Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 1995, 616Wet

Wet van 16 november 1995, houdende wijziging van onder meer de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met sociale vernieuwing (Regeling samenwerking sociale vernieuwing onderwijs)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de wetgeving voor het primair en secundair onderwijs te wijzigen om een samenhangende aanpak van het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden door scholen en gemeenten te bevorderen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I. WIJZIGING WBO

De >Wet op het basisonderwijs1 wordt gewijzigd als volgt:

A

In hoofdstuk I, titel IV, wordt een nieuwe afdeling 6a ingevoegd, luidende:

AFDELING 6A. SOCIALE VERNIEUWING ONDERWIJS

§ 1. Algemene bepaling
Artikel 110a. Sociale vernieuwing onderwijs

In deze wet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften wordt verstaan onder sociale vernieuwing in het onderwijs: de inspanning van bevoegde gezagsorganen, gemeentebesturen en andere maatschappelijke organisaties en instellingen, gericht op de verbetering van de positie van leerlingen die een maatschappelijke achterstand hebben opgelopen of dreigen op te lopen.

§ 2. Samenwerking ten behoeve van sociale vernieuwing onderwijs
Artikel 110b. Samenwerkingsovereenkomst
  • 1. Ten behoeve van de sociale vernieuwing in het onderwijs kan in een gemeente een samenwerkingsovereenkomst worden gesloten tussen bevoegde gezagsorganen van openbare scholen, bevoegde gezagsorganen van bijzondere scholen en het gemeentebestuur. Het besluit tot het aangaan van dan wel tot het toetreden tot een reeds bestaand samenwerkingsverband wordt door de gemeenteraad genomen. De overeenkomst kan mede worden gesloten door bevoegde gezagsorganen van scholen voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs en voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, van scholen of inrichtingen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, en van scholen voor primair of secundair onderwijs, uit de openbare kas bekostigd op grond van de Experimentenwet onderwijs.

  • 2. In de overeenkomst leggen partijen vast dat zij ervoor zorgdragen dat gedwongen ontslag van personeel als gevolg van de samenwerking wordt voorkomen. Indien de uitvoering van de overeenkomst niettemin leidt tot extra kosten in verband met ontslaguitkeringen, worden deze kosten in mindering gebracht op de rijksvergoeding aan die van de aan de overeenkomst deelnemende partijen, bij wie de ontslaguitkering is ontstaan. In de overeenkomst nemen partijen een regeling op om de kosten die ingevolge de vorige volzin in mindering worden gebracht, op billijke wijze te verrekenen tussen de aan de overeenkomst deelnemende partijen.

§ 3. Rechtspersoon, plaatselijk fonds, plan van activiteiten
Artikel 110c. Plaatselijk fonds

Indien een overeenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 110b kunnen de deelnemende partijen besluiten tot de oprichting van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die niet beoogt het maken van winst ten behoeve van het beheer over een plaatselijk fonds sociale vernieuwing onderwijs, met het doel middelen die door de deelnemende partijen daarvoor worden ingezet, ter beschikking te stellen van sociale vernieuwing in het onderwijs, dan wel ermee instemmen dat de gemeenteraad op grond van artikel 82 van de Gemeentewet een commissie instelt ten behoeve van dat doel.

Artikel 110d. Financiële middelen
  • 1. Aan het plaatselijk fonds sociale vernieuwing onderwijs worden door de bevoegde gezagsorganen die aan de overeenkomst deelnemen, financiële middelen ter beschikking gesteld, behoudens het bepaalde in artikel 110e, eerste lid.

  • 2. De financiële middelen, bedoeld in het eerste lid, kunnen afkomstig zijn uit de vergoedingen waarover de school beschikt op grond van regelingen die zijn gericht op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden.

  • 3. De gemeenteraad kan besluiten financiële middelen in het fonds te storten.

  • 4. Het bestuur van de rechtspersoon dan wel de commissie beslist over de inzet van de financiële middelen, met inachtneming van hetgeen de aan de overeenkomst deelnemende partijen ter zake zijn overeengekomen.

