Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatsblad 1995, 283Beschikking

Beschikking van de Minister van Justitie van 24 mei 1995, houdende plaatsing in het Staatsblad van de vernummerde tekst van de wet van 26 januari 1995, Stb. 71 tot vaststelling en invoering van titel 15 (Het luchtvaartuig) van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek

De Minister van Justitie,

Gelet op artikel XV van de Wet van 26 januari 1995, Stb. 71;

Besluit:

de vernummerde tekst van de wet van 26 januari 1995, Stb. 71 tot vaststelling en invoering van titel 15 (Het luchtvaartuig) van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, in het Staatsblad te plaatsen als bijlage bij deze beschikking.

's-Gravenhage, 24 mei 1995

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Uitgegeven de eerste juni 1995

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

ARTIKEL I

In Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek wordt na Titel 13 de volgende titel ingevoegd:

V. Luchtrecht

TITEL 15. HET LUCHTVAARTUIG

AFDELlNG 1. RECHTEN OP LUCHTVAARTUlGEN
Artikel 1300

In deze titel wordt verstaan onder:

a. het Verdrag van Genève: het op 19 juni 1948 te Genève tot stand gekomen Verdrag betreffende de internationale erkenning van rechten op luchtvaartuigen (Trb. 1952, 86);

b. Verdragsstaat: een staat waarvoor het Verdrag van Genève van kracht is;

c. het register: het register, bedoeld in artikel 1302;

d. verdragsregister: een buiten Nederland gehouden register als bedoeld in artikel l, eerste lid, onder ii, van het Verdrag van Genève;

e. de openbare registers: de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3.

Artikel 1301

De in deze afdeling aan de eigenaar opgelegde verplichtingen rusten, indien het luchtvaartuig toebehoort aan meer personen, aan een vennootschap onder firma, aan een commanditaire vennootschap of aan een rechtspersoon, mede op iedere mede-eigenaar, beherende vennoot of bestuurder.

Artikel 1302

Er wordt een afzonderlijk openbaar register gehouden voor de teboekstelling van luchtvaartuigen, dat deel uitmaakt van de openbare registers.

Artikel 1303
  • 1. Teboekstelling is slechts mogelijk indien

    a. het luchtvaartuig een Nederlands luchtvaartuig is in de zin der Luchtvaartwet, en

    b. het luchtvaartuig ten minste een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld gewicht heeft.

  • 2. Teboekstelling is niet mogelijk van een luchtvaartuig dat reeds teboekstaat in het register, in een verdragsregister of in enig soortgelijk buitenlands register.

  • 3. ln afwijking van het tweede lid is teboekstelling van een in een verdragsregister of in enig soortgelijk register teboekstaand luchtvaartuig mogelijk, wanneer de eigenaar de eigendom van het luchtvaartuig heeft verkregen door toewijzing na een executie, welke in Nederland heeft plaatsgevonden.

  • 4. De teboekstelling wordt verzocht door de eigenaar van het luchtvaartuig. Hij moet daarbij ter inschrijving overleggen een door hem ondertekende verklaring, dat naar zijn beste weten het luchtvaartuig voor teboekstelling vatbaar is. Deze verklaring behoeft de goedkeuring van de rechter.

  • 5. De teboekstelling in het register heeft geen rechtsgevolg, wanneer aan de vereisten van de voorgaande leden van dit artikel niet is voldaan.

  • 6. Bij het verzoek tot teboekstelling wordt woonplaats gekozen in Nederland. Deze woonplaats wordt in het verzoek tot teboekstelling vermeld en kan door een andere in Nederland gelegen woonplaats worden vervangen.

Artikel 1304
  • 1. De teboekstelling wordt slechts doorgehaald

    a. op verzoek van degene die in de openbare registers als eigenaar vermeld staat;

    b. op aangifte van de eigenaar of ambtshalve

    1°. als het luchtvaartuig heeft opgehouden als zodanig te bestaan;

    2°. als van het luchtvaartuig gedurende twee maanden na het laatste vertrek geen tijding is ontvangen, zonder dat dit aan een algemene storing in de berichtgeving kan worden geweten;

    3°. als het luchtvaartuig niet of niet meer de hoedanigheid van Nederlands luchtvaartuig heeft;

    4°. als het luchtvaartuig, na een executie in een Verdragsstaat buiten Nederland, welke plaatsvond overeenkomstig het Verdrag van Genève, in een verdragsregister teboekstaat.

