Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatsblad 1995, 188 | AMvB |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatsblad 1995, 188 | AMvB |
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 27 oktober 1994, DGVgz/VVP/V-942145, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Gelet op Richtlijn no. 91/497/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juli 1991 tot wijziging en bijwerking van Richtlijn 64/433/EEG inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees teneinde deze uit te breiden tot de produktie en het in de handel brengen van vers vlees en tot wijziging van Richtlijn 72/462/EEG (PbEG 1991, L 268), op Richtlijn no. 92/45/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 juni 1992 betreffende de gezondheidsvoorschriften voor het doden van vrij wild en het in de handel brengen van vlees en vrij wild (PbEG 1992, L 268), op Richtlijn no. 92/118/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1992, tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van produkten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van Richtlijn 89/662/EEG, en, wat ziekteverwekkers betreft, van Richtlijn 90/425/EEG (PbEG 1993, L 62), alsmede op artikel 30a van de Vleeskeuringswet;
De Raad van State gehoord (advies van 23 december 1994, no. W13.94.0665);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 28 februari 1995, DGVgz/VVP/V-95297, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Hebben goedgevonden en verstaan:
In het Besluit van 4 maart 1985, houdende regelen met betrekking tot de invoer van vlees uit andere landen dan de lid-staten van de Europese Gemeenschappen (Stb. 174)1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:
1. De onderdelen d en e worden vervangen door:
d. vlees: alle voor menselijke consumptie geschikte delen van:
1°. als landbouwhuisdieren gehouden runderen (de soort Bubalus bubalis en Bison bison daaronder begrepen), varkens, schapen, geiten en eenhoevigen,
2°. gekweekt wild, zijnde niet-gedomesticeerde landzoogdieren met uitzondering van lagomorfen, die niet worden vermeld onder sub 1, die in gevangenschap zijn gekweekt, gehouden en geslacht, en
3°. vrij wild, zijnde bejaagde niet-gedomesticeerde landzoogdieren (met inbegrip van niet-gedomesticeerde zoogdieren die in een gesloten gebied leven met dezelfde vrijheid van vrij wild) met uitzondering van lagomorfen, die niet in gevangenschap zijn gekweekt, gehouden en geslacht;
e. separatorvlees: vlees van slachtdieren als genoemd in onderdeel d, sub 1, 2 en 3 dat machinaal is afgescheiden van beenderen met daaraan vastzittend vlees;
2. In onderdeel f en o wordt «Europese Gemeenschappen» telkens vervangen door: Europese Unie;
3. Onderdeel h wordt vervangen door:
h. – richtlijn no. 77/99/EEG: – Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1976, betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van vleesprodukten en bepaalde andere produkten van dierlijke oorsprong (PbEG 1977, L 26),
– richtlijn no. 64/433/EEG: – Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van vers vlees (PbEG 1964, 121),
– Richtlijn no. 90/675/EEG: – Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 december 1990, tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor produkten uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG 1990, L 373),
– richtlijn no. 72/462/EEG: – Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972, inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesprodukten uit derde landen (PbEG 1972, L 302),
– richtlijn no. 91/495/EEG: – Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1990, inzake gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor de produktie en in de handel brengen van konijnevlees en vlees van gekweekt wild (PbEG 191, L 268),
– richtlijn no. 92/45/EEG: – Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 juni 1992 betreffende gezondheidsvoorschriften voor het doden van vrij wild en het in de handel brengen van vlees van vrij wild (PbEG 1992, L 268),
– richtlijn no. 86/469/EG: – Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 september 1986, inzake het onderzoek van dieren en vers vlees op de aanwezigheid van residuen (PbEG 1986, L 275), en
– richtlijn no. 77/96/EEG: – Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1976 inzake het opsporen van trichinen bij de invoer van vers vlees van varkens, huisdieren, uit derde landen (PbEG 1977, L 26);
4. In onderdeel I wordt «Europese Gemeenschap» vervangen door: «Europese Unie» en wordt de zinsnede «als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel b, van de Verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1988, no. 2504/88 (PbEG L 225)» vervangen door: als bedoeld in artikel 166 van Verordening (EEG) no. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen (PbEG L 302);
