Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Verkeer en WaterstaatStaatsblad 1995, 301Wet

Rijkswet van 12 april 1995, houdende wijziging van de Schepenwet

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in de Schepenwet de mogelijkheid te verruimen om particuliere personen mede te belasten met de in verband met de afgifte van certificaten benodigde onderzoeken van schepen;

Overwegende, dat het – in samenhang met het koninklijk besluit van 11 oktober 1988 (Stb. 476) tot opheffing van de Dienst Vaartuigen van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat – voorts wenselijk is de rijksvaartuigen niet langer van de toepasselijkheid van de Schepenwet uit te zonderen;

Overwegende, dat het gewenst is de Schepenwet te wijzigen in verband met het verkrijgen van de hoedanigheid van land in het Koninkrijk door Aruba;

Overwegende ten slotte, dat op een aantal andere punten wenselijk gebleken wijzigingen in de Schepenwet kunnen worden aangebracht, waaronder een aanpassing van de strafbepalingen van deze wet overeenkomstig de indeling van de geldboetecategorieën, als omschreven in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Schepenwet (Stb. 1932, 86)1 wordt gewijzigd als volgt:

A

1. In artikel 1, eerste lid, wordt de eerste zin vervangen door: Voor de toepassing van deze rijkswet wordt verstaan onder:.

2. In artikel 1, eerste lid, onder het begrip «buitengaats brengen», worden de volgende wijzigingen aangebracht:

a. de aanduiding van onderdeel «c» wordt gewijzigd in: d;

b. ingevoegd wordt een nieuw onderdeel c, luidende:

c. Aruba: het verlaten van een der havens in Aruba;

c. in onderdeel d worden de woorden «gebieden andere dan vermeld onder a en b» vervangen door: andere gebieden dan vermeld onder a, b en c.

3. In artikel 1, eerste lid, vervallen de begrippen «vrachtschip» en «reactorschip» en de daarvan gegeven omschrijvingen.

4. In artikel 1, tweede en derde lid, wordt het woord «wet» vervangen door: rijkswet.

B

1. In artikel 2, eerste lid, wordt in de eerste zin het woord «wet» vervangen door: rijkswet.

2. Het in artikel 2, eerste lid, onder a, bepaalde wordt vervangen door:

a. Nederlandse oorlogsschepen, marinehulpschepen of andere schepen die in gebruik zijn voor de uitvoering van de militaire taak;.

3. In artikel 2, eerste lid, onder e, worden de woorden «tweede lid» vervangen door: derde lid.

4. Artikel 2, tweede lid, wordt vervangen door:

  • 2. De bepalingen van deze rijkswet zijn mede van toepassing op bij Landsverordening van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk van Aruba aangewezen landsvaartuigen of op daarbij aangewezen schepen, varende met een zeebrief van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk van Aruba.

5. Aan artikel 2 wordt toegevoegd een vierde lid, luidende:

  • 4. Met betrekking tot de bemanningen van schepen in openbare dienst zijn de artikelen 34 tot en met 41 en 48 tot en met 51 niet van toepassing.

C

Artikel 2bis wordt vervangen door:

Artikel 2bis

Kapiteins van schepen, bedoeld onder de uitzonderingen f tot en met h van artikel 2, eerste lid, ondernemen met hun schip geen reis zonder een vooraf gevraagde en verkregen schriftelijke verklaring van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie, inhoudende dat geen bedenkingen tegen de voorgenomen reis bestaan. Aan de verklaring kunnen door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie voorschriften en beperkingen worden verbonden. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie bepaalt de geldigheidsduur van de verklaring.

D

1. Het opschrift «§1 Van de veiligheidsvoorschriften» boven artikel 3 wordt vervangen door: §1 Veiligheidsvoorschriften.

2. Artikel 3 wordt vervangen door:

Artikel 3

  • 1. Er wordt geen reis ondernomen, tenzij de voor het schip benodigde certificaten zijn afgegeven, welke nog geldig zijn op het ogenblik van vertrek.

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt vastgesteld welke certificaten benodigd zijn. Aan certificaten kunnen door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie voorschriften en beperkingen worden verbonden.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt de geldigheidsduur van de certificaten vastgesteld.

E

Na artikel 3 wordt een artikel 3a ingevoegd, luidende:

Artikel 3a

  • 1. Een certificaat wordt alleen afgegeven indien het schip en de bedrijfsvoering over het schip, zowel aan boord als aan de wal, voldoen aan de eisen, daartoe bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur vastgesteld.

  • 2. De vaststelling van de eisen, bedoeld in het eerste lid, kan voor bepaalde bij of krachtens de maatregel aangewezen onderwerpen geschieden door het van toepassing verklaren van de regels, ter zake gegeven door bij of krachtens de maatregel aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen. Indien een aanwijzing plaatsvindt krachtens de maatregel wordt het besluit tot aanwijzing bekendgemaakt in de Staatscourant, in de Curaçaosche Courant en in de Landscourant van Aruba.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt vastgesteld aan welke onderzoeken schepen, ter verkrijging van een certificaat of tijdens de geldigheidsduur daarvan, zijn onderworpen om vast te stellen of zij voldoen aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.

