Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatsblad 1995, 589AMvB

Besluit van 6 december 1995 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer, het Uitvoeringsbesluit accijns, het Uitvoeringsbesluit verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten, het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 en het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 21 september 1995, nr. WV95/688 M, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Wetgeving Verbruiksbelastingen;

Gelet op de artikelen 25a, tweede en vierde lid, en 37, eerste lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, de artikelen 70, eerste lid, 71, eerste lid, 80, eerste lid, 82, eerste lid, en 85, eerste lid, van de Wet op de accijns, de artikelen 3, derde lid, 30, eerste lid, 36 en 37 van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten, de artikelen 14, eerste lid, 15, eerste lid, en 16, eerste lid, van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 en artikel 72, eerste lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994;

De Raad van State gehoord (advies van 17 november 1995, nr. W06.95.0512);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 4 december 1995, nr. WV95/886, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Wetgeving Verbruiksbelastingen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het >Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer1 wordt als volgt gewijzigd.

A

In artikel 1 vervalt «(Stb. 1990, 422)».

B

In artikel 6, eerste lid, vervalt «(Stb. 638)».

C

Artikel 9 vervalt.

D

Na het vervallen artikel 9 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 9a

  • 1. Het verzoek om een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger bevat de volgende gegevens:

    a. naam, adres en woon- of vestigingsplaats van de verzoeker;

    b. het beoogde tijdstip van aanvang van het fiscaal vertegenwoordigerschap; en

    c. naam, adres en woon- of vestigingsplaats van de verzekeraar die niet in Nederland woont of is gevestigd.

  • 2. Een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger wordt slechts verleend indien de verzoeker:

    a. in Nederland woont of is gevestigd;

    b. in de afgelopen vijf jaren niet wegens overtreding van de wettelijke bepalingen inzake rijksbelastingen onherroepelijk is veroordeeld; en

    c. naar het oordeel van de inspecteur voldoende solvabel is.

  • 3. De verlening van een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger is tevens gebonden aan de voorwaarde dat de verzoeker optreedt voor alle verzekeringen waarvoor assurantiebelasting is verschuldigd van de verzekeraar die niet in Nederland woont of is gevestigd.

  • 4. De inspecteur kan de vergunning intrekken of wijzigen:

    a. op verzoek van de fiscaal vertegenwoordiger met schriftelijke instemming van de verzekeraar die niet in Nederland woont of is gevestigd;

    b. op verzoek van de verzekeraar die niet in Nederland woont of is gevestigd; of

    c. indien de fiscaal vertegenwoordiger niet meer voldoet aan de voorwaarden waaronder de vergunning is verleend.

  • 5. De verzekeraar die niet in Nederland woont of is gevestigd wordt van de intrekking of wijziging van de vergunning in kennis gesteld, alsmede van de gronden waarop deze berust.

E

In artikel 16 wordt «Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen» vervangen door: lid-staten van de Europese Unie.

ARTIKEL II

Het Uitvoeringsbesluit accijns2 wordt als volgt gewijzigd.

A

In artikel 1, eerste lid, vervallen «(Stb. 1991, 561)» en «(Stb. 1959, 301)».

B

Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd.

1. In het eerste lid wordt «gasolie die is belast» vervangen door: halfzware olie en gasolie die zijn belast.

2. In het derde lid, onderdeel d, wordt «betonmixers» vervangen door: betonmixers en betonpompmixers.

3. In het vierde lid wordt in de aanhef «gasolie» vervangen door: halfzware olie en gasolie.

Voorts wordt in de tekst na het vierde gedachtenstreepje «1,1 L per m3 vervoerd beton» vervangen door: 1,1 L per m3 vervoerd beton voor betonmixers en 0,9 L per m3 verpompt beton voor betonpompmixers.

Ten slotte wordt in de tekst na het vijfde gedachtenstreepje «gasolie» vervangen door: halfzware olie en gasolie.

4. In het vijfde lid wordt «gasolie» vervangen door: halfzware olie en gasolie

C

In artikel 27, eerste lid, wordt «gasolie die is belast» vervangen door: halfzware olie en gasolie die zijn belast.

Voorts wordt «om technische redenen geen gasolie» vervangen door: om technische of logistieke redenen geen halfzware olie of gasolie.