  • 5. De aan de overeenkomst deelnemende partijen voeren ten minste éénmaal per jaar overleg over hun beleidsvoornemens inzake sociale vernieuwing met de naar hun oordeel daarvoor in aanmerking komende lokale organisaties van minderheidsgroepen.

  • 6. Voor de toepassing van dit artikel kan van het bepaalde in artikel 105i, tweede lid, worden afgeweken, indien daarover in het overleg, bedoeld in artikel 22a, overeenstemming is bereikt.

Artikel 110e. Plan van activiteiten
  • 1. Aan het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 110c, dan wel aan de commissie, bedoeld in dat artikel, kan door de bevoegde gezagsorganen die aan de overeenkomst deelnemen, naast of in plaats van het beschikbaar stellen van financiële middelen als bedoeld in artikel 110d, eerste lid, de bevoegdheid worden toegekend om een plan van door personeel te verrichten activiteiten in het kader van de sociale vernieuwing in het onderwijs vast te stellen.

  • 2. De gemeenteraad kan besluiten dat het plan tevens betrekking kan hebben op activiteiten, te verrichten door gemeentelijk personeel dat niet aan een school is verbonden en dat wordt bekostigd uit de eigen financiële middelen.

§ 4. Gevolgen samenwerkingsovereenkomst
Artikel 110f. Melding samenwerkingsovereenkomst

Indien een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 110b worden de activiteiten die hieruit voortvloeien, in een gezamenlijk document vermeld en wordt in het schoolwerkplan van de deelnemende scholen naar dit document verwezen.

Artikel 110g. Overschrijdingsregeling niet van toepassing

Indien een fonds in stand wordt gehouden als bedoeld in artikel 110c vindt de overschrijdingsregeling ingevolge paragraaf 4 van afdeling 5 van titel IV van hoofdstuk I geen toepassing op de uitgaven van de gemeente ten behoeve van het fonds of op bestedingen uit het fonds.

Artikel 110h. Voorschoolse activiteiten

Indien een rechtspersoon is opgericht als bedoeld in artikel 110c dan wel een in dat artikel bedoelde commissie is ingesteld, kunnen, voor zover het plan, bedoeld in artikel 110e, daarin voorziet, activiteiten worden verricht en financiële middelen worden ingezet ten behoeve van kinderen die nog niet tot een school kunnen worden toegelaten en die de leeftijd van drie jaren hebben bereikt. De activiteiten zijn gericht op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs.

Artikel 110i. Regeling aantal uren onderwijs niet van toepassing

Indien een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 110b vindt de regeling ten aanzien van het maximale aantal uren per dag dat leerlingen onderwijs mogen ontvangen, geen toepassing indien dit van belang is in verband met activiteiten in het kader van het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden.

Artikel 110j. Personeel belast met OET-activiteiten

Indien een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 110b kan het bevoegd gezag personeel belasten met activiteiten in het kader van onderwijs in eigen taal mits dat personeel voldoet aan de vereisten voor benoembaarheid van ten minste een der samenwerkende scholen.

Artikel 110k. Toepasselijkheid nadere voorschriften

Indien een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 110b zijn in het geval dat door een of meer van de aan de overeenkomst deelnemende partijen tevens een overeenkomst als bedoeld in artikel 111a, eerste lid, is gesloten en de uit laatstbedoelde overeenkomst voortvloeiende activiteiten geheel of gedeeltelijk voor bekostiging uit 's Rijks kas in aanmerking zijn gebracht, nadere voorschriften als bedoeld in artikel 111a, negende lid, vierde volzin, voor zover die betrekking hebben op verslaglegging aan Onze minister over deze activiteiten, niet van toepassing.

Artikel 110l. Artikel 6 niet van toepassing

Indien een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 110b met daaraan verbonden een fonds als bedoeld in artikel 110c, eerste lid, is het bepaalde in de tweede volzin van artikel 6 niet van toepassing voor zover het betreft middelen die op het fonds betrekking hebben.