5. In onderdeel m wordt de zinsnede «onder de voorwaarden zoals opgenomen in de Verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1988, no. 2503/88 (PbEG L 225) vervangen door: , als bedoeld in artikel 98 van Verordening (EEG) no. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen (PbEG L 302);
6. In onderdeel n wordt de zinsnede «als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988, no. 4151/88 (PbEG L 367)» vervangen door: als bedoeld in artikel 50 van Verordening (EEG) no. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen (PbEG L 302);
7. In onderdeel q wordt de zinsnede «de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 december 1990, no. 90/675/EEG (PbEG L 373)» vervangen door: richtlijn no. 90/675/EEG;
8. In onderdeel r wordt «Europese Gemeenschap» vervangen door: «Europese Unie» en wordt het leesteken aan het slot vervangen door een puntkomma, waarna zeven nieuwe onderdelen worden toegevoegd, luidende:
s. vrij-wildverwerkingsinrichting: een inrichting waar het vrij wild wordt behandeld en het vlees van vrij wild wordt verkregen en gekeurd;
t. speciale noodslachting: het doden, op last van een dierenarts, wegens een ongeval of ernstige lichamelijke en functionele stoornissen. De speciale noodslachting wordt buiten een slachthuis uitgevoerd indien de dierenarts meent dat vervoer onmogelijk is of onnodig lijden van het dier zou meebrengen;
u. handelsmonster: monster zonder handelswaarde dat genomen is in opdracht van de eigenaar van of de verantwoordelijke voor een bedrijf, dat representatief is voor een bepaalde produktie van vlees en dat voor het verdere onderzoek een opgave behelst van het type vlees en de diersoort waarvan het is verkregen;
v. gehakt: vers vlees dat in kleine stukken is gehakt of is gemalen;
w. karkas: het uitgebloede gehele slachtdier dat is ontdaan van de ingewanden, waarvan de poten zijn afgesneden ter hoogte van het voorkniegewricht respectievelijk het spronggewricht, en waarvan de kop, de staart en de uier zijn verwijderd; voor runderen, schapen, geiten en eenhoevigen betreft het karkassen als hierboven bedoeld na het onhuiden. Bij varkens hoeven de poten niet ter hoogte van het voorkniegewricht, respectievelijk het spronggewricht te worden afgesneden en hoeft de kop niet te worden verwijderd wanneer het vlees bestemd is om te worden behandeld overeenkomstig de regelen gesteld krachtens richtlijn no. 77/99/EEG;
x. slachtafval: vlees dat geen deel uitmaakt van het karkas als omschreven onder w, ook indien het op natuurlijke wijze met het karkas verbonden blijft;
y. ingewanden: het slachtafval in de borst-, buik- en de bekkenholte, met inbegrip van de luchtpijp en de slokdarm.
Artikel 3, vierde lid, wordt vervangen door:
4. Vlees als bedoeld in het eerste lid, moet afkomstig zijn van slachthuizen, uitsnijderijen, koel- en vrieshuizen of vrij-wild verwerkingsinrichtingen die voorkomen op de door de Commissie van de Europese Gemeenschappen vastgestelde lijst of, in afwachting van de vaststelling van die lijst, afkomstig zijn van bedrijven die door de bevoegde centrale autoriteit van het betrokken derde land zijn erkend en voldoen aan de eisen die aan deze bedrijven zijn gesteld, voor vlees als bedoeld in Artikel 1, onderdeel d, sub 1, in richtlijn no. 64/433/EEG, voor vlees als bedoeld in Artikel 1, onderdeel d, sub 2, in richtlijn no. 91/495/EEG, en voor vlees als bedoeld in Artikel 1, onderdeel d, sub 3, in richtlijn no. 92/45/EEG, of, indien geproduceerd in een van de lid-staten, afkomstig zijn van bedrijven die zijn erkend door de bevoegde centrale autoriteit van de betrokken lid-staat.
Artikel 5 wordt vervangen door:
1. Vlees waarop artikel 3, eerste lid, van toepassing is, met uitzondering van vlees van vrij wild, voldoet aan de eisen dat:
a. hele karkassen, halve karkassen, halve karkassen die in ten hoogste drie stukken zijn verdeeld, of voeten:
1°. zijn verkregen in een slachthuis als bedoeld in artikel 3, vierde lid,
2°. afkomstig zijn van een slachtdier dat vóór het slachten is gekeurd door een officiële dierenarts en daarbij geschikt is bevonden om voor de toepassing van richtlijn no. 64/433/EEG te worden geslacht,
3°. op voldoende hygiënische wijze zijn behandeld,
4°. na het slachten door een officiële dierenarts zijn gekeurd en daarbij geen enkele afwijking vertoonden, met uitzondering van kort vóór het slachten opgelopen traumatische laesies en plaatselijke misvormingen of afwijkingen, voor zover is vastgesteld, zo nodig door passend laboratoriumonderzoek, dat het karkas en de daarbij behorende slachtafvallen door deze laesies, misvormingen of afwijkingen niet ongeschikt zijn voor menselijke consumptie of gevaarlijk voor de gezondheid van de mens,
5°. zijn voorzien van een keurmerk,
6°. gedurende het vervoer vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat,
7°. na de keuring na het slachten onder voldoende hygiënische omstandigheden zijn opgeslagen in een koel- of vrieshuis als bedoeld in artikel 3, vierde lid,
8°. in voldoende hygiënische omstandigheden zijn vervoerd, en
9°. geschikt zijn voor menselijke consumptie.
