Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 1996, 271Wet

Wet van 25 april 1996, houdende wijziging van de Wet op het basisonderwijs inzake onder meer de overboeking van niet bestede vergoedingen, wijziging van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs inzake onder meer de overboeking van niet bestede vergoedingen en het vervallen van de verplichte pauze en wijziging van een aantal andere wetten in verband met het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in geval van samenvoeging van scholen en gelijksoortige situaties een voorziening te treffen ten aanzien van de uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede vergoedingen en dat de verplichte pauze van een uur voor leerlingen in het speciaal onderwijs komt te vervallen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze;

ARTIKEL I

De >Wet op het basisonderwijs1 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt de begripsbepaling van «Onze minister» vervangen door: Onze minister: Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;.

B

In artikel 56, derde lid, artikel 64, tweede lid, artikel 90, achtste en negende lid, en artikel 107, tweede lid, wordt «Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen» telkens vervangen door: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

C

In artikel 63b, tweede lid, wordt «roerende goederen» vervangen door: roerende zaken.

D

In artikel 88, vierde lid, wordt «overgeschreven» vervangen door «ingeschreven», en wordt «overschrijving» vervangen door: inschrijving.

E

In artikel 90, derde lid, onderdelen b en d, artikel 90a, tweede lid, onderdeel e, en vierde lid, onderdeel d, en artikel 93, eerste lid, onderdeel a 7°, wordt «onroerend-goedbelastingen» telkens vervangen door: belastingen ter zake van onroerende zaken.

F

In artikel 96c, tweede lid, onderdeel c, wordt «, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs» vervangen door: of een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs.

G

Aan artikel 109 worden een vierde en vijfde lid toegevoegd, luidende:

  • 4. In afwijking van het derde lid boekt het bevoegd gezag van een in het derde lid bedoelde school in geval van samenvoeging van die school met een of meer andere scholen de uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede vergoedingen over naar de school of scholen waarvoor met het oog op deze samenvoeging een aanvraag voor faciliteiten in verband met de samenvoeging is ingediend, aan de hand waarvan door Onze minister is vastgesteld dat er daadwerkelijk sprake is van een samenvoeging.

  • 5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing:

    a. in geval van omzetting van een bekostigde bijzondere school in een bekostigde openbare school of omgekeerd, met dien verstande dat indien na de overboeking van de uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede vergoedingen blijkt, dat voor de in het derde lid bedoelde school terugbetaling aan het Rijk dient te geschieden, deze terugbetaling ten laste van de school komt waarnaar de uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede vergoedingen zijn overgeboekt, of

    b. indien een bekostigde school met toepassing van artikel 63b als nevenvestiging in bekostiging wordt genomen.

ARTIKEL II

De Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs2 wordt als volgt gewijzigd.

A

In artikel 1 wordt de begripsbepaling van «Onze minister» vervangen door: Onze minister: Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;.

B

In artikel 10, tweede lid, onderdeel b, wordt na «die toelaatbaar zijn» ingevoegd: tot.

C

In artikel 13, tweede lid, wordt «lager beroepsonderwijs» vervangen door: voorbereidend beroepsonderwijs.

D

Artikel 19 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het zevende lid vervalt de derde volzin.

2. In het achtste lid worden de woorden «tweede tot en met vierde volzin» vervangen door: tweede en derde volzin.

E

In artikel 33, zesde lid, wordt «het speciaal onderwijs of» vervangen door: het speciaal onderwijs op een school of afdeling waar speciaal onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen a tot en met h, j, m en n, of tot.

F

Het opschrift van artikel 34 komt te luiden: «Artikel 34. Onderwijskundig rapport». De inhoudsopgave wordt dienovereenkomstig aangepast.

G

In artikel 70, vijfde lid, en in artikel 88j, achtste en negende lid, wordt «Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen» telkens vervangen door: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

H

In artikel 88h, vierde lid, wordt «overgeschreven» vervangen door «ingeschreven», en wordt «overschrijving» vervangen door: inschrijving.

I

In artikel 88j, derde lid, onderdelen b en d, artikel 88k, tweede lid, onderdeel e, en vierde lid, onderdeel d, artikel 90, eerste lid, onderdeel a 7°, en artikel 94, derde lid, wordt «onroerend-goedbelastingen» telkens vervangen door: belastingen ter zake van onroerende zaken.

