Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatsblad 1995, 681Wet

Wet van 20 december 1995 tot wijziging van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en enige andere wetten in verband met afschaffing van verzekeraarsbudgettering ten aanzien van de kosten van AWBZ-verstrekkingen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en enige andere wetten te wijzigen in verband met de afschaffing van de budgettering van de kosten van verstrekkingen en uitkeringen en de afschaffing van de nominale premie;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De >Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten1 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 6, derde lid, vervalt «, onverminderd het bepaalde bij artikel 17, achtste lid,».

B

Artikel 17 komt te luiden:

Artikel 17

  • 1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de verzekerde die de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, aan het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan, waarbij hij is ingeschreven, een, voor alle verzekerden gelijke, bij ministeriële regeling vast te stellen premie is verschuldigd. Bij de algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat ten aanzien van daarbij aangegeven groepen van verzekerden een afwijkende premie kan worden vastgesteld.

  • 2. Bij de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de betaling van de premie en de gevolgen van niet tijdige betaling.

  • 3. De premie wordt aangewend ter dekking van de kosten van verstrekkingen en vergoedingen die aan de uitvoering van deze wet voor het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan zijn verbonden.

  • 4. De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.

C

Artikel 18 vervalt.

D

Artikel 41b vervalt.

E

In artikel 76a, eerste lid, wordt «6, eerste lid, en 17, eerste lid,» vervangen door: en 6, eerste lid,.

ARTIKEL II

De Wet financiering volksverzekeringen2 wordt als volgt gewijzigd: In artikel 40, eerste lid, vervalt «gehele of gedeeltelijke». Tevens wordt in dit artikellid «deze wet» vervangen door: de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

ARTIKEL III

Artikel 43b van de Ziekenfondswet3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 37, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf (Stb. 1986, 638)» vervangen door: artikel 66, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.

2. In het tweede lid wordt «artikel 39, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf» vervangen door: artikel 68, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.

ARTIKEL IV

  • 1. Ten aanzien van de verschuldigdheid van nominale premie over periodes voorafgaande aan het tijdstip waarop deze wet in werking is getreden, blijft artikel 17 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, zoals dat artikel voor dat tijdstip luidde, van toepassing met dien verstande dat, in afwijking van het derde lid van dat artikel, door een verzekerde wiens verzekering is aangevangen voor, doch wiens inschrijving ingevolge artikel 9 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten heeft plaatsgevonden na het bedoelde tijdstip en door wie ingevolge deze wet niet langer nominale premie is verschuldigd, de nominale premie slechts is verschuldigd over een periode van ten hoogste zestig dagen voor het bedoelde tijdstip.

  • 2. Indien de inschrijving van een verzekerde als bedoeld in het eerste lid heeft plaatsgevonden later dan zestig dagen na de aanvang van de verzekering, kan het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan de nominale premie over de in het eerste lid bedoelde periode van ten hoogste zestig dagen verhogen. De verhoging bedraagt ten hoogste de nominale premie die bij het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet gold, op jaarbasis.

ARTIKEL V

Ten aanzien van de financiering van de kosten ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten over periodes voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet blijft het bepaalde bij en krachtens artikel 40 van de Wet financiering volksverzekeringen, zoals dat voor de inwerkingtreding van deze wet luidde, van toepassing.

ARTIKEL VI

  • 1. De reserves die bij het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar en het uitvoerend orgaan na vaststelling van de uitkeringen krachtens artikel 40 van de Wet financiering volksverzekeringen uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten over de jaren 1992 tot en met 1995 aanwezig zijn en die uit die uitkeringen of uit de nominale premie, bedoeld in artikel 17 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten zijn gevormd, komen ten gunste van dat Fonds. Onder de reserves worden mede begrepen de met de genoemde uitkeringen, premie en reserves verkregen opbrengsten. Negatieve reserves komen niet ten laste van het Fonds.

  • 2. De Ziekenfondsraad stelt voor ieder ziekenfonds, ziektekostenverzekeraar en uitvoerend orgaan het bedrag van de reserve vast.

  • 3. Bij de vaststelling van het bedrag, bedoeld in het tweede lid, houdt de Ziekenfondsraad geen rekening met de financiële gevolgen die voortvloeien uit een verlaging van het ingevolge artikel 17, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten vastgestelde bedrag van de nominale premie, die heeft plaatsgevonden na 31 mei 1995 ten opzichte van het voor dat tijdstip door het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan aan verzekerden in rekening gebrachte bedrag van de nominale premie.

  • 4. Het ingevolge het tweede lid vastgestelde bedrag wordt door het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar en het uitvoerend orgaan binnen een door de Ziekenfondsraad vast te stellen termijn in het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten gestort.

  • 5. De Ziekenfondsraad kan het in het tweede lid bedoelde bedrag verrekenen met uitkeringen en voorschotten op die uitkeringen uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten aan het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar en het uitvoerend orgaan.

ARTIKEL VII

De premie, bedoeld in artikel 17 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, zoals die bepaling door deze wet is komen te luiden, is niet verschuldigd over perioden als verzekerde, voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van de in dat artikel bedoelde algemene maatregel van bestuur.

ARTIKEL VIII

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1996. Artikel III werkt terug tot en met 1 juli 1994.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 20 december 1995

Beatrix

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. P. W. Melkert

Uitgegeven de achtentwintigste december 1995

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager


XNoot
1

Stb. 1992, 392, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 juli 1995, Stb. 355.

XNoot
2

Stb. 1989, 129, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 december 1995, Stb. 635.

XNoot
3

Stb. 1992, 391, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 december 1995, Stb. 635.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1995/96, 24 429.

Handelingen II 1995/96, blz. 2452–2459; 2596–2597.

Kamerstukken I 1995/96, 24 429 (133, 130a).

Handelingen I 1995/96, zie vergadering d.d. 19 december 1995.