  • 2. ln de in het eerste lid, onder b, genoemde gevallen is de eigenaar van het luchtvaartuig tot het doen van aangifte verplicht binnen drie maanden nadat de reden tot doorhaling zich heeft voorgedaan.

  • 3. Wanneer ten aanzien van het luchtvaartuig inschrijvingen of voorlopige aantekeningen ten gunste van derden bestaan, geschiedt, behalve in het geval, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, onder 4°, doorhaling slechts wanneer geen dezer derden zich daartegen verzet.

  • 4. Doorhaling geschiedt slechts na op verzoek van de meest gerede partij verleende machtiging van de rechter.

Artikel 1305

De enige zakelijke rechten waarvan een in het register teboekstaand luchtvaartuig het voorwerp kan zijn, zijn de eigendom, de hypotheek en de zakelijke rechten, bedoeld in de artikelen 1308 en 1309.

Artikel 1306
  • 1. Een in het register teboekstaand luchtvaartuig is een registergoed.

  • 2. Bij de toepassing van artikel 301 van Boek 3 ter zake van akten die op de voet van artikel 89, eerste en vierde lid, van Boek 3 zijn bestemd voor de levering van zodanig luchtvaartuig, kan de in het eerstgenoemde artikel bedoelde uitspraak van de Nederlandse rechter niet worden ingeschreven, zolang zij niet in kracht van gewijsde is gegaan.

Artikel 1307

Eigendom en hypotheek op een teboekstaand luchtvaartuig worden door een bezitter te goeder trouw verkregen door een onafgebroken bezit van vijf jaren.

Artikel 1308

Op een teboekstaand luchtvaartuig kan een zakelijk recht worden gevestigd, bestaande in het recht van de houder van het luchtvaartuig om na betaling van een zeker bedrag of na vervulling van enige andere voorwaarde de eigendom daarvan krachtens een door hem reeds gesloten of nog te sluiten koopovereenkomst te verkrijgen. ln de notariële akte bestemd voor de vestiging van dit recht, wordt duidelijk het aan dit recht onderworpen luchtvaartuig vermeld.

Artikel 1309
  • 1. Op een teboekstaand luchtvaartuig kan een zakelijk recht worden gevestigd, bestaande in het recht van de houder tot gebruik van het luchtvaartuig uit een huurovereenkomst die voor ten minste zes maanden is gesloten. ln de notariële akte bestemd voor de vestiging van dit recht, wordt duidelijk het aan dit recht onderworpen luchtvaartuig vermeld.

  • 2. De huurovereenkomst geldt als titel voor de vestiging. lndien de huurovereenkomst in een notariële akte is neergelegd, die aan de eisen voor een akte van levering voldoet, geldt deze akte als akte van levering.

  • 3. Op een huurovereenkomst ter zake van een teboekstaand luchtvaartuig is artikel 1612 van Boek 7A niet van toepassing.

Artikel 1310

Onverminderd het bepaalde in artikel 260, eerste lid, van Boek 3 wordt in de notariële akte waarbij hypotheek wordt verleend op een teboekstaand luchtvaartuig, duidelijk het aan de hypotheek onderworpen luchtvaartuig vermeld.

Artikel 1311

De door hypotheek gedekte vordering neemt rang na de vorderingen, genoemd in de artikelen 1315 en 1317, doch vóór alle andere vorderingen waaraan bij deze of enige andere wet een voorrecht is toegekend.

Artikel 1312

Indien de vordering rente draagt, strekt de hypotheek mede tot zekerheid voor de renten der hoofdsom, vervallen gedurende de laatste drie jaren voorafgaand aan het begin van de uitwinning en gedurende de loop hiervan. Artikel 263 van Boek 3 is niet van toepassing.