D

Na artikel 27 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 27a

  • 1. Teruggaaf van accijns ter zake van de levering van vloeibaar gemaakt petroleumgas dat is belast naar het tarief bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel d, van de wet en dat wordt bestemd om te worden gebruikt voor andere doeleinden dan het aandrijven van motorrijtuigen op de weg of van pleziervaartuigen, wordt verleend, indien de gebruiker aan degene die de levering heeft verricht een schriftelijke verklaring in tweevoud heeft verstrekt waarin hij vermeldt dat het aan hem geleverde vloeibaar gemaakte petroleumgas wordt gebruikt voor het hiervoor bedoelde gebruik onder vermelding van de plaats waar het gas is opgeslagen en wordt gebruikt.

  • 2. Degene die het vloeibaar gemaakte petroleumgas heeft geleverd stelt een exemplaar van de verklaring na ondertekening weer ter hand van de gebruiker die het door hem terugontvangen exemplaar van de verklaring bewaart.

  • 3. Degene die het vloeibaar gemaakte petroleumgas heeft geleverd, bewaart de ontvangen verklaring op overzichtelijke wijze bij zijn administratie.

E

In artikel 33, tweede lid, wordt «in de artikelen 24 tot en met 31b» vervangen door: in de artikelen 24 tot en met 30, 31a en 31b.

F

Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd.

1. In het eerste lid wordt «tabaksfabrikaten» vervangen door: tabaksprodukten.

2. In het derde lid, onderdeel b, vervalt «(Stb. 329)».

G

In artikel 36, zevende lid, vervalt «(Stb. 1992, 683)».

H

In artikel 38, aanhef, wordt «onderdeel p» vervangen door: onderdeel o.

I

Artikel 40 wordt vervangen door:

Artikel 40

Halfzware olie en gasolie die zijn voorzien van herkenningsmiddelen als bedoeld in artikel 27, derde lid, van de wet, dan wel bestanddelen bevatten van die herkenningsmiddelen, mogen voorhanden zijn in de brandstoftank ten behoeve van de aandrijving van motorrijtuigen:

a. waarvoor op grond van artikel 37, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, 4° en 5° van de Wegenverkeerswet 1994 geen kenteken behoeft te zijn opgegeven;

b. die zijn ingericht en uitsluitend worden gebezigd voor de aanleg en het onderhoud van wegen;

c. die zijn ingericht voor het gebruik elders dan op wegen en uitsluitend worden gebruikt voor het landbouw- en bosbouwbedrijf; of

d. die bestaan uit een chassis met een mechanisch werktuig en zich uitsluitend op de weg bevinden voor de verplaatsing naar een andere werkplek.

J

In artikel 42, onderdeel b, wordt «overige alcoholhoudende produkten» vervangen door: accijnsgoederen, andere dan tabaksprodukten die zijn voorzien van de wettelijk voorgeschreven accijnszegels,.

ARTIKEL III

Het Uitvoeringsbesluit verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten3 wordt als volgt gewijzigd.

A

In artikel 1, eerste lid, vervallen «(Stb. 1992, 683)» en «(Stb. 1959, 301)».

B

In artikel 2, achtste lid, vervalt «(Stb. 1991, 561)».

C

In artikel 14, vierde lid, wordt «artikelen 56, derde tot en met zesde lid, en 57 tot en met 60,» vervangen door: artikelen 56, vijfde tot en met achtste lid, en 57 tot en met 60.

D

In artikel 15, eerste lid, onderdeel a, vervalt «(Stb. 1991, 754)».

E

In artikel 29, aanhef, wordt «onderdeel p» vervangen door: onderdeel o.

F

In artikel 30, eerste lid, wordt « een entrepot van het type E als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Verordening (EEG) nr. 2561/90 van 30 juli 1990 (PbEG L 246 d.d. 10 september 1990)» vervangen door: een entrepot van het type E als bedoeld in artikel 504, tweede lid, van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 253).

ARTIKEL IV

Het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 19924 wordt als volgt gewijzigd.

A

In artikel 1, eerste lid, vervalt «(Stb. 709), de artikelen 13, eerste lid, 15a en 15b van de Wegenverkeerswet (Stb. 1935, 554)».

Voorts vervallen «(Stb. 1990, 103)» en «(Stb. 329)».

B

In artikel 4, eerste lid, wordt «Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen» vervangen door: lid-staat van de Europese Unie.

