Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatsblad 1995, 170 | AMvB |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatsblad 1995, 170 | AMvB |
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 28 december 1993, nr. 93097076 WJA/W;
Gelet op verordening 854/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 5 april 1993 betreffende de doorvoer- en entrepotstatistiek met betrekking tot het goederenverkeer tussen de Lid-Staten (PbEG L 90) en op artikel 19, tweede lid, van de Statistiekwet 1950;
De Raad van State gehoord (advies van 30 maart 1994, nr. W10.93.0855);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 17 maart 1995, nr. 95003230 WJA/W;
Hebben goedgevonden en verstaan:
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. verordening 854/93: verordening (EEG) nr. 854/93 van 5 april 1993 van de Raad van de Europese Gemeenschappen, betreffende de doorvoer- en entrepotstatistiek met betrekking tot het goederenverkeer tussen Lid-Staten (PbEG L 90);
b. verordening 1736/75: verordening (EEG) nr. 1736/75 van 24 juni 1975 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap en van de handel tussen de Lid-Staten (PbEG L 183);
c. wet: Statistiekwet 1950;
d. informatieplichtige: de informatieplichtige, bedoeld in artikel 6, eerste lid, eerste alinea, van verordening 854/93.
De informatieplichtigen die gehouden zijn tot het doen van een periodieke opgave overeenkomstig verordening 854/93 en de bij en krachtens dit besluit gestelde regels, verstrekken deze opgave aan het Centraal Bureau voor de Statistiek.
1. De informatieplichtige verstrekt ten aanzien van de in artikel 3 van verordening 854/93 bedoelde goederen per goederensoort de gegevens, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a tot en met e, van verordening 854/93.
2. Bij vermelding van een der wijzen van vervoer van de goederen onder code 1, 2, 3, 4 of 8 als bedoeld in artikel 9, onder f, van verordening 854/93 geeft de informatieplichtige tevens aan of de goederen worden vervoerd in containers als bedoeld in artikel 15, derde lid, van verordening 1736/75.
3. In de opgave worden de goederen omschreven met hun gebruikelijke handelsbenaming en worden zodanige bijzonderheden vermeld of aangeduid als nodig zijn voor de indeling van de goederen naar de onderscheidingen van de herziene eenvormige nomenclatuur voor de vervoerstatistieken (NST/R).
1. Bij regeling van Onze Minister wordt met toepassing van artikel 5, eerste lid, van verordening 854/93 een formulier vastgesteld of een andere informatiedrager aangewezen met behulp waarvan de in artikel 2 bedoelde opgave kan worden gedaan.
2. De in artikel 2 bedoelde opgave wordt gedaan met gebruikmaking van het in het eerste lid bedoelde formulier of een andere overeenkomstig het eerste lid aangewezen informatiedrager. Indien voor andere doeleinden een administratief of handelsdocument is vereist kan de in artikel 2 bedoelde opgave eveneens worden gedaan met gebruikmaking van dat document indien het de in artikel 3 bedoelde gegevens bevat.
3. De in artikel 2 bedoelde opgave blijft achterwege indien deze betrekking heeft op een goederenbeweging waarbij voor de goederen ingevolge de wettelijke bepalingen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Douanewet, een douane-aangifte is vereist, voor zover de aanvaarding van deze aangifte hier te lande plaatsvindt. In geval van een goederenbeweging waarbij voor de goederen in een andere lid-staat van de Europese Gemeenschappen reeds een douane-aangifte is aanvaard kan de in artikel 2 bedoelde opgave worden gedaan door middel van een fotokopie of afschrift van die aangifte.
4. Een regeling als bedoeld in het eerste lid kan namens Onze Minister worden vastgesteld door de directeur-generaal van de Statistiek.
1. Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat de in artikel 3 bedoelde gegevens, in plaats van door de informatieplichtige, worden verstrekt door een dienst aan wie de informatieplichtige een in artikel 4, tweede lid, bedoeld administratief of handelsdocument verstrekt. Een zodanige regeling kan geen betrekking hebben op de gevallen waarin overeenkomstig artikel 4, derde lid, gebruik wordt gemaakt van een douane-aangifte.