b. uitgesneden delen of stukken die kleiner zijn dan die bedoeld in onderdeel a of uitgebeend vlees:
1°. uitgesneden of uitgebeend zijn in een uitsnijderij als bedoeld in artikel 3, vierde lid,
2°. uitgesneden of uitgebeend en verkregen zijn onder voldoende hygiënische omstandigheden, en afkomstig zijn van vers vlees dat voldoet aan de in onderdeel a genoemde voorwaarden, behalve die welke zijn genoemd in sub 8, en dat op voldoende hygiënische wijze is vervoerd,
3°. onder voldoende hygiënische omstandigheden zijn opgeslagen in een koel- of vrieshuis als bedoeld in artikel 3, vierde lid,
4°. gekeurd zijn door een officiële dierenarts,
5°. op voldoende wijze zijn verpakt, en
6°. voldoen aan het bepaalde in onderdeel a, sub 3, 5, 6, 8 en 9.
c. slachtafvallen:
1°. afkomstig zijn van een slachthuis of erkende uitsnijderij als bedoeld in artikel 3, vierde lid,
2°. indien het hele slachtafvallen betreft, voldoen aan het bepaalde in onderdeel a en b, en
3°. indien het slachtafvallen betreft in plakken gesneden, voldoen aan het bepaalde in onderdeel b.
d. vers vlees dat overeenkomstig dit besluit in een erkend koel- en vrieshuis is opgeslagen en nadien geen andere behandeling dan voor de opslag heeft ondergaan:
1°. voldoet aan het bepaalde in onderdeel a, sub 3, 5, 7, 8 en 9, en onderdeel b en c, en
2°. tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat.
e. vers vlees dat overeenkomstig richtlijn no. 64/433/EEG is verkregen in een lid-staat en dat onder douanetoezicht is opgeslagen in een koel- of vrieshuis van een derde land als bedoeld in artikel 3, vierde lid, en nadien geen andere behandeling dan voor de opslag heeft ondergaan:
1°. voldoet aan het bepaalde in onderdeel a, b en c,
2°. beantwoordt aan de bijzondere waarborgen betreffende de keuring en de verklaring dat is voldaan aan de eisen met betrekking tot de opslag en het vervoer, en
3°. vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat.
2. Een partij vlees van vrij wild waarop artikel 3, eerste lid, van toepassing is, met uitzondering van gehele stukken niet onthuid grof wild, voldoet aan de volgende eisen;
a. het is afkomstig van vrij wild dat is gedood in een jachtgebied met door het betrokken derde land in de nationale jachtwet geoorloofde middelen,
b. het is afkomstig van vrij wild dat onmiddellijk na de dood overeenkomstig door Onze Minister vast te stellen regels is behandeld,
c. het is afkomstig van vrij wild dat binnen een termijn van twaalf uur is vervoerd naar een verzamelplaats waar het op de door Onze Minister voorgeschreven temperaturen is gebracht en waarvandaan het naar een in onderdeel d bedoelde verwerkingsinrichting, slachthuis of uitsnijderij is vervoerd binnen een termijn van twaalf uur,
d. het is verkregen:
1°. in een vrij-wildverwerkingsinrichting als bedoeld in artikel 3, vierde lid, of
2°. in een slachthuis of uitsnijderij als bedoeld in artikel 3, vierde lid,
e. het is gehanteerd onder bevredigende hygiënische omstandigheden,
f. het is post-mortem gekeurd door een officiële dierenarts en vertoonde geen afwijkingen, met uitzondering van eventueel bij het doden opgelopen traumatische laesies of van plaatselijke misvormingen of afwijkingen voor zover geconstateerd, zonodig met behulp van geschikte laboratoriumtests, die het vlees niet ongeschikt maken voor menselijke consumptie, noch enig gevaar opleveren voor de gezondheid van de mens,
g. het is voorzien van een officieel goedkeuringsmerk, en
h. het is vergezeld van een gezondheidscertificaat of ander document.
3. Een partij vlees uit gehele stukken niet onthuid wild, waarop artikel 3, eerste lid van toepassing is, voldoet aan het bepaalde in het tweede lid, onderdeel a, b, c en e en aan de volgende eisen:
a. het heeft in een vrij-wild verwerkingsinrichting als bedoeld in artikel 3, vierde lid, een keuring van de ingewanden ondergaan,
b. het is vergezeld van een gezondheidscertificaat, dat door de officiële dierenarts is ondertekend en waarin wordt verklaard dat het resultaat van de keuring bedoeld in onderdeel a bevredigend is en dat het vlees geschikt is voor menselijke consumptie,
c. het is gebracht op een temperatuur die hoger is dan of gelijk aan –1°C en lager dan +7°C en is op deze temperatuur gehouden tijdens het vervoer naar een verwerkingsinrichting binnen een termijn van ten hoogste zeven dagen die begint te lopen vanaf de in onderdeel a bedoelde keuring of lager dan +1°C en op deze temperatuur gehouden tijdens het vervoer naar een verwerkingsinrichting binnen een termijn van ten hoogste vijftien dagen die begint te lopen vanaf de in onderdeel a bedoelde keuring, en
d. het wordt in de verwerkingsinrichting van bestemming onthuid en ondergaat een keuring post mortem, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel f.