Artikel 110m. Beroep

Een belanghebbende kan beroep instellen bij gedeputeerde staten tegen een beslissing tot het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 110b, eerste lid, tweede volzin.

B

In artikel 111a vervalt het tiende lid en wordt het elfde lid vernummerd tot tiende lid.

C

De inhoudsopgave wordt als volgt gewijzigd:

In hoofdstuk I, titel IV wordt na artikel 110 ingevoegd:

Afdeling 6A. Sociale vernieuwing onderwijs

§ 1. Algemene bepaling

Artikel 110a. Sociale vernieuwing onderwijs

§ 2. Samenwerking ten behoeve van sociale vernieuwing onderwijs

Artikel 110b. Samenwerkingsovereenkomst

§ 3. Rechtspersoon, plaatselijk fonds, plan van activiteiten

Artikel 110c. Plaatselijk fonds

Artikel 110d. Financiële middelen

Artikel 110e. Plan van activiteiten

§ 4. Gevolgen samenwerkingsovereenkomst

Artikel 110f. Melding samenwerkingsovereenkomst

Artikel 110g. Overschrijdingsregeling niet van toepassing

Artikel 110h. Voorschoolse activiteiten

Artikel 110i. Regeling aantal uren onderwijs niet van toepassing

Artikel 110j. Personeel belast met OET-activiteiten

Artikel 110k. Toepasselijkheid nadere voorschriften

Artikel 110l. Artikel 6 niet van toepassing

Artikel 110m. Beroep.

ARTIKEL II. WIJZIGING ISOVSO

De Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs2 wordt gewijzigd als volgt:

A

In titel IV wordt na afdeling 6 een nieuwe afdeling 6a ingevoegd, luidende:

AFDELING 6A. SOCIALE VERNIEUWING ONDERWIJS

§ 1. Algemene bepaling
Artikel 106a. Sociale vernieuwing onderwijs

In deze wet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften wordt verstaan onder sociale vernieuwing in het onderwijs: de inspanning van bevoegde gezagsorganen, gemeentebesturen en andere maatschappelijke organisaties en instellingen, gericht op de verbetering van de positie van leerlingen die een maatschappelijke achterstand hebben opgelopen of dreigen op te lopen.

§ 2. Samenwerking ten behoeve van sociale vernieuwing onderwijs
Artikel 106b. Samenwerkingsovereenkomst
  • 1. Ten behoeve van de sociale vernieuwing in het onderwijs kan in een gemeente een samenwerkingsovereenkomst worden gesloten tussen bevoegde gezagsorganen van openbare scholen, bevoegde gezagsorganen van bijzondere scholen en het gemeentebestuur. Het besluit tot het aangaan van dan wel tot het toetreden tot een reeds bestaand samenwerkingsverband wordt door de gemeenteraad genomen. De overeenkomst kan mede worden gesloten door bevoegde gezagsorganen van scholen voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het basisonderwijs, van scholen of inrichtingen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, en van scholen voor primair of secundair onderwijs, uit de openbare kas bekostigd op grond van de Experimentenwet onderwijs.

  • 2. In de overeenkomst leggen partijen vast dat zij ervoor zorgdragen dat gedwongen ontslag van personeel als gevolg van de samenwerking wordt voorkomen. Indien de uitvoering van de overeenkomst niettemin leidt tot extra kosten in verband met ontslaguitkeringen, worden deze kosten in mindering gebracht op de rijksvergoeding aan die van de aan de overeenkomst deelnemende partijen, bij wie de ontslaguitkering is ontstaan. In de overeenkomst nemen partijen een regeling op om de kosten die ingevolge de vorige volzin in mindering worden gebracht, op billijke wijze te verrekenen tussen de aan de overeenkomst deelnemende partijen.