2. Bij de in het eerste lid bedoelde regeling kunnen met toepassing van artikel 10 van verordening 854/93 regels worden gesteld omtrent het verzamelen en verstrekken door de in dat lid bedoelde dienst van de in artikel 3 bedoelde gegevens en het toezenden daarvan aan het Centraal Bureau voor de Statistiek.
3. Een regeling als bedoeld in het eerste lid wordt door Onze Minister vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister onder wie de betrokken dienst ressorteert.
De in artikel 11 van de verordening 854/93 bedoelde drempels waaronder de informatieplichtigen zijn vrijgesteld van de in artikel 2 bedoelde opgave bedragen vijftig kilogram per goederensoort per zending voor luchtvervoer en duizend kilogram per goederensoort per zending voor de overige wijzen van vervoer.
Uiterlijk op de twintigste dag van elke maand wordt de in artikel 2 bedoelde opgave over de daaraan voorafgaande maand verstrekt.
Als strafbaar feit wordt aangemerkt:
a. het niet of niet uiterlijk op het daarvoor in artikel 7 vastgestelde uiterste tijdstip van enige maand doen van de opgave, bedoeld in artikel 2;
b. het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens in een opgave als bedoeld in artikel 2.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnootDe Minister van Economische Zaken,
G. J. Wijers
Uitgegeven de zesde april 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Met deze algemene maatregel van bestuur worden de bepalingen vastgesteld die noodzakelijk zijn voor de toepassing van verordening (EEG) nr. 854/93 van 5 april 1993 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de doorvoer- en entrepotstatistiek met betrekking tot het goederenverkeer tussen Lid-Staten (PbEG L 90), hierna aangeduid als verordening 854/93. Het besluit maakt deel uit van de nationale wettelijke maatregelen ter uitvoering van de communautaire bepalingen die zijn vastgesteld ter verzekering van het verkrijgen van statistische gegevens over het goederenverkeer tussen de lid-staten van de Europese Gemeenschappen. Deze gegevens werden tot 1 januari 1993 verkregen uit de douanedocumenten die tot dat tijdstip werden gehanteerd bij dat goederenverkeer. Door het vervallen van de douaneformaliteiten in het intra-EG verkeer was het noodzakelijk maatregelen vast te stellen om deze gegevens via andere wegen te verkrijgen.
Met het oog op het verkrijgen van de gegevens over het intracommunautaire verkeer van goederen is verordening (EEG) nr. 3330/91 van 7 november 1991 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende het goederenverkeer tussen de Lid-Staten (PbEG L 316), hierna aangeduid als verordening 3330/91, vastgesteld. Op basis van deze verordening zijn inmiddels vier uitvoeringsverordeningen, waaronder verordening 854/93, vastgesteld. In de artikelen 15 tot en met 22 van de Statistiekwet 1950, zoals deze is gewijzigd bij wet van 7 juli 1993 (Stb. 472), is voorzien in de nog benodigde nationale bepalingen ter uitvoering van verordening 3330/91 en de uitvoeringsverordeningen.
Verordening 854/93 heeft specifiek betrekking op de statistiek van goederen die binnen een lid-staat van de EG worden vervoerd en waarvan de doorvoer in die lid-staat wordt onderbroken, al dan niet gepaard gaand met overlading, dan wel waarvan in de desbetreffende lid-staat opslag plaatsvindt in een douane-entrepot. Zoals in paragraaf 1 al werd aangegeven is verordening 854/93 een uitvoeringsverordening van verordening 3330/91. Artikel 4 van de laatstgenoemde verordening biedt het communautaire kader voor de doorvoer- en entrepotstatistiek. In artikel 7, vierde lid, van die verordening is bepaald dat het in die verordening verankerde Intrastatstelsel van toepassing is op de doorvoer- en entrepotstatistiek, overeenkomstig de bepalingen die de Raad van de Europese Gemeenschappen op basis van artikel 31 van die verordening vaststelt. Verordening 854/93 biedt de lid-staten de mogelijkheid om een dergelijke statistiek op te stellen, maar verplicht daar niet toe. Indien een lid-staat echter besluit een statistiek betreffende de doorvoer en het entrepotverkeer op te stellen dient dat te geschieden met inachtneming van hetgeen in de verordening is bepaald.