Artikel 1313

Op hypotheek op een aandeel in een teboekstaand luchtvaartuig is artikel 177 van Boek 3 niet van toepassing; de hypotheek blijft na vervreemding of toedeling van het luchtvaartuig in stand.

Artikel 1314

Op een hypotheek op een teboekstaand luchtvaartuig zijn de artikelen 234, 261, 264, 265, 266 en 268–273 van Boek 3 en de artikelen 544–548 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet van toepassing.

AFDELlNG 2. VOORRECHTEN OP LUCHTVAARTUlGEN
Artikel 1315

In geval van uitwinning van een luchtvaartuig dat teboekstaat in het register of in een verdragsregister, worden de kosten van uitwinning, de kosten van bewaking tijdens deze uitwinning, de kosten na het beslag gemaakt tot behoud van het luchtvaartuig, daaronder begrepen de kosten van herstellingen die onontbeerlijk waren voor het behoud daarvan, alle andere kosten in het belang van de schuldeisers gemaakt tijdens de executie, alsmede de kosten van de gerechtelijke rangregeling en verdeling van de opbrengst onder de schuldeisers uit de opbrengst van de verkoop voldaan boven alle andere vorderingen waaraan bij deze of enige andere wet een voorrecht is toegekend.

Artikel 1316

Artikel 292 van Boek 3 en artikel 60, tweede lid, eerste zin, derde lid en vierde lid, van de Faillissementswet zijn niet van toepassing op luchtvaartuigen die teboekstaan in het register of in een verdragsregister.

Artikel 1317
  • 1. Boven alle andere vorderingen waaraan bij deze of enige andere wet een voorrecht is toegekend zijn, behoudens artikel 1315, op een luchtvaartuig dat op het tijdstip van het ontstaan van de hierna genoemde vorderingen teboekstaat in het register of in een verdragsregister, bevoorrecht:

    a. de vorderingen tot betaling van hulploon voor aan het luchtvaartuig verleende hulp;

    b. de vorderingen tot betaling van buitengewone kosten, noodzakelijk voor het behoud van het luchtvaartuig.

  • 2. Het eerste lid geldt slechts indien de hulp of de handeling tot behoud is beëindigd in Nederland of in een Verdragsstaat welks wetgeving aan de vorderingen, ontstaan vanwege deze handelingen, een voorrecht met zaaksgevolg toekent.

  • 3. Artikel 284 van Boek 3 is niet van toepassing.

Artikel 1318

De bevoorrechte vorderingen, genoemd in artikel 1317, nemen onderling rang naar de omgekeerde volgorde van de tijdstippen waarop de gebeurtenissen plaatsvonden, waardoor zij ontstonden.

Artikel 1319

De schuldeiser die een voorrecht heeft op grond van artikel 1317, vervolgt zijn recht op het luchtvaartuig, in wiens handen dit zich ook bevinde.

Artikel 1320
  • 1. De krachtens deze afdeling op een luchtvaartuig verleende voorrechten gaan teniet door verloop van drie maanden, tenzij binnen die termijn het voorrecht is ingeschreven in de openbare registers of het verdragsregister waarin het luchtvaartuig teboekstaat, en bovendien het bedrag der vordering in der minne is vastgesteld dan wel langs gerechtelijke weg erkenning van het voorrecht en deszelfs omvang is gevorderd.

  • 2. ln geval van executoriale verkoop gaan de voorrechten mede teniet op het tijdstip waarop het proces-verbaal van verdeling wordt gesloten.

  • 3. De in het eerste lid genoemde termijn begint met de aanvang van de dag volgende op die, waarop de hulpverlening of de handeling tot behoud waardoor de vordering is ontstaan, is beëindigd.

  • 4. Voorrechten als bedoeld in artikel 1317 kunnen worden ingeschreven in de openbare registers. Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 is niet van toepassing.

AFDELlNG 3. SLOTBEPALlNG
Artikel 1321

Behoeven de in deze titel geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling, dan geschiedt dit bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, onverminderd de bevoegdheid tot regeling krachtens de Kadasterwet.