  • 4. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gegeven met betrekking tot de aanvraag voor het verkrijgen van een certificaat en de daarbij over te leggen bescheiden.

F

1. De huidige tekst van artikel 4 wordt genummerd tot eerste lid.

2. Artikel 4, eerste lid, onder g, wordt vervangen door:

g. de radioinstallaties bedrijfsklaar zijn;

3. Artikel 4, eerste lid, onder i, wordt vervangen door:

i. het schip zodanig is geladen, dat het geen geringer vrijboord heeft dan blijkens de afgegeven certificaten is toegestaan;

4. In artikel 4, eerste lid, onder n, wordt het woord «vee» vervangen door: lading.

5. In artikel 4, eerste lid, onder o, worden de woorden «het veiligheidscertificaat» vervangen door: de afgegeven certificaten.

6. Aan artikel 4 wordt een tweede lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt vastgesteld aan welke eisen ter voldoening aan het bepaalde in het eerste lid moet worden voldaan.

G

Artikel 4 bis wordt vervangen door:

Artikel 4a

Bij algemene maatregel van rijksbestuur worden voorschriften vastgesteld omtrent routering van schepen.

H

Artikel 5 wordt vervangen door:

Artikel 5

  • 1. Onze Minister kan voor schepen van een bepaalde categorie vrijstelling verlenen van één of meer van de bij of krachtens artikel 3a, eerste lid, of artikel 4 gestelde eisen, zonodig onder het geven van voorschriften en beperkingen, mits zulks zonder gevaar voor deze categorie schepen of hun opvarenden mogelijk is. Een vrijstellingsregeling wordt bekend gemaakt in de Staatscourant, in de Curaçaosche Courant en in het Afkondigingsblad van Aruba.

  • 2. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie is bevoegd om in bijzondere gevallen voor een individueel schip, zonodig onder het geven van voorschriften en beperkingen, een ontheffing te verlenen van de bij of krachtens artikel 3a, eerste lid, of artikel 4 gestelde eisen. Een ontheffing kan door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie worden gewijzigd of ingetrokken.

I

Artikel 6 wordt vervangen door:

Artikel 6

  • 1. Certificaten worden afgegeven door of namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. In bijzondere gevallen kan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie aan buitenlandse autoriteiten verzoeken certificaten af te geven.

  • 2. De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie zijn belast met het verrichten van onderzoeken als bedoeld in artikel 3a, derde lid. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kan worden bepaald dat deze onderzoeken geheel of ten dele worden verricht door daartoe door Onze Minister aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen.

  • 3. Aan een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid kunnen voorschriften worden verbonden. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot aan een aanwijzing te verbinden voorschriften, alsmede met betrekking tot de schorsing en de intrekking van een aanwijzing.

  • 4. Onze Minister kan slechts door hem erkende natuurlijke personen of rechtspersonen aanwijzen. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van erkenning van deze natuurlijke personen of rechtspersonen, de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om voor erkenning in aanmerking te komen, en de intrekking van de erkenning indien niet meer aan deze voorwaarden wordt voldaan.

  • 5. Besluiten tot aanwijzing of erkenning van natuurlijke personen of rechtspersonen, besluiten tot schorsing van een aanwijzing, alsmede besluiten tot intrekking van een aanwijzing of erkenning, worden bekendgemaakt in de Staatscourant, in de Curaçaosche Courant en in de Landscourant van Aruba.

J

1. In artikel 7, eerste lid, wordt de aanduiding van de onderdelen b tot en met d gewijzigd in c tot en met e.

2. In artikel 7, eerste lid, wordt gevoegd een nieuw onderdeel b, luidende:

b. de tijdens de geldigheidsduur daarvan verplicht gestelde onderzoeken niet of niet tijdig hebben plaatsgevonden, behoudens in bij algemene maatregel van rijksbestuur omschreven bijzondere gevallen;

3. In artikel 7, eerste lid, wordt in onderdeel c het woord «wet» vervangen door: rijkswet.

4. Artikel 7, tweede lid, wordt vervangen door:

2. Bij algemene maatregel van rijksbestuur kan worden bepaald dat certificaten onder daarbij aangewezen omstandigheden bovendien vervallen, wanneer de eigenaar het schip aan zijn oorspronkelijke bestemming onttrekt.

K

1. In artikel 9, eerste lid, onder b, worden de woorden «alle uit artikel 4 voortvloeiende eischen te voldoen, een en ander met inachtneming van de dienaangaande bij en krachtens den in artikel 5 bedoelden algemeenen maatregel van bestuur gegeven voorschriften» vervangen door: alle krachtens de artikelen 3a, eerste lid, 4 en 11, tweede lid, gestelde eisen en voorschriften te voldoen.

2. In artikel 9, eerste lid, onder d, worden de woorden «blijkens de in artikel 3, eerste lid, bedoelde certificaten geoorloofd is» vervangen door: blijkens de afgegeven certificaten is toegestaan.

3. Artikel 9, eerste lid, onder g, wordt vervangen door:

g. zorg te dragen dat de voorschriften voor de radiowacht, alsmede die betreffende het waarschuwen omtrent de gevaren ter zee, worden nageleefd;.

