Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatsblad 1995, 26 | AMvB |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatsblad 1995, 26 | AMvB |
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, mw. A. G. M. van de Vondervoort, van 3 oktober 1994, nr. F094/U1860, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Financiën;
Gelet op artikel 247, tweede lid, van de Provinciewet;
Gezien het advies van de provincies van 23 augustus 1994, 10355/94;
De Raad van State gehoord (advies van 7 november 1994, No. W04.94.0617);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, mw. A. G. M. van de Vondervoort, van 28 december 1994, nr. FO94/2552, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Financiën,
Hebben goedgevonden en verstaan:
De middelen in het Provinciefonds inzake het natuurbeleid worden in de uitkeringsjaren 1992 en 1993 als volgt verdeeld:
| Provincie | 1992 | 1993 |
|---|---|---|
| Groningen | f 1 170 855 | f 1 476 055 |
| Friesland | 1 775 791 | 2 293 991 |
| Drenthe | 1 286 057 | 1 595 757 |
| Overijssel | 2 491 113 | 3 149 213 |
| Gelderland | 2 730 168 | 3 383 868 |
| Utrecht | 1 430 303 | 1 795 903 |
| Noord-Holland | 1 270 024 | 1 547 924 |
| Zuid-Holland | 1 116 922 | 1 386 622 |
| Zeeland | 684 709 | 851 509 |
| Noord-Brabant | 2 026 971 | 2 615 171 |
| Limburg | 2 047 487 | 2 380 787 |
| Flevoland | 169 600 | 223 200 |
| Totaal | 18 200 000 | 22 700 000 |
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnootDe Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
A. G. M. van de Vondervoort
De Staatssecretaris van Financiën,
W. A. F. G. Vermeend
Uitgegeven de vierentwintigste januari 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Dit besluit vormt de juridische grondslag om voor de uitkeringsjaren 1992 en 1993 een deel van de uitkeringen uit het Provinciefonds te verdelen zonder gebruik te maken van de algemene verdeelmaatstaven die zijn aangegeven in artikel 240 van de Provinciewet. Het betreft de verdeling van de integratie-uitkering Natuurbeleidsplan.
Overheveling regelingen Natuurbeleidsplan, Regeling Onderhoudsovereenkomsten Landschapselementen en Regeling Aanwijzing Landschapselementen
Op 18 december 1990 is een Bestuursakkoord gesloten tussen het Rijk en het Interprovinciaal Overleg (IPO). Als uitvloeisel van dit akkoord heeft de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) op 9 april 1991 met de provincies een convenant gesloten over onder meer de uitvoering van het Natuurbeleidsplan (NBP).
Dit convenant liep vooruit op de Decentralisatie-impuls (DI), waarover in 1993 een akkoord is bereikt tussen het Rijk en het IPO. Bij het sluiten van het convenant NBP lag het namelijk in de bedoeling dat kort daarna een akkoord met het IPO zou worden gesloten over de toevoeging aan het Provinciefonds in verband met de DI. Met het bereiken van dat akkoord was echter meer tijd gemoeid dan aanvankelijk verwacht. Het voornemen de overheveling van het NBP en de DI in één besluit juridisch vorm te geven, kon daardoor niet worden uitgevoerd.
Als gevolg hiervan is voor de jaren 1992 en 1993 afzonderlijke juridische vastlegging nodig van de verdeling van de toevoeging aan het Provinciefonds van de middelen voor het NBP en de Regeling Onderhoudsovereenkomsten Landschapselementen/Regeling Aanwijzing Landschapselementen (ROL/RAL).
In relatie tot de begrotingen van het Provinciefonds voor de jaren 1992 en 1993 zijn de volgende afspraken in het convenant over het NBP van belang:
1. Met ingang van 1992 wordt een aantal bestaande specifieke uitkeringen op het gebied van het natuurbeleid naar het Provinciefonds overgeheveld. Voor de uitvoering van het NBP is voor de jaren 1992 en 1993 een overheveling van respectievelijk f 13,1 miljoen en f 18,1 miljoen naar het Provinciefonds opgenomen. De verdeling van de bedragen over de provincies vindt plaats volgens de verdeelsleutels die zijn opgenomen in de bijlage bij het convenant.
2. De taken in het kader van de ROL/RAL zullen per 1 januari 1992 van het Rijk naar de provincies eveneens worden gedecentraliseerd.
