Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatsblad 1995, 704Wet

Wet van 20 december 1995 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enige andere wetten (salariswijziging per 1 januari 1995)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de bijlage, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren opnieuw dient te worden vastgesteld in verband met de wijziging per 1 januari 1995 van de salarissen van de rechterlijke ambtenaren en de rechterlijke ambtenaren in opleiding, alsmede dat het wenselijk is enkele merendeels technische verbeteringen aan te brengen in de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enige andere wetten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De >Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren1 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 7, eerste lid, wordt «reis- en verblijfkosten,» vervangen door: reis- en verblijfkosten en.

B

De bijlage, bedoeld in artikel 1, tweede lid, komt te luiden:

BIJLAGE BIJ DE WET RECHTSPOSITIE RECHTERLIJKE AMBTENAREN

salariscategoriesalaris in guldens per maand per 1 januari 1995
1 16876
2 15824
3 14837
4 13912
   
5aanvang11499
 na 1 jaar12253
 na 2 jaar13056
 na 3 jaar13912
   
6 12648
   
7aanvang10792
 na 1 jaar11499
 na 2 jaar12253
 na 3 jaar12648
   
8aanvang10792
 na 1 jaar11140
 na 2 jaar11499
 na 3 jaar11870
   
8a 11870
8b 11140
8c 10455
   
9aanvang8301
 na 1 jaar8759
 na 2 jaar9001
 na 3 jaar9249
 na 4 jaar9505
 na 5 jaar9811
 na 6 jaar10128
 na 7 jaar10455
   
10aanvang7073
 na 1 jaar7256
 na 2 jaar7432
 na 3 jaar7615
 na 4 jaar7844
 na 5 jaar8071
 na 6 jaar8301
 na 7 jaar8531
 na 8 jaar8641
   
11aanvang6162
 na 1 jaar6345
 na 2 jaar6528
 na 3 jaar6710
 na 4 jaar6887
 na 5 jaar7073
 na 6 jaar7256
 na 7 jaar7432
 na 8 jaar7615
 na 9 jaar7844
 na 10 jaar7957
11aaanvang7432
 na 1 jaar7615
 na 2 jaar7844
 na 3 jaar8071
 na 4 jaar8301
 na 5 jaar8531
 na 6 jaar8759
 na 7 jaar9001
 na 8 jaar9249
 na 9 jaar9505
   
11baanvang7073
 na 1 jaar7256
 na 2 jaar7432
 na 3 jaar7615
 na 4 jaar7844
 na 5 jaar8071
 na 6 jaar8301
 na 7 jaar8531
 na 8 jaar8641
   
11caanvang6162
 na 1 jaar6345
 na 2 jaar6528
 na 3 jaar6710
 na 4 jaar6887
 na 5 jaar7073
 na 6 jaar7256
 na 7 jaar7432
 na 8 jaar7615
 na 9 jaar7844
 na 10 jaar7957
   
12aanvang3766
 na 1 jaar3945
 na 2 jaar4138
 na 3 jaar5072
 na 4 jaar5265
 na 5 jaar5446
 na 6 jaar5608
 na 7 jaar5779
 na 8 jaar5971

ARTIKEL II

De Wet op de rechterlijke organisatie2 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 6a, vierde lid, wordt «Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren» vervangen door: Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

B

In artikel 6d vervalt de aanduiding «1.» voor de tekst van het artikel.

C

Artikel 7a, vierde lid, wordt als volgt gewijzigd:

a. In de eerste volzin wordt «De vice-president» vervangen door: De coördinerend vice-president van, de vice-president.

b. De tweede volzin wordt als volgt gewijzigd:

1. «of vice-president» wordt vervangen door: , de coördinerend vice-president of de vice-president.

2. «een hof van justitie in de Nederlandse Antillen of Suriname» wordt vervangen door: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba.

D

Artikel 9 vervalt.

E

Artikel 55, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing in zaken die niet ter vrije bepaling van partijen staan.

ARTIKEL III

In de Wet op de samenstelling van de burgerlijke gerechten3 wordt na artikel 5 een artikel 5bis ingevoegd, luidende:

Artikel 5bis

De plaatsvervangers van rechtswege worden als zodanig niet beëdigd.

ARTIKEL IV

De Wet op de rechterlijke indeling4 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2 komt het rechtsgebied van het kantongerecht Roermond te luiden: Ambt Montfort, Beesel, Echt, Haelen, Heel, Heythuysen, Hunsel, Kessel, Maasbracht, Meijel, Nederweert, Roerdalen, Roermond, Roggel, Stramproy, Swalmen, Thorn, Weert;.

B

In artikel 10 wordt onder het rechtsgebied van het kantongerecht Leeuwarden «Tietjerksteradeel» vervangen door: Tytsjerksteradiel.

