Besluit van 18 maart 1996, houdende wijziging van enige besluiten in verband met het arbeidsvoorwaardenakkoord sector Defensie voor de periode van 1 april 1995 tot en met 31 maart 1997

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 9 januari 1996, nr. PAV2210/96000200;

Gelet op artikel 12 van de Militaire ambtenarenwet 1931, artikel 2 van de Wet rechtstoestand dienstplichtigen, artikel 125 van de Ambtenarenwet en artikel C1 van de Algemene burgerlijke pensioenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 26 februari 1996, nr. W07.96.0017);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 14 maart 1996, nr. PAV2210/96003949;

Hebben goedgevonden en verstaan:

HOOFDSTUK 1. WIJZIGING VAN ENIGE BESLUITEN MET INGANG VAN 1 SEPTEMBER 1995

ARTIKEL I

De Bezoldigingsregeling militairen zeemacht 19471 wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 56 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onder a, b, c, en d worden «f 25,56», «f 19,17», «f 15,33» en «f 7,67» vervangen door onderscheidenlijk: f 25,82, f 19,36, f 15,48 en f 7,75;

2. In het vierde lid wordt «f 38,33» vervangen door f 38,71;

3. In het vijfde lid, worden «f 20,44» en «f 40,89» vervangen door onderscheidenlijk: f 20,64 en f 41,30;

4. In het zesde lid wordt «f 31,94» vervangen door: f 32,26.

B. In artikel 57, eerste lid, worden «f 95,58», «f 79,58» en «f 63,41» vervangen door onderscheidenlijk: f 96,54, f 80,37 en f 64,04.

C. Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

1. De tabel, opgenomen in het eerste lid, wordt vervangen door de tabel, opgenomen als bijlage 1 bij dit besluit;

2. De tabel, opgenomen in het vierde lid, wordt vervangen door de tabel, opgenomen als bijlage 2 bij dit besluit;

3. De tabel, opgenomen in het zevende lid, wordt vervangen door de tabel, opgenomen als bijlage 3 bij dit besluit.

D. In artikel 60, zesde lid, worden «f 57,12», «f 47,56» en «f 37,90» vervangen door onderscheidenlijk: f 57,69, f 48,03 en f 38,28.

E. In artikel 60a, tweede lid, worden «f 119,53», «f 99,51» en «f 79,29» vervangen door onderscheidenlijk: f 120,72, f 100,50 en f 80,08.

F. In artikel 60b, derde lid, worden «f 99,51» en «f 79,29» vervangen door onderscheidenlijk: f 100,50 en f 80,08.

G. In artikel 60c, derde lid, worden «f 95,58», «f 79,58» en «f 63,41» vervangen door onderscheidenlijk: f 96,54, f 80,37 en f 64,04.

H. In artikel 61, zevende lid, worden «f 81,41», «f 67,77» en «f 54,00» vervangen door onderscheidenlijk: f 82,22, f 68,45 en f 54,54.

I. In artikel 66, eerste lid, wordt «f 3,19» vervangen door: f 3,22.

J. In artikel 68a, derde lid, wordt «f 6,69» vervangen door: f 6,75.

ARTIKEL II

Het >Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 19542 wordt als volgt gewijzigd:

A. De bezoldigingstabel, bedoeld in artikel 2, onder a, wordt vervangen door de bezoldigingstabel, opgenomen als bijlage 4 bij dit besluit.

B. De bezoldigingsschaal, bedoeld in artikel 2, onder c, wordt vervangen door de bezoldigingsschaal, opgenomen als bijlage 5 bij dit besluit.

C. De tabel in artikel 3, derde lid, wordt vervangen door:

voor een militair met:aantal jaren, waarop aanspraak heeft bestaan op het hoogste bedrag van de geldende schaal
    
 6 of meer8 of meer10 of meer
1234
a. de 1e klasse van de stand van matroosf 74,–f 146,–f 221,–
b. de rang van korporaalf 74,–f 146,–

D. In artikel 3c, eerste lid, wordt «f 862,–» vervangen door: f 870,–.

ARTIKEL III

Het Toelagebesluit officieren-arts, officieren-tandarts en officieren-apotheker 19653 wordt als volgt gewijzigd:

De tabel opgenomen in artikel 1, eerste lid, wordt vervangen door de tabel, opgenomen als bijlage 6 bij dit besluit.

ARTIKEL IV

Het Besluit vakantieuitkering militairen zeemacht4 wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 3, vierde lid, onder a, wordt «f 237,86» vervangen door: f 240,24.

ARTIKEL V

De Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 19695 wordt als volgt gewijzigd:

A. De tabel, opgenomen in artikel 22, wordt vervangen door de tabel, opgenomen als bijlage 7 bij dit besluit.

B. In artikel 25, eerste lid, wordt «f 862,–» vervangen door: f 870,–.

C. De bijlagen A en B, bedoeld in artikel 28, tweede lid, worden vervangen door de bijlagen A en B, opgenomen als bijlagen 8 en 9 bij dit besluit.

D. De tabel, opgenomen in artikel 31, tweede lid, wordt vervangen door onderstaande tabel:

voor een militair met:aantal jaren, waarop aanspraak heeft bestaan op het hoogste bedrag van de geldende schaal
    
 6 of meer8 of meer10 of meer
1234
korporaalf 42,–f  86,–f 124,–
korporaal der eerste klassef 74,–f 146,–f 221,–
sergeantf 74,–f 146,–

E. In artikel 43, vierde lid, onder a, wordt «f 237,86» vervangen door: f 240,24.

F. De tabel, opgenomen in artikel 57, eerste lid, wordt vervangen door de tabel, opgenomen als bijlage 10 bij dit besluit.

ARTIKEL VI

Het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie6 wordt als volgt gewijzigd:

A. De bijlage B, bedoeld in artikel 5, derde lid, wordt vervangen door de bijlage B, opgenomen als bijlage 11 bij dit besluit.

B. In artikel 22, tweede lid, wordt «f 237,86» vervangen door: f 240,24.

HOOFDSTUK 2. WIJZIGING VAN ENIGE BESLUITEN MET INGANG VAN 1 OKTOBER 1995

ARTIKEL VII

Het Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 1954 wordt als volgt gewijzigd:

A. De bezoldigingsschaal, bedoeld in artikel 2, onder c, wordt vervangen door de bezoldigingsschaal, opgenomen als bijlage 12 bij dit besluit.

B. In artikel 3g, eerste lid, wordt «0,3%» vervangen door: 2,3%.

ARTIKEL VIII

De Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969 wordt als volgt gewijzigd:

A. De bijlage A, bedoeld in artikel 28, tweede lid, wordt vervangen door de bijlage A, opgenomen als bijlage 13 bij dit besluit.

B. In artikel 40, eerste lid, wordt «0,3%» vervangen door: 2,3%.

ARTIKEL IX

Het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie wordt als volgt gewijzigd:

A. De bijlage A, bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt vervangen door de bijlage A, opgenomen als bijlage 14 bij dit besluit.

B. In artikel 21a, eerste lid, wordt «0,3%» vervangen door: 2,3%.

HOOFDSTUK 3. WIJZIGING VAN ENIGE BESLUITEN MET INGANG VAN 1 JANUARI 1996

ARTIKEL X

Het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 21a, eerste lid, wordt «2,3%» vervangen door: 0,8%.

ARTIKEL XI

Het Koninklijk besluit van 23 november 1995, houdende wijziging van enige besluiten in verband met de aanpassing van salarissen in het kader van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP en de generieke salarisverhoging van 0,5% per 1 januari 1995 (Stb.1995, 587) wordt als volgt gewijzigd:

In artikel VII wordt «toelagencompensatie 1995» vervangen door: compensatietoeslag.

ARTIKEL XII

Het Inkomstenbesluit militairen7 wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt vervangen door:

  • 1. De militair respectievelijk de gewezen militair met de rang van vice-admiraal, luitenant-generaal, luitenant-admiraal of generaal heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 0,3% van de door hem genoten bezoldiging respectievelijk de door hem genoten uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen of het door hem genoten wachtgeld op grond van de Militaire wachtgeldregeling 1961 na toepassing van de bij of krachtens die wet respectievelijk die regeling geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

2. Het tweede lid wordt vervangen door:

  • 2. De militair respectievelijk de gewezen militair met een lagere rang dan die van vice-admiraal of luitenant-generaal heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 0,4% van de door hem genoten bezoldiging respectievelijk de door hem genoten uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen of het door hem genoten wachtgeld op grond van de Militaire wachtgeldregeling 1961 na toepassing van de bij of krachtens die wet respectievelijk die regeling geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

B. Ingevoegd wordt een nieuw artikel 15A luidende:

Artikel 15A Eindejaarsuitkering topfunctionarissen 1996

In afwijking van het gestelde in artikel 15, eerste lid, bedraagt het percentage van de eindejaarsuitkering in 1996 voor de militair respectievelijk de gewezen militair met de rang van vice-admiraal, luitenant-generaal, luitenant-admiraal of generaal 0,8 procent.

ARTIKEL XIII

Het Algemeen militair ambtenarenreglement8 wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 85, tweede lid, vervalt onder gelijktijdige vernummering van het derde lid in het tweede lid.

B. Artikel 130a vervalt.

ARTIKEL XIV

De Regeling uitkering vliegongeval9 wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 9, onder 1°, en in artikel 10, onder 1°, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

a. De zinsnede «in de artikelen 2 of 4 van de Regeling vliegtoelagen zeemacht 1976» wordt vervangen door: in de artikelen 2 en 3 van de Regeling vliegtoelagen zeemacht 1986;

b. De punt-komma wordt vervangen door een komma en toegevoegd wordt de zinsnede: dan wel de ministeriële regeling ter uitvoering van artikel 16, eerste lid, onder a, van het Inkomstenbesluit militairen voor zover die regeling de (garantie)vliegtoelage betreft.