§ 3. Rechtspersoon, plaatselijk fonds, plan van activiteiten
Artikel 106c. Plaatselijk fonds

Indien een overeenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 106b kunnen de deelnemende partijen besluiten tot de oprichting van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die niet beoogt het maken van winst ten behoeve van het beheer over een plaatselijk fonds sociale vernieuwing onderwijs, met het doel middelen die door de deelnemende partijen daarvoor worden ingezet, ter beschikking te stellen van sociale vernieuwing in het onderwijs, dan wel ermee instemmen dat de gemeenteraad op grond van artikel 82 van de Gemeentewet een commissie instelt ten behoeve van dat doel.

Artikel 106d. Financiële middelen
  • 1. Aan het plaatselijk fonds sociale vernieuwing onderwijs worden door de bevoegde gezagsorganen die aan de overeenkomst deelnemen, financiële middelen ter beschikking gesteld, behoudens het bepaalde in artikel 106e, eerste lid.

  • 2. De financiële middelen, bedoeld in het eerste lid, kunnen afkomstig zijn uit de vergoedingen waarover de school beschikt op grond van regelingen die zijn gericht op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden.

  • 3. De gemeenteraad kan besluiten financiële middelen in het fonds te storten.

  • 4. Het bestuur van de rechtspersoon dan wel de commissie beslist over de inzet van de financiële middelen, met inachtneming van hetgeen de aan de overeenkomst deelnemende partijen ter zake zijn overeengekomen.

  • 5. De aan de overeenkomst deelnemende partijen voeren ten minste éénmaal per jaar overleg over hun beleidsvoornemens inzake sociale vernieuwing met de naar hun oordeel daarvoor in aanmerking komende lokale organisaties van minderheidsgroepen.

  • 6. Voor de toepassing van dit artikel kan van het bepaalde in artikel 102j, tweede lid, worden afgeweken, indien daarover in het overleg, bedoeld in artikel 30a, overeenstemming is bereikt.

Artikel 106e. Plan van activiteiten
  • 1. Aan het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 106c, dan wel aan de commissie, bedoeld in dat artikel, kan door de bevoegde gezagsorganen die aan de overeenkomst deelnemen, naast of in plaats van het beschikbaar stellen van financiële middelen als bedoeld in artikel 106d, eerste lid, de bevoegdheid worden toegekend om een plan van door personeel te verrichten activiteiten in het kader van de sociale vernieuwing in het onderwijs vast te stellen.

  • 2. De gemeenteraad kan besluiten dat het plan tevens betrekking kan hebben op activiteiten, te verrichten door gemeentelijk personeel dat niet aan een school is verbonden en dat wordt bekostigd uit de eigen financiële middelen.

§ 4. Gevolgen samenwerkingsovereenkomst
Artikel 106f. Melding samenwerkingsovereenkomst

Indien een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 106b worden de activiteiten die hieruit voortvloeien, in een gezamenlijk document vermeld en wordt in het schoolwerkplan van de deelnemende scholen naar dit document verwezen.

Artikel 106g. Overschrijdingsregeling niet van toepassing

Indien een fonds in stand wordt gehouden als bedoeld in artikel 106c vindt de overschrijdingsregeling ingevolge paragraaf 4 van afdeling 5 van titel IV geen toepassing op de uitgaven van de gemeente ten behoeve van het fonds of op bestedingen uit het fonds.

Artikel 106h. Personeel belast met OET-activiteiten

Indien een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 106b kan het bevoegd gezag personeel belasten met activiteiten in het kader van onderwijs in eigen taal mits dat personeel voldoet aan de vereisten voor benoembaarheid van ten minste een der samenwerkende scholen.

Artikel 106i. Toepasselijkheid nadere voorschriften

Indien een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 106b zijn in het geval dat door een of meer van de aan de overeenkomst deelnemende partijen tevens een overeenkomst als bedoeld in artikel 109, eerste lid, is gesloten en de uit laatstbedoelde overeenkomst voortvloeiende activiteiten geheel of gedeeltelijk voor bekostiging uit 's Rijks kas in aanmerking zijn gebracht, nadere voorschriften als bedoeld in artikel 109, negende lid, vierde volzin, voor zover die betrekking hebben op verslaglegging aan Onze minister over deze activiteiten, niet van toepassing.