J

Aan artikel 105 worden een vierde en vijfde lid toegevoegd, luidende:

  • 4. In afwijking van het derde lid boekt het bevoegd gezag van een in het derde lid bedoelde school in geval van samenvoeging van die school met een of meer andere scholen de uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede vergoedingen over naar de school of scholen waarvoor met het oog op deze samenvoeging een aanvraag voor faciliteiten in verband met de samenvoeging is ingediend, aan de hand waarvan door Onze minister is vastgesteld dat er daadwerkelijk sprake is van een samenvoeging.

  • 5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing:

    a. in geval van omzetting van een bekostigde bijzondere school in een bekostigde openbare school of omgekeerd, met dien verstande dat indien na de overboeking van de uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede vergoedingen blijkt, dat voor de in het derde lid bedoelde school terugbetaling aan het Rijk dient te geschieden, deze terugbetaling ten laste van de school komt waarnaar de uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede vergoedingen zijn overgeboekt, of

    b. indien een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs van een bevoegd gezag voor bekostiging in aanmerking is gebracht onder gelijktijdige beëindiging van de bekostiging of opheffing van een school voor speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs van dat bevoegd gezag, of

    c. indien een school voor speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs van een bevoegd gezag voor bekostiging in aanmerking is gebracht onder gelijktijdige beëindiging van de bekostiging of opheffing van een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs van dat bevoegd gezag.

K

In artikel 110a, derde lid, wordt «artikel 20» vervangen door: artikel 28.

ARTIKEL III

De Overgangswet ISOVSO3 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel A 1 wordt na de begripsomschrijving van «school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs» ingevoegd: instelling: een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen als bedoeld in artikel 9 van de ISOVSO;.

B

In artikel E 16, tweede lid, wordt «bijzondere school» vervangen door: bijzondere school of instelling.

C

In artikel E 18 wordt «voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs dan wel voor basisonderwijs» vervangen door: een school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs dan wel een school voor basisonderwijs.

D

Artikel E 23 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de eerste volzin wordt «dan wel voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs» vervangen door: dan wel voor openbare of bijzondere scholen of instellingen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs.

2. In de tweede volzin wordt «dan wel voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs» vervangen door: dan wel door scholen of instellingen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs.

E

In artikel E 24, eerste lid, wordt «dan wel voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs» vervangen door: dan wel een bijzondere school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs.

F

In artikel E 32 wordt «dan wel voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs» vervangen door: dan wel van een school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs.

ARTIKEL IV

De Wet algemene regels herindeling4 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 58 wordt «speciaal en voortgezet speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs» vervangen door: gemeentelijke scholen of instellingen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, dan wel gemeentelijke scholen voor voortgezet onderwijs.

B

Artikel 68 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «en scholen voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs» vervangen door: , scholen voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en scholen of instellingen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs.

2. In het tweede lid wordt «scholen» vervangen door: scholen of instellingen.

ARTIKEL V

In plaats van artikel 109, vijfde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op het basisonderwijs is op een bekostigde school die vóór 1 augustus 1996 met toepassing van artikel 63b van de Wet op het basisonderwijs als nevenvestiging in bekostiging is genomen, artikel 109, vierde lid, van de Wet op het basisonderwijs rechtstreeks van toepassing.

ARTIKEL VI

  • 1. Het bevoegd gezag van een school, bedoeld in artikel 109, derde lid, van de Wet op het basisonderwijs, waarvan de bekostiging is beëindigd of die is opgeheven, als gevolg van samenvoeging met een of meer andere scholen in de periode van 1 augustus 1985 tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, boekt de uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede vergoedingen over naar de school of scholen waarmee de samenvoeging heeft plaatsgevonden indien bij de samenvoeging geen toepassing is gegeven aan artikel 109, derde lid, van de Wet op het basisonderwijs.

  • 2. Het bevoegd gezag van een school, bedoeld in het eerste lid, waarvan de bekostiging is beëindigd of die is opgeheven verstrekt een schriftelijke verklaring aan Onze Minister dat de samenvoeging en de overboeking van de uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede vergoedingen hebben plaatsgevonden, waarbij de naam van de school waarnaar de overboeking heeft plaatsgevonden en de omvang van de overgeboekte uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede vergoedingen worden vermeld. Het bevoegd gezag voegt bij deze verklaring een bewijs van betaling waaruit de overboeking blijkt.

  • 3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de scholen bedoeld in artikel 109, vijfde lid, van de Wet op het basisonderwijs.

