Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Verkeer en WaterstaatStaatsblad 1995, 673AMvB

Besluit van 18 december 1995, houdende wijziging van een aantal algemene maatregelen van bestuur met het oog op de uitvoering van het besluit van het Gemengd Comité van de EER Nr. 7/94 van 21 maart 1994 tot wijziging van Protocol 47 en sommige bijlagen bij de EER-Overeenkomst

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, van 21 juni 1995, Nr. 95/12555, Directie Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Ministers van Economische Zaken en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Gelet op de totstandkoming van het besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 7/94 van 21 maart 1994 tot wijziging van Protocol 47 en sommige bijlagen bij de EER-Overeenkomst (PbEG L 160);

Gelet op artikel 64 van de Wet personenvervoer (Stb. 1987, 175),artikelen 2, 6 en 21 van de Wet energiebesparing toestellen (Stb. 1986, 59), artikel 2 van de Raamwet EEG-voorschriften aanbestedingen (Stb. 1993, 212), artikelen 23, 39, 42 en 49 van de Diergeneesmiddelenwet (Stb. 1985, 410) en artikelen 2 en 8 van de Landbouwkwaliteitswet (Stb. 1971, 371);

De Raad van State gehoord (advies van 24 juli 1995, nr. WO9.95.0311);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 15 december 1995, nr. 95/27294, Directie Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Ministers van Economische Zaken en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Hebben goedgevonden en verstaan:

HOOFDSTUK 1. MINISTERIE VAN VERKEER EN WATERSTAAT

ARTIKEL I

Het >Besluit personenvervoer1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 117a, onderdeel b, komt te luiden:

b. Cabotagevervoer: het verrichten van binnenlands personenvervoer met touringcars en met autobussen over de weg in een lid-staat, dan wel in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, door een onderneming die is gevestigd in een andere lid-staat dan wel in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

B

Artikel 118 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel g komt te luiden:

g. derde land: overeenkomstsluitende partij bij de ASOR, niet zijnde de Europese Gemeenschappen, een lid-staat of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;

2. In de onderdelen i 1°, j 1°, k 1° en m 2° wordt «in de relatie met andere Lid-Staten» vervangen door: in de relatie met andere lid-staten en met staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

C

Artikel 121 komt te luiden:

Artikel 121

Het is verboden in strijd met het bepaalde bij of krachtens verordening (EEG) nr. 684/92 geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer te verrichten van en naar andere lid-staten en van en naar staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

D

In artikel 122 wordt na «Lid-Staten» ingevoegd: en voor het verrichten van geregeld vervoer van en naar staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

E

Artikel 125 wordt als volgt gewijzigd:

In de aanhef wordt «De vervoerder die geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar andere Lid-Staten verricht,» vervangen door:

De vervoerder die geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer verricht van en naar andere lid-staten dan wel van en naar staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte,

F

In artikel 125a, eerste lid, wordt «die geregeld vervoer van en naar andere Lid-Staten verricht» vervangen door: die geregeld vervoer verricht van en naar andere lid-staten dan wel staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

G

Artikel 131 komt te luiden:

Artikel 131

Het is verboden in strijd met het bepaalde bij of krachtens verordening (EEG) nr. 684/92 pendelvervoer te verrichten van en naar andere lid-staten dan wel van en naar staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

H

In artikel 132 wordt na «van en naar andere Lid-Staten» ingevoegd: dan wel van en naar staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

I

In artikel 134 wordt «van en naar andere Lid-Staten» vervangen door: van en naar andere lid-staten dan wel staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

J

In artikel 138, tweede lid, wordt na «Lid-Staten» toegevoegd: dan wel in staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

K

Artikel 144 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt na «Lid-Staten» ingevoegd: dan wel staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

2. In onderdeel b wordt «indien het vervoer van en naar Lid-Staten betreft» vervangen door: indien het betreft vervoer van en naar lid-staten dan wel staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

L

Artikel 146 komt te luiden:

Artikel 146

Het is verboden in strijd met het bepaalde bij of krachtens verordening (EEG) nr. 684/92 vervoer voor eigen rekening te verrichten van en naar andere lid-Staten dan wel staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

HOOFDSTUK 2. MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN

ARTIKEL II

Het Besluit rendementseisen cv-ketels2 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3, vierde lid, wordt de zinsnede «het grondgebied van de Europese Economische Gemeenschap» vervangen door: de gebieden waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is.

B

Artikel 5, onderdeel c, komt te luiden:

c. de normen waarin de onder a bedoelde geharmoniseerde normen in een andere lid-staat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte zijn omgezet en waarvan de referentienummers in die staat zijn bekendgemaakt.