Artikel 106j. Artikel 6 niet van toepassing

Indien een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 106b met een fonds is het bepaalde in de tweede volzin van artikel 6 niet van toepassing voor zover het betreft middelen die op het fonds betrekking hebben.

Artikel 106k. Beroep

Een belanghebbende kan beroep instellen bij gedeputeerde staten tegen een beslissing tot het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 106b, eerste lid, tweede volzin.

B

In artikel 107a vervalt het tiende lid en wordt het elfde lid vernummerd tot tiende lid.

C

De inhoudsopgave wordt als volgt gewijzigd:

In titel IV wordt na artikel 106 ingevoegd:

Afdeling 6A. Sociale vernieuwing onderwijs

§ 1. Algemene bepaling

Artikel 106a. Sociale vernieuwing onderwijs

§ 2. Samenwerking ten behoeve van sociale vernieuwing onderwijs

Artikel 106b. Samenwerkingsovereenkomst

§ 3. Rechtspersoon, plaatselijk fonds, plan van activiteiten

Artikel 106c. Plaatselijk fonds

Artikel 106d. Financiële middelen

Artikel 106e. Plan van activiteiten

§ 4. Gevolgen samenwerkingsovereenkomst

Artikel 106f. Melding samenwerkingsovereenkomst

Artikel 106g. Overschrijdingsregeling niet van toepassing

Artikel 106h. Personeel belast met OET-activiteiten

Artikel 106i. Toepasselijkheid nadere voorschriften

Artikel 106j. Artikel 6 niet van toepassing

Artikel 106k. Beroep.

ARTIKEL III. WIJZIGING WVO

De Wet op het voortgezet onderwijs3 wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 99, tweede lid tweede volzin, wordt vervangen door twee nieuwe volzinnen, luidende: De vergoeding, bedoeld in artikel 96d, eerste lid onderdeel b, wordt besteed ten behoeve van het onderwijs aan de school dan wel ten behoeve van de sociale vernieuwing in het onderwijs. De vergoeding, bedoeld in artikel 96d, eerste lid onderdeel c, wordt besteed ten behoeve van het onderwijs aan de school.

B

In artikel 102b vervalt het tiende lid en wordt het elfde lid vernummerd tot tiende lid.

C

Na titel IV wordt een nieuwe titel IVa ingevoegd, luidende:

TITEL IVA. SOCIALE VERNIEUWING ONDERWIJS

§ 1. Algemene bepaling
Artikel 118a. Sociale vernieuwing onderwijs

In deze wet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften wordt verstaan onder sociale vernieuwing in het onderwijs: de inspanning van bevoegde gezagsorganen, gemeentebesturen en andere maatschappelijke organisaties en instellingen, gericht op de verbetering van de positie van leerlingen die een maatschappelijke achterstand hebben opgelopen of dreigen op te lopen.

§ 2. Samenwerking ten behoeve van sociale vernieuwing onderwijs
Artikel 118b. Samenwerkingsovereenkomst
  • 1. Ten behoeve van de sociale vernieuwing in het onderwijs kan in een gemeente een samenwerkingsovereenkomst worden gesloten tussen bevoegde gezagsorganen van openbare scholen of inrichtingen, bevoegde gezagsorganen van bijzondere scholen of inrichtingen en het gemeentebestuur. Het besluit tot het aangaan van dan wel tot het toetreden tot een reeds bestaand samenwerkingsverband wordt door de gemeenteraad genomen. De overeenkomst kan mede worden gesloten door bevoegde gezagsorganen van scholen voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het basisonderwijs, van scholen voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs en voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, en van scholen voor primair of secundair onderwijs, uit de openbare kas bekostigd op grond van de Experimentenwet onderwijs.

