Wet van 16 juni 1995 tot wijziging van de Wet individuele huursubsidie (opname van een tegemoetkoming voor huishoudens die de effecten van maatregelen in de kinderbijslag ondervinden)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is voor een deel van de huishoudens die de effecten van maatregelen in de kinderbijslag ondervinden in de individuele huursubsidie een tegemoetkoming op te nemen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

In de Wet individuele huursubsidie1 wordt na artikel 4 een artikel 4a ingevoegd, luidende:

Artikel 4a

  • 1. Ten aanzien van de huurder die op 1 juli het hoofdverblijf in de woning deelt met één of twee kinderen, pleegkinderen of aangehuwde kinderen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, of met drie of meer kinderen, pleegkinderen of aangehuwde kinderen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, wordt een ingevolge de overige bepalingen van deze wet te verstrekken bijdrage verhoogd met een bedrag van f 264,– onderscheidenlijk f 396,–.

  • 2. Bij regeling van Onze Minister kunnen elk jaar met ingang van 1 juli huursubsidietabellen worden vastgesteld, op voet waarvan in afwijking van artikel 4 de in het eerste lid bedoelde huurders de bijdrage ontvangen en waarin de in het eerste lid bedoelde verhoging in het bedrag van de bijdrage is opgenomen.

ARTIKEL II

Deze wet is niet van toepassing op aanvragen om en verstrekkingen van een bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet individuele huursubsidie, die betrekking hebben op tijdvakken als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van die wet, die zijn verstreken vóór 1 juli 1995.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 juli 1995.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 16 juni 1995

Beatrix

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

D. K. J. Tommel

Uitgegeven de zevenentwintigste juni 1995

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager


XNoot
1

Stb. 1992, 413, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 mei 1995, Stb. 310.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1994/95, 24 079.

Handelingen II 1994/95, blz. 4279–4306; 4311–4323; 4356–4357.

Kamerstukken I 1994/95, 24 079 (266, 266a, 266b, 266c).

Handelingen I 1994/95, zie vergaderingen d.d. 29 en 30 mei en 6 juni 1995.

Naar boven