4. Onze Minister kan met betrekking tot het eerste lid, onderdeel a, sub 3 en 5 tot en met 8, onderdeel b, sub 2 tot en met 5, onderdeel d, sub 2, onderdeel e, sub 2 en 3, tweede lid, onderdeel b, c, e, g en h en derde lid, onderdeel a en b, nadere regelen stellen.
Artikel 6 komt te vervallen en in artikel 7 wordt de zinsnede «De artikelen 3, vierde lid, 5 en 6» vervangen door: De artikelen 3, vierde lid, en 5.
Artikel 8 wordt vervangen door:
1. Het is verboden uit derde landen verzonden vlees op Nederlands grondgebied te brengen, anders dan in doorvoer naar een derde land, indien het betreft:
a. vlees van:
1°. dieren waarbij een van de volgende ziekten is vastgesteld:
– Mond- en klauwzeer (MKZ),
– Klassieke varkenspest (KVP),
– Afrikaanse varkenspest (AVP),
– Vesiculaire varkensziekte (VVZ),
– Newcastle Disease (ND),
– Runderpest,
– Ziekte van kleine herkauwers («Peste des petits ruminants»),
– Vesiculaire stomatitis (VS),
– Bluetongue,
– Paardepest,
– Virale paardepest-encefalomyelitis,
– Teschener-ziekte,
– Vogelpest,
– Schape- en geitepokken,
– Nodulaire dermatose,
– Rifvalleykoorts,
– Besmettelijke bovine pleuropneumonie,
– gegeneraliseerde actinobacillose of gegeneraliseerde actinomycose,
– miltvuur en boutvuur,
– gegeneraliseerde tuberculose,
– gegeneraliseerde lymfadenitis,
– kwade droes,
– hondsdolheid,
– tetanus,
– acute salmonellose,
– acute brucellose,
– vlekziekte,
– botulisme,
– septicemie, pyaemie, toxemie en viremie,
2°. dieren die acute laesies vertoonden van bronchopneumonie, pleuritis, peritonitis, metritis, mastitis, arthritis, pericarditis, enteritis of meningo-encephalomyelitis, bevestigd door een gedetailleerde keuring, eventueel aangevuld met een bacteriologisch onderzoek en een onderzoek op residuen van stoffen met farmacologische werking. Wanneer de resultaten van deze bijzondere onderzoeken gunstig zijn, worden de karkassen evenwel geschikt voor menselijke consumptie verklaard na verwijdering van de voor consumptie ongeschikte delen,
3°. dieren die leden aan de volgende parasitaire ziekten: gegeneraliseerde sarcosporidiose en gegeneraliseerde cysticercose en trichinose,
4°. gestorven dieren, doodgeboren dieren of ongeboren dode vruchten,
5°. te jong geslachte dieren waarvan het vlees oedeemverschijnselen vertoont,
6°. sterk vermagerde dieren of dieren met uitgesproken anemie, en
7°. dieren die multiple tumoren, multiple abcessen of multiple ernstige verwondingen in verschillende delen van het karkas of in verschillende ingewanden vertoonden,
b. vlees van:
1°. dieren die positief of onduidelijk hebben gereageerd op tuberculine waarbij bij de keuring na het slachten verricht onderzoek plaatselijke tuberculoselaesies heeft aangetoond in meerdere organen of meerdere delen van het karkas. Wanneer een tuberculoselaesie is geconstateerd in de klieren van een zelfde orgaan of deel van een karkas, worden evenwel enkel het aangetaste orgaan of deel van het karkas en de bijbehorende lymfeklieren ongeschikt voor menselijke consumptie verklaard,
2°. dieren die positief of onduidelijk hebben gereageerd op een brucellosetest waarbij de ziekte is bevestigd door laesies die wijzen op een acute aandoening. Zelfs indien dergelijke laesies niet zijn geconstateerd, worden toch de uier, het genitaal apparaat en het bloed ongeschikt voor menselijke consumptie verklaard,
c. delen van karkassen die ernstige serum- of bloedinfiltraties, gelokaliseerde abcessen of gelokaliseerde verontreinigingen vertonen,
d. slachtafvallen en ingewanden die pathologische laesies van infectieuze, parasitaire of traumatische oorsprong vertonen,
e. vlees van koortsige dieren,
f. vlees dat ernstige afwijkingen vertoont inzake kleur, geur, consistentie en smaak,
g. wanneer de keuringsdierenarts constateert dat karkassen of slachtafvallen aangetast zijn door lymfadenitis caseosus of een andere etterige aandoening die echter niet gegeneraliseerd is noch gepaard gaat met sterke vermagering:
1°. alle organen en daarmee verbonden lymfeklieren die deze aandoening in- of uitwendig vertonen, en
2°. in alle gevallen waarop sub 1 niet van toepassing is, de laesie en de aangrenzende delen, die hij, te zijner beoordeling, ongeschikt acht, de ouderdom en de activiteit van de laesie in aanmerking genomen, met dien verstande dat een oude goed ingekapselde laesie als inactief mag worden beschouwd,
h. vlees van de weggesneden steekplaats,