  • 2. In de overeenkomst leggen partijen vast dat zij ervoor zorgdragen dat gedwongen ontslag van personeel als gevolg van de samenwerking wordt voorkomen. Indien de uitvoering van de overeenkomst niettemin leidt tot extra kosten in verband met ontslaguitkeringen, worden deze kosten in mindering gebracht op de rijksvergoeding aan die van de aan de overeenkomst deelnemende partijen, bij wie de ontslaguitkering is ontstaan. In de overeenkomst nemen partijen een regeling op om de kosten die ingevolge de vorige volzin in mindering worden gebracht, op billijke wijze te verrekenen tussen de aan de overeenkomst deelnemende partijen.

§ 3. Rechtspersoon, plaatselijk fonds, plan van activiteiten
Artikel 118c. Plaatselijk fonds

Indien een overeenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 118b kunnen de deelnemende partijen besluiten tot de oprichting van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die niet beoogt het maken van winst ten behoeve van het beheer over een plaatselijk fonds sociale vernieuwing onderwijs, met het doel middelen die door de deelnemende partijen daarvoor worden ingezet, ter beschikking te stellen van sociale vernieuwing in het onderwijs, dan wel ermee instemmen dat de gemeenteraad op grond van artikel 82 van de Gemeentewet een commissie instelt ten behoeve van dat doel.

Artikel 118d. Financiële middelen
  • 1. Aan het plaatselijk fonds sociale vernieuwing onderwijs worden door de bevoegde gezagsorganen die aan de overeenkomst deelnemen, financiële middelen ter beschikking gesteld, behoudens het bepaalde in artikel 118e, eerste lid.

  • 2. De financiële middelen, bedoeld in het eerste lid, kunnen afkomstig zijn uit de vergoedingen waarover de school beschikt op grond van regelingen die zijn gericht op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden.

  • 3. De gemeenteraad kan besluiten financiële middelen in het fonds te storten.

  • 4. Het bestuur van de rechtspersoon dan wel de commissie beslist over de inzet van de financiële middelen, met inachtneming van hetgeen de aan de overeenkomst deelnemende partijen ter zake zijn overeengekomen.

  • 5. De aan de overeenkomst deelnemende partijen voeren ten minste éénmaal per jaar overleg over hun beleidsvoornemens inzake sociale vernieuwing met de naar hun oordeel daarvoor in aanmerking komende lokale organisaties van minderheidsgroepen.

Artikel 118e. Plan van activiteiten
  • 1. Aan het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 118c, dan wel aan de commissie, bedoeld in dat artikel, kan door de bevoegde gezagsorganen die aan de overeenkomst deelnemen, naast of in plaats van het beschikbaar stellen van financiële middelen als bedoeld in artikel 118d, eerste lid, de bevoegdheid worden toegekend om een plan van door personeel te verrichten activiteiten in het kader van de sociale vernieuwing in het onderwijs vast te stellen.

  • 2. De gemeenteraad kan besluiten dat het plan tevens betrekking kan hebben op activiteiten, te verrichten door gemeentelijk personeel dat niet aan een school is verbonden en dat wordt bekostigd uit de eigen financiële middelen.

§ 4. Gevolgen samenwerkingsovereenkomst
Artikel 118f. Melding samenwerkingsovereenkomst

Indien een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 118b worden de activiteiten die hieruit voortvloeien, in een gezamenlijk document vermeld en wordt in het schoolwerkplan van de deelnemende scholen naar dit document verwezen.

Artikel 118g. Overschrijdingsregeling niet van toepassing

Indien een fonds in stand wordt gehouden als bedoeld in artikel 118c vindt de overschrijdingsregeling ingevolge paragraaf 6 van hoofdstuk III van afdeling II van titel III geen toepassing op de uitgaven van de gemeente ten behoeve van het fonds of op bestedingen uit het fonds.

