Wet van 7 maart 1996 tot intrekking van de Wet van 12 maart 1953 ten aanzien van de Stichting Nationaal Luchtvaartgeneeskundig Centrum in verband met de beëindiging van de jaarlijkse bijdrage van het Rijk

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in verband met de beëindiging van de jaarlijkse bijdrage van het Rijk aan de Stichting Nationaal Luchtvaartgeneeskundig Centrum de Wet inzake vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet ten aanzien van de Stichting Nationaal Luchtvaartgeneeskundig Centrum (Stb. 1953, 149) in te trekken;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

De Wet van 12 Maart 1953, houdende vaststelling van een regeling, als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet (Stb. 1927, 259), ten aanzien van de Stichting Nationaal Luchtvaartgeneeskundig Centrum (Stb. 149) wordt ingetrokken.

Artikel 2

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 7 maart 1996

Beatrix

De Minister van Defensie,

J. J. C. Voorhoeve

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink

De Minister van Financiën,

G. Zalm

Uitgegeven de tweede mei 1996

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager


XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1993/94, 1994/95, 23 866.

Handelingen II 1995/96, blz. 3903.

Kamerstukken I 1995/96, 23 866 (200).

Handelingen I 1995/96, blz. 1173.

Naar boven