  • 4. Het bevoegd gezag van een school, bedoeld in artikel 109, derde lid, van de Wet op het basisonderwijs, waarvan de bekostiging is beëindigd of die is opgeheven, als gevolg van samenvoeging met een of meer andere scholen in de periode van 1 augustus 1985 tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, kan binnen drie maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan Onze Minister verzoeken de niet bestede vergoedingen over te dragen aan de school waarmee de samenvoeging heeft plaatsgevonden indien bij de samenvoeging toepassing is gegeven aan artikel 109, derde lid, van de Wet op het basisonderwijs. Het verzoek gaat vergezeld van een verklaring dat de samenvoeging heeft plaatsgevonden en bevat de naam van de school waaraan de overdracht dient plaats te vinden en de omvang van de over te dragen uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede vergoedingen.

  • 5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de scholen, bedoeld in artikel 109, vijfde lid, van de Wet op het basisonderwijs.

ARTIKEL VII

  • 1. Het bevoegd gezag van een school, bedoeld in artikel 105, derde lid, van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, waarvan de bekostiging is beëindigd of die is opgeheven, als gevolg van samenvoeging met een of meer andere scholen in de periode van 1 augustus 1985 tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, boekt de uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede vergoedingen over naar de school of scholen waarmee de samenvoeging heeft plaatsgevonden indien bij de samenvoeging geen toepassing is gegeven aan artikel 105, derde lid, van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.

  • 2. Het bevoegd gezag van een school, bedoeld in het eerste lid, waarvan de bekostiging is beëindigd of die is opgeheven verstrekt een schriftelijke verklaring aan Onze Minister dat de samenvoeging en de overboeking van de uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede vergoedingen hebben plaatsgevonden, waarbij de naam van de school waarnaar de overboeking heeft plaatsgevonden en de omvang van de overgeboekte uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede vergoedingen worden vermeld. Het bevoegd gezag voegt bij deze verklaring een bewijs van betaling waaruit de overboeking blijkt.

  • 3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de scholen bedoeld in artikel 105, vijfde lid, van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.

  • 4. Het bevoegd gezag van een school, bedoeld in artikel 105, derde lid, van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, waarvan de bekostiging is beëindigd of die is opgeheven, als gevolg van samenvoeging met een of meer andere scholen in de periode van 1 augustus 1985 tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, kan binnen drie maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan Onze Minister verzoeken deze niet bestede vergoedingen over te dragen aan de school waarmee de samenvoeging heeft plaatsgevonden indien bij de samenvoeging toepassing is gegeven aan artikel 105, derde lid, van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs. Het verzoek gaat vergezeld van een verklaring dat de samenvoeging heeft plaatsgevonden en bevat de naam van de school waaraan de overdracht dient plaats te vinden en de omvang van de over te dragen uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede vergoedingen.

  • 5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de scholen bedoeld in artikel 105, vijfde lid, van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.

ARTIKEL VIII

In artikel XXII, eerste lid, van de wet van 15 december 1993, houdende wijziging van het stelsel van stichtingsnormen en opheffingsnormen in de Wet op het basisonderwijs en van het huisvestingsstelsel in de Wet op het basisonderwijs en de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs (Stb. 1993, 716) wordt «artikel 45 van de Wet op het basisonderwijs» vervangen door: artikel 4 van de Wet op het basisonderwijs.

ARTIKEL IX

  • 1. Indien deze wet vóór 1 augustus 1996 in het Staatsblad wordt geplaatst, treedt deze wet, met uitzondering van artikel I, onderdeel F, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat de artikelen III en IV terugwerken tot en met 1 augustus 1995 en treedt artikel I, onderdeel F, in werking met ingang van 1 augustus 1996.

  • 2. Indien deze wet op of na 1 augustus 1996 in het Staatsblad wordt geplaatst, treedt deze wet in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat artikel I, onderdeel F, terugwerkt tot en met 1 augustus 1996 en de artikelen III en IV terugwerken tot en met 1 augustus 1995.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 25 april 1996

Beatrix

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

T. Netelenbos

Uitgegeven de achtentwintigste mei 1996

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager


XNoot
1

Stb. 1994, 620, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 januari 1996, Stb. 157.

XNoot
2

Stb. 1994, 621, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 januari 1996, Stb. 157.

XNoot
3

Stb. 1984, 653, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 juli 1995, Stb. 355.

XNoot
4

Stb. 1991, 317, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 februari 1996, Stb. 184.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II: 1994/95, 1995/96, 24 228.

Handelingen II 1995/96, blz. 4708–4709.

Kamerstukken I 1995/96, 24 228 (237, 237a).

Handelingen I 1995/96, blz. 1519.