4. In artikel 9, eerste lid, onder h, worden de woorden «in het scheepsdagboek, in het machinedagboek of in het radiodagboek» vervangen door: in het scheepsdagboek of in het machinedagboek.

5. Artikel 9, eerste lid, onder i, wordt vervangen door:

i. zorg te dragen dat de benodigde certificaten te allen tijde aan boord aanwezig zijn en dat schepelingen deze of afschriften daarvan steeds kunnen inzien;.

6. Artikel 9, tweede lid, wordt vervangen door:

  • 2. De kapitein is verplicht voor het behoorlijk bijhouden van de dagboeken zorg te dragen. Hij zal telkenmale na volbrachte reis, dan wel periodiek of na het verlaten van het schip, inzage geven aan en afschrift laten nemen door of namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie, terwijl hij voorts verplicht is steeds op eerste aanvrage inzage van de dagboeken te geven aan de in artikel 63 bedoelde ambtenaren. Hij is bovendien verplicht bij binnenkomst in een Nederlandse haven of een haven van de Nederlandse Antillen of van Aruba aan de Scheepvaartinspectie kennis te geven van de op de afgelopen reis voorgekomen averijen en ongevallen; het overleggen der dagboeken, onder verwijzing naar de aantekening omtrent de averij of het ongeval, wordt als zodanige kennisgeving beschouwd.

7. In artikel 9, vierde lid, worden de woorden «Bij algemene maatregel van bestuur» vervangen door: Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur.

L

1. Het opschrift «§ 2 Toezicht» boven artikel 10 wordt vervangen door: §2 Scheepvaartinspectie.

2. Artikel 10 wordt vervangen door:

Artikel 10

  • 1. Er is een Scheepvaartinspectie, die onder verantwoordelijkheid van Onze Minister belast is met:

    a. het uitoefenen van voortdurend toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften op het gebied van de scheepvaart, en de opsporing van de daarin strafbaar gestelde feiten, voor zover de dienst door de betreffende wettelijke voorschriften met de uitvoering van die taak is belast;

    b. de uitvoering van verdragen en wettelijke voorschriften op het gebied van de scheepvaart, voor zover dit uit de betreffende verdragen voortvloeit of bij wettelijk voorschrift aan de dienst is opgedragen;

    c. andere taken, bij of krachtens enige wettelijke regeling aan de dienst opgedragen.

  • 2. De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie worden benoemd overeenkomstig de in het Algemeen Rijksambtenarenreglement vervatte voorschriften alsmede voor zover het taken in de Nederlandse Antillen of in Aruba betreft bij Landsbesluit. Bij koninklijk besluit wordt één van hen als Hoofd van de Scheepvaartinspectie aangewezen. Onze Minister kan voor bepaalde werkzaamheden ambtenaren van andere diensttakken ter beschikking van de Scheepvaartinspectie stellen.

  • 3. Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze Ministers van de Nederlandse Antillen en Aruba wie het aangaat regels vast met betrekking tot de inrichting van de Scheepvaartinspectie en de wijze waarop de in dit artikel bedoelde ambtenaren de hun bij of krachtens deze rijkswet opgedragen taken uitoefenen. Deze regels worden bekendgemaakt in de Staatscourant, de Curaçaosche Courant en het Afkondigingsblad van Aruba.

M

1. Boven artikel 11 wordt het opschrift geplaatst: §3 Toezicht.

2. Artikel 11 wordt vervangen door:

Artikel 11

  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze rijkswet bepaalde zijn belast de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie.

  • 2. Onze Minister bepaalt dat en op welke wijze de ter plaatse bevoegde ambtenaar van de Scheepvaartinspectie in een bijzonder geval aanwijzingen kan geven ter bevordering van de goede naleving van het bij of krachtens deze rijkswet bepaalde.

N

In artikel 12 wordt het woord wet vervangen door: rijkswet

O

In artikel 13 wordt het woord wet vervangen door: rijkswet.

P

In artikel 15, eerste lid, worden de woorden «het bepaalde in artikel 4 of aan de voorschriften krachtens artikel 5 gesteld of gegeven» vervangen door: alle bij of krachtens de artikelen 3a, eerste lid, 4 of 11, tweede lid, bepaalde eisen en voorschriften.

Q

1. In artikel 16, tweede lid, onder a, worden de woorden «het bepaalde in artikel 4 of aan de voorschriften krachtens artikel 5 gesteld of gegeven» vervangen door: alle bij of krachtens de artikelen 3a, eerste lid, 4 of 11, tweede lid, bepaalde eisen en voorschriften.

2. In artikel 16, tweede lid, onder d, wordt de tweede volzin vervangen door: In de Nederlandse Antillen of in Aruba wordt deze beslissing door een aldaar daartoe aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie genomen.

3. Artikel 16, derde lid, wordt vervangen door:

  • 3. Indien schepelingen ten aanzien van hun schip redenen menen te hebben voor twijfel over de zeewaardigheid of de voldoende uitrusting van het schip, zijn zij gerechtigd zich te wenden tot de Scheepvaartinspectie.