i. wanneer de keuringsdierenarts constateert dat hele karkassen of delen van karkassen dan wel slachtafvallen aangetast zijn door een andere ziekte of aandoening van die vermeld in de voorgaande punten, het gehele karkas en de slachtafvallen of het deel van het karkas of het slachtafval waarvan hij denkt dat het ongeschikt voor menselijke consumptie moet worden verklaard,
j. karkassen waarvan de slachtafvallen niet aan de keuring na het slachten zijn onderworpen,
k. bloed,
l. vlees van dieren waaraan de volgende stoffen zijn toegediend:
1°. door Onze Minister aangewezen produkten waardoor het vlees gevaarlijk of schadelijk voor de gezondheid van de mens kan zijn, en
2°. malsmakers (tenderizers),
m. vlees, dat residuen bevat van door Onze Minister aangewezen stoffen en residuen van geneesmiddelen, van antibiotica, van bestrijdingsmiddelen of van andere stoffen die schadelijk zijn of er eventueel toe kunnen leiden dat de consumptie van vers vlees gevaarlijk of schadelijk is voor de gezondheid van de mens, in hoeveelheden die de door Onze Minister vastgestelde toleranties overschrijden,
n. vlees dat besmet of aangetast is in een door Onze Minister vastgestelde mate,
o. levers en nieren van dieren van meer dan twee jaar oud afkomstig uit gebieden waarin men bij de uitvoering van overeenkomstig richtlijn no. 86/469/EEG goedgekeurde plannen een algemene aanwezigheid van zware metalen in het milieu heeft kunnen constateren,
p. vlees dat behandeld is met ioniserende of ultraviolette stralen, onverminderd eventuele communautaire voorschriften inzake doorstraling,
q. vlees dat uitgesproken seksuele geur verspreidt,
r. vlees van dieren die bij een speciale noodslachting zijn gedood,
s. vlees afkomstig van op grond van artikel 4 van richtlijn no. 64/433/EEG door de bevoegde autoriteit van een lid-staat erkende inrichtingen,
t. vlees van vrij wild, dat door Onze Minister aan te wijzen stoffen heeft opgenomen, waardoor de consumptie van het vlees gevaarlijk of schadelijk voor de gezondheid van de mens kan zijn,
u. vlees van vrij wild waarbij de dood aan andere oorzaken is te wijten dan de jacht,
v. slachtafvallen van vrij wild,
w. vlees dat met andere kleurstoffen is gemerkt dan door Onze Minister voorgeschreven,
x. vlees, niet zijnde vlees van gehouden wild of vrij wild, van mannelijke varkens en cryptorchiede varkens,
y. vlees en slachtafvallen van dieren die niet op gegeneraliseerde wijze zijn aangetast door Cysticercus bovis of Cysticercus cellulosae, tenzij zij een koudebehandeling hebben ondergaan, overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde methode,
z. vlees van varkens of paarden, dat niet overeenkomstig het bepaalde in richtlijn no. 77/96/EEG op trichinen is onderzocht, tenzij het een koudebehandeling heeft ondergaan overeenkomstig bijlage IV van die richtlijn. Vlees van everzwijnen of van andere voor besmetting met trichinen vatbare soorten gekweekt wild of vrij wild, moet zijn onderzocht met behulp van een digestiemethode overeenkomstig richtlijn no. 77/96/EEG,
aa. gehakt of op overeenkomstige wijze verkleind vlees en separatorvlees,
ab. delen van organen, met uitzondering van in plakken gesneden levers van als huisdier gehouden runderen als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, sub 1,
ac. vlees in stukken van minder dan 100 gram,
ad. koppen van runderen, alsmede delen van spieren en andere weefsels van de kop, met uitzondering van de tong en de hersenen.
2. In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister toestemming verlenen om uit door hem aangewezen derde landen, vlees als bedoeld in het eerste lid, onderdeel ac, op Nederlands grondgebied te brengen en desgewenst aan die toestemming voorwaarden verlenen.
Artikel 9 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het tweede lid wordt na het woord «onderworpen» toegevoegd: en in door Onze Minister te bepalen gevallen niet aan een controle van de documenten en aan een overeenstemmingscontrole te worden onderworpen.
2. In het derde lid wordt na de woorden «vlees als bedoeld in artikel 7 van dit besluit» ingevoegd de woorden: en vlees als zijnde een handelsmonster.
3. Het vierde lid wordt gewijzigd als volgt:
1. In de aanhef wordt na het woord «lid» ingevoegd de woorden: wordt vervoerd naar.
2. In onderdeel a vervallen de woorden «in» en «wordt opgeslagen» en wordt na het woord «moet» ingevoegd het woord: telkens.
