Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatsblad 1995, 592Wet

Wet van 6 december 1995 tot aanpassing van een aantal wetten aan de Wet houdende nadere regeling van het gezag over en van de omgang met minderjarige kinderen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het nodig is een aantal wetten aan te passen aan de Wet houdende nadere regeling van het gezag over en van de omgang met minderjarige kinderen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Het Burgerlijk Wetboek1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Boek 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan artikel 7 wordt een lid toegevoegd, dat luidt:

  • 6. Indien Onze Minister van Justitie voornemens is een voordracht te doen voor een koninklijk besluit strekkende tot inwilliging van een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid, deelt hij dit voornemen schriftelijk mee aan de verzoeker en degene wiens geslachtsnaam is verzocht, alsmede, indien het verzoek op de geslachtsnaam van een minderjarige betrekking heeft, zijn ouders en degene aan wie de minderjarige de geslachtsnaam, waarvan wijziging is verzocht, rechtstreeks ontleent. De schriftelijke mededeling van het voornemen geldt als een beschikking.

2. In artikel 37, eerste lid, vervallen de woorden: en zijn toeziende curator.

3. In artikel 169, tweede lid, vervalt: en 161a.

4. In artikel 253p, eerste lid, wordt «daags nadat de griffier van de beschikking mededeling heeft gedaan aan de ouders of de ouder aan wie het gezag is opgedragen» vervangen door: daags nadat de beschikking is verstrekt of verzonden.

5. In artikel 336a, tweede en derde lid, wordt «kinderrechter» telkens vervangen door: rechtbank.

6. In artikel 356, eerste lid, wordt «afdeling» vervangen door: paragraaf.

7. In artikel 377c, tweede lid, wordt «zwaarwegende belangen» vervangen door: het belang.

8. In artikel 377d, eerste lid, wordt «daags nadat de griffier van de beschikking mededeling heeft gedaan aan de ouder aan wie deze uitoefening is opgedragen» vervangen door: daags nadat de beschikking is verstrekt of verzonden.

9. In artikel 410, eerste lid, vervalt: met uitzondering van het aldaar met betrekking tot de toeziende voogd bepaalde en.

10. In artikel 420, tweede lid, vervalt: met uitzondering van het aldaar met betrekking tot de toeziende voogd bepaalde en.

11. Afdeling 2a van titel 15 vervalt.

B

In artikel 169 leden 1 en 2, en artikel 183 lid 2 van Boek 6, wordt «de ouderlijke macht» telkens vervangen door: het ouderlijk gezag.

C

In artikel 450 lid 2, en artikel 465 lid 1, van Boek 7 wordt «de ouderlijke macht» telkens vervangen door: het gezag.

D

Artikel 1722 lid 1, van Boek 7a komt te luiden:

  • 1. Schenking aan minderjarigen die onder ouderlijk gezag van beide ouders staan, kan worden aangenomen door de ouders of – indien een ouder het gezag alleen uitoefent – door die ouder.

ARTIKEL II

In artikel 5, derde lid, van de >Wet van den 27sten Maart 1936 tot overbrenging van de consignatiekas voor het bewaren van effecten aan toonder naar De Nederlandsche Bank2 wordt «rechtspleging in zaken betreffende ouderlijke macht en voogdij» vervangen door: het procesrecht in zaken van personen- en familierecht.

ARTIKEL III

De Pleegkinderenwet3 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 14, eerste lid, artikel 15, eerste lid, en artikel 16, eerste lid, wordt «de ouderlijke macht» telkens vervangen door: het ouderlijk gezag.

B

In artikel 17 vervalt «, waarbij hem de bevoegdheden, bedoeld in artikel 902b, derde lid, tweede en derde zin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering toekomen». Aan dit artikel wordt toegevoegd: Artikel 802 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL IV

In artikel 151b, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht4 wordt «de ouderlijke macht» vervangen door: het ouderlijk gezag.

ARTIKEL V

In artikel 14a van het Wetboek van Strafvordering5 wordt «de ouderlijke macht of van de voogdij» vervangen door: het ouderlijk gezag.

ARTIKEL VI

Onderdeel 3 van bijlage I van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens6 komt te luiden:

3. Gegevens over het gezag dat over de minderjarige wordt uitgeoefend

de aantekening dat het ouderlijk gezag over de ingeschrevene uitsluitend door de moeder wordt uitgeoefend;

de aantekening dat het ouderlijk gezag over de ingeschrevene uitsluitend door de vader wordt uitgeoefend;

de aantekening dat de voogdij over de ingeschrevene uitsluitend door een derde wordt uitgeoefend, dan wel dat de ingeschrevene is toevertrouwd aan de raad voor de kinderbescherming;

de aantekening dat het gezag over de ingeschrevene door de moeder en een derde wordt uitgeoefend;

de aantekening dat het gezag over de ingeschrevene door de vader en een derde wordt uitgeoefend;

de aantekening dat het gezag over de ingeschrevene door de moeder en de vader wordt uitgeoefend, terwijl de moeder en de vader niet of niet meer gehuwd zijn, dan wel zijn gescheiden van tafel en bed;

datum ingang rechtsgeldigheid gegeven;

datum beëindiging rechtsgeldigheid gegeven.

ARTIKEL VII

Artikel 28 van de Grootboekwet7 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde lid tot derde lid.

2. In het derde lid (nieuw), wordt «In alle andere gevallen worden de afschriften of uittreksels» vervangen door: Afschriften of uittreksels worden.

ARTIKEL VIII

In artikel 8, derde lid, onder ten tweede, van de Successiewet 1956a8 wordt «de ouderlijke macht» vervangen door: het ouderlijk gezag.

