Besluit van 19 mei 1995, houdende vaststelling van een inkomenstoeslag militairen 1994 (Besluit inkomenstoeslag militairen)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 1 november 1994, nr. PAV 6032/94024293;

Gelet op artikel 12 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 en artikel 2 van de Wet Rechtstoestand Dienstplichtigen;

De Raad van State gehoord (advies van 23 december 1994, nr. W07.94.0668);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 15 mei 1995, nr. PAV 6032/95007760;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder militair:

a. beroepsmilitair: de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 die is aangesteld bij het beroepspersoneel, alsmede de geestelijk verzorger die in burgerlijke openbare dienst is aangesteld om bij de krijgsmacht doorlopend werkzaam te zijn;

b. dienstplichtige: de dienstplichtige in de zin van de Dienstplichtwet, alsmede de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 die is aangesteld bij het reserve-personeel.

Artikel 2

Dit besluit is van toepassing op:

a. de beroepsmilitair die:

1e. wordt bezoldigd volgens de schaal behorende bij het Besluit herziening bezoldiging militaire zeemacht 1954;

2e. weddegenietende is in de zin van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969;

3e. zakgeldgenietende is ingevolge het Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 1954 of ingevolge de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969;

b. de dienstplichtige die voor de vervulling van de eerste oefening feitelijk onder de wapenen is;

c. de dienstplichtige die na afloop van de eerste oefening in werkelijke dienst blijft met toepassing van artikel 31 van de Dienstplichtwet of van artikel 4, tweede lid, van de Wet voor het reserve-personeel der krijgsmacht 1985.

Artikel 3

Op de wedde, de bezoldiging of de wedde eerste oefening van de militair wordt maandelijks een nominale premie algemene verzekering bijzondere ziektekosten ingehouden van f 10,42.

Artikel 4

  • 1. De militair heeft maandelijks tot en met 31 december 1994 aanspraak op een inkomenstoeslag.

  • 2. Het bedrag van de inkomenstoeslag wordt zo vastgesteld dat – na toekenning van de overhevelingstoeslag ingevolge de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies en na aftrek van de verschuldigde loonbelasting ingevolge de Wet op de loonbelasting 1964 en van de verschuldigde premies volksverzekeringen ingevolge de Wet financiering volksverzekeringen – wordt uitbetaald:

    a. een bedrag dat gelijk is aan 85/100 van de verschuldigde premie voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten onder aftrek van dat deel van de overhevelingstoeslag dat betrekking heeft op die premie;

    b. het bedrag dat gelijk is aan het bedrag van de inhouding ingevolge artikel 3.

    c. aan de militair die ingevolge artikel 104, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement dan wel ingevolge artikel 66, eerste lid, van het Reglement rechtstoestand dienstplichtigen aanspraak heeft op een tegemoetkoming in ziektekosten in de door hem ten behoeve van zijn gezinsleden gemaakte ziektekosten, een bedrag ter hoogte van de helft van de voor zijn gezinsleden verschuldigde nominale premie algemene verzekering bijzondere ziektekosten;

    d. aan de dienstplichtige voor wie door het Ministerie van Defensie verrekening plaats heeft met de Ziekenfondsraad van de verschuldigde ziekenfondspremie ten behoeve van zijn gezinsleden een bedrag ter hoogte van de voor zijn gezinsleden verschuldigde nominale premie algemene bijzondere ziektekostenverzekering.

  • 3. De uitbetaling van de aanspraken bedoeld in het tweede lid onder a en b geschiedt maandelijks tot en met de in het eerste lid genoemde datum.

  • 4. De uitbetaling van de aanspraken genoemd in het tweede lid onder c en d geschiedt driemaandelijks achteraf, gelijktijdig met de uitbetaling van de premierestitutie als genoemd in artikel 11 en in artikel 21, derde lid, van de Regeling gezondheidszorg.

Artikel 5

De inkomenstoeslag wordt niet gerekend tot de inkomsten als genoemd in artikel 2 van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel, noch tot de tegemoetkoming in ziektekosten als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel respectievelijk in artikel 104 van het Algemeen militair ambtenarenreglement, dan wel in artikel 66 van het Reglement rechtstoestand dienstplichtigen.

Artikel 6

De uitvoering van het Besluit inkomenstoeslag militairen 1990 wordt opgeschort.

Artikel 7

Het Besluit inkomenstoeslag militairen 1990 wordt ingetrokken.

Artikel 8

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

  • 2. De artikelen 1 tot en met 5 werken terug tot en met 1 januari 1994.

  • 3. Artikel 6 werkt terug tot en met 1 januari 1992.

  • 4. Dit besluit vervalt op de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als Besluit inkomenstoeslag militairen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 19 mei 1995

Beatrix

De Staatssecretaris van Defensie,

J. C. Gmelich Meijling

Uitgegeven de zevenentwintigste juni 1995

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

NOTA VAN TOELICHTING

ALGEMEEN

Op 1 januari 1989 is in werking getreden de eerste fase van de stelselwijziging ziektekostenverzekering (plan Dekker).

Vervolgens zijn op 1 januari 1990 in werking getreden de wetten verband houdende met de voorstellen van de Commissie Oort.