3. In onderdeel b wordt de zinsnede «in een vrij entrepot wordt opgeslagen moeten» vervangen door: een vrij entreport, moet telkens.
4. In het achtste lid wordt na het woord «controles» ingevoegd de woorden: en het vervoer van vlees, bedoeld in het vierde lid.
Artikel 12 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het derde lid, onderdeel a, wordt «op het grondgebied van de Europese Economische Gemeenschap» vervangen door: in de Europese Unie.
2. In het vierde lid, onderdeel a en b, en vijfde lid, onderdeel b, wordt de zinsnede «de artikelen 5, tweede lid, 6 en 16» telkens vervangen door: artikel 5, eerste, tweede en derde lid.
3. In het vijfde lid, onderdeel b, wordt «Gemeenschap» vervangen door: Europese Unie.
In artikel 13, vierde lid, wordt «op het grondgebied van de Europese Economische Gemeenschap» vervangen door: in de Europese Unie.
Artikel 17a wordt vervangen door:
Een wijziging van een of meer onderdelen van richtlijnen waarnaar in dit besluit wordt verwezen, treedt voor de toepassing van de artikelen van dit besluit waarin naar die onderdelen van deze richtlijnen wordt verwezen, in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, dan wel zoveel eerder in het betrokken derde land uitvoering aan die wijziging is gegeven.
Voor de tekst van artikel 18 wordt het cijfer 1. geplaatst en na het eerste lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:
2. Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit invoer vlees uit derde landen.
Lasten en bevelen dat dit besluit en de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnootDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. G. Terpstra
Uitgegeven de achttiende april 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Op 24 september 1991 werd gepubliceerd richtlijn no. 91/497/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juli 1991, tot wijziging en bijwerking van Richtlijn 64/433/EG inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunuataire handelsverkeer in vers vlees teneinde deze uit te breiden tot de produktie en het in de handel brengen van vers vlees en tot wijziging van Richtlijn 72/462/EEG, (PbEG 1991, L 268). Deze nieuwe voorschriften zijn op grond van richtlijn no. 72/462/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972, inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesprodukten uit derde landen (PbEG 1972, L 302), eveneens van toepassing op vlees afkomstig uit derde landen. Een jaar later werd aangenomen, richtlijn no. 93/45/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 juni 1992, betreffende gezondheidsvoorschriften voor het doden van vrij wild en het in de handel brengen van vlees van vrij wild (PbEG 1992, L 268). In artikel 17 en 18 van laatstgenoemde richtlijn is bepaald dat met betrekking tot de invoervoorschriften voor vlees, waarop deze richtlijn van toepassing is, indien het afkomstig is uit derde landen, voorlopig de nationale bepalingen van de lid-staat van bestemming gelden. Deze bepalingen mogen echter niet gunstiger zijn dan die welke gelden voor het handelsverkeer. Gekozen is derhalve voor het eisen van dezelfde gezondheidsvoorschriften zoals deze gelden voor het handelsverkeer. Bovendien kwam in hetzelfde jaar tot stand, richtlijn no. 92/118/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1992, tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van produkten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van Richtlijn 89/662/EEG, en, wat ziekteverwekkers betreft, van Richtlijn 90/425/EEG (PbEG 1993, L 62). Op grond van Bijlage I, hoofdstuk 11 van deze richtlijn is onder anderen bepaald, dat vlees van gekweekt wild als bedoeld in richtlijn no. 91/495/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1990, inzake gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor de produktie en in de handel brengen van konijnevlees en vlees van gekweekt wild (PbEG 1991, L 268), indien het afkomstig is uit derde landen en bestemd is voor invoer in de Europese Unie, ten minste moet voldoen aan gezondheidsbepalingen welke zijn opgenomen in richtlijn no. 91/495/EEG. Gekozen is om voor vlees van gekweekt wild afkomstig uit derde landen, dezelfde gezondheidsbepalingen op te nemen als die welke gelden voor het handelsverkeer van dit vlees. Het onderhavige besluit strekt tot implementatie van de gezondheidsvoorschriften van genoemde richtlijnen die betrekking hebben op het op Nederlands grondgebied brengen van vlees dat afkomstig is uit derde landen. Bovengenoemde zogenaamde verticale richtlijnen zijn in een relatief korte tijd achter elkaar tot stand gekomen. Bovendien gebeurde dit midden in een periode dat, door middel van de horizontale richtlijn no. 90/675/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 112 december 1989, tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor produkten uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG 1990, L 373), de desbetreffende controles voor vers vlees op een geheel andere wijze moesten worden uitgevoerd en de nieuwe bepalingen hieromtrent in het Besluit van 4 maart 1985, houdende regelen met betrekking tot de invoer van vlees uit andere landen dan de lid-staten van de Europese Gemeenschappen (Stb. 174), moesten worden geïmplementeerd. De desbetreffende richtlijnen hebben betrekking op de invoer van vlees van verschillende diersoorten, waarvoor in Nederland verschillende departementen verantwoordelijk zijn. Deze complexiteit heeft tot gevolg gehad, dat wettelijke verplichte overleg- en adviesprocedures langdurig zijn geweest. Uit het bovenstaande moge duidelijk zijn dat de complexiteit bij het implementeren van de desbetreffende richtlijnen in de Nederlandse wetgeving, een zeer grote rol heeft gespeeld bij de vertraging van de implementatie van deze richtlijnen in het Besluit van 4 maart 1985, houdende regelen met betrekking tot de invoer van vlees uit andere landen dan de lid-staten van de Europese Gemeenschappen (Stb. 174).