C

Artikel 6, onderdeel b, wordt vervangen door:

b. de personenauto of het motorrijwiel is voorzien van:

– een tweetonige hoorn;

– een duidelijk zichtbaar blauw zwaai- of knipperlicht; en

– ten minste aan weerszijden één of meer duidelijk zichtbare afbeeldingen van het politielogo, bedoeld in de Regeling politielogo;.

D

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd.

1. Onderdeel b wordt vervangen door:

b. de personenauto of het motorrijwiel is voorzien van:

– een tweetonige hoorn;

– een duidelijk zichtbaar blauw zwaai- of knipperlicht; en

– ten minste aan weerszijden één of meer duidelijk zichtbare afbeeldingen van een brandweerembleem dan wel in voorkomend geval een gemeentewapen, welke afbeeldingen alle een oppervlakte hebben van ten minste 314 cm2;.

2. Onder aanduiding van het enige lid als eerste lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Onder brandweer-instantie wordt mede begrepen een bedrijf dat beschikt over een eigen bedrijfsbrandweer.

E

In artikel 8 vervalt voor de tekst van het enige lid de aanduiding «1».

Voorts vervallen in onderdeel a «(Stb. 1976, 414)» en in onderdeel b «(Stb. 1971, 369)».

F

Artikel 12, onderdeel a, wordt vervangen door:

a. de personenauto is voorzien van:

– een duidelijk zichtbaar geel zwaai- of knipperlicht;

– ten minste aan weerszijden één of meer duidelijk zichtbare aanduidingen waaruit blijkt dat het een dierenambulance is, welke aanduidingen alle een oppervlakte hebben van ten minste 1960 cm2 op een wit veld van ten minste 4500 cm2;

– een mobilofooninstallatie of daarmee vergelijkbare installatie; en

– voorzieningen voor vervoer en verzorging van zieke of gewonde dieren;.

G

In artikel 14, eerste lid, wordt «artikel 9 van de Wegenverkeerswet (Stb. 1935, 554)» vervangen door: artikel 36, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Voorts vervalt «(Stb. 1987, 175)».

H

Artikel 15 vervalt.

ARTIKEL V

In artikel 14, tweede lid, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 19945 wordt «brandweerembleem» vervangen door: brandweerembleem dan wel in voorkomend geval een gemeentewapen.

ARTIKEL VI

Indien het bij koninklijke boodschap van 1 november 1995 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet Infrastructuurfonds en de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (herziening van de voeding van het Infrastructuurfonds)(kamerstukken II 1995/96, 24 476) tot wet wordt verheven, wordt met ingang van het tijdstip waarop die wet in werking treedt het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994 als volgt gewijzigd.

1. In artikel 1 wordt na «50, tweede lid,» ingevoegd: 51a.

2. Na artikel 7 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7a. 1. Artikel 51a van de wet vindt toepassing voor een motorrijtuig dat wordt gebruikt in de uitoefening van de detailhandel en dat is voorzien van een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte die blijvend is ingericht als winkel en uitsluitend als zodanig wordt gebruikt, indien met het motorrijtuig niet wordt gereden op autowegen en autosnelwegen.

2. De toepassing van artikel 51a van de wet vindt plaats op verzoek.

3. Het verzoek wordt bij de inspecteur ingediend vóór de aanvang van het tijdvak.

4. Bij het verzoek worden een of meer foto's overgelegd waaruit blijkt dat het motorrijtuig op de in het eerste lid vermelde wijze is ingericht en waarop het kenteken duidelijk waarneembaar is.

5. Bij het verzoek wordt een verklaring overgelegd dat als het motorrijtuig niet meer voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden een opgaaf aan de inspecteur zal worden gedaan.

6. De inspecteur beslist op het verzoek voor bij bezwaar vatbare beschikking. Tenzij in de beschikking anders is bepaald, werkt deze terug tot op het tijdstip waarop het verzoek is ingediend.

7. Indien aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet langer wordt voldaan, trekt de inspecteur de beschikking in. De intrekking geschiedt bij bezwaar vatbare beschikking.

8. Indien degene aan wie de beschikking is verleend niet voldoet aan de verplichting bedoeld in het vijfde lid, wordt de beschikking geacht te zijn vervallen op het tijdstip waarop aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden niet meer wordt voldaan.