ARTIKEL II

In het Burgerlijk Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

In artikel 1576, vierde lid, onder d, van Boek 7A worden de woorden «de Wet teboekgestelde Luchtvaartuigen.» vervangen door: titel 15 van Boek 8.

B

Na artikel 3 van Boek 8 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3a

  • 1. ln dit wetboek worden onder luchtvaartuigen verstaan toestellen die in de dampkring kunnen worden gehouden ten gevolge van krachten die de lucht daarop uitoefent, met uitzondering van toestellen die blijkens hun constructie bestemd zijn zich te verplaatsen op een luchtkussen, dat wordt in stand gehouden tussen het toestel en het oppervlak der aarde.

  • 2. Het casco, de motoren, de luchtschroeven, de radiotoestellen en alle andere voorwerpen bestemd voor gebruik in of aan het toestel, onverschillig of zij daarin of daaraan zijn aangebracht dan wel tijdelijk ervan zijn gescheiden, zijn bestanddeel van het luchtvaartuig.

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen zaken die geen luchtvaartuigen zijn, voor de toepassing van bepalingen van dit wetboek als luchtvaartuig worden aangewezen, dan wel bepalingen van dit wetboek niet van toepassing worden verklaard op zaken die luchtvaartuigen zijn.

C

In artikel 195, eerste lid, onder a, van Boek 8 worden de woorden «in het register» vervangen door: in de openbare registers.

D

In artikel 206 van Boek 8 worden de woorden «toedeling van het aandeel» vervangen door: toedeling van het schip.

E

In artikel 220 van Boek 8 worden de woorden «de Wet teboekgestelde Luchtvaartuigen.» vervangen door: titel 15.

F

In artikel 786, eerste lid, onder a, van Boek 8 worden de woorden «in het register» vervangen door: in de openbare registers.

G

In artikeI 796 van Boek 8 worden de woorden «toedeling van het aandeel» vervangen door: toedeling van het schip.

H

In artikel 830 van Boek 8 worden de woorden «de Wet teboekgestelde Luchtvaartuigen.» vervangen door: titel 15.

ARTIKEL III

Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 389ter wordt vervangen door:

Artikel 389ter

Hij die ter voldoening aan het voorschrift van het vierde lid van artikel 194, van het vijfde lid van artikel 784, van het eerste lid onder a ten derde van artikel 786 of van het vierde lid van artikel 1303 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek een schriftelijke verklaring overlegt van welke hij weet dat de inhoud in strijd is met de waarheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

B

In artikel 447a worden de woorden «artikel 4, eerste lid, onder c van de Wet teboekgestelde Luchtvaartuigen, of aan enige verplichting, opgelegd in een algemene maatregel van bestuur uitgevaardigd krachtens artikel 2 van die Wet.» vervangen door: artikel 1304, tweede lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, of aan enige verplichting, opgelegd in een algemene maatregel van bestuur, uitgevaardigd krachtens artikel 1321 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.

ARTIKEL IV

Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 4, onder 11°, wordt ingevoegd:

11a°. Ten aanzien van de eigenaar van een luchtvaartuig dat in het in artikel 1302 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek genoemde register teboekstaat, indien het exploit het luchtvaartuig dan wel een in of krachtens Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek geregeld onderwerp betreft, aan de in artikel 1303, zesde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek genoemde woonplaats.

B

Artikel 584a wordt vervangen door:

Artikel 584a

  • 1. De in artikel 1300 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen begripsomschrijvingen gelden ook voor de onderhavige afdeling.

  • 2. ln deze afdeling wordt voorts verstaan onder:

    a. het Verdrag van Chicago: het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Stb. 1947, H 165);

    b. nationaliteitsregister: een register als bedoeld in artikel 17 van het Verdrag van Chicago.

C

In artikel 584p, eerste lid, worden de woorden «de artikelen 8 en 9 van de Wet teboekgestelde Luchtvaartuigen» vervangen door: de artikelen 1308 en 1309 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.