C

In artikel 10 wordt onder het rechtsgebied van het kantongerecht Zuidbroek «Oosterbroek» vervangen door: Menterwolde.

ARTIKEL V

De Tariefcommissiewet5 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid wordt na «voorzitter» ingevoegd: , de coördinerend ondervoorzitter.

b. In het tweede lid, wordt «een ondervoorzitter» vervangen door: de coördinerend ondervoorzitter.

B

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid vervalt «, de voorzitter en de ondervoorzitters,».

b. In het tweede lid, derde volzin, wordt na «voorzitter» ingevoegd:

, coördinerend ondervoorzitter.

C

Artikel 5a wordt als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid wordt na «voorzitter,» ingevoegd: de coördinerend ondervoorzitter,.

b. In het tweede lid wordt voor «ondervoorzitters» ingevoegd: de coördinerend ondervoorzitter,.

D

In artikel 7, derde lid, wordt na «voorzitter» ingevoegd: , de coördinerend ondervoorzitter.

E

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid wordt na «de president van,» ingevoegd: de coördinerend ondervoorzitter is gelijkgesteld met een coördinerend vice-president van,.

b. In het tweede lid wordt na «voorzitter,» ingevoegd: coördinerend ondervoorzitter,.

ARTIKEL VI

In artikel 1:1, tweede lid, onder g, van de Algemene wet bestuursrecht6 wordt na «procureur-generaal» ingevoegd: , de plaatsvervangend procureur-generaal.

ARTIKEL VII

In artikel 3a van de Wet op de Raad van State7, wordt ««advocaat-generaal, oudste in rang van benoeming»» vervangen door: «plaatsvervangend procureur-generaal».

ARTIKEL VIII

In artikel 2, tweede lid, van de Ambtenarenwet8 wordt na «125,» ingevoegd: 125bis,.

ARTIKEL IX

De Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement9 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Een lid van de Staten-Generaal kan niet tevens zijn:

    a. Nationale ombudsman of substituut-ombudsman;

    b. plaatsvervangend procureur-generaal bij de Hoge Raad.

B

Artikel 2, eerste lid, onder e, komt te luiden:

e. lid van of procureur-generaal, plaatsvervangend procureur-generaal of advocaat-generaal bij de Hoge Raad.

ARTIKEL X

In artikel 6, vierde lid, van de Wet militaire strafrechtspraak10 wordt «10–14e en 23–29» vervangen door: 11 tot en met 14e en 23 tot en met 29a.

ARTIKEL XI

In de Militaire Ambtenarenwet 193111 wordt na artikel 5a een artikel 5b ingevoegd, dat luidt:

Artikel 5b

Aan de militaire leden wordt een vergoeding toegekend met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de rechters-plaatsvervangers.

ARTIKEL XII

Artikel 33, derde lid, eerste volzin, van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst12 komt te luiden:

Aan het niet tot de rechterlijke macht behorende lid en diens plaatsvervangers wordt een vergoeding toegekend met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de rechters-plaatsvervangers.

ARTIKEL XIII

In artikel 4, eerste lid, van de Wet van 11 september 1964, houdende vaststelling van een nieuwe regeling van de bezoldiging van de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede van de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer (Stb. 1993, 218)13 worden de genoemde bedragen vervangen door «f 16 961,–», onderscheidenlijk «f 14 911,–».

ARTIKEL XIV

Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt wat artikel I, onder B, betreft terug tot en met 1 januari 1995.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 20 december 1995

Beatrix

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Uitgegeven de negenentwintigste december 1995

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager


XNoot
1

Stb. 1972, 464, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 1995, Stb. 639.

XNoot
2

Stb. 1972, 463, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 1995, Stb. 640.

XNoot
3

Stb. 1978, 565, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 april 1995, Stb. 250.

XNoot
4

Stb. 1994, 404, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 september 1995, Stb. 427.

XNoot
5

Stb. 1995, 400, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 november 1995, Stb. 554.

XNoot
6

Stb. 1994, 1, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 december 1995, Stb. 592.

XNoot
7

Stb. 1994, 2, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 april 1995, Stb. 250.

XNoot
8

Stb. 1994, 5, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 1995, Stb. 691.

XNoot
9

Stb. 1994, 295.

XNoot
10

Stb. 1990, 370.

XNoot
11

Stb. 1931, 519, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 april 1995, Stb. 250.

XNoot
12

Stb. 1980, 6, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 april 1995, Stb. 250.

XNoot
13

Stb. 1993, 218, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 november 1994, Stb. 785.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1994/95, 1995/96, 24 231.

Handelingen II 1995/96, blz. 2541.

Kamerstukken I 1995/96, 24 231 (125, 125a).

Handelingen I 1995/96, zie vergadering d.d. 19 december 1995.