ARTIKEL VII

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de wet tot wijziging van de Wet op de accijns, de Wet op belastingen van rechtsverkeer en enkele andere belastingwetten in verband met het reëel constant houden van de accijns van motorbrandstoffen, de invoering van een fiscaal vertegenwoordiger voor de assurantiebelasting en een aantal technische aanpassingen (Stb. 1995, 588) in werking treedt.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 6 december 1995

Beatrix

De Staatssecretaris van Financiën,

W. A. F. G. Vermeend

Uitgegeven de zevende december 1995

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

NOTA VAN TOELICHTING

I. Algemeen

Dit besluit bevat enkele wijzigingen van het Uitvoeringsbesluit accijns en van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer die voortvloeien uit de Wet tot wijziging van de Wet op de accijns, de Wet op belastingen van rechtsverkeer en enkele andere belastingwetten in verband met het reëel constant houden van de accijns van motorbrandstoffen, de invoering van een fiscaal vertegenwoordiger voor de assurantiebelasting en een aantal technische aanpassingen (Stb. 1995, 588). Het betreft:

– het vervallen van artikel 9 van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer in verband met de samenvoeging van de daarin neergelegde regeling in artikel 25 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (ARTIKEL I, onderdeel C);

– de regels en voorwaarden voor het verkrijgen van een vergunning als fiscaal vertegenwoordiger voor de assurantiebelasting (ARTIKEL I, onderdeel D);

– de teruggaafregeling voor de accijns van LPG indien deze niet wordt gebruikt voor het aandrijven van motorrijtuigen op de weg of van pleziervaartuigen (ARTIKEL II, onderdeel D);

– de wijziging van artikel 40 van het Uitvoeringsbesluit accijns in verband met een wijziging in artikel 91, derde lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns voortvloeiende uit de gewijzigde wegenverkeerswetgeving (ARTIKEL II, onderdeel I).

Tevens bevat dit besluit een wijziging van het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994 ter uitvoering van artikel 51a van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, welke bepaling in die wet zal worden opgenomen na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet Infrastructuurfonds en de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (herziening van de voeding van het Infrastructuurfonds)(kamerstukken II 1995/96, 24 476). Ingevolge artikel 51a zal onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden een verlaagd tarief gelden voor de motorrijtuigenbelasting voor zogenoemde rijdende winkels (ARTIKEL VI).

Voorts bevat dit besluit wijzigingen in het Uitvoeringsbesluit accijns die dat besluit in overeenstemming brengen met bij mededeling reeds goedgekeurde praktijken (ARTIKEL II, onderdelen B.2, B.3 en C).

Daarnaast worden enkele wijzigingen aangebracht in het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 en in het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994 ten einde enkele vrijstellingsbepalingen in die besluiten te actualiseren en met elkaar in overeenstemming te brengen (ARTIKEL IV, onderdelen C, D en F, en ARTIKEL V).

Ten slotte worden in de hiervoor genoemde besluiten en in het Uitvoeringsbesluit verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten enkele wijzigingen van wetgevingstechnische en redactionele aard aangebracht, zoals het vervallen van Staatsbladaanduidingen, wijzigingen in verwijzingen naar andere wettelijke bepalingen en terminologische aanpassingen (ARTIKEL I, onderdelen A, B en E, ARTIKEL II, onderdelen A, B.1, B.4, E, F, G, H, I en J, ARTIKEL III en ARTIKEL IV, onderdelen A, B, E en G).

II. Toelichting op de artikelen

Artikel I (Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer)

Onderdelen A en B

Deze onderdelen laten een tweetal Staatsbladaanduidingen vervallen.

Onderdeel C

Dit onderdeel laat artikel 9 vervallen in verband met de integratie van dit artikel en artikel 25 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer.

Onderdeel D

Op grond van artikel 25a, tweede en vierde lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer zijn in artikel 9a de regels en voorwaarden neergelegd voor het verkrijgen van een vergunning als fiscaal vertegenwoordiger voor de assurantiebelasting.

Het eerste lid regelt de inhoud van het verzoek. Het moet niet alleen de namen en adresgegevens bevatten van zowel de fiscaal vertegenwoordiger als de verzekeraar die niet in Nederland woont of is gevestigd, maar ook de datum van ingang.