Daarna is op 1 januari 1992 in werking getreden de tweede fase van de stelselwijziging ziektekostenverzekering (plan Simons).

Deze maatregelen hebben voor interimambtenaren en militairen geleid tot een relatieve inkomensverslechtering ten opzichte van werknemers in de marktsector.

De voorgaande kabinetten hebben gemeend in deze relatieve inkomensverslechtering tegemoet te moeten komen.

Voor militairen heeft die tegemoetkoming achtereenvolgens gestalte gekregen in het Besluit inkomenstoeslag militairen 1989 (Dekker-toeslag), het Besluit inkomenstoeslag militairen 1990 (gecombineerde Dekker- en Oort-toeslag) en in de Regeling inkomenstoeslag militairen 1992 (gecombineerde Dekker-, Oort- en Simons-toeslag).

De Regeling inkomenstoeslag militairen 1992 heeft een tijdelijk karakter gekregen, geldende uitsluitend voor het kalenderjaar 1992.

Achtergrond daarvan was de behoefte in het toenmalige Centraal georganiseerd overleg militairen om de beschikbare gelden op termijn aan te wenden in het kader van een integrale herziening van de aanspraken inzake ziektekosten. In verband daarmee is het Besluit inkomenstoeslag militairen 1990 niet onmiddellijk ingetrokken, maar gehandhaafd als eventuele terugvalpositie voor het kalenderjaar 1993.

Wel is bij de Regeling inkomenstoeslag militairen 1992 de uitvoering van het Besluit inkomenstoeslag militairen 1990 opgeschort, in afwachting van de intrekking van dat besluit, om doublures bij de uitvoering te voorkomen. Omdat in het kalenderjaar 1992 geen herziening van de aanspraken inzake ziektekosten als bovenbedoeld tot stand was gekomen, is de Regeling inkomenstoeslag militairen 1992 verlengd voor het kalenderjaar 1993. Die regeling is vervallen per 1 januari 1994.

Ook voor het kalenderjaar 1994 heeft de tegemoetkoming een tijdelijk karakter. Het verder oprekken van de werkingsduur van de regeling zou tegen de achtergrond van het nog bestaan van het Besluit inkomenstoeslag militairen 1990 evenwel niet verantwoord zijn geweest. Bovendien zijn de gelden van de Oort-toeslag aangewend in het kader van het arbeidsvoorwaardenakkoord 1 april 1993–1 april 1995 in de sector defensie; per 1 januari 1994 zijn die gelden derhalve niet meer beschikbaar.

Om die redenen is het Besluit inkomenstoeslag militairen 1990 ingetrokken en vervangen door het Besluit inkomenstoeslag militairen 1994.

Overeenkomstig de in 1992 gekozen systematiek voorziet het Besluit inkomenstoeslag militairen 1994 in een tegemoetkoming in de procentuele AWBZ-premie, na aftrek van het aan die premie gerelateerde deel van de overhevelingstoeslag.

Voorts wordt ingevolge het besluit bij militairen een nominale AWBZ-premie ingehouden en vervolgens gecompenseerd. Tevens wordt voor 50% tegemoetgekomen in de nominale AWBZ-premie die verschuldigd is voor gezinsleden. Voor gezinsleden van dienstplichtigen is dat 100%.

Het percentage van 85 van de tegemoetkoming in de procentuele premie is gebaseerd op de ten laste van de militair blijvende procentuele premie (na toepassing van de overhevelingstoeslag) enerzijds en het beschikbare budget daarvoor anderzijds.

Met de centrales van overheidspersoneel is in de sectorcommissie Defensie overeenstemming bereikt over de inhoud van dit besluit.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1 en 2

Deze artikelen zijn vrijwel gelijkluidend aan de artikelen 1 en 2 van het Besluit inkomenstoeslag militairen 1990, met dien verstande dat de begripsbepalingen een iets andere redactie hebben gekregen.

Voorts is in artikel 2 de zakgeldgenietende toegevoegd aan de categorieën waarop het besluit van toepassing is. Dit in verband met het feit dat in de praktijk was gebleken dat onvoldoende duidelijk was dat ook deze categorie onder de doelgroep werd begrepen.

Artikel 3 en 4

De tekst van deze artikelen wijkt sterk af van die van de artikelen 3 en 4 in het Besluit inkomenstoeslag militairen 1990. Dit is het gevolg van het feit dat de inhoud van de aanspraken is gewijzigd in verband met de inwerkingtreding van de maatregelen in het kader van de tweede fase van de stelselwijziging ziektekostenverzekering per 1 januari 1992.

Artikel 6

Met dit artikel in combinatie met de bepalingen van artikel 7 is formeel de opschorting van de uitvoering van het Besluit inkomenstoeslag militairen 1990 met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 1992 vastgelegd. De opschorting was al eerder vastgelegd in de op hoofdstuk 9 van het Algemeen militair ambtenarenreglement en hoofdstuk 7 van het Reglement rechtstoestand dienstplichtigen steunende Regeling inkomenstoeslag militairen 1992. Die regeling is vervallen per 1 januari 1994.

De Staatssecretaris van Defensie,

J. C. Gmelich Meijling


XHistnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Defensie.

Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Nederlandse Staatscourant van 11 juli 1995, nr. 131.

Naar boven