HOOFDSTUK 4. WIJZIGING VAN ENIGE BESLUITEN MET INGANG VAN 1 APRIL 1996

ARTIKEL XV

De Bezoldigingsregeling militairen zeemacht 1947 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 66 vervalt.

ARTIKEL XVI

De Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969 wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 63 vervalt onderdeel e en worden de onderdelen f tot en met i geletterd e tot en met h.

ARTIKEL XVII

Het Inkomstenbesluit militairen wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 5, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a, onder 1°, wordt vervangen door:

1°. met de rang van matroos der eerste klasse: met ingang van de maand waarin zes, acht, tien of achttien jaren zijn verstreken sinds bedoeld schaalmaximum is bereikt, met dien verstande dat op het bedrag behorende bij achttien jaren of meer niet vóór 1 april 1996 aanspraak bestaat;

2. In onderdeel b, onder 1°, vervalt de zinsnede «of korporaal der eerste klasse».

3. In onderdeel b, wordt onder 2° vernummerd in 3° en ingevoegd onder 2°:

2°. met de rang van korporaal der eerste klasse: met ingang van de maand waarin zes, acht, tien of veertien jaren zijn verstreken sinds bedoelde schaalmaximum is bereikt, met dien verstande dat op het bedrag behorende bij veertien jaren of meer niet vóór 1 april 1996 aanspraak bestaat;

B. In artikel 11, derde lid, wordt «85» vervangen door: 100.

C. In artikel 14, eerste lid, wordt de zinsnede «in voorkomend geval vermeerderd met de inkomsten» vervangen door: in voorkomend geval vermeerderd met de waarnemingstoelage en de inkomsten.

D. In artikel 28, tweede lid, wordt «onder a tot en met e» vervangen door: eerste tot en met vijfde lid.

ARTIKEL XVIII

Het Verplaatsingskostenbesluit militairen10 wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 20, eerste lid, aanhef, wordt de zinsnede «die overeenkomt met de tegemoetkoming die wordt toegekend ter zake van» vervangen door: die overeenkomt met de laagste tegemoetkoming die, met inachtneming van de reisklasse waarin de militair gerechtigd is te reizen, wordt toegekend ter zake van.

HOOFDSTUK 5. WIJZIGING VAN ENIGE BESLUITEN MET INGANG VAN 1 SEPTEMBER 1996

ARTIKEL XIX

De Bezoldigingsregeling militairen zeemacht 1947 wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 56 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onder a, b, c, en d worden «f 25,82», «f 19,36», «f 15,48» en «f 7,75» vervangen door onderscheidenlijk: f 26,27, f 19,70, f 15,75 en f 7,89;

2. In het vierde lid wordt «f 38,71» vervangen door: f 39,39;

3. In het vijfde lid, worden «f 20,64» en «f 41,30» vervangen door onderscheidenlijk: f 21,01 en f 42,02;

4. In het zesde lid wordt «f 32,26» vervangen door: f 32,82.

B. In artikel 57, eerste lid, worden «f 96,54», «f 80,37» en «f 64,04» vervangen door onderscheidenlijk: f 98,23, f 81,78 en f 65,16.

C. Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

1. De tabel, opgenomen in het eerste lid, wordt vervangen door de tabel, opgenomen als bijlage 15 bij dit besluit;

2. De tabel, opgenomen in het vierde lid, wordt vervangen door de tabel, opgenomen als bijlage 16 bij dit besluit;

3. De tabel, opgenomen in het zevende lid, wordt vervangen door de tabel, opgenomen als bijlage 17 bij dit besluit.

D. In artikel 60, zesde lid, worden «f 57,69», «f 48,03» en «f 38,28» vervangen door onderscheidenlijk: f 58,70, f 48,87 en f 38,95.

E. In artikel 60a, tweede lid, worden «f 120,72», «f 100,50» en «f 80,08» vervangen door onderscheidenlijk: f 122,83, f 102,26 en f 81,48.

F. In artikel 60b, derde lid, worden «f 100,50» en «f 80,08» vervangen door onderscheidenlijk: f 102,26 en f 81,48.

G. In artikel 60c, derde lid, worden «f 96,54», «f 80,37» en «f 64,04» vervangen door onderscheidenlijk: f 98,23, f 81,78 en f 65,16.

H. In artikel 61, zevende lid, worden «f 82,22», «f 68,45» en «f 54,54» vervangen door onderscheidenlijk: f 83,66, f 69,65 en f 55,49.

I. In artikel 68a, derde lid, wordt «f 6,75» vervangen door: f 6,87.

ARTIKEL XX

Het Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 1954 wordt als volgt gewijzigd:

A. De bezoldigingstabel, bedoeld in artikel 2, onder a, wordt vervangen door de bezoldigingstabel, opgenomen als bijlage 18 bij dit besluit.

B. De bezoldigingsschaal, bedoeld in artikel 2, onder c, wordt vervangen door de bezoldigingsschaal, opgenomen als bijlage 19 bij dit besluit.

ARTIKEL XXI

De Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969 wordt als volgt gewijzigd:

A. De tabel, opgenomen in artikel 22, wordt vervangen door de tabel, opgenomen als bijlage 20 bij dit besluit.

B. De bijlagen A en B, bedoeld in artikel 28, tweede lid, worden vervangen door de bijlagen A en B, opgenomen als bijlagen 21 en 22 bij dit besluit.

ARTIKEL XXII

Het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie wordt als volgt gewijzigd:

A. De bijlage B, bedoeld in artikel 5, derde lid, wordt vervangen door de bijlage B, opgenomen als bijlage 23 bij dit besluit.

B. In artikel 22, tweede lid, wordt «f 240,24» vervangen door: f 244,44.

HOOFDSTUK 6. WIJZIGING VAN HET BEZOLDIGINGSBESLUIT BURGERLIJKE AMBTENAREN DEFENSIE MET INGANG VAN 1 OKTOBER 1996

ARTIKEL XXIII

Het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie wordt als volgt gewijzigd:

De bijlage A, bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt vervangen door de bijlage A, opgenomen als bijlage 24 bij dit besluit.

HOOFDSTUK 7. WIJZIGING VAN ENIGE BESLUITEN MET INGANG VAN 1 JANUARI 1997

ARTIKEL XXIV

Het Inkomstenbesluit militairen wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 15A vervalt.

ARTIKEL XXV

Het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 21a, eerste lid, wordt «0,8%» vervangen door: 0,3%.

HOOFDSTUK 8. WIJZIGING VAN DE REGELING INKOMSTEN MILITAIREN LAND- EN LUCHTMACHT 1969 MET INGANG VAN 1 APRIL 1997

ARTIKEL XXVI

De Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969 wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 63 vervalt onderdeel e en worden de onderdelen f tot en met h geletterd e tot en met g.

HOOFDSTUK 9. TOEKENNING VAN EEN EENMALIGE UITKERING IN 1995 AAN HET DEFENSIEPERSONEEL

ARTIKEL XXVII

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a. militair:

1. de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 die is aangesteld bij het beroepspersoneel, alsmede de geestelijk verzorger die in burgerlijke openbare dienst is aangesteld om bij de krijgsmacht doorlopend werkzaam te zijn;

2. de dienstplichtige die voor eerste oefening in de zin van de Dienstplichtwet in werkelijke dienst is.

b. betrokkene:

1. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 1995 in werkelijke dienst is;

2. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 1995 in dienst van het Ministerie van Defensie is;

3. de burgerlijke ambtenaar defensie, bedoeld in artikel 1, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 1995 in dienst van het Ministerie van Defensie is;

4. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 1995 wachtgeld volgens de Militaire wachtgeldregeling 1961 of uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen geniet;

5. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak had op salaris volgens bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 1995 in het genot is van wachtgeld volgens het Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie of het Wachtgeld- en uitkeringsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie bij privatisering voor zover betrekking hebbend op wachtgeld, dan wel uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.

c. berekeningsbasis:

1. de over de maand december 1995 genoten bezoldiging volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in de Bezoldigingsregeling militairen zeemacht 1947 en de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969;

2. het over de maand december 1995 genoten salaris volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;

3. het wachtgeld of de uitkering welke over de maand december 1995 op grond van de onder b 4 genoemde wet respectievelijk een van de onder b, 4 en 5 genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die wet of die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

ARTIKEL XXVIII

A. Aan de betrokkene, bedoeld in artikel XXVII, onder b, 1 tot en met 3, wordt in de maand december 1995 een eenmalige uitkering verstrekt ter grootte van 12,96% van de voor hem geldende berekeningsbasis;

B. Aan de betrokkene, bedoeld in artikel XXVII, onder b, 4 en 5, wordt in de maand december 1995 een eenmalige uitkering verstrekt ter grootte van 12% van de voor hem geldende berekeningsbasis;

ARTIKEL XXIX

De eenmalige uitkering heeft geen algemeen karakter en wordt niet gerekend tot de bezoldiging of het salaris in de zin van de bezoldigingsvoorschriften.

De eenmalige uitkering is geen ambtelijk inkomen in de zin van artikel C1 van de Algemene burgerlijke pensioenwet en maakt geen deel uit van de bij het vaststellen van de pensioengrondslag bedoeld in artikel C1 van de Algemeen militaire pensioenwet in beschouwing te nemen inkomsten en emolumenten, waarop de gewezen militair aanspraak had of zou hebben gehad.