D

Artikel 624 wordt vervangen door:

Artikel 624

  • 1. Bevoegd tot kennisneming van verzoeken tot goedkeuring als bedoeld in artikel 1303, vierde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek en tot machtiging tot doorhaling als bedoeld in de artikelen 195, 786 of 1304 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek zijn de rechtbank van de woonplaats, bedoeld in de artikelen 194, zesde lid, 784, zevende lid, of 1303, zesde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede de rechtbank van de plaats waar het in de artikelen 193, 783 of 1302 van Boek 8 van dat Wetboek genoemde register wordt gehouden.

  • 2. Machtiging wordt slechts verleend na verhoor of behoorlijke oproeping van degenen van wier recht of beslag uit een inschrijving blijkt of te wier gunste voorlopige aantekeningen bestaan. Deze machtiging wordt door de griffier der rechtbank op het verzoekschrift aangetekend.

  • 3. De tussenkomst van een procureur is niet vereist bij de verzoeken, bedoeld in de artikelen 1303, vierde lid, of 1304, vierde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.

E

In artikeI 729 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. ln het eerste lid worden de woorden «artikel 2 van de Wet teboekgestelde Luchtvaartuigen» vervangen door: artikel 1302 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.

2. Het tweede lid wordt vervangen door:

  • 2. De in artikel 1300 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen begripsomschrijvingen gelden ook voor de onderhavige afdeling.

ARTIKEL V

In de Faillissementswet worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

Na artikeI 59 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 59a

  • 1. De artikelen 57–59 zijn niet van toepassing wanneer de hypotheek rust op een luchtvaartuig dat teboekstaat in het register, bedoeld in artikel 1302 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, of in een verdragsregister als bedoeld in artikel 1300 onder d van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 2. Hypotheekhouders wier rechten rusten op luchtvaartuigen als bedoeld in het vorige lid, en andere schuldeisers die op grond van artikel 1317 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek een voorrecht op het luchtvaartuig hebben, kunnen hun recht uitoefenen, alsof er geen faillissement was. Artikel 57, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 3. De curator kan deze schuldeisers een redelijke termijn stellen om tot uitoefening van hun rechten overeenkomstig het vorige lid over te gaan. Heeft de schuldeiser het luchtvaartuig niet binnen deze termijn verkocht, dan kan de curator het luchtvaartuig verkopen. De rechter-commissaris is bevoegd de termijn op verzoek van de schuldeiser een of meer malen te verlengen.

  • 4. Op verkoop door de curator zijn de artikelen 584d en 584f–584q van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de curator wordt aangemerkt als beslaglegger uit hoofde van een vordering die niet van enige voorrang is voorzien, en dat met het vonnis van faillietverklaring wordt gehandeld als voorgeschreven voor het proces-verbaal van beslag.

  • 5. De rechter-commissaris in het faillissement kan in dat geval bepalen dat een door hem vast te stellen gedeelte van de algemene faillissementskosten als kosten van de executie in de zin van artikel 584n van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal gelden.

  • 6. De curator kan het luchtvaartuig tot op het tijdstip van de verkoop lossen tegen voldoening van het daarop verschuldigde, alsmede van de reeds gemaakte kosten van executie.

  • 7. Artikel 59 is van overeenkomstige toepassing.

B

In artikel 67 wordt de volgende wijziging aangebracht:

In het tweede lid worden de woorden «de artikelen 21, 2°. en 4°., 34, 58, eerste lid, 60, derde lid,» vervangen door: de artikelen 21, 2°. en 4°., 34, 58, eerste lid, 59a, derde lid, 60, derde lid,.

C

In artikel 182 wordt de volgende wijziging aangebracht:

In het tweede lid worden de woorden «artikel 38 van de Wet teboekgestelde Luchtvaartuigen» vervangen door: artikel 59a.

ARTIKEL VI

In de Kadasterwet worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

Artikel 1, tweede lid, wordt vervangen door:

  • 2. De begripsomschrijvingen, opgenomen in de artikelen 1, 2, 3, eerste lid, 8 en 10 van Boek 3, de artikelen 1, 2, 3, 3a, 190 en 780 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede in artikel 312 van het Wetboek van Koophandel, gelden ook voor de onderhavige wet.

