Besluit van 6 maart 1995 tot intrekking van de besluiten van 31 januari 1995, nrs. 95.000902 95.000900 en 95.000901, tot inwerkingstelling van hoofdstuk III van de Vervoersnoodwet, tot verlening van de bevoegdheid aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken verplaatsing van bevolking te gelasten onderscheidenlijk tot verlening van de bevoegdheid aan Onze Ministers wie het aangaat, het eigendomsrecht op of een recht tot gebruik van zaken te vorderen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 23 februari 1995, nr. 95M001010;

Overwegende dat het in verband met de watersnood dan wel de dreiging daarvan in grote delen van Nederland, wenselijk leek hoofdstuk III van de Vervoersnoodwet in werking te stellen, aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken de bevoegdheid te verlenen verplaatsing van bevolking te gelasten alsmede aan Onze Ministers wie het aangaat, de bevoegdheid te verlenen het eigendomsrecht op of een recht tot gebruik van zaken te vorderen;

dat op 31 januari 1995 door Ons een drietal daartoe strekkende besluiten zijn genomen;

dat vervolgens is gebleken dat de watersnood dan wel de dreiging daarvan niet van zodanige ernst was dat de reeds bestaande bevoegdheden ontoereikend waren;

dat het om die reden tot op heden niet nodig is geweest de eerderbedoelde besluiten in werking te laten treden;

dat het thans, gelet op het einde van de watersnood en de dreiging daarvan, niet langer noodzakelijk is de besluiten in stand te laten;

Gelet op artikel 2 van de Vervoersnoodwet, de artikelen 2 en 27 van de Wet verplaatsing bevolking alsmede artikel 3 van de Vorderingswet 1962;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

De besluiten van 31 januari 1995, nrs. 95.000902, 95.000900 en 95.000901 tot inwerkingstelling van hoofdstuk III van de Vervoersnoodwet, tot verlening van de bevoegdheid aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken verplaatsing van bevolking te gelasten onderscheidenlijk tot verlening van de bevoegdheid aan Onze Ministers wie het aangaat, het eigendomsrecht op of een recht tot gebruik van zaken te vorderen, worden ingetrokken.

Artikel 2

Dit besluit wordt geplaatst in het Staatsblad. Het treedt daarna terstond in werking.

Onze Minister-President is belast met de uitvoering van dit besluit.

's-Gravenhage, 6 maart 1995

Beatrix

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

W. Kok

Uitgegeven de zesde april 1995

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Naar boven