In Nederland, van oudsher een doorvoerland en tevens een land waar veelvuldig goederen worden opgeslagen, is de opstelling van doorvoer- en entrepotstatistieken altijd van groot belang geacht. Deze statistieken worden voor velerlei doeleinden gebruikt. In dit verband wijs ik op de door het CBS, in opdracht van de Europese Commissie, uitgevoerde studie «De statistiek van de doorvoer in de lid-staten van de Europese Gemeenschap in het perspectief van 1992». Hieruit blijkt onder andere dat de statistische informatie over de doorvoer en de entrepotopslag essentieel is voor de bepaling van de totale omvang van de in zeehavens geloste en geladen goederen. Voorts is het voor de overheid en het bedrijfsleven, met het oog op de mogelijk te verrichten investeringen in de zeehavens en het achterland noodzakelijk de huidige en toekomstige doorvoer te kunnen bepalen. Ten behoeve van de doorvoer dienen veelal specifieke investeringen verricht te worden. Zo zijn er bij voorbeeld speciale overslaginstallaties nodig bij de overslag van ruwe olie, ertsen of containers of moeten pijpleidingen worden aangelegd ten behoeve van de doorvoer. Met behulp van de statistische informatie kunnen de effecten van het investeringsbeleid ook worden gemeten. Aangezien bij de doorvoer via een lid-staat per definitie andere landen betrokken zijn is de rechtstreekse beschikbaarheid van afzonderlijke statistische gegevens over de doorvoer voor meerdere landen van belang. Die informatie stelt hun bij voorbeeld in staat te bepalen in welke mate hun nationale in- en uitvoer via zeehavens in die lid-staat plaats vindt, hetgeen weer van belang is voor de concurrentiepositie van de Europese zeehavens.
In het nieuwe artikel 19 van de Statistiekwet 1950 is voorzien in de opstelling van een doorvoer- en entrepotstatistiek en in de mogelijkheid van het ter zake stellen van nadere regels bij en krachtens algemene maatregel van bestuur.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, tweede lid, van verordening 854/93 wordt de Commissie van de Europese Gemeenschappen zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van de toepassing van de verordening in Nederland.
Ingevolge verordening 854/93 kunnen de lid-staten er toe overgaan om een statistiek op te stellen van het entrepotverkeer. De verordening bepaalt in artikel 4 de goederenbewegingen en de soorten entrepots waarop deze statistiek betrekking dient te hebben. Het gaat daarbij om goederen welke onder het stelsel van douane-entrepots worden geplaatst en om goederen welke vanuit het stelsel van douane-entrepots worden vervoerd naar, hetzij een ander douane-entrepot, hetzij een andere lid-staat. De regelgeving met betrekking tot de douane-entrepots is neergelegd in verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302). In deze verordening is onder andere bepaald welke goederen onder het stelsel van de douane-entrepots kunnen worden geplaatst en welke formaliteiten met betrekking tot die plaatsing dienen te worden vervuld. Hieruit blijkt dat in alle gevallen bedoeld in artikel 4 van verordening 854/93 douanetechnische formaliteiten moeten worden vervuld, waaronder het doen van een douane-aangifte. Deze douane-aangiften, welke zijn gebaseerd op het communautair vastgestelde Enig document, bestaan uit verschillende exemplaren, waarvan één exemplaar is bestemd voor de nationale statistiekdienst (zie onder meer de «Toelichting betreffende gebruik Enig document», welke is opgenomen als bijlage III van de Beschikking aangiften en documenten inzake de douane). Aan de hand van de gegevens op deze exemplaren wordt thans en kan, voor zover nu voorzienbaar, ook in de toekomst een entrepotstatistiek worden opgesteld. De opstelling van een entrepotstatistiek geschiedt derhalve niet op basis van directe waarneming bij de betrokken ondernemingen. Om die reden is het thans niet noodzakelijk om in deze algemene maatregel van bestuur nadere bepalingen vast te stellen voor de opstelling van een entrepotstatistiek.
