP het salaris vastgesteld op het minimum van de desbetreffende salarisschaal. Tevens voorziet het besluit in artikel I, onderdelen D tot en met H, in de gebruikelijke aanpassingen van de bedragen van enkele toelagen respectievelijk vergoedingen in het BBP alsmede van het minimumbedrag van de vakantie-uitkering. Zoals hierboven vermeld is het BBP op 1 april 1994 in werking getreden. De formalisering van de salarisverhoging van 1,8% over de periode van 1 juli 1993 tot en met 31 maart 1994 zal bij afzonderlijk besluit plaatsvinden, waarin ook enkele andere onderwerpen die betrekking hebben op de situatie voor 1 april 1994 zullen worden geregeld.

De salarisverhoging per 1 januari 1995 is tweeledig van karakter. Enerzijds worden in de salarisbedragen in overeenstemming gebracht met de aanpassing van de salarissen ingevolge de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP (wet FVP/ABP), anderzijds vindt de formalisering plaats van de salarisverhoging van 0,25%. Ingevolge artikel 34 van de wet FVP/ABP worden met ingang van 1 januari 1995 de salarissen van in beginsel het gehele overheidspersoneel aangepast met de percentages die worden vermeld in tabel I van bijlage 1 van die wet.

Deze aanpassing is gedifferentieerd. Het betreft een verhoging van 4,84% voor de laagste salarisbedragen tot en met een verlaging van 0,9% voor de hoogste salarisbedragen. De beide maatregelen worden in het onderhavige besluit gecombineerd verwerkt. De berekening van de nieuwe bedragen heeft cumulatief plaatsgevonden in de volgorde, aangegeven in genoemd artikel 34: eerst is de aanpassing berekend op grond van de wet FVP/ABP en daarna is de salarisverhoging van 0,25% toegepast. Behoudens voor wat betreft de pensioenen dragen de wijzigingen in de bezoldiging van het politiepersoneel een algemeen karakter. Tot en met 1994 waren de algemene salariswijzigingen van het burgerlijk rijkspersoneel relevant voor de aanpassing van de pensioenen. Vanaf 1 januari 1995 geldt echter een andere systematiek, die is neergelegd in onder andere artikel A 8 van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet (Abp-wet). Deze systematiek houdt in dat voor de aanpassing van de pensioenen niet meer uitsluitend de algemene salariswijziging van het burgerlijk rijkspersoneel relevant is, maar het gewogen gemiddelde van de algemene salarisverhogingen voor het (gehele) overheidspersoneel en het personeel, bedoeld in artikel B 2 van de Abp-wet.

Onder het begrip adspirant vallen degenen die zijn aangesteld tot adspirant en die een basisopleiding volgen. Er zijn adspiranten op de drie verschillende instroomniveaus in de politie-organisatie: allen die een basisopleiding volgen om na het succesvol voltooien daarvan in te stromen op het niveau van surveillant van politie, agent of inspecteur. De adspiranten die een voltooide academische opleiding hebben en een opleiding tot inspecteur volgen, ontvangen ongeacht hun leeftijd een salaris. In artikel 3 van het BBP wordt thans alleen gesproken over een maandgeld voor de adspirant die de 25-jarige leeftijd nog niet heeft bereikt en een salaris voor de adspirant van 25 jaar en ouder. Het onderhavige besluit voorziet in artikel I, onderdeel C, in wijziging van artikel 3 van het BBP, zodat een adspirant met een voltooide academische opleiding die een opleiding tot inspecteur volgt, een salaris ontvangt ongeacht zijn leeftijd.

De Minister van Binnenlandse Zaken,

H. F. Dijkstal

Bijlage 1 behorende bij het Besluit bezoldiging politie, bevattende de salarisschalen van politieambtenaren in guldens per maand met leeftijd respectievelijk salarisanciënniteit in jaren

