Besluit van 3 juni 1995 tot wijziging van het Besluit
AAW-voorzieningenverstrekking
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
van 23 februari 1995, Directie Sociale Verzekeringen, Hoofdafdeling Werknemersverzekeringen,
afdeling Arbeidsongeschiktheidsregelingen, nr. SV/A/94/3021;
Gelet op artikel 57, derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
De Raad van State gehoord (advies van 20 maart 1995); No.W12.95.0092;
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid van 29 mei 1995: Directie Sociale Verzekeringen, Hoofdafdeling
Werknemersverzekeringen, nr. SV/WV/WWAV/95/1387a;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
Het Besluit AAW-voorzieningenverstrekking1 wordt als
volgt gewijzigd:
A
Artikel 3 komt te luiden:
Artikel 3
Een werkvoorziening of leefvoorziening wordt niet verleend:
a. indien deze algemeen gebruikelijk is;
b. indien deze voor de belanghebbende gezien zijn inkomen algemeen gebruikelijk
is;
B
Artikel 4 komt te luiden:
Artikel 4
Indien de gezamenlijke waarde van werkvoorzieningen of leefvoorzieningen,
in een kalenderjaar een bedrag ter grootte van 1.86 maal de grondslag
voor een 23-jarige, als bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, van de
wet overtreft, kan de bedrijfsvereniging de belanghebbende een financiële
tegemoetkoming verlenen ter grootte van het verschil tussen die gezamenlijke
waarde en laatstgenoemd bedrag.
ARTIKEL II
Dit besluit treedt in werking acht weken na publicatie daarvan in het
Staatsblad.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnoot's-Gravenhage, 3 juni 1995
Beatrix
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
R. L. O. Linschoten
Uitgegeven de vijfentwintigste juli 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
NOTA VAN TOELICHTING
Op grond van artikel 57, eerste en tweede lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
(AAW) kunnen respectievelijk werk- en een beperkt aantal leefvoorzieningen
worden verstrekt. Voor de verstrekking van deze voorzieningen geldt voor personen
van 17 jaar of ouder op grond van de huidige regelgeving een wachttijd van
6 jaar indien de voorziening reeds voor de aanvang van de verzekering noodzakelijk
was. Verzekerd zijn ondermeer alle ingezetenen, ongeacht hun nationaliteit,
die nog geen 65 jaar zijn. De wachttijd geldt in z'n algemeenheid dus voor
personen van 17 jaar en ouder die zich vanuit het buitenland in Nederland
vestigen. Vorenstaande is neergelegd in de artikelen 3 en 4 van het Besluit
AAW-voorzieningenverstrekking.
Geen wachttijd geldt indien men uit hoofde van een vroegere verzekeringsperiode
reeds in het genot is van een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
De bedrijfsvereniging kon onder goedkeuring van het bestuur van het Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds (AAf) in bijzondere gevallen afwijken van de hiervoor
weergegeven bepalingen. Deze mogelijkheid is neergelegd in artikel 4, tweede
lid, van het Besluit AAW-voorzieningenverstrekking. Als gevolg van de inwerkingtreding
van de nieuwe Organisatiewet sociale verzekeringen moet deze goedkeuring met
ingang van 1 januari 1995 worden verleend door het Tijdelijk instituut voor
coördinatie en afstemming (Tica).
Voorgaande kan betekenen dat indien er sprake is van een individuele wens
om inkomensvormende arbeid te verrichten de realisering daarvan wordt belemmerd
omdat de belanghebbende niet over de benodigde werkvoorzieningen kan beschikken.
Nadere bestudering van deze situatie heeft mij tot de conclusie gebracht
dat het wenselijk is dat de wachttijd van 6 jaar die geldt voor AAW-voorzieningen,
komt te vervallen.
Deze conclusie werd mede ingegeven door rechtspraak van het Hof van Justitie
van de Europese Gemeenschappen op het gebied van het vrije verkeer van werknemers,
waaruit een verbod valt af te leiden om bij de toekenning van sociale-zekerheidsprestaties
een woonvoorwaarde van bepaalde duur toe te passen op EG-werknemers (HvJ 10
maart 1993, zaak C-111/91 (Commissie tegen Groothertogdom Luxemburg) Jur.
1993, blz. I-817). Omdat voorts de in aanmerking komende categorie niet-EG-werknemers
vrij klein wordt geacht is besloten de wachttijd te schrappen zonder onderscheid
naar nationaliteit.
Een extra overweging voor het schrappen van de wachttijd is geweest het
feit dat voor de leefvoorzieningen die met ingang van 1 april 1994 op grond
van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) kunnen worden verstrekt, ook
geen wachttijd geldt.
Als gevolg van mijn keuze is het noodzakelijk dat de artikelen 3 en 4
van het Besluit AAW-voorzieningenverstrekking worden gewijzigd zoals neergelegd
in artikel I van dit besluit. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 57, vierde
lid, AAW treedt dit besluit in werking acht weken na bekendmaking.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
R. L. O. Linschoten
XNoot
1Stb. 1994, 150, gewijzigd bij besluit van 15 juli 1994, Stb. 585.
XHistnoot
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het
zonder meer instemmend luidt dan wel uitsluitend opmerkingen van redactionele
aard bevat (artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State).