C

Artikel 6, tweede lid, onderdeel c, komt te luiden:

c. zolang wordt voldaan aan de verplichtingen die in het kader van de onder a en b bedoelde procedures rusten op de fabrikant, diens in de gebieden waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is gevestigde gemachtigde dan wel de persoon die met het in de handel brengen van de desbetreffende ketels in die gebieden is belast.

D

In artikel 8, vierde lid, wordt de zinsnede «andere Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen» vervangen door: andere lid-staten van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

E

In artikel 10, eerste lid, onderdeel b, wordt de zinsnede «een andere lid-staat van de Europese Gemeenschappen» vervangen door: andere lid-staten van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

ARTIKEL III

Het Besluit overheidsaanbestedingen3 wordt als volgt gewijzigd: In artikel 1, onderdelen b, c en e, wordt telkens de zinsnede «naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld» vervangen door: naar de tekst zoals deze laatstelijk voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is gewijzigd bij Besluit van het Gemengd Comité van de EER Nr. 7/94 van 21 maart 1994 tot wijziging van Protocol 47 en sommige bijlagen bij de EER-Overeenkomst (PbEG L 160).

ARTIKEL IV

Het Besluit aanbestedingen nutssector4 wordt als volgt gewijzigd: In artikel 1, onderdeel b, wordt de zinsnede «naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld» vervangen door: naar de tekst zoals deze laatstelijk voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is gewijzigd bij Besluit van het Gemengd Comité van de EER Nr. 7/94 van 21 maart 1994 tot wijziging van Protocol 47 en sommige bijlagen bij de EER-Overeenkomst (PbEG L 160).

HOOFDSTUK 3. MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

ARTIKEL V

Het Eisen- en controlebesluit vergunningen diergeneesmiddelen5 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 worden na de begripsomschrijving van «richtlijn 81/851/EEG» de volgende twee begripsomschrijvingen ingevoegd: lid-staat: lid-staat van de Europese Unie, niet zijnde Nederland;

EER-staat: staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, niet zijnde een lid-staat, Nederland of IJsland;

B

In artikel 26, eerste lid, wordt de zinsnede «een lid-staat van de Europese Gemeenschappen» vervangen door: een lid-staat of een EER-staat.

C

In artikel 27, vijfde lid, onderdeel a, wordt de zinsnede «een andere lid-staat van de Europese Gemeenschappen» vervangen door: een lid-staat of een EER-staat.

D

In artikel 28, eerste lid, wordt de zinsnede «dan een lid-staat van de Europese Gemeenschappen uit te voeren naar een lid-staat» vervangen door: dan een lid-staat of EER-staat uit te voeren naar een lid-staat of EER-staat.

ARTIKEL VI

Artikel 1 van het Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding6 wordt als volgt gewijzigd:

In het vierde lid wordt de zinsnede «binnen het grondgebied van de Europese Gemeenschappen» vervangen door: het grondgebied van een lid-staat van de Europese Unie of van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

HOOFDSTUK 4. SLOTBEPALING

Artikel VII

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 18 december 1995

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink

De Minister van Economische Zaken,

G. J. Wijers

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij a.i.,

A. P. W. Melkert

Uitgegeven de achtentwintigste december 1995

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Op 2 mei 1992 ondertekenden de EEG, de EGKS en hun lid-staten enerzijds en de EVA-staten anderzijds (hierna te noemen overeenkomstsluitende partijen) de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna te noemen EER-Overeenkomst). Naar aanleiding van de Zwitserse afwijzing van deze overeenkomst op 6 december 1992 ondertekenden voornoemde overeenkomstsluitende partijen – met uitzondering van Zwitserland – op 17 maart 1993 een protocol dat de aanpassing van de EER-Overeenkomst regelt (Trb. 1993, 69).

Op basis van de EER-Overeenkomst wordt het toepassingsgebied van het voor de EER relevante acquis communautaire (d.w.z. het totaal van communautaire wetgeving en EG-jurisprudentie, in het Nederlands geheten: communautaire verworvenheden) uitgebreid tot het grondgebied van alle overeenkomstsluitende partijen. Een groot deel van dit acquis communautaire is reeds opgenomen in de EER-Overeenkomst zelf. Het gaat hier om het acquis dat reeds voor 1 augustus 1991 – de uiterste datum waarop voor de EER-Overeenkomst relevante acquis communautaire nog kon worden ingebracht in de onderhandelingen die uiteindelijk leidden tot de EER-Overeenkomst – in werking was getreden. Voor zover deze uitbreiding van de werking van het acquis communautaire een aanpassing van de Nederlandse wet- en regelgeving vereiste, is dit geschied door middel van de EER-Uitvoeringswet (wet van 11 november 1993, Stb. 609), het EER-Uitvoeringsbesluit (besluit van 24 december 1993, Stb. 776) en door middel van een aantal ministeriële regelingen. Daarnaast is ter uitvoering van de EER-Overeenkomst nog een afzonderlijk besluit tot stand gebracht: besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 21 februari 1995, houdende wijziging van een aantal algemene maatregelen van bestuur met het oog op de uitvoering van de op 2 mei 1992 te Oporto tot stand gekomen Overeenkomst tussen de EEG, de EGKS en hun Lid-Staten enerzijds en de EVA-Staten met uitzondering van Zwitserland anderzijds betreffende de Europese Economische Ruimte (Stb. 118). Het betreft hier de wijziging van een drietal besluiten vallend onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Verkeer en Waterstaat.