4. Aan artikel 16 wordt een vijfde lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Zodra er geen reden is de aanhouding langer te laten voortduren en de mogelijk op grond van artikel 72, onder a, verschuldigde kosten zijn voldaan of de voldoening daarvan voldoende zeker is gesteld, wordt de aanhouding opgeheven.

R

1. Artikel 17, eerste lid, wordt vervangen door:

  • 1. De ambtenaar van de Scheepvaartinspectie die een schip heeft aangehouden, maakt het besluit tot aanhouding of tot opheffing van de aanhouding schriftelijk bekend aan de eigenaar en aan de kapitein van het schip en deelt dit besluit mede aan de betrokken ambtenaar van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane.

2. In artikel 17, tweede lid, vervallen de woorden «en laten de daar bedoelde waterschouten de aangehouden visschersvaartuigen niet vertrekken».

3. In artikel 17, derde lid, worden de woorden «geen geldig certificaat van deugdelijkheid» vervangen door: geen geldig certificaat waaruit de deugdelijkheid van het schip blijkt.

4. Het vierde, vijfde, zesde en zevende lid van artikel 17 vervallen.

S

1. Het opschrift boven artikel 18, luidende «§3 Beroep», wordt vervangen door: §4 Beroep.

2. In artikel 18, eerste lid, wordt na de woorden «in de Nederlandse Antillen» ingevoegd: of in Aruba, en worden de woorden «van de Commissie» vervangen door: van de in het betreffende land werkzame Commissie.

3. In artikel 18, derde lid, worden de woorden «de Commissie, bedoeld in artikel 26 bis» vervangen door: de betreffende Commissie, bedoeld in artikel 26 bis.

T

In artikel 19, tweede lid, vervallen de woorden «van Onzentwege» en «in twee exemplaren».

U

In artikel 21, tweede lid, worden de woorden «de Commissie, bedoeld in artikel 26 bis» vervangen door: een Commissie als bedoeld in artikel 26 bis.

V

In artikel 22 worden de woorden «algemene maatregel van bestuur» vervangen door: algemene maatregel van rijksbestuur.

W

Het opschrift van Hoofdstuk III wordt vervangen door: De Raad voor de Scheepvaart en de Commissies van Onderzoek in de Nederlandse Antillen en in Aruba.

X

Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt de derde volzin vervangen door de volzin: De voorzitter moet op grond van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het recht om de titel meester te voeren hebben verkregen.

2. In het derde lid worden in de eerste volzin de woorden «een districtshoofd of oud-districtshoofd en een schipper of oud-schipper van het Loodswezen» vervangen door de woorden «een registerloods of oud-registerloods», en vervallen in de tweede volzin de woorden «en het districtshoofd en de schipper van het Loodswezen» alsmede de woorden «of een rijksvaartuig betreft, dan wel het Loodswezen er nauw bij betrokken is».

3. In het vierde lid wordt de tweede volzin vervangen door de volzin: De plaatsvervangende voorzitters moeten op grond van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het recht om de titel meester te voeren hebben verkregen.

4. In het vijfde lid wordt de tweede volzin vervangen door de volzin: De secretaris en de plaatsvervangende secretaris moeten op grond van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het recht om de titel meester te voeren hebben verkregen.

5. Het achtste lid wordt vervangen door:

  • 8. Bij koninklijk besluit worden de werkkring en de bevoegdheden van de voorzitter, van de gewone en buitengewone leden, van de secretaris en van hun plaatsvervangers vastgesteld en worden de geldelijke schadeloosstellingen van de voorzitter, van de gewone en buitengewone leden en van hun plaatsvervangers geregeld, benevens de bezoldiging van de secretaris en de geldelijke schadeloosstelling van zijn plaatsvervanger.

Y

1. In artikel 26 bis, eerste lid, worden de woorden «door de Gouverneur» vervangen door: bij landsbesluit.

2. In artikel 26 bis worden de leden 2 tot en met 4 vernummerd tot 3 tot en met 5 en wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:

  • 2. In Aruba kan een Commissie van Onderzoek, gevestigd te Oranjestad, worden ingesteld en benoemd bij landsbesluit van Aruba.

3. In artikel 26 bis, derde lid, wordt het woord «dezer» vervangen door «van een», en wordt na het woord «Landsverordening» ingevoegd «van het betreffende land».

4. In artikel 26 bis, vierde lid, worden de woorden «De Commissie van Onderzoek heeft ten aanzien van schepen, varende met een zeebrief van de Nederlandse Antillen» vervangen door «De Commissie van Onderzoek in de Nederlandse Antillen heeft ten aanzien van schepen, varende met een zeebrief van de Nederlandse Antillen en de Commissie van Onderzoek in Aruba heeft ten aanzien van schepen, varende met een zeebrief van Aruba» en het woord «wet» door «rijkswet».

5. In artikel 26 bis, vijfde lid, wordt na de woorden «de Nederlandse Antillen» ingevoegd «of van Aruba», en wordt het woord «Commissie» vervangen door «Commissies».