HOOFDSTUK 10. TOEKENNING VAN EEN EENMALIGE UITKERING IN 1996 AAN HET DEFENSIEPERSONEEL

ARTIKEL XXX

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a. militair:

1. de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 die is aangesteld bij het beroepspersoneel, alsmede de geestelijk verzorger die in burgerlijke openbare dienst is aangesteld om bij de krijgsmacht doorlopend werkzaam te zijn;

2. de dienstplichtige die voor eerste oefening in de zin van de Dienstplichtwet in werkelijke dienst is.

b. betrokkene:

1. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 1996 in werkelijke dienst is;

2. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 1996 in dienst van het Ministerie van Defensie is;

3. de burgerlijke ambtenaar defensie, bedoeld in artikel 1, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 1996 in dienst van het Ministerie van Defensie is;

4. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 1996 wachtgeld volgens de Militaire wachtgeldregeling 1961 of uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen geniet;

5. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak had op salaris volgens bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 1996 wachtgeld volgens het Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie of het Wachtgeld- en uitkeringsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie bij privatisering voor zover betrekking hebbend op wachtgeld, dan wel uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie geniet.

c. berekeningsbasis:

1. de over de maand december 1996 genoten bezoldiging volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen, de Bezoldigingsregeling militairen zeemacht 1947 en de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969;

2. het over de maand december 1996 genoten salaris volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;

3. het wachtgeld of de uitkering welke over de maand december 1996 op grond van de onder b 4 genoemde wet respectievelijk een van de onder b, 4 en 5 genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die wet of die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

ARTIKEL XXXI

A. Aan de betrokkene, bedoeld in artikel XXX, onder b, 1 tot en met 3, wordt in de maand december 1996 een eenmalige uitkering verstrekt ter grootte van 9,72% van de voor hem geldende berekeningsbasis;

B. Aan de betrokkene, bedoeld in artikel XXX, onder b, 4 en 5, wordt in de maand december 1996 een eenmalige uitkering verstrekt ter grootte van 9% van de voor hem geldende berekeningsbasis;

ARTIKEL XXXII

De eenmalige uitkering heeft geen algemeen karakter en wordt niet gerekend tot de bezoldiging of het salaris in de zin van de bezoldigingsvoorschriften.

De eenmalige uitkering is geen ambtelijk inkomen in de zin van artikel C1 van de Algemene burgerlijke pensioenwet en maakt geen deel uit van de bij het vaststellen van de pensioengrondslag bedoeld in artikel C1 van de Algemeen militaire pensioenwet in beschouwing te nemen inkomsten en emolumenten, waarop de gewezen militair aanspraak had of zou hebben gehad.

HOOFDSTUK 11. WIJZIGINGEN MET BETREKKING TOT DE EINDEJAARSUITKERING VOOR HET DEFENSIEPERSONEEL

ARTIKEL XXXIII

Het Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 1954 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 3g wordt als volgt gewijzigd:

a. Het eerste lid wordt vervangen door:

  • 1. De militair respectievelijk de gewezen militair met de rang van vice-admiraal of met een hogere rang heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 0,3% van de door hem genoten bezoldiging volgens de schaal respectievelijk de door hem genoten uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen of het door hem genoten wachtgeld op grond van de Militaire wachtgeldregeling 1961 na toepassing van de bij of krachtens die wet respectievelijk die regeling geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

b. Het tweede lid wordt vervangen door:

  • 2. De militair respectievelijk de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 0,4% van de door hem genoten bezoldiging volgens de schaal, bezoldiging volgens de tabel, het door hem genoten zakgeld respectievelijk de door hem genoten uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen of het door hem genoten wachtgeld op grond van de Militaire wachtgeldregeling 1961 na toepassing van de bij of krachtens die wet respectievelijk die regeling geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

ARTIKEL XXXIV

De Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:

a. Het eerste lid wordt vervangen door:

  • 1. Een militair respectievelijk een gewezen militair met de rang van luitenant-generaal of met een hogere rang heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 0,3% van de door hem genoten wedde respectievelijk de door hem genoten uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen of het door hem genoten wachtgeld op grond van de Militaire wachtgeldregeling 1961 na toepassing van de bij of krachtens die wet respectievelijk die regeling geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

b. Het tweede lid wordt vervangen door:

  • 2. Een militair respectievelijk een gewezen militair met een lagere rang dan luitenant-generaal heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 0,4% van de door hem genoten wedde, wedde e.o., het zakgeld respectievelijk de door hem genoten uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen of het door hem genoten wachtgeld op grond van de Militaire wachtgeldregeling 1961 na toepassing van de bij of krachtens die wet respectievelijk die regeling geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

ARTIKEL XXXV

Het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 21a wordt als volgt gewijzigd:

a. Het eerste lid wordt vervangen door:

  • 1. De ambtenaar, die aanspraak heeft op salaris volgens bijlage A van dit besluit respectievelijk de gewezen ambtenaar, die aanspraak had op salaris volgens bijlage A van dit besluit en in het genot is van wachtgeld op grond van het Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, het Wachtgeld- en uitkeringsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie bij privatisering voor zover betrekking hebbend op wachtgeld of van uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie, heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 0,3% van het door hem genoten salaris respectievelijk het door hem genoten wachtgeld of de door hem genoten uitkering na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

b. Het tweede lid wordt vervangen door:

  • 2. De ambtenaar, die aanspraak heeft op salaris volgens bijlage B van dit besluit respectievelijk de gewezen ambtenaar, die aanspraak had op salaris volgens bijlage B van dit besluit en in het genot is van wachtgeld op grond van het Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, het Wachtgeld- en uitkeringsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie bij privatisering voor zover betrekking hebbend op wachtgeld of uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie, heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 0,4% van het door hem genoten salaris respectievelijk het door hem genoten wachtgeld of de door hem genoten uitkering na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

ARTIKEL XXXVI

Het Besluit uitvoering Algemene militaire pensioenwet11 wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 2, eerste lid, onderdeel i, wordt «1993 en 1994.» vervangen door: 1993 tot en met 1996.

HOOFDSTUK 12. SLOTBEPALING

ARTIKEL XXXVII

Het bij ministeriële regeling ter uitvoering van artikel 16, eerste lid, onder e, van het Inkomstenbesluit militairen bepaalde werkt, voor zover het betreft de daarin genoemde proportionele diensttijdgratificatie bij overlijden, terug tot en met 1 januari 1996.

ARTIKEL XXXVIII

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met uitzondering van:

a. hoofdstuk 4 dat in werking treedt met ingang van 1 april 1996;

b. hoofdstuk 5 dat in werking treedt met ingang van 1 september 1996;

c. hoofdstuk 6 dat in werking treedt met ingang van 1 oktober 1996;

d. hoofdstuk 7 dat in werking treedt met ingang van 1 januari 1997;

e. hoofdstuk 8 dat in werking treedt met ingang van 1 april 1997,

en met dien verstande dat:

f. hoofdstuk 11 terug werkt tot en met 1 januari 1995;

g. de hoofdstukken 1, 9 en 10 terug werken tot en met 1 september 1995;

h. hoofdstuk 2 terug werkt tot en met 1 oktober 1995;

i. hoofdstuk 3 terug werkt tot en met 1 januari 1996;

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 18 maart 1996

Beatrix

De Staatssecretaris van Defensie,

J. C. Gmelich Meijling

Uitgegeven de achtentwintigste maart 1996

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

BIJLAGE 1

Behorende bij artikel 59, eerste lid, van Bezoldigingsregeling militairen zeemacht 1947

Wijziging per 1 september 1995

Categorieën:Bedrag per minuut
     
 voor een kikvorsman of tijdens de opleiding voor een duiker, tijdens de opleiding tot duiker, voor een kikvorsman of tijdens de opleiding tot kikvorsman met gebruik van een ademhalingsapparaat
 tot kikvors-   
 man zonder gebruik van een ademhalingsapparaatop een diepte tot 15 meterop een diepte van 15 tot 45 meterop een diepte van 45 meter of meer
a. militairen die een bezoldiging genieten hoger dan het bedrag, dat in de bezoldigingsschaal is aangegeven voor een sergeant-majoor met een diensttijd van 16 jarenf 0,32f 2,01f 3,97f 5,86
     
b. militairen die een bezoldiging genieten hoger dan het bedrag, dat in de bezoldigingsschaal is aangegeven voor een korporaal met een diensttijd van twee jaren, doch niet hoger dan het bedrag bedoeld onder af 0,27f 1,68f 3,31f 4,88
     
c. overige militairenf 0,21f 1,34f 2,64f 3,89

BIJLAGE 2

Behorende bij artikel 59, vierde lid, van de Bezoldigingsregeling militairen zeemacht 1947

Wijziging per 1 september 1995

Categorieën:Bedrag per minuut bij een verhoogde druk welke overeenkomt met de waterdruk op een diepte:
    
 tot 15 meter van 15 tot 45 metervan 45 meter of meer
a. militairen die een bezoldiging genieten hoger dan het bedrag, dat in de bezoldigingsschaal is aangegeven voor een sergeant-majoor met een diensttijd van 16 jarenf 1,18f 2,41f 3,60
    
b. militairen die een bezoldiging genieten hoger dan het bedrag, dat in de bezoldigingsschaal is aangegeven voor een korporaal met een diensttijd van twee jaren, doch niet hoger dan het bedrag bedoeld onder a f 0,99f 2,01f 2,99
    
c. overige militairenf 0,79f 1,60f 2,38

BIJLAGE 3

Behorende bij artikel 59, zevende lid, van de Bezoldigingsregeling militairen zeemacht 1947

Wijziging per 1 september 1995

Categorieën:Bedrag per minuut bij verblijf in een onderwaterlaboratorium van korter dan 11 uur bij een verhoogde druk welke overeenkomt met de waterdruk op een diepte tot 15 meterBedrag per etmaal bij verblijf in een onderwaterlaboratorium van korter dan 11 uur bij een verhoogde druk welke overeenkomt met de waterdruk op een diepte tot 15 meter
a. militairen die een bezoldiging genieten hoger dan het bedrag, dat in de bezoldigingsschaal is aangegeven voor een sergeant-majoor met een diensttijd van 16 jarenf 1,18f 966,02
   
b. militairen die een bezoldiging genieten hoger dan het bedrag, dat in de bezoldigingsschaal is aangegeven voor een korporaal met een diensttijd van twee jaren, doch niet hoger dan het bedrag bedoeld onder af 0,99f 804,21
   
c. overige militairenf 0,79f 640,81

BIJLAGE 4. Behorende bij artikel 2, onder a, van het Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 1954

BEZOLDIGINGSTABEL

(per 1 september 1995)

Stand en klasse of rang:Indien hij de leeftijd heeft van
       
 18 jaar of jonger19 jaar20 jaar21 jaar22 jaar23 jaar of ouder
Matroos der 3e klasse105211531255135713881401
Matroos der 2e klasse107111751278138214141427
Matroos der 1e klasse114312531363147515081522
Korporaal121413311448156716021617
Sergeant124513661486160716431659
Luitenant ter zee der 3e klasse KMR162717841940209921462167
Luitenant ter zee der 2e klasse KMR168218442006217022192240

BIJLAGE 5. Behorende bij artikel 2, onder c, van het Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 1954.