Artikel 118h. Personeel belast met OET-activiteiten

Indien een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 118b kan het bevoegd gezag personeel belasten met activiteiten in het kader van onderwijs in eigen taal mits dat personeel voldoet aan de vereisten voor benoembaarheid van ten minste een der samenwerkende scholen.

Artikel 118i. Toepasselijkheid nadere voorschriften

Indien een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 118b zijn in het geval dat door een of meer van de aan de overeenkomst deelnemende partijen tevens een overeenkomst als bedoeld in artikel 102b, eerste lid, is gesloten en de uit laatstbedoelde overeenkomst voortvloeiende activiteiten geheel of gedeeltelijk voor bekostiging uit 's Rijks kas in aanmerking zijn gebracht, nadere voorschriften als bedoeld in artikel 102b, negende lid, vierde volzin, voor zover die betrekking hebben op verslaglegging aan Onze minister over deze activiteiten, niet van toepassing.

Artikel 118j. Artikel 77, tweede lid, niet van toepassing

Indien een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 118b met een fonds is het bepaalde in artikel 77, tweede lid, niet van toepassing voor zover het betreft middelen die op het fonds betrekking hebben.

Artikel 118k. Activiteiten voor leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond

Indien een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 118b kunnen de aan de overeenkomst deelnemende partijen activiteiten verrichten ten behoeve van leerlingen van 14 jaar en ouder die behoren tot een van de groepen leerlingen, bedoeld in artikel 37 van het Inrichtingsbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o., en die voor de eerste maal als leerlingen aan een Nederlandse school zijn ingeschreven. De activiteiten zijn gericht op een verbeterde doorstroming naar het vervolgonderwijs. De activiteiten kunnen zonodig afwijken van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 11a tot en met 11f en artikel 22.

Artikel 118l. Beroep

Een belanghebbende kan beroep instellen bij gedeputeerde staten tegen een beslissing tot het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 118b, eerste lid, tweede volzin.

ARTIKEL IV. WIJZIGING WBO, ISOVSO EN WVO IN VERBAND MET DEELONTSLAG

Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip wordt in artikel 110b, tweede lid, van de Wet op het basisonderwijs, artikel 106b, tweede lid, van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, en 118b, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs telkens «gedwongen ontslag van personeel» vervangen door: gedwongen ontslag of deelontslag van personeel.

ARTIKEL V

De Tijdelijke wet stimulering sociale vernieuwing4 wordt gewijzigd als volgt:

A

Na artikel 15 wordt ingevoegd artikel 15a, luidende:

Artikel 15a

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen zendt in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Onze Minister van Binnenlandse Zaken binnen vier jaar na de inwerkingtreding van de artikelen 25a tot en met 25c aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die artikelen in de praktijk.

B

Artikel 38 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt de tweede volzin vervangen door: De artikelen 1 tot en met 15 en 16 tot en met 38 vervallen met ingang van 1 januari 1997, tenzij voor dit tijdstip een voorstel tot wijziging van artikel 38 bij de Staten-Generaal is ingediend. De wet wordt ingetrokken vier jaar na de inwerkingtreding van de artikelen 25a tot en met 25c.

2. Het derde lid vervalt.

ARTIKEL VI. INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 16 november 1995

Beatrix

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

T. Netelenbos

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

J. J. van Aartsen

Uitgegeven de eenentwintigste december 1995

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager


XNoot
1

Stb. 1994, 620, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 november 1995, Stb. 612.

XNoot
2

Stb. 1994, 621, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 november 1995, Stb. 612.

XNoot
3

Stb. 1993, 666, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 november 1995, Stb. 612.

XNoot
4

Stb. 1993, 682, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 juli 1995, Stb. 355.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1992/93, 1993/94, 1994/95, 23 078.

Handelingen II 1994/95, blz. 5052–5072; 5091.

Kamerstukken I 1994/95, 23 078 (282, 282a); 1995/96, 23 078 (17, 17a).

Handelingen I 1995/96, blz. 170.