Z

1. Het opschrift boven artikel 27, luidende «§1 Van het onderzoek», wordt vervangen door: §1 Het onderzoek.

2. In artikel 27, vierde lid, worden de woorden «de Commissie van Onderzoek» vervangen door: een Commissie van Onderzoek.

AA

1. In artikel 28, eerste lid, worden de woorden «der Nederlandse Antillen» vervangen door «van de Nederlandse Antillen of van Aruba», en worden de woorden «in de Nederlandse Antillen» vervangen door «in de Nederlandse Antillen of in Aruba».

2. In artikel 28, tweede lid, eerste volzin, worden de woorden «of artikel 450 van het Curaçaos Wetboek van Koophandel» vervangen door: , artikel 450 van het Wetboek van Koophandel voor de Nederlandse Antillen of artikel 450 van het Wetboek van Koophandel voor Aruba.

3. Artikel 28, tweede lid, derde volzin, wordt vervangen door: Betreft het een schip, varende met een zeebrief van de Nederlandse Antillen of van Aruba, dan worden de stukken aan de Scheepvaartinspectie in het betreffende land gezonden.

4. In artikel 28, derde lid, wordt de puntkomma vervangen door een punt en vervalt de rest van de zin.

BB

1. In artikel 29, eerste lid, derde volzin, worden de woorden «Betreft de scheepsramp een schip, varende met een zeebrief van de Nederlandse Antillen, dan treedt het districtshoofd aldaar namens het hoofd van de scheepvaartinspectie op» vervangen door: Betreft de scheepsramp een schip, varende met een zeebrief van de Nederlandse Antillen of van Aruba, dan treedt een aldaar daartoe aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie op.

2. In artikel 29, tweede lid, tweede volzin, wordt na de woorden «met een zeebrief van de Nederlandse Antillen» ingevoegd «of van Aruba», en worden de woorden «het districtshoofd in de Nederlandse Antillen» vervangen door «de Scheepvaartinspectie in het betreffende land».

CC

1. Artikel 30, eerste lid, wordt vervangen door:

  • 1. De artikelen 7, tweede lid, 8, 8a, 9, 10 11, 13, 14, 15, tweede en derde lid, 16, tweede en derde lid, 17, 19, 23, eerste lid, en 25 van de Wet op de Parlementaire Enquête zijn, voorzover zij niet afwijken van de voorgaande bepalingen van deze rijkswet, van toepassing op het onderzoek, in te stellen door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie of de door hem krachtens artikel 29, eerste lid, met het onderzoek belaste ambtenaren en door de Raad.

2. Artikel 30, vierde lid, wordt vervangen door:

  • 4. Ten aanzien van de Commissie van Onderzoek, bedoeld in artikel 26bis, en de aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie in de Nederlandse Antillen of in Aruba worden overeenkomstige regelen bij Landsverordening gesteld.

DD

In artikel 31 wordt na de woorden «de Nederlandse Antillen» ingevoegd: of tot Aruba.

EE

In artikel 32 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het eerste lid worden de woorden «Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie en namens hem het districtshoofd in de Nederlandse Antillen, de voorzitter van de Raad en» vervangen door: De Scheepvaartinspectie. De woorden «scheeps-, machine- en radiodagboeken» worden vervangen door: scheepsdagboeken, machinedagboeken. Toegevoegd wordt een tweede volzin, luidende: De personen tot wie een vordering wordt gericht tot overlegging van de genoemde bescheiden, zijn verplicht deze stukken binnen de gestelde termijn over te leggen in de staat waarin zij zich ten tijde van de vordering bevinden.

2. Het tweede lid wordt vervangen door:

  • 2. Verzuim van overlegging binnen de gestelde termijn wordt gelijkgesteld met een weigering gevolg te geven aan een vordering ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wet op de Parlementaire Enquête. De artikelen 10, 11, 15, eerste en derde lid, en 16, eerste en derde lid, van die wet zijn van toepassing.

3. In het derde lid worden de woorden «het districtshoofd in de Nederlandse Antillen en de Commissie van Onderzoek» vervangen door: de Scheepvaartinspectie in de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk in Aruba en de Commissies van Onderzoek.

FF

Artikel 39 wordt vervangen door:

Artikel 39

  • 1. De onbevoegdverklaarde is verplicht de in Nederland geldige diploma's van zijn vroegere bevoegdheid of – indien hij in het bezit is van een door een Nederlandse autoriteit afgegeven verklaring van geschiktheid en bekwaamheid als bedoeld in het Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst 1978, met Bijlage (Trb. 1981, 144) – deze verklaring onmiddellijk na de betekening van de uitspraak af te geven aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie.

  • 2. Wordt iemand onbevoegd verklaard om als kapitein maar niet tevens om als stuurman op te treden, dan zal hem, zo hij in het bezit is van een diploma of een verklaring als bedoeld in het eerste lid, desverlangd door Onze Minister, onderscheidenlijk de tot afgifte van de verklaring bevoegde autoriteit een diploma onderscheidenlijk een verklaring worden uitgereikt met de beperking dat de bevoegdheid om als kapitein op te treden is uitgesloten.