BEZOLDIGINGSSCHAAL

(per 1 september 1995)

Stand en klasse of rang
diensttijdmatr3matr2matr1kplsgtsmjraooltz3ltz2ltz2ocltz1kltzktzcdrsbnvadmvadm/ltadm*
J16124912751493
J17124912751493
J18149815291792183318902391
J19174817842090213922052790
J201998203923892444252031883321
J212247229426872750283535873736
                  
00363438011483715824
0138093976
02249725492986305531503288341439854151
03252725863093312932223351347641134295
042554262731483206328834183538425144314669
052583266732093263335134803554439145594865
062614270832563319341835433617451246944986
072644275033003374348035993682464548175114
082675279133453432354336613747477149305234
0927052833339134853599372638114882505053605587
102736287534383538366137923878514454465645
113594372638493943523655255750
123647379239074010533056045932
133705384939434076541556906125
143907400941435547577163166496
153970407342165666589565006727
164031413842895793603466846905
17409142104361616868607092
18415542854423630070467277
1942244353448372307454
204416455174057639
214480461675637823
2245474682771980078179
2346154746787781898627
2446824805803183738835
25474748978105**85579044
26480849898178**86919239
2750848379**88599546 988011362
285180902298571036811681
2952759247102761106012251
309590107091140112833
31111531203813427
32116031269114037

*: Vice-admiraal met de functie van chef defensiestaf of bevelhebber der zeestrijdkrachten, dan wel luitenant-admiraal.

** : Op dit bedrag bestaat alleen aanspraak in door de Minister te bepalen gevallen.

BIJLAGE 6

Behorende bij artikel 1, eerste lid, van het Toelagebesluit officieren-arts, officieren-tandarts en officieren-apotheker 1965

Wijziging per 1 september 1995

aantal jaren dat belanghebbende de hoedanigheid van arts, tandarts of apotheker bezitLuitenant ter zee der 2e klasseLuitenant ter zee der 2e klasse oudste categorieLuitenant ter zee der 1e klasseKapitein-luitenant ter zee en hoger
0682682682682
1767779798779
2858886924881
395210141054983
41049115111941092
51199135314021256
6156615891426
7174317791601
8192119611779
921321961
1019801850
1118221736
1216631629
1315301504
1413901347
1512621262
1611741142
171043
18950
19858
20805
21748
22682

BIJLAGE 7

Behorende bij artikel 22, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969

WEDDEN E.O.

(1 september 1995)

RangLeeftijd
       
 18 jaar of jonger19 jaar20 jaar21 jaar22 jaar23 jaar of ouder
Soldaat105211531255135713881401
Soldaat der 1e klasse107111751278138214141427
Korporaal112012281336144514781492
Korporaal der 1e klasse118312971411152615601575
Sergeant-titulair121413311448156716021617
Sergeant124513661486160716431659
Sergeant-majoor128514091533165816951711
Vaandrig133814681597172717661783
Tweede luitenant162717841940209921462167
Eerste luitenant168218442006217022192240
Kapitein196321532342253325902615

BIJLAGE 8. Behorende bij artikel 28, tweede lid, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969

Maandelijkse wedden van de officieren

per 1 september 1995

diensttijdtlntelntkapmajlkolkolbgengenmlgenlgen/gen*
J16
J17
J1823582435
J1927512841
J2031443247
J2135373653
           
00357036891483715824
0137523873
0239304059
0340594187
04418743314522
05433144594768
06445945874870
07458747184988
08471848365095
09483649435203
10**505753155511
11**516954195584
12**528455215757
13539456215938
145495571961306381
155584582963186562
165690593665016747
17**605766876924
18**617268657112
19****70547296
20**72407473
21**74187658
22760478428047
23775080568527
24800982728762
2584888996
2686919239
2788599546 988011362
28902298571036811681
299247102761106012251
309590107091140112833
31111531203813427
32116031269114037

*: Luitenant-generaal met de functie van chef defensiestaf, bevelhebber der landstrijdkrachten of bevelhebber der luchtstrijdkrachten.

** : Onze Minister van Defensie is gemachtigd voor bepaalde gevallen de schalen van subalterne officieren te verlengen met ten hoogste drie verhogingen, elk van f 137,–.

BIJLAGE 9. Behorende bij artikel 28, tweede lid, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969

Maandelijkse wedden van de militairen met een lagere rang dan die van tweede luitenant per 1 september 1995

diensttijdsldsld1kplkpl1sgtsgt1smaooopzkap mstr
J16124912751327
J17124912751327140514861604
J181498152915921686178318541925
J191748178418571967208021632246
J201998203921222248237724722566
J212247229423882529267427812887
           
00
01
0224972549265328102971301330903208
0325272586272128943066311032083337
0425542627279129453161320832883390
0525832667286629943209328833903439
0626142708292230413256333734393492
07264427502978309133033390349235433559
08267527913031313733493439354337053718
09270528333088319033983492359737613777
102736287531403237344235433648381638303903
1132003282348535973705387838894127
1232513327353836483761393839544190
133371359437053816400140154271
143418364737613878406440774331
15370538163938412741434401
1638784001419042134456
1739384064427142864517
1840014127433343534580
1940644190440144124647
2041274271445644724709
214333451745334808
224401458045954903
234456464746634998
244517470947255096
254580480848255194
264647490349195284
274709499850145372
28509651115458
29519452055534
30
31
32

BIJLAGE 10

Behorende bij artikel 57, eerste lid, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969

Wijziging per 1 september 1995

aantal jaren dat belanghebbende de hoedanigheid van arts, tandarts of apotheker bezitEerste luitenantKapiteinMajoorLuitenant-kolonel en hoger
0682682682682
1767779798779
2858886924881
395210141054983
41049115111941092
51199135314021256
6156615891426
7174317791601
8192119611779
921321961
1019801850
1118221736
1216631629
1315301504
1413901347
1512621262
1611741142
171043
18950
19858
20805
21748
22682

BIJLAGE 11

Behorende bij artikel 5, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie

BIJLAGE B (BBAD, artikel 5, derde lid)

van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie

bevattende het kader (hoofd- en niveaugroepen) waarbinnen aard en niveau van de functies worden bepaald, alsmede de daarbij behorende salarisschalen voor de ambtenaren (per 1 september 1995)

HOOFDGROEP I (maandbedragen in guldens)
    
Niveaugroep IaNiveaugroep IbNiveaugroep Ic 
Schaal 1Schaal 2Schaal 3 
U 15 3347 
U 13 3256 
U 13 3066U 11 3161 
U 12 2781U 11 2967 6 3066 
U 10 2707U 9 2866 5 2967 
U 8 2650 4 2781 4 2866 
3 2595 3 2707 3 2707 
2 2547 2 2595 2 2595 
1 2443 1 2497 1 2497 
0 2340 0 2391 0 2443 
J  21 2106J  21 2152J  21 2199 
J  20 1872J  20 1913J  20 1954 
J  19 1638J  19 1674J  19 1710 
J  18 1404J  18 1435J  18 1466 
J  17 1170J  17 1196J  17 1222 
J  16 1170J  16 1196J  16 1222 
J  15 1170J  15 1196 
HOOFDGROEP II (maandbedragen in guldens)
    
Niveaugroep IIaNiveaugroep IIbNiveaugroep IIcNiveaugroep IId
SchaaI 3SchaaI 4SchaaI 5SchaaI 6
U 16 3528U 15 371010 3887
U 15 3347U 14 3438U 13 3616 9 3800
U 13 3256U 12 3347 8 3528 8 3710
U 11 3161 7 3256 7 34387 3616
6 3066 6 3161 6 3347 6 3528
5 2967 5 3066 5 3256 5 3438
4 2866 4 2967 4 3161 4 3347
3 2707 3 2781 3 3066 3 3256
2 2595 2 2650 2 2866 2 3066
1 2497 1 2547 1 2707 1 2866
0 2443 0 2497 0 2595 0 2781
J  21 2199J  21 2247J  21 2336
J  20 1954J  20 1998J  20 2076
J  19 1710J  19 1748J  19 1817
J  18 1466J  18 1498J  18 1557
J  17 1222J  17 1249J  17 1298
J 16 1222J  16 1249
HOOFDGROEP III (maandbedragen in guldens)
   
Niveaugroep IIIaNiveaugroep IIIbNiveaugroep IIIc
SchaaI 5SchaaI 6SchaaI 7
U 15 371010 388710 4287
U 13 36169 3800 9 4175
8 3528 8 37108 4076
7 3438 7 3616 7 3981
6 3347 6 3528 6 3887
5 3256 5 3438 5 3800
4 31614 3347 4 3710
3 3066 3 32563 3616
2 2866 2 3066 2 3438
1 2707 1 2866 1 3256
0 2595 0 2781 0 3161
J 21 2336
J 20 2076
J 19 1817
J 18 1557
J 17 1298
HOOFDGROEP III (maandbedragen in guldens)
  
Niveaugroep IIIdNiveaugroep IIIe
SchaaI 8SchaaI 9
10 4856
9 4770
8 46778 5495
7 45777 5315
6 44806 5118
5 43915 4942
4 42874 4770
3 41753 4577
2 39812 4391
1 38001 4175
0 36160 3981
HOOFDGROEP IV (maandbedragen in guldens)
    