Aan deze afspraak is concreet invulling gegeven door middel van een overeenkomst die op 20 december 1991 is afgesloten tussen de staatssecretaris van LNV en het IPO. Voor het Provinciefonds is de afspraak van belang, dat met ingang van 1 januari 1992 structureel een budget van f 5,1 miljoen voor de ROL/RAL aan het Provinciefonds wordt toegevoegd.
Over de wijze van verdeling over de provincies van het totaal van de beschikbare bedragen die in verband met het NBP en de ROL/RAL naar het Provinciefonds worden overgeheveld, is in het convenant van 9 april 1991 vastgelegd dat gebruik gemaakt zal worden van artikel 247 van de Provinciewet (het zogenoemde integratie-artikel).
Voor de jaren 1992 en 1993 gaat het in totaal om toevoegingen aan het Provinciefonds in verband met het NBP en de ROL/RAL van respectievelijk f 18,2 miljoen en f 22,7 miljoen. Dit is inclusief een korting van f 0,5 miljoen die in het kader van de Tussenbalans is toegepast op het bedrag dat aanvankelijk voor 1993 zou worden overgeheveld. De beheerders van het Provinciefonds hebben de korting verdeeld overeenkomstig de verdeelsleutel voor de middelen van het NBP, zoals opgenomen in het convenant van 9 april 1991, exclusief de middelen voor ROL/RAL. Hiermee is het advies van de provincies gevolgd.
Het onderhavige besluit heeft werking voor de uitkeringsjaren 1992 en 1993. Op dit moment vindt een evaluatie-onderzoek plaats over het LNV-IPO-convenant, waarvan de onderhavige middelen deel uitmaken. Het IPO is bij dit evaluatie-onderzoek betrokken. Binnen afzienbare tijd worden de consequenties van de evaluatie bepaald. Ten aanzien van onder meer de bedoelde middelen zal bij afzonderlijk besluit de juridische grondslag worden gelegd voor de jaren 1994, 1995 en 1996. Het streven is erop gericht dat besluit, dat als citeertitel heeft gekregen «Besluit diverse uitkeringen Provinciefonds 1993–1996», voorjaar 1995 kracht van besluit te doen verkrijgen. Het besluit heeft behalve op de middelen Natuurbeleidsplan, ook betrekking op andere onderwerpen van het DI-akkoord. Het regelt de verdeling van de integratie-uitkering en de geleidelijke integratie in de algemene uitkering voor de jaren 1994, 1995 en 1996. Het besluit voorziet erin dat voor de jaren 1995 en 1996 een bedrag van cumulatief f 54,4 miljoen wordt geïntegreerd in de algemene uitkering. Er resteert per 1997 dan nog een te integreren bedrag van f 197,0 miljoen. Het voornemen bestaat dit laatste bedrag per 1997 in principe in één keer te integreren in de algemene uitkering. Dit zal gebeuren in het kader van de wijziging van de Provinciewet in verband met een herziening van het verdeelstelsel van het Provinciefonds, welke per die datum is voorzien. Een concept van het desbetreffende wetsvoorstel en een concept-besluit houdende regels inzake de financiële verhouding tussen het Rijk en de provincies, dat aan dit voorstel is gekoppeld, zijn op 17 november 1994 voor advies voorgelegd aan het Interprovinciaal overleg. Het streven is erop gericht dat het wetsvoorstel medio 1995 bij de Tweede Kamer wordt ingediend.
Uit het bovenstaande komt naar voren dat een gefaseerde integratie wordt nagestreefd die afgerond wordt per 1997 en die om bestuurlijk-praktische redenen via diverse besluiten wordt geëffectueerd. Voorts bestaat beleidsmatig de wens de aanpak te faseren om de herverdeeleffecten te beperken.
Het IPO deelt mee in te stemmen met het onderhavige besluit (brief van 23 augustus 1994). Mede op advies van het IPO is in de Nota van toelichting aandacht besteed aan het lopende evaluatie-onderzoek.
Het onderhavige besluit heeft betrekking op jaren die reeds zijn verstreken. Dit is niet bezwaarlijk, omdat de verdeling aansluit bij de historische verdeling, zodat zich geen financiële nadelen voordoen en omdat de provincies via de convenanten nauw bij de besluitvorming waren betrokken en bijtijds geheel op de hoogte waren van de integratie-uitkeringen die zij konden verwachten. Dit laatste mede door de berichtgeving in de zogeheten junicirculaires en andere circulaires met betrekking tot het Provinciefonds.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
A. G. M. van de Vondervoort
De Staatssecretaris van Financiën,
W. A. F. G. Vermeend
Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Nederlandse Staatscourant van 14 februari 1995, nr. 32.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1995-26.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.