GG

1. Artikel 41, tweede lid, vervalt.

2. De aanduiding «1» voor het enige overblijvende lid van artikel 41 vervalt.

HH

In artikel 42, zesde lid, worden de woorden «de in artikel 26 bis bedoelde Commissie» vervangen door «een Commissie als bedoeld in artikel 26 bis», worden de woorden «de genoemde Commissie» vervangen door «de betrokken Commissie» en wordt na de woorden «van de Nederlandse Antillen» ingevoegd «of van Aruba».

II

1. Artikel 43, eerste tot en met vierde lid, worden vervangen door:

  • 1. De oproeping van getuigen, deskundigen en van betrokkenen geschiedt, tenzij de wet anders bepaalt of toelaat, door toezending van een gewone of aangetekende brief over de post.

  • 2. De termijn van oproeping van getuigen, deskundigen en van betrokkenen is, voor het geval zij in Nederland woonachtig zijn of verblijf houden, van twee vrije dagen. Is hun woonplaats elders of onbekend, dan stelt de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart die termijn vast.

  • 3. Betekening van oproepingen en van beslissingen van de Raad voor de Scheepvaart vindt plaats indien de voorzitter zulks noodzakelijk oordeelt.

  • 4. Betekening van oproepingen, van beslissingen en uitspraken van de Raad voor de Scheepvaart geschiedt door uitreiking van het stuk door de post of, in spoedeisende gevallen dan wel wanneer dit om andere reden wenselijk is, door een dienaar van de openbare macht of enige andere ambtenaar.

  • 5. Ingeval de persoon met de betekening belast noch de persoon aan wie een oproeping, beslissing of uitspraak moet worden betekend, noch iemand van diens huisgenoten aan diens woon- of verblijfplaats aantreft zal hij het afschrift terstond toezenden aan de secretaris van de Raad voor de Scheepvaart, die het afschrift als aangetekende brief zo spoedig mogelijk over de post aan de betrokkene zal toezenden.

2. Het vijfde lid van artikel 43 wordt vernummerd tot zesde lid.

3. In artikel 43, zesde lid, worden de woorden «algemene maatregel van bestuur» vervangen door: algemene maatregel van rijksbestuur.

JJ

In artikel 44 wordt het woord «wet» vervangen door: rijkswet.

KK

In artikel 45 worden de woorden «en door de Nederlandse Antillen, voorzover het gedaan wordt door de Commissie van Onderzoek, bedoeld in artikel 26 bis» vervangen door: en door de Nederlandse Antillen, onderscheidenlijk Aruba, voorzover het gedaan wordt door de in het betreffende land werkzame Commissie van Onderzoek, bedoeld in artikel 26 bis.

LL

1. Artikel 49, tweede lid, wordt vervangen door:

  • 2. De aanklacht moet, om ontvankelijk te zijn, bij het Hoofd van de Scheepvaartinspectie, bij de Raad voor de Scheepvaart of, indien het een klacht betreft van een zich in de Nederlandse Antillen of in Aruba bevindende persoon, dan wel tegen de kapitein van een schip, varende met een zeebrief van de Nederlandse Antillen of van Aruba, bij een aldaar aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie of de in het betreffende land werkzame Commissie van Onderzoek, zijn ingekomen binnen drie maanden na de dag, waarop de tot klacht gerechtigde kennis heeft verkregen van het gepleegde feit, met uitbreiding van die termijn tot drie weken na de dag van aankomst van het schip ter plaatse van bestemming hier te lande, respectievelijk in de Nederlandse Antillen of in Aruba of van aankomst hier te lande, respectievelijk in de Nederlandse Antillen of in Aruba van de aangeklaagde, indien deze zonder het schip terugkeert.

2. In artikel 49, vierde lid, worden de woorden «de Commissie van Onderzoek, bedoeld in artikel 26 bis» vervangen door: een Commissie van Onderzoek als bedoeld in artikel 26 bis.

MM

1. Het opschrift van Hoofdstuk VI komt te luiden:

HOOFDSTUK VI VERPLICHTINGEN EN STRAFBEPALINGEN.

2. Het opschrift van §1 van Hoofdstuk VI komt te luiden:

§1 Gebods- en verbodsbepalingen.

NN

De artikelen 52 tot en met 61 worden vervangen door de nieuwe artikelen 52 tot en met 59, luidende:

Artikel 52
  • 1. Het is de kapitein verboden een reis te ondernemen of voort te zetten zonder dat de vereiste geldige certificaten zijn afgegeven of – in het geval bedoeld in artikel 2bis – de vereiste geldige verklaring is afgegeven.

  • 2. Het is de kapitein verboden een reis te ondernemen of voort te zetten, terwijl één of meer van de vereiste certificaten ingevolge het bepaalde in artikel 7, derde lid, zijn ingetrokken.

  • 3. Het is de kapitein verboden te handelen in strijd met de voorschriften en beperkingen, krachtens artikel 2bis of 3, tweede lid, verbonden aan een verklaring onderscheidenlijk een certificaat.