Niveaugroep IVaNiveaugroep IVbNiveaugroep IVcNiveaugroep IVd
SchaaI 6SchaaI 7SchaaI 8SchaaI 9
10 388710 428710 4856
9 38009 41759 4770
8 37108 40768 46778 5495
7 36167 39817 45777 5315
6 35286 38876 44806 5118
5 34385 38005 43915 4942
4 33474 37104 42874 4770
3 32563 36163 41753 4577
2 30662 34382 39812 4391
1 28661 32561 38001 4175
0 27810 31610 36160 3981
HOOFDGROEP IV (maandbedragen in guldens)
   
Niveaugroep IVeNiveaugroep IVfNiveaugroep IVg
SchaaI 10SchaaI 11SchaaI 12
12 6025
11 583711 7044
10 566810 694910 8028
9 54959 67719 7915
8 53158 65868 7684
7 51187 64027 7499
6 49426 62186 7321
5 47705 60255 7136
4 45774 58374 6949
3 43913 56683 6771
2 41752 54952 6586
1 39811 53151 6402
0 38000 51180 6218
HOOFDGROEP V (maandbedragen in guldens)
     
Niveaugroep VaNiveaugroep VbNiveaugroep VcNiveaugroep VdNiveaugroep Ve
SchaaI 10SchaaI 11SchaaI 12SchaaI 13Schaal 14
12 6025     
11 583711 7044   
10 566810 694910 8028   
9 54959 67719 7915 9 9590
8 53158 65868 76848 87188 9333
7 51187 64027 74997 86087 9082
6 49426 62186 73216 83766 8838
5 47705 60255 71365 81445 8608
4 45774 58374 69494 79154 8376
3 43913 56683 67713 76843 8144
2 41752 54952 65862 74992 7915
1 39811 53151 64021 73211 7684
0 38000 51180 62180 71360 7499
HOOFDGROEP VI (maandbedragen in guldens)
    
Niveaugroep VIaNiveaugroep VIbNiveaugroep VIcNiveaugroep VId
SchaaI 15SchaaI 16SchaaI 17SchaaI 18
9 105499 116039 127629 14037
8 102198 112408 123638 13599
7  9900 7 108897 119777 13174
6  9590 6 105496 116036 12762
5  9333 5 102195 112405 12363
4  9082 4  9900 4 108894 11977
3  88383  9590 3 105493 11603
2  86082  9333 2 102192 11240
1  83761  9082 1  9900 1 10889
0  81440  8838 0  9590 0 10549

BIJLAGE 12. Behorende bij artikel 2, onder c, van het Besluit herziening bezoldiging zeemacht 1954

BEZOLDIGINGSSCHAAL

(per 1 oktober 1995)

Stand en klasse of rang
diensttijdmatr3matr2matr1kplsgtsmjraooltz3ltz2ltz2ocltz1kltzktzcdrsbnvadmvadm/ltadm*
J16124912751493
J17124912751493
J18149815291792183318902391
J19174817842090213922052790
J201998203923892444252031883321
J212247229426872750283535873736
                  
00363438011491115903
0138093976
02249725492986305531503288341439854151
03252725863093312932223351347641134295
042554262731483206328834183538425144314669-
052583266732093263335134803554439145594865
062614270832563319341835433617451246944986
072644275033003374348035993682464548175114
082675279133453432354336613747477149305234
0927052833339134853599372638114882505053605587
102736287534383538366137923878514454465645
113594372638493943523655255750
123647379239074010533056045932
133705384939434076541556906125
143907400941435547577163166496
153970407342165666589565006727
164031413842895793603466846905
17409142104361616868607092
18415542854423630070467277
1942244353448372307454
204416455174057639
214480461675637823
2245474682771980078179
2346154746787781898627
2446824805803183738835
25474748978105**85579044
26480849898178**86919239
2750848379**88599546 988011362
285180902298571036811681
2952759247102761106012251
309590107091140112833
31111531203813427
32116031269114037

* : Vice-admiraal met de functie van chef defensiestaf of bevelhebber der zeestrijdkrachten, dan wel luitenant-admiraal.

** : Op dit bedrag bestaat alleen aanspraak in door de Minister te bepalen gevallen.

BIJLAGE 13. Behorende bij artikel 28, tweede lid, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969

Maandelijkse wedden van de officieren

per 1 oktober 1995

diensttijdtlntelntkapmajlkolkolbgengenmlgenlgen/gen*
J16
J17
J1823582435
J1927512841
J2031443247
J2135373653
           
00357036891491115903
0137523873
0239304059
0340594187
04418743314522
05433144594768
06445945874870
07458747184988
08471848365095
09483649435203
10**505753155511
11**516954195584
12**528455215757
13539456215938
145495571961306381
155584582963186562
165690593665016747
17**605766876924
18**617268657112
19****70547296
20**72407473
21**74187658
22760478428047
23775080568527
24800982728762
2584888996
2686919239
2788599546 988011362
28902298571036811681
299247102761106012251
309590107091140112833
31111531203813427
32116031269114037

* : Luitenant-generaal met de functie van chef defensiestaf, bevelhebber der landstrijdkrachten of bevelhebber der luchtstrijdkrachten.

** : Onze Minister van Defensie is gemachtigd voor bepaalde gevallen de schalen van subalterne officieren te verlengen met ten hoogste drie verhogingen, elk van f 137,–.

BIJLAGE 14

Behorende bij artikel 4, eerste lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie

BIJLAGE A (BBAD, artikel 4)

van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie bevattende een aantal ambten en het daaraan verbonden salaris (per 1 oktober 1995)

Maandbedragen

(in guldens)

Secretaris-Generaal  ....................  14911

Directeur-Generaal  ....................  14911

BIJLAGE 15

Behorende bij artikel 59, eerste lid, van de Bezoldigingsregeling militairen zeemacht 1947

Wijziging per 1 september 1996

Categorieën:Bedrag per minuut
    
voor een kikvorsman of tijdens de opleiding tot kikvorsman zonder gebruik van een ademhalingsapparaat voor een duiker, tijdens de opleiding tot duiker, voor een kikvorsman of tijdens de opleiding tot kikvorsman met gebruik van een ademhalingsapparaat
 op een diepte tot 15 meterop een diepte van 15 tot 45 meterop een diepte van 45 meter of meer
a. militairen die een bezoldiging genieten hoger dan het bedrag, dat in de bezoldigingsschaal is aangegeven voor een sergeant-majoor met een diensttijd van 16 jarenf 0,33f 2,04f 4,04f 5,96
     
b. militairen die een bezoldiging genieten hoger dan het bedrag, dat in de bezoldigingsschaal is aangegeven voor een korporaal met een diensttijd van twee jaren, doch niet hoger dan het bedrag bedoeld onder af 0,28f 1,71f 3,37f 4,96
     
c. overige militairenf 0,22f 1,37f 2,68f 3,96

BIJLAGE 16

Behorende bij artikel 59, vierde lid, van de Bezoldigingsregeling militairen zeemacht 1947

Wijziging per 1 september 1996

Categorieën:Bedrag per minuut bij een verhoogde druk welke overeenkomt met de waterdruk op een diepte:
    
 tot 15 metervan 15 tot 45 metervan 45 meter of meer
a. militairen die een bezoldiging genieten hoger dan het bedrag, dat in de bezoldigingsschaal is aangegeven voor een sergeant-majoor met een diensttijd van 16 jarenf 1,20f 2,46f 3,66
    
b. militairen die een bezoldiging genieten hoger dan het bedrag, dat in de bezoldigingsschaal is aangegeven voor een korporaal met een diensttijd van twee jaren, doch niet hoger dan het bedrag bedoeld onder af 1,01f 2,04f 3,04
    
c. overige militairenf 0,80f 1,62f 2,42

BIJLAGE 17

Behorende bij artikel 59, zevende lid, van de Bezoldigingsregeling militairen zeemacht 1947

Wijziging per 1 september 1996

Categorieën:Bedrag per minuut bij verblijf in een onderwaterlaboratorium van korter dan 11 uur bij een verhoogde druk welke overeenkomt met de waterdruk op een diepte tot 15 meterBedrag per etmaal bij verblijf in een onderwaterlaboratorium van korter dan 11 uur bij een verhoogde druk welke overeenkomt met de waterdruk op een diepte tot 15 meter
a. militairen die een bezoldiging genieten hoger dan het bedrag, dat in de bezoldigingsschaal is aangegeven voor een sergeant-majoor met een diensttijd van 16 jarenf 1,20f 982,93
   
b. militairen die een bezoldiging genieten hoger dan het bedrag, dat in de bezoldigingsschaal is aangegeven voor een korporaal met een diensttijd van twee jaren, doch niet hoger dan het bedrag bedoeld onder af 1,01f 818,29
   
c. overige militairenf 0,80f 652,03

BIJLAGE 18. Behorende bij artikel 2, onder a, van het Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 1954

BEZOLDIGINGSTABEL

(per 1 september 1996)

Stand en klasse of rang:Indien hij de leeftijd heeft van
       
 18 jaar of jonger19 jaar20 jaar21 jaar22 jaar23 jaar of ouder
Matroos der 3e klasse107011741277138114121425
Matroos der 2e klasse109011961300140714381452
Matroos der 1e klasse116312761387150115341549
Korporaal123513551474159416301645
Sergeant126713901512163516721688
Luitenant ter zee der 3e klasse KMR165518151974213621842205
Luitenant ter zee der 2e klasse KMR171118772041220822582279

BIJLAGE 19. Behorende bij artikel 2, onder c, van het Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 1954

BEZOLDIGINGSSCHAAL

(per 1 september 1996)

Stand en klasse of rang
diensttijdmatr3matr2matr1kplsgtsmjraooltz3ltz2ltz2ocltz1kltzktzcdrsbnvadmvadm/ltadm*
J16127112971519
J17127112971519
J18152515561823186519232433
J19177918152127217622442839
J202033207424302487256432443378
J212287233427342798288536503801
                  
00369838671491115903
0138764046
02254125933038310932053346347340554223
03257126313147318432793409353741854371
042599267332033262334634783600432545084751
052628271432663320340935413616446846394950
062659275633133377347836053680459147765073
072691279833583434354136623746472749015204
082722284034043492360537253812485450165326
0927532882345135463662379138784968513854535684
102784292534983600372538583946523455415744
113657379139174012532756225850
123711385839754080542457026036
133770391740124147550957906233
143975407942155645587264266610
154039414442905765599866146845
164101421043645894614068017025
17416342834437627669807216
18422743604500641071707404
1942984429456273567585
204494463075357772
214558469776957960
2246274764785581478322
2346964829801483338778
2447644889817285198990
25483049828246**87069202
26489350768321**88439401
2751738526**901497131005311561
2852709180100301054911885
2953679409104561125312465
309758108961160113058
31113481224813662
32118061291314283

* : Vice-admiraal met de functie van chef defensiestaf of bevelhebber der zeestrijdkrachten, dan wel luitenant-admiraal.