Sinds de inwerkingtreding van de EER-Overeenkomst op 1 januari 1994 wordt de territoriale uitbreiding van nieuw acquis communautaire naar de EER, voor zover noodzakelijk, direct meegenomen in de gebruikelijke procedures voor omzetting van EG-acquis in nationale wet- en regelgeving.

Echter, tijdens de zogenaamde interim-periode – tussen 1 augustus 1991 en 1 januari 1994 – kwam ook voor de EER relevant EG-acquis tot stand. Dit zogeheten interim-acquis werd deels vastgelegd in het besluit van het Gemengd Comité van de EER Nr. 7/94 van 21 maart 1994 tot wijziging van Protocol 47 en sommige bijlagen bij de EER-overeenkomst (PbEG L 160).

Dit besluit van het Gemengd Comité heeft het noodzakelijk gemaakt de in de EER-Uitvoeringswet opgenomen vangnetbepaling (art. XXXI) met een jaar te verlengen. Wij verwijzen naar de wet van de Minister van Justitie van 21 december 1994, houdende wijziging van de EER-Uitvoeringswet (Stb. 950) en naar de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel (Kamerstukken II 1994/95, 24 024, nr. 3).

Het onderhavige besluit vloeit voort uit dit besluit, en maakt onderdeel uit van het pakket aanpassingen van de nationale wet- en regelgeving aan de territoriale uitbreiding van dit interim-acquis met de EVA-landen die partij zijn bij de EER-Overeenkomst. De aanpassingen die zullen samenhangen met een tweede interim-pakket, bestaande uit een reeks veterinaire en fyto-sanitaire regelingen, zullen zo spoedig mogelijk in een wetsvoorstel worden neergelegd.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

HOOFDSTUK 1. MINISTERIE VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Artikel I

De wijzigingen die in het Besluit personenvervoer worden aangebracht strekken ertoe het EER-interim-acquis wat betreft verordening (EEG) nr. 684/92 van de Raad van 16 maart 1992 houdende gemeenschappelijke regels voor het internationale vervoer van personen met touringcars en met autobussen (PbEG L 74), te verwerken.

HOOFDSTUK 3. MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

Artikel V

Aangezien bij de EER-overeenkomst (Bijlage II, hoofdstuk XIII, onder punt 15a) is bepaald dat onder andere Richtlijn nr. 91/412/EEG van de Commissie van 23 juli 1991 tot vastlegging van beginselen en richtsnoeren inzake goede praktijken bij het vervaardigen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 228) door EVA-landen zal worden overgenomen, is het noodzakelijk enige bepalingen uit het Eisen- en controlebesluit vergunningen diergeneesmiddelen 1993 aan te passen. Alle wijzigingen hangen samen met de uitbreiding van het grondgebied waarbinnen de richtlijn van toepassing is. IJsland is van de werkingssfeer van de richtlijn uitgesloten.

Artikel VI

Krachtens de EER-Overeenkomst (Bijlage II, hoofdstuk XII, punt 54a) is richtlijn nr. 91/321/EEG van de Commissie van 14 mei 1991 inzake volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding (PbEG L 175), voortaan van toepassing in de gehele EER. Dit betekent dat de werkingssfeer van het Landbouwbesluit zuigelingenvoeding dient te worden ingeperkt. Dit besluit is namelijk de nationale uitwerking van richtlijn nr. 92/52/EEG van de Raad van 18 juni 1992 inzake volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding die voor de uitvoer naar derde landen is bestemd (PbEG L 179). Nu de EVA-landen die deel uitmaken van de EER, niet meer behoren tot deze derde landen, is de werking van het Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding beperkt tot die landen waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie of de EER-Overeenkomst niet van toepassing is.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink

De Minister van Economische Zaken,

G. J. Wijers

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

J. J. van Aartsen


XNoot
1

Stb. 1987, 506, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 7 september 1995, Stb. 466.

XNoot
2

Stb. 1993, 24, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 15 november 1994, Stb. 829.

XNoot
3

Stb. 1994, 380.

XNoot
4

Stb. 1994, 377.

XNoot
5

Stb. 1993, 652, gewijzigd bij besluit van 8 september 1994, Stb. 711.

XNoot
6

Stb. 1984, 580, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 19 augustus 1994, Stb. 653.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van het bepaalde in artikel 25a, vijfde lid jo. vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State.