Besluit van 3 april 1996, houdende de herindeling van de ministeriële taak met betrekking tot tolkencentra

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, d.d. 28 maart 1996, nr. 96M002370;

Gelet op artikel 44 van de Grondwet;

Hebben goedgevonden en verstaan:

1. Onze Minister van Justitie wordt belast met de behartiging van de aangelegenheden op het terrein van de tolkencentra, voor zover deze zorg voor 1 januari 1996 was opgedragen aan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met dien verstande dat de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verantwoordelijk blijft voor de afhandeling van de voor het jaar 1995 en voorgaande jaren aan de tolkencentra verstrekte subsidies.

2. De taakomschrijving van beide ministeries wordt dienovereenkomstig gewijzigd.

3. Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1996.

Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, en Onze Ministers van Justitie en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de bijbehorende nota van toelichting zal worden geplaatst in het Staatsblad, waarvan mededeling zal worden gedaan in de Staatscourant en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Hoge Colleges van Staat, de ministerraad, de Gevolmachtigde Ministers van de Nederlandse Antillen en van Aruba en de ministeries.

's-Gravenhage, 3 april 1996.

Beatrix

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

W. Kok

Uitgegeven de drieëntwintigste april 1996

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

NOTA VAN TOELICHTING

In het protocol van overdracht inzake de overgang van de opvang van asielzoekers naar het Ministerie van Justitie is gesteld dat de aansturing van de zes door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gesubsidieerde tolkencentra nader zou worden bezien. In onderhavig besluit is geregeld dat de verantwoordelijkheid voor de tolkencentra over gaat naar de Minister van Justitie. De reden daarvoor is gelegen in het feit dat het grootste deel van de dienstverlening van de tolkencentra betrekking heeft op terreinen die de Minister van Justitie regarderen. Voor de goede orde zij opgemerkt dat vooralsnog de Minister van Justitie invulling aan zijn verantwoordelijkheid zal geven binnen het door de Welzijnswet 1994 geboden kader; de in dat kader aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgedragen taken en bevoegdheden ten aanzien van de tolkencentra gaan op grond van het onderhavige besluit van rechtswege over naar de Minister van Justitie. Omwille van de continuïteit in de afwikkeling van de voor het jaar 1995 en de jaren daarvoor verstrekte subsidies behoudt de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hiervoor de verantwoordelijkheid. De organisatorische aspecten van de overgang van de verantwoordelijkheid van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport naar de Minister van Justitie zullen nader worden uitgewerkt in overleg tussen de genoemde ministers. Aan dit besluit is terugwerkende kracht gegeven tot en met 1 januari 1996, zodat de overgang samenvalt met het begin van het begrotingsjaar.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

W. Kok

Naar boven