** : Op dit bedrag bestaat alleen aanspraak in door de Minister te bepalen gevallen.

BIJLAGE 20

Behorende bij artikel 22, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969

WEDDEN E.O.

(1 september 1996)

RangLeeftijd
       
 18 jaar of jonger19 jaar20 jaar21 jaar22 jaar23 jaar of ouder
Soldaat107011741277138114121425
Soldaat der 1e klasse109011961300140714381452
Korporaal113912501359147015031518
Korporaal der 1e klasse120313201435155315881603
Sergeant-titulair123513551474159416301645
Sergeant126713901512163516721688
Sergeant-majoor130714341560168717251741
Vaandrig136214941625175717971814
Tweede luitenant165518151974213621842205
Eerste luitenant171118772041220822582279
Kapitein199721912383257826362661

BIJLAGE 21. Behorende bij artikel 28, tweede lid, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969

Maandelijkse wedden van de officieren

per 1 september 1996

diensttijdtlntelntkapmajlkolkolbgengenmlgenlgen/gen*
J16
J17
J1823992478
J1927992891
J2031993304
J2135993717
           
00363337541491115903
0138173941
0239994130
0341304260
04426044074601
05440745374851
06453746684955
07466848015075
08480149215184
09492150295294
10**514654085607
11**526055145681
12**537656185858
13548957196042
145592582062376493
155681593164296677
165790604066156865
17**616368047045
18**628069857236
19****71787424
20**73677604
21**75487792
22773779808188
23788681978676
24814984178915
2586369154
2688439401
27901497131005311561
289180100301054911885
299409104561125312465
309758108961160113058
31113481224813662
32118061291314283

* : Luitenant-generaal met de functie van chef defensiestaf, bevelhebber der landstrijdkrachten of bevelhebber der luchtstrijdkrachten.

** : Onze Minister van Defensie is gemachtigd voor bepaalde gevallen de schalen van subalterne officieren te verlengen met ten hoogste drie verhogingen, elk van f 140,–.

BIJLAGE 22. Behorende bij artikel 28, tweede lid, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969

Maandelijkse wedden van de militairen met een lagere rang dan die van tweede luitenant per 1 september 1996

diensttijdsldsld1kplkpl1sgtsgt1smaooopzkap mstr
J16127112971350
J17127112971350143015121632
J181525155616201715181418861958
J191779181518902001211622012285
J202033207421602287241825152611
J212287233424302573272128302938
           
00
01
0225412593270028593023306531443264
0325712631276929443120316532643396
0425992673284029963217326433463449
0526282714291630463266334634493499
0626592756297330943313339634993553
07269127983030314533613449355336053622
08272228403085319234083499360537703783
09275328823142324634573553366038273843
102784292531953293350236053712388238973972
1132563339354636603770394639574199
1233083385360037123827400740234263
133430365737703882407140854345
143478371138273946413541484407
15377038824007419942154478
1639464071426342874534
1740074135434543614596
1840714199440944294660
1941354263447844894728
2041994345453445504791
214409459646134893
224478466046764989
234534472847455086
244596479148085185
254660489349095284
264728498950055376
274791508651015466
28518552015554
29528452965631
30
31
32

BIJLAGE 23

Behorende bij artikel 5, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie

BIJLAGE B (BBAD, artikel 5, derde lid)

van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie

bevattende het kader (hoofd- en niveaugroepen) waarbinnen aard en niveau van de functies worden bepaald, alsmede de daarbij behorende salarisschalen voor de ambtenaren (per 1 september 1996)

HOOFDGROEP I (maandbedragen in guldens)
   
Niveaugroep IaNiveaugroep IbNiveaugroep Ic
Schaal 1Schaal 2Schaal 3
U 15 3405
U 13 3313
U 13 3120U 11 3217
U 12 2829U 11 30196 3120
U 10 2755U  9 29165 3019
U  8 26964 28294 2916
3 26403 27553 2755
2 25922 26402 2640
1 24861 25411 2541
0 23810 24330 2486
J 21 2143J 21 2190J 21 2237
J 20 1905J 20 1946J 20 1989
J 19 1667J 19 1703J 19 1740
J 18 1429J 18 1460J 18 1492
J 17 1191J 17 1217J 17 1243
J 16 1191J 16 1217J 16 1243
J 15 1191J 15 1217
HOOFDGROEP II (maandbedragen in guldens)
    
Niveaugroep IIaNiveaugroep IIbNiveaugroep IIcNiveaugroep IId
Schaal 3Schaal 4Schaal 5Schaal 6
U 16 3590U 15 377510 3955
U 15 3405U 14 3499U 13 36809 3866
U 13 3313U 12 34058 35908 3775
U 11 32177 33137 34997 3680
6 31206 32176 34056 3590
5 30195 31205 33135 3499
4 29164 30194 32174 3405
3 27553 28293 31203 3313
2 26402 26962 29162 3120
1 25411 25921 27551 2916
0 24860 25410 26400 2829
J 21 2237J 21 2287J 21 2376
J 20 1989J 20 2033J 20 2112
J 19 1740J 19 1779J 19 1848
J 18 1492J 18 1525J 18 1584
J 17 1243J 17 1271J 17 1320
J 16 1243J 16 1271
HOOFDGROEP III (maandbedragen in guldens)
   
Niveaugroep IIIaNiveaugroep IIIbNiveaugroep IIIc
Schaal 5Schaal 6Schaal 7
U 15 377510 395510 4362
U 13 36809 38669 4248
8 35908 37758 4147
7 34997 36807 4050
6 34056 35906 3955
5 33135 34995 3866
4 32174 34054 3775
3 31203 33133 3680
2 29162 31202 3499
1 27551 29161 3313
0 26400 28290 3217
J 21 2376
J 20 2112
J 19 1848
J 18 1584
J 17 1320
HOOFDGROEP III (maandbedragen in guldens)
  
Niveaugroep IIIdNiveaugroep IIIe
Schaal 8Schaal 9
10 4941
9 4854
8 47598 5591
7 46577 5408
6 45586 5207
5 44685 5029
4 43624 4854
3 42483 4657
2 40502 4468
1 38661 4248
0 36800 4050
HOOFDGROEP IV (maandbedragen in guldens)
    
Niveaugroep IVaNiveaugroep IVbNiveaugroep IVcNiveaugroep IVd
Schaal 6Schaal 7Schaal 8Schaal 9
10 395510 436210 4941
9 38669 42489 4854
8 37758 41478 47598 5591
7 36807 40507 46577 5408
6 35906 39556 45586 5207
5 34995 38665 44685 5029
4 34054 37754 43624 4854
3 33133 36803 42483 4657
2 31202 34992 40502 4468
1 29161 33131 38661 4248
0 28290 32170 36800 4050
HOOFDGROEP IV (maandbedragen in guldens)
   
Niveaugroep IVeNiveaugroep IVfNiveaugroep IVg
Schaal 10Schaal 11Schaal 12
12 6130
11 593911 7167
10 576710 707010 8169
9 55919 68899 8053
8 54088 67028 7818
7 52077 65147 7630
6 50296 63276 7449
5 48545 61305 7261
4 46574 59394 7070
3 44683 57673 6889
2 42482 55912 6702
1 40501 54081 6514
0 38660 52070 6327
HOOFDGROEP V (maandbedragen in guldens)
     
Niveaugroep VaNiveaugroep VbNiveaugroep VcNiveaugroep VdNiveaugroep Ve
Schaal 10Schaal 11Schaal 12Schaal 13Schaal 14
12 6130    
11 593911 7167   
10 576710 707010 8169  
9 55919 68899 8053 9 9758
8 54088 67028 78188 88718 9496
7 52077 65147 76307 87587 9241
6 50296 63276 74496 85226 8993
5 48545 61305 72615 82875 8758
4 46574 59394 70704 80534 8522
3 44683 57673 68893 78183 8287
2 42482 55912 67022 76302 8053
1 40501 54081 65141 74491 7818
0 38660 52070 63270 72610 7630
HOOFDGROEP VI (maandbedragen in guldens)
    
Niveaugroep VIaNiveaugroep VIbNiveaugroep VIcNiveaugroep VId
Schaal 15Schaal 16Schaal 17Schaal 18
9 107339 118069 129859 14283
8 103988 114378 125808 13837
7 100737 110807 121877 13404
6  9758 6 107336 118066 12985
5  9496 5 103985 114375 12580
4  9241 4 100734 110804 12187
3  8993 3  9758 3 107333 11806
2  8758 2  9496 2 103982 11437
1  8522 1  9241 1 100731 11080
0  8287 0  8993 0  9758 0 10733

BIJLAGE 24

Behorende bij artikel 4, eerste lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie

BIJLAGE A (BBAD, artikel 4)

van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie bevattende een aantal ambten en het daaraan verbonden salaris

(per 1 oktober 1996)

Maandbedragen

(in guldens)