Bij de in dit artikel opgenomen nieuwe definities is aangesloten bij hetgeen richtlijn no. 91/497/EG, richtlijn no. 91/495/EEG, richtlijn no. 92/118/EEG en richtlijn no. 92/45/EEG terzake voorschrijven.
Het koninklijk besluit van 8 april 1922 (Stb. 225) is ingetrokken door middel van het besluit van 16 november 1993 (Stb. 624). Artikel 2 is derhalve vervallen.
Het ligt in de bedoeling dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen bedrijven in derde landen gaat aanwijzen en op een lijst plaatsen, die vlees naar de Gemeenschap mogen exporteren. Zolang deze, voor de Europese Unie uniforme lijst nog niet is samengesteld, kunnen de lid-staten de invoer toestaan van partijen afkomstig van bedrijven, waarvoor de bevoegde autoriteit in het betrokken derde land de garantie heeft verstrekt dat zij voldoen aan de eisen die de Commissie van de Europese Gemeenschappen aan deze bedrijven heeft gesteld. Het nieuwe vierde lid strekt tot implementatie van deze EG-bepaling.
De gezondheidseisen die zijn opgenomen, in het eerste, tweede en derde lid voor vlees (inclusief vlees van gehouden wild), vlees van vrij wild en voor vlees bestaande uit gehele stukken niet onthuid grof wild, zijn eisen die zijn overgenomen uit richtlijn no. 64/433/EEG, richtlijn no. 91/495/EEG en richtlijn no. 92/45/EEG. Van de mogelijkheid voor de minister om op grond van het nieuwe vierde lid nadere regelen te stellen ten aanzien van bepaalde eisen genoemd in het eerste, tweede en derde lid zal gebruik worden gemaakt door te verwijzen naar de betreffende nadere gezondheidseisen die aan de verschillende soorten vlees zijn gesteld in de betrokken richtlijnen of in de bijlagen van deze richtlijnen. Aangezien richtlijnbepalingen met nadere eisen ten aanzien van bepaalde produkten regelmatig worden gewijzigd, is gekozen voor het opnemen van deze nadere eisen in een ministeriële regeling.
De bepalingen van dit artikel zijn nu opgenomen in het nieuwe artikel 5. Artikel 6 is derhalve vervallen.
De verbodsbepalingen die zijn opgenomen in onderdeel 1, zijn bepalingen die zijn overgenomen uit richtlijn no. 64/433/EEG, richtlijn no. 91/495/EEG en richtlijn no. 92/45/EEG. De mogelijkheid voor de minister om de invoer van vlees toe te staan, in stukken kleiner dan 100 gram, is de implementatie van een bepaald gedeelte van artikel 18, tweede lid, van richtlijn no. 72/462/EG. De invoer van dergelijk vlees uit derde landen was reeds toegestaan op basis van het gewijzigde besluit.
Door een wijziging van het tweede lid is het mogelijk partijen vlees op Nederlands grondgebied te brengen, zonder dat controle van de bijbehorende documenten behoeft plaats te vinden. Het gaat hierbij om de implementatie van artikel 4 van beschikking no. 93/14/EEG van de Europese Commissie van 23 december 1992 (PbEG L 9). De minister zal bepalen, dat partijen vlees die zich aan boord bevinden van vliegtuigen of schepen die bij vervoer tussen twee derde landen op een van de gebieden landen of aanleggen waarop het Verdrag van de Europese Unie van toepassing is, en wel of niet worden overgeladen in andere vliegtuigen of schepen zonder dat zij op het betreffende gebied worden opgeslagen, alleen op verzoek van de bevoegde autoriteit steekproefsgewijs zullen worden gecontroleerd op de aanwezigheid van de vereiste documenten. Voor de invoer van een partij vlees zijnde een handelsmonster zijn, indien deze partij bestemd is voor Nederland, alle bepalingen van kracht welke gelden voor de overige partijen vlees. Er kan alleen een onderscheid worden gemaakt, indien een dergelijke partij bestemd is voor een andere lid-staat en die betreffende lid-staat hiervoor schriftelijk toestemming heeft gegeven. In het vierde lid, onderdeel a en b, wordt nu duidelijk aangegeven dat de controle van de documenten en een overeenstemmingscontrole bij elke inslag van een partij vlees in een douane-entrepot of een vrij entrepot dient plaats te vinden. Op grond van het achtste lid kan de minister nu ook nadere regelen vaststellen voor het vervoer van partijen vlees naar een douane-entrepot, een ruimte voor tijdelijke opslag of naar een vrij entrepot. Deze nadere voorschriften zullen luiden overeenkomstig het gestelde in artikel 1 en artikel 3 van beschikking no. 93/14/EEG.