ARTIKEL IX

In artikel 5, eerste lid, van de Wet immunisatie militairen9 wordt «de ouderlijke macht» vervangen door: het ouderlijk gezag. In hetzelfde lid wordt «zijn of haar ouderlijke macht» vervangen door: zijn of haar ouderlijk gezag.

ARTIKEL X

De Algemene Weduwen- en Wezenwet10 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 11 komt te luiden:

Artikel 11

  • 1. Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 8, eerste lid, onder a, wordt buiten aanmerking gelaten een minderjarig kind, waarover de weduwe het gezag niet uitoefent wegens ontzetting daarvan, alsmede een meerderjarig kind, waarover zij op de dag, voorafgaande aan die, waarop het kind meerderjarig is geworden, het gezag niet uitoefende wegens ontzetting daarvan.

  • 2. Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 8, eerste lid, onder d, wordt buiten aanmerking gelaten een kind, waarover de weduwe op de dag, voorafgaande aan die, waarop het kind meerderjarig is geworden dan wel overleden is, het gezag niet uitoefende wegens ontzetting daarvan.

B

Artikel 16, eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

b. zijn eigen kinderen, indien hun moeder geen gezag uitoefent wegens ontzetting daarvan;

ARTIKEL XI

In artikel 74, vijfde lid, van de Arbeidswet 191911 wordt «de ouderlijke macht» vervangen door: het ouderlijk gezag.

ARTIKEL XII

In artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van de Drank- en Horecawet12 wordt «de ouderlijke macht of voogdij» vervangen door: het ouderlijk gezag of de voogdij.

ARTIKEL XIII

De Wet op de jeugdhulpverlening13 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 22, eerste lid, artikel 27, derde lid, onderdeel b, en artikel 29, tweede lid, wordt «de ouderlijke macht» telkens vervangen door: het ouderlijk gezag.

B

Artikel 41c, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. in onderdeel b wordt «de ouderlijke macht of van de voogdij» vervangen door: het gezag.

2. in onderdeel d wordt «de ouderlijke macht» vervangen door: het ouderlijk gezag.

ARTIKEL XIV

De Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen14 wordt gewijzigd als volgt:

In artikel 2, derde lid, onderdelen b en c, artikel 4, eerste lid, onderdeel b, artikel 8, vierde lid, onderdeel d, artikel 9, tweede lid, onderdeel c, en artikel 32, vijfde lid, wordt «de ouderlijke macht» telkens vervangen door: het gezag.

ARTIKEL XV

Het Derde Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering15 wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 807, onder c, wordt 246a vervangen door: 253s.

2. In het vierde lid van artikel 810 wordt «de ouderlijke macht» vervangen door: het ouderlijk gezag; voorts vervalt: of de ontzetting van de toeziende voogdij,.

3. In artikel 822, eerste lid, onder d wordt voor de puntkomma ingevoegd: alsmede inzake het verschaffen van informatie over het kind aan dan wel de raadpleging van deze echtgenoot.

4. In artikel 826, eerste lid, onder b, wordt «artikel 253f dan wel artikel 280» vervangen door: artikel 253p.

5. In artikel 827, eerste lid, onder c, wordt na «omgang met» ingevoegd: , de informatie en raadpleging over.

ARTIKEL XVI

In artikel 21, onder ten vierde, van de Faillissementswet16 wordt «251» vervangen door: 253l, eerste en tweede lid,. Voorts wordt «252» vervangen door: 253l, derde lid.

ARTIKEL XVII

In de Bijlage bij de Algemene wet bestuursrecht17 komt onderdeel A3 te luiden:

3. Artikel 7, eerste en tweede lid, en afdeling 4 van Titel 14 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede de artikelen 64, derde lid, 68, tweede lid, 125, tweede lid, 156, 175, derde lid, 179, tweede lid, 235, tweede lid, en 266 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover de aanvraag is toegewezen.

ARTIKEL XVIII. SLOTBEPALING

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 6 december 1995

Beatrix

De Staatssecretaris van Justitie,

E. M. A. Schmitz

Uitgegeven de veertiende december 1995

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager


XNoot
1

Laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 november 1995, Stb. 574.

XNoot
2

Stb. 1936, 201, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 juli 1995, Stb. 355.

XNoot
3

Stb. 1951, 595, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 maart 1995, Stb. 274.

XNoot
4

Laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 november 1995, Stb. 575.

XNoot
5

Laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 november 1995, Stb. 579.

XNoot
6

Stb. 1994, 494, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 april 1995, Stb. 276.

XNoot
7

Stb. 1913, 123, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 juni 1992, Stb. 350.

XNoot
8

Stb. 1984, 546, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 december 1995, Stb. 588.

XNoot
9

Stb. 1953, 432, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 juli 1995, Stb. 355.

XNoot
10

Stb. 1990, 130, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 april 1995, Stb. 200.

XNoot
11

Stb. 1930, 388A, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 mei 1995, Stb. 319.

XNoot
12

Stb. 1964, 386, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 juli 1995, Stb. 355.

XNoot
13

Stb. 1989, 360, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 juli 1995, Stb. 421.

XNoot
14

Stb. 1995, 290, gewijzigd bij de wet van 29 mei 1995, Stb. 308.

XNoot
15

Laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 november 1995, Stb. 529.

XNoot
16

Stb. 1893, 140, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 januari 1995, Stb. 71.

XNoot
17

Stb. 1994, 1, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 juli 1995, Stb. 355.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1994/95, 1995/96, 24 259.

Handelingen II 1995/96, blz. 1623.

Kamerstukken I 1995/96, 24 259 (92, 92a).

Handelingen I 1995/96, zie vergadering d.d. 4 december 1995.