Secretaris-Generaal .................... 15 023

Directeur-Generaal .................... 15 023

NOTA VAN TOELICHTING

A. Algemeen

1. In het kader van het op 16 november 1995 gesloten arbeidsvoorwaardenakkoord sector Defensie voor de periode 1 april 1995 tot en met 31 maart 1997 is onder meer het volgende overeengekomen:

a. voor het militair personeel met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal en voor het burgerpersoneel dat wordt bezoldigd volgens bijlage B bij het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (BBAD) een salarisverhoging van 1% met ingang van 1 september 1995 en van 1,75% met ingang van 1 september 1996;

b. voor het militair personeel met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal en voor het burgerpersoneel dat wordt bezoldigd volgens bijlage B bij het BBAD een eenmalige uitkering in december 1995 ter grootte van 1% van het feitelijk genoten jaarsalaris in 1995 en van 0,75% van het feitelijk genoten jaarsalaris in 1996 (beide inclusief de vakantie-uitkering);

c. de eindejaarsuitkering (mits feitelijk genoten) maakt ook in 1995 en 1996 deel uit van de pensioengrondslag en werkt met ingang van 1995 door naar wachtgelden en uitkeringen wegens functioneel leeftijdsontslag (burgerpersoneel) of uitkeringen op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen (hierna: FLO/UKW-uitkeringen);

d. een extra vermeerdering van de bezoldiging voor de matroos der eerste klasse en de korporaal der eerste klasse met ingang van 1 april 1996;

e. een verhoging van de waarnemingstoelage voor militairen van 85% naar 100% met ingang van 1 april 1996; tevens zal de aldus verhoogde waarnemingstoelage met ingang van genoemde datum deel uitmaken van de inkomsten waarover de vakantie-uitkering wordt berekend;

f. vergoeding van de reiskosten voor woon- werkverkeer met ingang van 1 april 1996 op basis van jaartrajectkaarten Openbaar Vervoer (OV) in plaats van maandtrajectkaarten;

g. afschaffing per 1 april 1996 van de volgende toelagen en vergoedingen:

1°. de toelage onderwijs buiten werktijd;

2°. de instructietoelage Korps Nationale Reserve.

2. Daarnaast wordt de tegemoetkoming in de extra kosten verbonden aan de tewerkstelling bij een hier te lande geplaatst onderdeel, waarvan tevens organiek militairen van een andere nationaliteit deel uitmaken (HQ AFCENT onderscheidenlijk HQ NORTHAG/TWO ATAF/3 JOC) met ingang van 1 april 1996 op een niveau van 50% van de huidige aanspraken gebracht en met ingang van 1 april 1997 afgeschaft.

3. Omdat de bezoldiging van dienstplichtige militairen sinds juli 1987 gekoppeld is aan de bezoldiging van de beroepsmilitairen (koninklijk besluit van 10 december 1987, houdende wijziging van het Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 1954, de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969, de Regeling betreffende aanspraken van militairen der zeemacht op een jaarlijkse vakantie-uitkering, in verband met de getroffen bezoldigingsmaatregelen voor dienstplichtige militairen, Stb. 634), zijn tevens de bedragen van de tabelbezoldiging c.q. de wedde eerste oefening – met inachtneming van de destijds overeengekomen koppelingssystematiek – per 1 september 1995 met 1% en per 1 september 1996 met 1,75% verhoogd.

4. Belastbare toelagen en vergoedingen die in een nominaal bedrag zijn vastgesteld, zijn eveneens met ingang van 1 september 1995 met 1% en met ingang van 1 september 1996 met 1,75% verhoogd, tenzij op grond van de desbetreffende toekenningsbeschikking is bepaald dat de toelagen en vergoedingen geen aanpassing behoren te ondergaan.

5. In het kader van de invoering van het sectoraal overlegmodel is afgesproken dat de salariëring van ambten vermeld in de bijlage A van het BBRA 1984 (onder meer de secretaris-generaal en directeur-generaal) of van vergelijkbare ambten in andere bezoldigingsregelingen zoals voor militairen met de rang van vice-admiraal/ luitenant-generaal of een hogere rang, de salarisontwikkeling zal volgen zoals die wordt vastgesteld voor de sector burgerlijk rijkspersoneel. Dit betekent dat de salarisontwikkeling van de sector defensie, waartoe ook de eenmalige uitkeringen 1995 en 1996 behoren, niet geldt voor deze categorie defensiepersoneel. Voor hen geldt een salarisverhoging van 0,5% per 1 oktober 1995 en 0,75% per 1 oktober 1996, alsmede een verhoging van de eindejaarsuitkering voor het jaar 1995 en 1996 met 0,5 procentpunt.

6. Dit besluit brengt de voor de uitvoering van deze afspraken benodigde wijzigingen in de bezoldigingsbesluiten aan. Het besluit is naar datum van inwerkingtreden van de onderscheiden wijzigingen in hoofdstukken ingedeeld.

Over dit besluit is in het sectoroverleg Defensie overeenstemming bereikt met de centrales van overheidspersoneel.

B. Artikelsgewijze toelichting

Artikelen I tot en met VI

Deze artikelen wijzigen de in de desbetreffende bepalingen vermelde bezoldigings- en salarisschalen, toelagebedragen en verhoogde weddebedragen per 1 september 1995 ingevolge de salarisontwikkeling van de sector Defensie.

Artikelen VII tot en met IX

Deze artikelen wijzigen de in de desbetreffende bepalingen vermelde bezoldigings- en salarisschalen per 1 oktober 1995 ingevolge de salarisontwikkeling van de sector Rijk.

In het sectoroverleg Rijk is overeengekomen dat de verhoging van de eindejaarsuitkering voor 1995 zal worden gerealiseerd door met ingang van 1 oktober 1995 het geldende percentage van 0,3 voor de periode tot en met de maand december 1995 te verhogen met 2 procentpunten

(12/3 x 0,5). Hierdoor komt de eindejaarsuitkering over oktober tot en met december 1995 uit op 2,3% van het salaris over die maanden.

Artikel X

Met ingang van 1 januari 1996 zal tot en met de maand december 1996 de eindejaarsuitkering worden gesteld op 0,8%.

Artikel XI

Met ingang van 1 januari 1996 wordt de Tijdelijke regeling toelagencompensatie 1995 vervangen door een nieuwe , structurele compensatieregeling. In dit artikel wordt het begrip «toelagencompensatie 1995» vervangen door het nieuwe begrip compensatietoeslag. De inhoud van het onderhavige artikel blijft ongewijzigd.

Artikel XII, onderdeel A

Omdat per 1 januari 1996 het Inkomstenbesluit militairen (IBM) in werking is getreden en voor de militair, die niet is een dienstplichtige of een reservist in werkelijke dienst voor eerste oefening, het Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 1954 en de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969 niet langer van toepassing zijn, moeten de in de artikelen XXXIII en XXXIV genoemde wijzigingen ook in het IBM worden aangebracht.

Artikel XIII

Onderdeel A betreft de inhouding op de bezoldiging van de militair, indien deze een vaste vergoeding ontvangt uit een functie in een publiekrechtelijk college, waarvoor hem het in artikel 12c, tweede lid, van de Militaire Ambtenarenwet 1931 bedoelde verlof wordt verleend. Aangezien deze inhouding sedert 1 januari 1996 zijn formele grondslag vindt in artikel 23, zesde lid, van het IBM, kan de betreffende bepaling in het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) komen te vervallen.

Onderdeel B betreft de basisbepaling in het AMAR voor het toekennen van (proportionele) diensttijdgratificaties. Aangezien die basisbepaling thans is opgenomen in artikel 16, eerste lid, onder e, van het IBM, kan die bepaling in het AMAR vervallen.

Artikel XIV

Dit artikel past de verwijzing in de Regeling uitkering vliegongeval aan in verband met de inwerkingtreding per 1 januari 1996 van het IBM.

Artikelen XV en XVI

Juist de defensie-organisatie kenmerkt zich door een noodzakelijk flexibele inzet van personeel. Bij het vaststellen van de werktijden en arbeidsduur dient dan ook optimaal te worden ingespeeld op de specifieke bedrijfsvoeringskenmerken van de organisatie. In dit kader worden de toelage onderwijs buiten werktijd en de instructietoelage Korps Nationale Reserve met ingang van 1 april 1996 afgeschaft, aangezien deze toelagen niet meer van deze tijd worden geacht.

Artikelen XVII, onderdeel A

Dit onderdeel ziet op een extra vermeerdering van de in de desbetreffende bepaling vermelde verhoogde salarisbedragen met ingang van 1 april 1996. Indien 18 jaar zijn verstreken nadat de matroos der 1e klasse respectievelijk 14 jaar nadat de korporaal der 1e klasse aanspraak heeft verkregen op het hoogste bedrag van de voor hem geldende salarisschaal, wordt hem met ingang van 1 april 1996 een extra vermeerdering van het salaris toegekend.

Artikelen XVII, onderdeel B

In dit onderdeel wordt de wijziging gerealiseerd dat de waarnemingstoelage met ingang van 1 april 1996 wordt verhoogd tot 100% van het verschil tussen de bezoldiging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k, van het IBM waarop hij aanspraak heeft en die waarop hij aanspraak zou hebben, indien de waargenomen functie hem zou zijn toegewezen en hij dientengevolge zou zijn bevorderd tot de aan die functie verbonden rang.

Artikel XVII, onderdeel C

In dit onderdeel wordt de wijziging gerealiseerd dat de waarnemingstoelage met ingang van 1 april 1996 wordt opgenomen in de grondslag, waarover de vakantie-uitkering wordt berekend.

Artikel XVII, onderdeel D

Dit onderdeel betreft alleen een redactionele wijziging van de verwijzing naar artikel 27.

Artikel XVIII

Met de wijziging van artikel 20 van het Verplaatsingskostenbesluit militairen wordt het mogelijk gemaakt om in bijzondere situaties in positieve zin af te wijken van de tegemoetkomingen die worden toegekend ter zake van het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling zonder dat dit gevolgen heeft voor de in dit artikel gewaarborgde basisvoorziening voor alle militairen die een eigen huishouding voeren.