B

In artikel 24 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. ln het tweede lid, onder a, wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

5°. in geval van vestiging van een recht van hypotheek op een teboekstaand luchtvaartuig, bovendien: een duidelijke vermelding van het aan de hypotheek onderworpen luchtvaartuig;.

2. Het tweede lid, onder b, wordt vervangen door:

b. de wettelijke benaming van het recht, op de levering waarvan het ter inschrijving aangeboden stuk betrekking heeft of, ingeval dat recht geen wettelijke benaming heeft:

1°. de gangbare benaming, dan wel de vermelding dat het recht geen gangbare benaming heeft;

2°. de wetsbepaling volgens welke het recht kan worden gevestigd of een registergoed is;

3°. in geval van een recht als bedoeld in artikel 150, eerste lid, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek, de omschrijving van de inhoud van dat recht.

3. Het derde lid wordt vervangen door:

  • 3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van het proces-verbaal van toewijzing, bedoeld in de artikelen 525, eerste lid, en 584o, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, onverminderd hetgeen in ieder van de artikelen in het tweede lid is bepaald.

C

In artikel 32, vierde lid, worden telkens de woorden «artikel 19 van de Wet teboekgestelde Luchtvaartuigen» vervangen door: artikel 1320, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.

D

Artikel 92, tweede lid, onderdeel c, onder 2°, wordt vervangen door:

2°. voorrechten als bedoeld in artikel 1317 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;.

ARTIKEL VII

In de Wet van 18 maart 1993, Stb. 168, houdende enige bepalingen van internationaal privaatrecht met betrekking tot het zeerecht en het binnenvaartrecht, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

Het opschrift wordt vervangen door:

Wet van 18 maart 1993, houdende enige bepalingen van internationaal privaatrecht met betrekking tot het zeerecht, het binnenvaartrecht en het luchtrecht.

B

Artikel 8 wordt vernummerd tot artikel 9.

C

Na artikel 7 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 8

  • 1. De rechten, genoemd in het op 19 juni 1948 te Genève tot stand gekomen Verdrag betreffende de internationale erkenning van rechten op luchtvaartuigen (Trb. 1952, 86), worden erkend onder de voorwaarden en met de gevolgen in dat verdrag vermeld.

  • 2. Deze erkenning werkt niet ten nadele van een beslagleggende crediteur of van de koper ter executie, wanneer de vestiging of overdracht van bedoelde rechten geschiedde door de geëxecuteerde, terwijl hij kennis droeg van het beslag.

ARTIKEL VIII

De Wet op belastingen van rechtsverkeer wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 21, tweede lid, onderdelen c en d, wordt vervangen door:

c. schepen welke teboekstaan in het register, bedoeld in artikel 193 of artikel 783 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;

d. luchtvaartuigen welke teboekstaan in het register, bedoeld in artikel 1302 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;

ARTIKEL IX

Indien het bij koninklijke boodschap van 30 november 1992 ingediende voorstel van wet, houdende wijziging van het Burgerlijk Wetboek, de Faillissementswet en enige andere wetten in verband met de bevoorrechting van vorderingen, het verbinden van een bijzonder verhaalsrecht aan bepaalde vorderingen en de invoering van de mogelijkheid van een vereenvoudigde afwikkeling van faillissement (Kamerstukken ll 1992/93, 22 942), tot wet wordt verheven, wordt met ingang van het tijdstip waarop die wet in werking treedt, dan wel indien deze wet op een later tijdstip in werking treedt, met ingang van dat latere tijdstip, deze wet als volgt gewijzigd:

In artikel I wordt de volgende wijziging aangebracht:

In artikel 1317, derde lid, wordt «Artikel 284» vervangen door: Artikel 280 onder 2° en 6°.