Artikel 53

De eigenaar of de kapitein is verplicht de vereiste geldige certificaten of – in het geval bedoeld in artikel 2bis – de vereiste geldige verklaring op eerste aanvraag te tonen aan de in artikel 63 bedoelde ambtenaren.

Artikel 54

Het is de kapitein verboden met een schip een reis te ondernemen of voort te zetten, indien en zolang het op grond van artikel 16, eerste, tweede of vierde lid, door een ambtenaar van de scheepvaartinspectie is aangehouden of zolang door de betrokken ambtenaren der invoerrechten en accijnzen geen expeditie is verleend.

Artikel 55

Het is de eigenaar van een schip verboden de kapitein van dat schip door een der in artikel 47, eerste lid, 2°, van het Wetboek van Strafrecht vermelde middelen of – indien het een schip betreft, varende met een zeebrief van de Nederlandse Antillen of van Aruba – door een der middelen, vermeld in artikel 49, eerste lid, 2°, van het Wetboek van Strafrecht voor de Nederlandse Antillen, onderscheidenlijk door een der middelen, vermeld in artikel 49, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafrecht voor Aruba, opzettelijk te bewegen ten aanzien van dat schip in strijd te handelen met het bepaalde in artikel 9, derde lid, 52 of 54.

§2 Strafbare feiten

Artikel 56
  • 1. Gedragingen in strijd met de artikelen 4, eerste lid, 9, eerste, tweede en derde lid, 28, vierde lid, 32, eerste lid, tweede volzin, 39, eerste lid, 52, 53, 54 en 55 zijn strafbare feiten.

  • 2. Gedragingen in strijd met de artikelen 9, derde lid, en 52, eerste en derde lid, zijn misdrijven voor zover zij opzettelijk zijn begaan en overigens overtredingen. Gedragingen in strijd met de artikelen 52, tweede lid, 54 en 55 zijn misdrijven. Gedragingen in strijd met de overige in het eerste lid genoemde artikelen zijn overtredingen.

  • 3. Niet strafbaar is hij die aan de in artikel 53 vermelde aanvraag geen gevolg geeft, omdat hij het bedoelde document nog niet heeft kunnen verkrijgen.

Artikel 57
  • 1. De in artikel 56, tweede lid, bedoelde misdrijven worden, behoudens de gedragingen in strijd met artikel 55, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van ten hoogste vijfentwintigduizend gulden. Gedragingen in strijd met artikel 55 worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van ten hoogste vijfentwintigduizend gulden.

  • 2. De in artikel 56, tweede lid, bedoelde overtredingen worden, behoudens de gedragingen in strijd met artikel 39, eerste lid, gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of geldboete van ten hoogste tienduizend gulden. Gedragingen in strijd met artikel 39, eerste lid, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden.

Artikel 58

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt, voor zover die overtreding uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt, gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of geldboete van ten hoogste tienduizend gulden.

Artikel 59

De in dit hoofdstuk gestelde geldboeten worden voorzover zij door de strafrechter in de Nederlandse Antillen of in Aruba worden opgelegd, geacht te luiden in het betaalmiddel van de Nederlandse Antillen dan wel van Aruba.

OO

In artikel 62 worden de woorden «de artikelen 53 en 55» vervangen door: artikel 55.

PP

1. In artikel 63, eerste en tweede lid, wordt na «de Nederlandse Antillen» ingevoegd: of in Aruba.

2. In artikel 63, eerste lid, wordt het woord «wet» vervangen door «rijkswet» en vervallen de woorden «de ambtenaren van Rijks- en Gemeentepolitie,».

3. In artikel 63, vierde lid, wordt het woord «wet» vervangen door: rijkswet.

QQ

Artikel 64 wordt vervangen door:

Artikel 64

Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze rijkswet en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

RR

1. De artikelen 65, 66 en 66ter vervallen.

2. Artikel 66 bis wordt genummerd 65.

3. In artikel 65 wordt het woord «wet» telkens vervangen door: rijkswet.

SS

1. In artikel 67, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, wordt het woord «wet» telkens vervangen door: rijkswet.

2. In artikel 67, eerste lid, aanhef, worden de woorden «in Nederland of in de Nederlandse Antillen» vervangen door: in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba.

3. In artikel 67, derde lid, onder a, worden de woorden «16, tweede lid,» vervangen door «16, tweede en vijfde lid» en de woorden «17, eerste, tweede en vierde tot en met zesde lid;» door «17, eerste en tweede lid;».

4. In artikel 67, derde lid, onder b, worden de woorden «paragraaf 3» vervangen door: paragraaf 4.

5. In artikel 67, derde lid, onder c, worden de woorden «de artikelen 52, eerste en tweede lid, 53, 54 en 55» vervangen door: de artikelen 52, eerste en tweede lid, 53 en 55.

6. In artikel 67, vierde en vijfde lid, worden de woorden «algemene maatregel van bestuur» vervangen door: algemene maatregel van rijksbestuur.

TT

1. In artikel 69, eerste lid, wordt in de aanhef het woord «wet» vervangen door «rijkswet» en worden onder a de woorden «in Nederland of in de Nederlandse Antillen» vervangen door «in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba».