Het tweede lid bevat de voorwaarden voor het verlenen van de vergunning. Vereist is in onderdeel c dat de fiscaal vertegenwoordiger voldoende solvabel is om aan zijn verplichtingen uit hoofde van de assurantiebelasting te kunnen voldoen. Het feit dat het gaat om een buitenlandse verzekeraar die rechtstreeks verzekeringen afsluit in Nederland is daarvoor redengevend.

Omdat de fiscaal vertegenwoordiger zelfstandig belastingplichtige is voor de assurantiebelasting, is de Algemene wet inzake rijksbelastingen rechtstreeks op hem van toepassing. De in die wet opgenomen bepalingen aangaande informatieverplichtingen en administratie gelden derhalve ook voor de fiscaal vertegenwoordiger.

Het derde lid bewerkstelligt dat een buitenlandse verzekeraar tegelijkertijd slechts één fiscaal vertegenwoordiger kan aanstellen die optreedt voor alle hier te lande rechtstreeks gesloten verzekeringen van die verzekeraar.

In het vierde lid is onder meer geregeld dat de vergunning op verzoek van de fiscaal vertegenwoordiger slechts kan worden ingetrokken met instemming van de buitenlandse verzekeraar. Dit is de tegenhanger van de aanstelling als fiscaal vertegenwoordiger, waarbij ingevolge artikel 25a, derde lid, van de wet eveneens een akkoordverklaring van de buitenlandse verzekeraar vereist is. Daarnaast voorkomt deze eis van medewerking van de verzekeraar dat een situatie kan ontstaan waarin de fiscaal vertegenwoordiger stelt niet langer op te treden voor de buitenlandse verzekeraar en deze dat ontkent. Dat zou onduidelijkheid kunnen scheppen omtrent de vraag wie de belastingplichtige is.

Onderdeel E

Deze wijziging betreft een terminologische aanpassing.

Artikel II (Uitvoeringsbesluit accijns)

Onderdeel A, F.2 en G

Deze wijzigingen betreffen het vervallen van Staatsbladaanduidingen.

Onderdelen B.1, B.4, F.1 en J

Deze wijzigingen betreffen het herstel van terminologische onjuistheden.

Onderdelen B.2, B.3 en C

De Wet op de accijns maakt met betrekking tot halfzware olie en gasolie een onderscheid in tarief naar gelang die oliën worden gebruikt voor het voortbewegen van motorrijtuigen op de openbare weg of van pleziervaartuigen (artikel 27, eerste lid, onderdeel b) danwel voor andere doeleinden (artikel 27, derde lid). Aan halfzware olie en gasolie die bestemd zijn om te worden gebruikt voor die andere doeleinden moeten herkenningsmiddelen zijn toegevoegd. Indien voor die andere doeleinden gebruik moet worden gemaakt van olie die niet van herkenningsmiddelen is voorzien en dus tegen het hoge accijnstarief is belast, voorziet artikel 70, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de accijns, onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen, in een teruggaaf naar het verschil tussen beide tarieven.

Artikel 26 van het Uitvoeringsbesluit accijns regelt deze teruggaaf indien de oliën worden gebruikt voor de aandrijving van op een motorrijtuig aangebrachte hulpapparatuur die wordt aangedreven door de motor die dient voor de aandrijving van het motorrijtuig. De in artikel 26 aangewezen categorieën en de voor die categorieën geldende maatstaven worden, gelet op de in de praktijk gebleken behoefte, aangevuld met de categorie betonpompmixers. De onderdelen B.2 en B.3 strekken hiertoe.

Artikel 27 van het Uitvoeringsbesluit accijns regelt deze teruggaafmogelijkheid voor andere dan de in artikel 26 bedoelde gevallen en beperkt deze tot de gevallen waarin aan de inspecteur aannemelijk wordt gemaakt dat om technische redenen gebruik moet worden gemaakt van halfzware olie of gasolie die niet van herkenningsmiddelen is voorzien. Op grond van in de praktijk gebleken behoefte is bij mededeling nr. 19 van 18 juli 1994, nr. VB 94/2387, bepaald dat de teruggaaf ook kan worden verleend indien aan de inspecteur aannemelijk wordt gemaakt dat om logistieke redenen geen gebruik kan worden gemaakt van laagbelaste, van herkenningsmiddelen voorziene halfzware olie of gasolie. Onderdeel C strekt ertoe artikel 27 hieraan aan te passen.

Tevens is in de onderdelen B.3 en C, in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van de Wet op de accijns, «gasolie» vervangen door: halfzware olie en gasolie.