ARTIKEL X

Indien het bij koninklijke boodschap van 30 november 1992 ingediende voorstel van wet, houdende wijziging van het Burgerlijk Wetboek, de Faillissementswet en enige andere wetten in verband met de bevoorrechting van vorderingen, het verbinden van een bijzonder verhaalsrecht aan bepaalde vorderingen en de invoering van de mogelijkheid van een vereenvoudigde afwikkeling van faillissement (Kamerstukken ll 1992/93, 22 942), tot wet wordt verheven, wordt met ingang van het tijdstip waarop die wet in werking treedt, dan wel indien deze wet op een later tijdstip in werking treedt, met ingang van dat latere tijdstip, het Burgerlijk Wetboek als volgt gewijzigd:

In Boek 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

In artikel 280 worden de woorden «en de afdelingen 4 en 5 van titel 8 van Boek 8, in de Zee- en Luchtvaartverzekeringswet 1939 en in de Wet teboekgestelde Luchtvaartuigen,» vervangen door: , de afdelingen 4 en 5 van titel 8 en afdeling 2 van titel 15 van Boek 8 en in de Zee- en Luchtvaartverzekeringswet 1939,.

B

In artikel 287, zesde lid, worden de woorden «artikel 1 onder 5 of 6 van de Wet teboekgestelde Luchtvaartuigen» vervangen door: artikel 1300 onder c of d van Boek 8.

ARTIKEL XI

Indien het bij koninklijke boodschap van 28 december 1992 ingediende voorstel van wet, houdende wijziging van de Faillissementswet in verband met de sanering van schulden van natuurlijke personen (Kamerstukken II 1992/93, 22 969), tot wet wordt verheven, wordt met ingang van het tijdstip waarop die wet in werking treedt, dan wel indien deze wet op een later tijdstip in werking treedt, met ingang van dat latere tijdstip, de Faillissementswet als volgt gewijzigd:

A

Artikel 299, derde lid, wordt vervangen door:

  • 3. De schuldsaneringsregeling werkt niet ten aanzien van vorderingen welke door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt, behoudens voor zover zij niet op die goederen verhaald kunnen worden.

    Het in de voorgaande volzin bepaalde is van overeenkomstige toepassing op schuldeisers die op grond van artikel 1317 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek een voorrecht hebben op een luchtvaartuig dat teboekstaat in het register, bedoeld in artikel 1302 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, of in een verdragsregister als bedoeld in artikel 1300 onder d van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. De artikelen 57 tot en met 60 zijn van overeenkomstige toepassing.

B

In artikel 315, tweede lid, wordt na «de artikelen 21, onder 4°, 34, 58, eerste lid,» ingevoegd: 59a, derde lid,.

C

In artikel 316, tweede lid, wordt na «de artikelen 37, 40, 58, tweede lid,» ingevoegd: 59a, zesde lid,.

ARTIKEL XII

De Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:

Aan artikel 258 wordt een derde lid toegevoegd, luidende:

  • 3. De verkrijging van een teboekstaand luchtvaartuig door verjaring, waarvan de termijn werd bepaald door de Wet teboekgestelde Luchtvaartuigen, blijft door die wet beheerst, indien de termijn vóór het in werking treden van titel 15 van Boek 8 is aangevangen.

ARTIKEL XIII

De inwerkingtreding van artikel 624, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals dat is vastgesteld bij deze wet, heeft geen gevolg voor de bevoegdheid van de rechter aan wie voordien de in artikel 3, vierde lid, van de Wet teboekgestelde Luchtvaartuigen bedoelde goedkeuring is gevraagd, dan wel aan wie voordien de in artikel 4, tweede lid, van de Wet teboekgestelde Luchtvaartuigen bedoelde machtiging is verzocht.

ARTIKEL XIV

De Wet teboekgestelde Luchtvaartuigen wordt ingetrokken.

ARTIKEL XV

  • 1. Onze Minister van Justitie stelt de nummering van de artikelen van de bij deze wet vastgestelde titel opnieuw vast en brengt de in de wet voorkomende aanhalingen van die artikelen met de nieuwe nummering in overeenstemming.

  • 2. Hij draagt er zorg voor dat de overeenkomstig het vorige lid bijgewerkte tekst van de wet in het Staatsblad wordt geplaatst.

ARTIKEL XVI

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.