2. Artikel 69, tweede lid, onder a, wordt vervangen door:

a. de artikelen 16, tweede lid, onder b, c en d, vijfde lid, 17, eerste en tweede lid, en 68.

3. In artikel 69, tweede lid, onder b, worden de woorden «de artikelen 52, eerste en tweede lid, 53, 54 en 55» vervangen door: de artikelen 52, eerste en tweede lid, 53 en 55.

4. In artikel 69, vierde lid, worden de woorden «voordat het gebrek is verholpen» vervangen door: totdat zulks op grond van artikel 16, vijfde lid, dient te geschieden.

5. Artikel 69, vijfde lid, wordt vervangen door:

Deelt deze persoon de ongunstige mening van de ambtenaar niet, dan kan tegen de aanhouding beroep worden ingesteld, overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk II, §4.

UU

Na artikel 69 wordt ingevoegd artikel 69a, luidende:

Artikel 69a

De toepasselijkheid van de artikelen 67 tot en met 69 op schepen van vreemde nationaliteit die in eigendom of in dienst zijn van een staat, en die worden gebruikt voor andere dan handelsdoeleinden, wordt beperkt door de regels van het volkenrecht.

VV

In artikel 70, eerste lid, wordt het woord «wet» vervangen door «rijkswet» en worden de woorden «van de Nederlandse Antillen of in een haven van dat Rijksdeel» vervangen door «van de Nederlandse Antillen of van Aruba of in een haven van een van beide landen».

WW

Artikel 71 vervalt.

XX

Artikel 72 wordt vervangen door:

Artikel 72

  • 1. Onze Minister stelt de tarieven vast voor de vergoedingen, verschuldigd door degenen ten behoeve van wie werkzaamheden of diensten door de ambtenaren van het betrokken land van het Koninkrijk zijn verricht.

  • 2. Een tariefregeling wordt bekendgemaakt in de Staatscourant, in de Curaçaosche Courant en in het Afkondigingsblad van Aruba.

YY

Artikel 73 vervalt.

ZZ

Artikel 74 vervalt.

AAA

In artikel 75 wordt het woord «wet» vervangen door: rijkswet.

BBB

Artikel 76 vervalt.

ARTIKEL II

De Zee- en luchtvaartverzekeringswet 1939 (Stb. 637)2 wordt gewijzigd als volgt:

A

1. In artikel 1 vervallen de subonderdelen d, e en f.

2. Ingevoegd worden twee nieuwe subonderdelen d en e, luidende als volgt:

d. Nederlands-Antilliaanse zeeschepen op grond van artikel 2 van het Nederlands-Antilliaans Zeebrievenbesluit;

e. Arubaanse schepen op grond van de artikelen 3 en 5 van het Curaçaosche Zeebrievenbesluit 1933;.

3. De aanduiding van de subonderdelen g, h en i, wordt gewijzigd in: f, g en h.

B

In artikel 2, tweede lid, wordt onderdeel a vervangen door:

a. Nederlandse, Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zeeschepen.

C

In artikel 4, eerste lid, wordt de aanhef tot en met de zinsnede «zeeschepen of luchtvaartuigen» vervangen door: Indien Nederlandse, Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse belanghebbenden bij Nederlandse, Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse zeeschepen of luchtvaartuigen.

D

In artikel 6 wordt «Nederlandsch-Indië, Suriname en Curaçao» vervangen door: de Nederlandse Antillen en Aruba.

E

Artikel 7 vervalt.

F

In artikel 9, tweede lid, wordt de eerste volzin vervangen door: Het besluit wordt geplaatst in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba.

ARTIKEL III

De Rijkswet Vaarplicht (Stb. 1972, 415)3 wordt gewijzigd als volgt:

A

1. In artikel 1, onderdeel c, worden het tweede en derde subonderdeel vervangen door:

2°. een Nederlands-Antilliaans zeeschip op grond van artikel 2 van het Nederlands-Antilliaans Zeebrievenbesluit.

3°. een Arubaans zeeschip op grond van de artikelen 3 en 5 van het Curaçaosche Zeebrievenbesluit 1933;.

2. In artikel 1, onderdeel c, worden in het vierde subonderdeel de woorden «Suriname of de Nederlandse Antillen» vervangen door: de Nederlandse Antillen of Aruba.

B

In artikel 8, tweede lid, worden de woorden «het Gouvernementsblad van Suriname en het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen» vervangen door: het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en het Afkondigingsblad van Aruba.

ARTIKEL IV

Deze Rijkswet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

ARTIKEL V

De tekst van de Schepenwet wordt in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 12 april 1995

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink

Uitgegeven de dertiende juni 1995

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager


XNoot
1

Stb. 1932, 86, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 november 1993, Stb. 574.

XNoot
2

Stb. 1939, 637, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 december 1990, Stb. 593.

XNoot
3

Stb. 1972, 415, gewijzigd bij de wet van 5 december 1990, Stb. 593.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1992/93, 1993/94, 1994/95, 23 237(R1476).

Handelingen II 1994/95, blz. 3359.

Kamerstukken I 1994/95, 23 237 (R1476) (231, 231a).

Handelingen I 1994/95, blz. 1067.