De ingevolge verordening 854/93 op te stellen doorvoerstatistiek heeft betrekking op goederen die worden vervoerd tussen twee plaatsen gelegen buiten het grondgebied van een lid-staat over het grondgebied van die lid-staat. Het gaat dus bij voorbeeld om vervoer van België naar Duitsland over het grondgebied Nederland. Indien dit vervoer in Nederland wordt onderbroken, waarvan vooral sprake is indien er overlading van de goederen plaatsvindt, dienen de gegevens met betrekking tot die doorvoer in de Nederlandse statistiek te worden opgenomen. Rechtstreekse doorvoer over het grondgebied van Nederland zonder dat een onderbreking plaatsvindt wordt derhalve niet in de statistiek opgenomen (artikel 2, tweede lid, onder a en b, jo artikel 3 van de verordening).
Deze doorvoer kan betrekking hebben op zowel communautaire als niet-communautaire goederen. De doorvoer van niet-communautaire goederen gaat ingevolge de douanewetgeving vergezeld van douane-aangiften. In die gevallen zullen de gegevens voor de doorvoerstatistiek, net als thans het geval is, worden afgeleid van de douane-aangiften. Bij communautaire goederen worden echter, zoals hiervoor werd aangegeven, sinds 1 januari 1993 geen douaneaangiften meer opgemaakt. De gegevens voor de doorvoerstatistiek van communautaire goederen zullen worden verkregen door rechtstreekse waarneming bij de betrokken bedrijven.
In de periode van 1 januari 1993 tot de inwerkingtreding van dit besluit zijn over de doorvoer van communautaire goederen geen gegevens verzameld. Redenen hiervoor was allereerst de late totstandkoming van verordening 854/93. Voorts is met het bedrijfsleven uitvoerig overlegd over de meest praktische toepassing van de verordening, waardoor ook de totstandkoming van het onderhavige besluit is vertraagd. Overigens is het zo dat de doorvoer van niet-communautaire goederen, die qua vervoerd gewicht circa 90% van de totale doorvoer uitmaakt, sinds de genoemde datum nog wel steeds volledig statistisch is waargenomen. De verwachting is dat in de toekomst het aandeel van de intra-communautaire doorvoer zal toenemen.
§ 5. Rechtstreekse waarneming bij bedrijven
De gegevens ten behoeve van de doorvoerstatistiek worden verkregen van in de verordening aangewezen informatieplichtigen. In veel gevallen gaan goederen vergezeld van handels- of administratieve bescheiden. Deze bevatten in het algemeen de gegevens welke noodzakelijk zijn voor de opstelling van de statistiek. In artikel 6 van verordening 854/93 zijn als informatieplichtigen aangewezen de natuurlijke of rechtspersonen die bij de desbetreffende goederenbeweging zijn betrokken en het handels- of administratief document opstellen.
De lid-staten hebben de mogelijkheid om naast deze informatieplichtigen als informatieplichtige aan te wijzen de instantie ten behoeve waarvan het handels- of administratief document wordt opgesteld.
In sommige gevallen zullen de gegevens voor de opstelling van de doorvoerstatistiek kunnen worden afgeleid van de aangiften welke ten behoeve van de douane zijn gedaan omdat in die gevallen dergelijke aangiften ingevolge de douanewetgeving zijn voorgeschreven. Dit kan bij voorbeeld het geval zijn wanneer een goederenzending afkomstig uit een andere lid-staat in Nederland wordt gesplitst of wanneer bij zeevervoer in de lid-staat van verzending een vereenvoudigde procedure is gehanteerd ten aanzien van de aangifte. Ingeval douane-aangiften zijn voorgeschreven, wordt reeds één exemplaar van die aangifte door de douane gezonden aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en kan daarmee de informatieplichtige worden ontslagen van zijn verplichting om voor die goederenbeweging een opgave aan het CBS te verstrekken. Voor zodanige gevallen is in artikel 4, derde lid, bepaald dat de opgave als bedoeld in artikel 2 achterwege blijft. Bij goederen afkomstig uit een andere lid-staat waar zij als niet-communautaire goederen zijn binnengekomen en waarvan in die andere lid-staat reeds een douane-aangifte is aanvaard kan de verstrekking van de gegevens niet plaatsvinden aan de hand van die aangifte. Het voor de statistiek bestemde exemplaar van die aangifte is dan reeds in die andere lid-staat achtergebleven voor gebruik aldaar. De gegevens vermeld op de aangifte kunnen echter wel dienen voor de opstelling van de doorvoerstatistiek. In artikel 4, derde lid, is dan ook bepaald dat een kopie of afschrift van die aangifte kan dienen als opgave voor het CBS.