Artikelen XIX tot en met XXII

Deze artikelen wijzigen de in de desbetreffende bepalingen vermelde bezoldigings- en salarisschalen, toelagebedragen en verhoogde weddebedragen per 1 september 1996 ingevolge de salarisontwikkeling van de sector Defensie. De salarisschalen voor militairen, niet zijnde een dienstplichtige of reservist in werkelijke dienst voor eerste oefening, met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal worden zowel bij dit besluit als bij ministeriële regeling ter uitvoering van artikel 4 IBM aangepast. Dienstplichtigen of reservisten die na ommekomst van de eerste oefening vrijwillig nadienen hebben immers in voorkomend geval aanspraak op wedde of schaalbezoldiging.

Artikel XXIII

Ingevolge de salarisontwikkeling van de sector Rijk wijzigt dit artikel voor burgerpersoneel, dat wordt bezoldigd volgens de bijlage A bij het BBAD, de in artikel 5, derde lid, BBAD vermelde salarisschaal per 1 oktober 1996. Voor militairen met de rang van vice-admiraal, luitenant-generaal of een hogere rang vindt de aanpassing plaats bij ministeriële regeling ter uitvoering van artikel 4 IBM.

Artikelen XXIV en XXV

Deze artikelen brengen de eindejaarsuitkering voor militairen met de rang van vice-admiraal, luitenant-generaal of een hogere rang, alsmede voor burgerpersoneel dat wordt bezoldigd volgens bijlage A bij het BBAD, terug op het niveau van 0,3% van het jaarsalaris.

Artikel XXVI

In artikel 63, oorspronkelijk onder f, nader bij artikel XVI verletterd tot e, is de basisbepaling vastgelegd voor het toekennen van een tegemoetkoming in de extra kosten verbonden aan de tewerkstelling bij een in Nederland gelegen eenheid, waarvan tevens organiek militairen van een andere nationaliteit deel uitmaken.

Deze voorziening voor militairen, tewerkgesteld bij de betrokken eenheden, ziet op een tegemoetkoming in de extra-verplichtingen van sociale aard. Door gewijzigde inzichten in de noodzaak om dit soort uitgaven te vergoeden, is bij ministeriële regeling het niveau van de tegemoetkoming per 1 april 1996 beperkt tot de helft. De aanspraak op de tegemoetkoming vervalt met ingang van 1 april 1997.

Artikelen XXVII tot en met XXIX

In deze artikelen is de eenmalige uitkering 1995 aan militair en burgerlijk defensiepersoneel vastgelegd. Zoals in het deel algemeen onder punt 5 al is vermeld, zijn functionarissen respectievelijk gewezen functionarissen met het ambt van secretaris-generaal en directeur-generaal, alsmede militairen respectievelijk gewezen militairen met de rang van vice-admiraal/luitenant-generaal of een hogere rang, uitgezonderd van deze maatregel.

Het overige defensiepersoneel respectievelijk gewezen defensiepersoneel ontvangt in december 1995 een eenmalige uitkering ter grootte van 1% van het jaarsalaris. Aangezien het hier een eenmalige uitkering betreft, wordt het peildatumsysteem gehanteerd met als peildatum 1 december 1995. Dit betekent dat de situatie op genoemde datum bepalend is voor de toekenning van de eenmalige uitkering.

Overeengekomen is dat de vakantie-uitkering deel uitmaakt van de berekeningsgrondslag voor de eenmalige uitkering. Derhalve bedraagt de eenmalige uitkering voor het defensiepersoneel in actieve dienst 12,96% (12 x 1,08%) van de feitelijk genoten bezoldiging of het feitelijk genoten salaris in de maand december 1995. Voor het gewezen defensiepersoneel bedraagt de eenmalige uitkering evenwel 12% van de in december 1995 genoten uitkering of het wachtgeld (na toepassing van de ter zake geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf), aangezien de vakantie-uitkering reeds maandelijks in deze uitkering respectievelijk het wachtgeld is verrekend.

Artikelen XXX tot en met XXXII

In deze artikelen is de eenmalige uitkering 1996 aan militair en burgerlijk defensiepersoneel vastgelegd. Zoals in het deel algemeen onder punt 5 al is vermeld, zijn functionarissen respectievelijk gewezen functionarissen met het ambt van secretaris-generaal en directeur-generaal, alsmede militairen respectievelijk gewezen militairen met de rang van vice-admiraal/luitenant-generaal of een hogere rang, uitgezonderd van deze maatregel.

Het overige defensiepersoneel respectievelijk gewezen defensiepersoneel ontvangt in december 1996 een eenmalige uitkering ter grootte van 0,75% van het jaarsalaris. Aangezien het hier een eenmalige uitkering betreft, wordt het peildatumsysteem gehanteerd met als peildatum 1 december 1996. Dit betekent dat de situatie op genoemde datum bepalend is voor de toekenning van de eenmalige uitkering.

Overeengekomen is dat de vakantie-uitkering deel uitmaakt van de berekeningsgrondslag voor de eenmalige uitkering. Derhalve bedraagt de eenmalige uitkering voor het defensiepersoneel in actieve dienst 9,72% (12 x 0,75 x 1,08%) van de feitelijk genoten bezoldiging of het feitelijk genoten salaris in de maand december 1996. Voor het gewezen defensiepersoneel bedraagt de eenmalige uitkering evenwel 9% van de in december 1996 genoten uitkering of het wachtgeld (na toepassing van de ter zake geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf), aangezien de vakantie-uitkering reeds maandelijks in deze uitkering respectievelijk het wachtgeld is verrekend.

Artikelen XXXIII tot en met XXXV

De eindejaarsuitkering maakt geen deel uit van de bezoldiging en wordt slechts over de genoten bezoldiging toegekend. Dit heeft gevolgen voor de nieuw toe te kennen en lopende pensioenen en wachtgeld- dan wel UKW-uitkeringen.

Voor nieuwe uitkeringen geldt het volgende:

Bepalend zijn de ontwikkelingen voorafgaande aan het ontslag. Als bijvoorbeeld in de referteperiode voorafgaande aan pensioen of met betrekking tot de laatstgenoten bezoldiging voorafgaande aan een wachtgeld- of UKW-uitkering wegens onbetaald verlof slechts gedeeltelijk bezoldiging is genoten, is slechts de daarover toe te kennen eindejaarsuitkering bepalend voor de berekening van de na ontslag toe te kennen pensioenen of wachtgeld- dan wel UKW-uitkeringen.

Als sprake is van een eindejaarsuitkering over de periode waarin betrokkenen na zijn ontslag in dienst zou zijn gebleven, leidt dit niet tot aanpassing van de ingegane pensioen- en of wachtgeld- dan wel UKW-uitkeringen.

Voor lopende uitkeringen geldt in plaats hiervan het volgende:

Hier geldt het percentage over de genoten wachtgeld- dan wel UKW-uitkering als zodanig, dus na toepassing van de ter zake geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf. Bij ontslag in de loop van het jaar of een in de loop van het jaar eindigende wachtgeld- of UKW-uitkering wordt de eindejaarsuitkering uitgekeerd naar rato van het aantal maanden waarin de uitkering is opgebouwd.

Over lopende pensioenen kan op grond van artikel L1 van de AMP-wet slechts een vorm van een eindejaarsuitkering worden toegekend, indien toekenning plaats heeft over lopende pensioenen die beheerst worden door de pensioenwetgeving (pensioenreglement) voor het burgerpersoneel, zijnde een ontwikkeling extern defensie.

Artikel XXXVI

Overeengekomen is dat de eindejaarsuitkering ook in 1995 en 1996 zal doorwerken in de pensioengrondslag. Voor nieuw ingaande wachtgelden of uitkeringen betekent dit dat de eindejaarsuitkering doorwerkt in de laatstgenoten bezoldiging waarop het wachtgeld of de uitkering wordt gebaseerd.

Artikel XXXVII

Dit artikel betreft de proportionele diensttijdgratificatie van militairen. De basisbepaling voor die gratificatie is sinds 1 januari 1996 artikel 16, eerste lid, onder e, van het IBM. Dit artikel vormt daarvoor de formele grondslag en is conform de afspraken die bij het arbeidsvoorwaardenakkoord zijn gemaakt.

Artikel XXXVIII

In dit artikel wordt aan een aantal maatregelen terugwerkende kracht verleend aangezien in het arbeidsvoorwaardenakkoord 1995/1997 een bepaalde invoeringsdatum is overeengekomen. De desbetreffende maatregelen houden geen negatieve wijziging van arbeidsvoorwaarden in.

De Staatssecretaris van Defensie,

J. C. Gmelich Meijling


XNoot
1

Laatstelijk gewijzigd bij besluit van 22 december 1995, Stb. 1996, 27.

XNoot
2

Stb. 1954, 50, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 22 december 1995, Stb. 1996, 27.

XNoot
3

Stb. 1965, 381, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 23 november 1995, Stb. 587.

XNoot
4

Stb. 1954, 607, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 22 december 1995, Stb. 1996, 27.

XNoot
5

Stb. 1968, 523, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 22 december 1995, Stb. 1996, 27.

XNoot
6

Stb. 1993, 345, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 30 januari 1996, Stb. 86.

XNoot
7

Stb. 1996, 27, gewijzigd bij besluit van 8 maart 1996, Stb. 169.

XNoot
8

Stb. 1982, 279, laatstelijk gewijzigd bij besluit 8 maart 1996, Stb. 169.

XNoot
9

Stb. 1961, 210, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 8 maart 1996, Stb. 169.

XNoot
10

Stb. 1991, 412, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 8 maart 1996, Stb. 169.

XNoot
11

Stb. 1966, 447, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 30 januari 1996, Stb. 87.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Defensie.

Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 9 april 1996, nr. 69.

Naar boven