Besluit van 31 januari 1995 tot verlening van de bevoegdheid aan Onze Ministers wie het aangaat, het eigendomsrecht op of een recht tot gebruik van zaken te vorderen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister-President van 31 januari 1995, nr. 95M000658;

Overwegende dat het in verband met de watersnood dan wel dreiging daarvan in grote delen van Nederland, wenselijk is Onze Ministers wie het aangaat, de bevoegdheid te verlenen in het belang van tot hun zorg behorende aangelegenheden ten behoeve van de Staat, andere lichamen of personen het eigendomsrecht op of een recht tot gebruik van zaken te vorderen;

Gelet op artikel 3, eerste lid, van de Vorderingswet 1962;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Aan Onze Ministers wie het aangaat, wordt de bevoegdheid verleend in het belang van tot hun zorg behorende aangelegenheden ten behoeve van de Staat, andere lichamen of personen het eigendomsrecht op of een recht tot gebruik van zaken te vorderen.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking terstond nadat dit op een door Onze Minister-President te bepalen wijze is bekendgemaakt. Het besluit wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad.

Onze Minister-President is belast met de uitvoering van dit besluit.

's-Gravenhage, 31 januari 1995

Beatrix

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

W. Kok

Uitgegeven de zesde april 1995

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Naar boven