Onderdeel D

Zoals in hoofdstuk I van deze toelichting is aangegeven, is de mogelijkheid van teruggaaf van accijns voor LPG dat belast is uitgeslagen maar wordt gebruikt voor andere doeleinden dan het voortbewegen van motorrijtuigen op de weg of van pleziervaartuigen, verlegd van de gebruiker naar de handelaar die het gas heeft geleverd (artikel 70, eerste lid, onderdeel e, en vijfde lid, van de Wet op de accijns). Dit onderdeel voegt het artikel (27a) in, waarin de bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen voor deze teruggaaf zijn neergelegd.

De gebruiker dient aan de leverancier een verklaring in tweevoud te verstrekken waarin hij vermeldt dat het aan hem geleverde LPG wordt gebruikt voor andere doeleinden dan het voortbewegen van motorrijtuigen op de weg of van pleziervaartuigen. Tevens moet hij, uit een oogpunt van controle, de plaats vermelden waar het gas wordt opgeslagen en verbruikt .

Onderdelen E en H

Deze onderdelen betreffen het herstellen van onjuiste verwijzingen naar andere wettelijke bepalingen.

Onderdeel I

De wijzigingen in artikel 40 zijn van redactionele aard en houden verband met de vervanging van de Wegenverkeerswet van 1935 door de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel III (Uitvoeringsbesluit verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten)

Onderdelen A, B en D

Deze onderdelen betreffen het vervallen van Staatsbladaanduidingen.

Onderdelen C, E en F

Deze onderdelen betreffen het herstellen van onjuiste verwijzingen naar andere wettelijke bepalingen.

Artikel IV (Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992)

Onderdelen A en H

Onderdeel A betreft het laten vervallen van de verwijzing in artikel 1, eerste lid, naar enkele bepalingen in de Wegenverkeerswet van 1935 die inmiddels (grotendeels) is ingetrokken bij besluit van 15 december 1994 (Stb. 919). Om dezelfde reden laat onderdeel H artikel 15 van het uitvoeringsbesluit vervallen dat tot doel had wijzigingen aan te brengen in het Reglement kentekenregistratie dat, behoudens hier niet van belang zijnde artikelen, eveneens is vervallen.

Voorts betreft onderdeel A het vervallen van een drietal Staatsbladaanduidingen.

Onderdeel B

Bij dit onderdeel wordt een terminologische wijziging aangebracht.

Onderdelen C, D en F

Bij deze onderdelen worden enkele vrijstellingsvoorwaarden voor de belasting van personenauto's en motorrijwielen aangepast aan andere – niet-fiscale – met betrekking tot deze motorrijtuigen geldende regelingen en in overeenstemming gebracht met de vrijstellingsvoorwaarden voor de motorrijtuigenbelasting zoals die zijn neergelegd in het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994.

Onderdeel E

Dit onderdeel betreft een redactionele verbetering en het vervallen van een tweetal Staatsbladaanduidingen.

Onderdeel G

Dit onderdeel betreft een vervanging van een verwijzing naar de Wegenverkeerswet van 1935 door een verwijzing naar de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel V (Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994)

Deze wijziging houdt verband met de wijzigingen in ARTIKEL IV, onderdelen C, D en F.

Artikel VI (Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994)

In het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet Infrastructuurfonds en de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (herziening van de voeding van het Infrastructuurfonds)(kamerstukken II 1995/96, 24 476) wordt onder meer voorzien in een verlaagd tarief van de motorrijtuigenbelasting voor rijdende winkels.

De toepasselijkheid van dat tarief is gebonden aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden (artikel II, onderdeel F van het genoemde wetsvoorstel). Het onderhavige artikel strekt ertoe deze voorwaarden te stellen.

De Staatssecretaris van Financiën,

W. A. F. G. Vermeend


XNoot
1

Stb. 1971, 393; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 19 december 1991, Stb. 719.

XNoot
2

Stb. 1991, 754; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 28 juni 1995, Stb. 332.

XNoot
3

Stb. 1992, 685; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 28 juni 1995, Stb. 332.

XNoot
4

Stb. 1992, 710; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 14 september 1994, Stb. 700.

XNoot
5

Stb. 1995, 153.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Financiën.

Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Nederlandse Staatscourant van 9 januari 1996, nr. 6.