Schaal 1   
leeftijd1-04-19941-01-1995
1511041157
1611041157
1711041157
1813241388
1915451619
2017661850
   
sal.anc.  
022072313
123092415
224112518
324612565
U825152620
U1025722676
U1226432749
Schaal 2  
leeftijd1-04-19941-01-1995
1511291182
1611291182
1711291182
1813551418
1915811655
2018061891
   
sal.anc.  
022582364
123592469
224612565
325722676
426432749
U927242833
U1128142933
U1329093031
Schaal 3   
leeftijd1-04-941-01-95
1611551208
1711551208
1813851449
1916161691
2018471932
   
sal.anc.   
023092415
123592469
224612565
325722676
427242833
528142933
629093031
U1130023125
U1330953219
U1531863309
Schaal 4  
leeftijd 1-04-941-01-95
1611801235
1711801235
1814151481
1916511728
2018871974
   
sal.anc.   
023592469
124112518
225152620
326432749
428142933
529093031
630023125
730953219
U1231863309
U1432743399
U1633623488
Schaal 5   
leeftijd.1-04-941-01-95
1712311283
1814771539
1917231796
2019692052
   
sal. anc.  
024612565
125722676
227242883
329093031
430023125
530953219
631863309
732743399
833623488
U1334523575
U1535413667
Schaal 6   
sal.anc.1-04-941-01-95
026432749
127242833
229093031
330953219
431863309
532743399
633623488
734523575
835413667
936303757
1037163842
Schaal 7   
sal.anc.1-04-941-01-95
030023125
130953219
232743399
334523575
435413667
536303757
637163842
738063935
839004029
939974127
1040914239
Schaal 8   
sal.anc.1-04-941-01-95
034523575
136303757
238063935
339974127
440914239
541904341
642854429
743814525
844754624
945694716
1046624800
Schaal 9   
sal.anc.1-04-941-01-95
036303757
137163842
239004029
340914239
442854429
544754624
646624800
747584886
849455059
951525251
1053565432
Schaal 10   
sal.anc.1-04-941-01-95
037163842
138063935
239974127
341904341
443814525
545694716
647584886
749455059
851525251
953565432
1055645594
1157625765
1259595956
Schaal 11   
sal.anc.1-04-941-01-95
049455059
151525251
253565432
355645594
457625765
559595956
661566147
763396329
865216511
967046694
1068876870
1169816964
   
Schaal 12   
sal.anc.1-04-941-01-95
061566147
163396329
265216511
367046694
468876870
570737055
672567238
774397413
876237596
978527825
1079737937
Schaal 13   
sal.anc.1-04-951-01-95
068876870
170737055
272567238
374397413
476237596
578527825
680888051
783188280
885488510
986768619
   
Schaal 14   
sal.anc.1-04-941-01-95
074397413
176237596
278527825
380888051
483188280
585488510
687958737
790378979
892879226
995439481
Schaal 15   
sal.anc.1-04-941-01-95
080888051
183188280
285488510
387958737
490378979
592879226
695439481
798519787
81016910103
91049710429
Schaal 16   
sal.anc.1-04-941-01-95
087958737
190378979
292879226
395439481
498519787
51016910103
61049710429
71083610765
81118511112
91154611471
Schaal 17   
sal.anc.1-04-941-01-95
095439481
198519787
21016910103
31049710429
41083610765
51118511112
61154611471
71191811841
81230312223
91270012617
Schaal 18   
sal.anc.1-07-931-01-95
01049710429
11083610765
21118511112
31154611471
41191811841
51230312223
61270012617
71310913024
81353213444
91396913877

Bijlage 1A behorende bij het Besluit bezoldiging politie, bevattende de salarisschalen van politieambtenaren die als GARANTIESCHALEN gelden in guldens per maand met de salarisanciëniteit in jaren

Schaal 2   
sal.anc.1-04-941-01-95
046624800
147584886
249455059
351525251
453565432
554315488
655075556
   
Schaal 3   
sal.anc.1-04-941-01-95
039974127
141904341
243814525
345694716
447584886
549455059
651525251
753565432
855645594
957625765
1059595956
1159885985
Schaal 4A   
sal.anc.1-04-941-01-95
049455059
151525251
253565432
355645594
457625765
559595956
660136010
Schaal 6   
sal.anc.1-04-941-01-95
051525251
153565432
255645594
357625765
459595956
559885985
661126103
762336224
863426333
964526443
1065596549
Schaal 8   
sal.anc.1-04-941-01-95
061566147
163396329
265216511
367046694
468876870
570737055
672567238
776237596
878527825
979737937
1081448107
1182878250
Schaal 12   
sal.anc.1-04-941-01-95
083188280
185488510
287958737
390378979
492879226
595439481
698279763
799549889
   
   
   
   
Schaal 15   
sal.anc.1-04-941-01-95
068876870
170737055
272567238
374397413
476237596
578527825
680888051
783188280
885488510
986768619
1087058649
1188428784

XNoot
1

Stb. 1994, 215, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 27 juni 1995, Stb. 365.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.

Naar boven