De eisen voor varkensvlees waarin skeletspieren aanwezig zijn, met betrekking tot de aanwezigheid van trichinen, zijn thans opgenomen in artikel 8, eerste lid, onderdeel y, van het gewijzigde besluit. Artikel 16 is derhalve vervallen.
Het koninklijk besluit van 26 april 1922 (Stb. 225) is ingetrokken door middel van het besluit van 16 november 1993 (Stb. 624). Artikel 17 kan derhalve vervallen.
In dit artikel is opgenomen dat bij eventuele wijzigingen van de desbetreffende richtlijnen, deze wijzigingen in werking treden op de uiterste datum van implementatie of, indien het betreft een voorschrift gericht tot de landen van verzending, zoveel eerder in een land van verzending van een partij vlees, deze nieuwe voorschriften in de nationale wetgeving van dat land zijn overgenomen.
In dit artikel is in een (nieuw) tweede lid een citeertitel opgenomen voor het Besluit van 4 maart 1985, houdende regelen met betrekking tot de invoer van vlees uit andere landen dan de lid-staten van de Europese Gemeenschappen (Stb. 174), die tevens het onderscheid tot uitdrukking brengt met andere besluiten ten aanzien van de invoer uit derde landen of het op Nederlands grondgebied brengen van vlees, vleesprodukten en andere produkten van dierlijke oorsprong.
| Richtlijn 91/497/EEG | Richtlijn besluit | 91/497/EEG | besluit |
|---|---|---|---|
| 1 | – | 10.1 | – |
| 2 | – | 2 | – |
| 3 | – | 3 | – |
| 4 | – | 4 | – |
| bijlage– 1 | – | 11 | – |
| 2 | I,A | 12.1 | – |
| 3.1 | I,D | 2 | – |
| 2 | – | 13.1 | – |
| 4 | – | 2 | – |
| 5.1 | I,F | 14.1 | – |
| 2 | – | 2 | – |
| 6.1 | I,F | 15 | – |
| 2 | – | 2 | – |
| 7.1 | – | 2 | – |
| 8.1 | – | 17 | – |
| 2 | – | 18 | – |
| 9 | – | 19 | – |
| Richtlijn 92/45/EEG | besluit | Richtlijn 92/45/EEG | besluit |
|---|---|---|---|
| 1.1 | – | 11.1 | – |
| 2 | – | 2 | – |
| 3 | – | 3 | – |
| 2.1 | I,A | 12 | – |
| 2 | – | 13.1 | – |
| 3.1 | I,D (5.2) en F (8.1) | 2 | – |
| 2 | I,D (5.2.) en F (8.1) | 14.1 | – |
| 3 | I,F (8.1) | 2 | – |
| 4 | I,D (5.2) | 3 | – |
| 4.1 | – | 15 | I,D en F |
| 2 | – | 16 | – |
| 3 | – | 2 | I,D (5.2) |
| 5.1 | – | 4 | – |
| 2 | – | 4 | – |
| 3 | – | 5 | – |
| 6 | – | 17.1 | I,D (5.2) |
| 7.1 | – | 2 | – |
| 2 | – | 18 | – |
| 3 | – | 19 | – |
| 4 | – | 20 | – |
| 8.1 | – | 21 | – |
| 2 | – | 22.1 | – |
| 3 | – | 2 | – |
| 9 | – | 3 | – |
| 10.1 | 23.1 | – | |
| 2 | – | 3 | – |
| 3 | – | 3 | – |
| 4 | – | 24 | – |
| Richtlijn 92/119/EEG | besluit | Richtlijn 92/118/EEG | besluit |
|---|---|---|---|
| 1 | – | 10.5 | – |
| 2.1 | I,A | 6 | – |
| 2 | – | 11 | – |
| 3 | – | 12.1 | – |
| 4.1 | – | 2 | – |
| 2 | – | 13.1 | – |
| 5 | – | 2 | – |
| 6 | – | 3 | I,G (9.3) |
| 7.1 | – | 14.1 | – |
| 2 | – | 2 | – |
| 3 | – | 15 | – |
| 4 | – | 16.1 | – |
| 5 | – | 2 | – |
| 8 | – | 17.1 | – |
| 9 | – | 2 | – |
| 10.1 | – | 18 | – |
| 2 | I,D (5.10) | 19 | – |
| 3 | – | 20.1 | – |
| 4 | – | 2 | – |
| 3 | – | ||
| 21 | – | ||
| 9 | |||
| 10.1 | |||
| 2 | |||
| 3 |
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. G. Terpstra
Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Nederlandse Staatscourant van 9 mei 1995, nr. 89.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1995-188.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.