Met de hier geschetste opzet wordt bereikt dat de gegevens voor de statistiek worden verkregen op een wijze die voor het bedrijfsleven een minimale verzwaring van de administratieve lastendruk met zich brengt.
In artikel 8 van verordening 854/93 is aangegeven welke gegevens van de informatieplichtigen kunnen worden geëist. Voor de doorvoerstatistiek zullen ingevolge artikel 3 van het besluit de in artikel 8, eerste lid, van verordening 854/93 genoemde gegevens alle worden verlangd. Dit betreft gegevens over het land van herkomst, het land van bestemming, hoeveelheid goederen in brutomassa, de wijze van vervoer en plaats waar het vervoer werd onderbroken. In artikel 9 van verordening 854/93 zijn nadere definities opgenomen over hetgeen onder deze begrippen dient te worden verstaan.
Artikel 7 van verordening 854/93 geeft regels voor de omschrijving van de goederen ten aanzien waarvan de opgave wordt gedaan. De goederen moeten worden omschreven in bewoordingen die voldoende nauwkeurig zijn om de goederen onmiddellijk en met zekerheid te identificeren en te kunnen onderbrengen bij een van de in dat artikel aangeduide goederennomenclaturen. In Nederland moeten ingevolge artikel 3, derde lid, de goederen worden omschreven met hun gebruikelijke handelsbenaming en moeten zodanige bijzonderheden worden vermeld dat deze ingedeeld kunnen worden naar de onderscheidingen van de herziene eenvormige nomenclatuur voor de vervoersstatistieken (NST/R). Het CBS hanteerde de NST/R reeds bij het opstellen van de doorvoerstatistiek voor de totstandkoming van verordening 854/93.
In artikel 11 van verordening 854/93 is voorzien in statistische drempels waaronder de informatieplichtigen zijn vrijgesteld van de verplichting tot het doen van een opgave. Hiermee wordt voorkomen dat van goederenbewegingen van kleine omvang een opgave moet worden gedaan. In combinatie met de in de voorgaande paragrafen beschreven voorzieningen (in voorkomende gevallen informatieverstrekking door administratieve diensten of douane) is dus gestreefd, zowel op Europees als op nationaal niveau, naar minimalisering van de lasten voor het bedrijfsleven.
In dit verband wijs ik er nog op dat bij de voorbereiding van verordening 854/93 twee subcommissies van de Centrale commissie voor de statistiek, te weten de commissie voor de buitenlandse handel en de commissie van verkeer en vervoer, betrokken waren.
Met het bedrijfsleven is overleg gevoerd over de meest praktische wijze van uitvoering van de verordening.
De lasten van de overheid bij de opstelling van de doorvoerstatistiek nemen niet toe als gevolg van verordening 854/93 en de bij en krachtens dit besluit gestelde regels.
Wat de handhaving betreft geldt dat op grond van artikel 20 van de Statistiekwet 1950 de daartoe aangewezen ambtenaren van het CBS belast zijn met de verificatie van de opgaven die op grond van dit besluit worden gedaan.
De naleving van dit besluit is gesanctioneerd in artikel 8. In dit artikel wordt als strafbaar feit aangemerkt het niet of niet tijdig doen van de opgave en het verstrekken van onvolledige of onjuiste gegevens. Ingevolge artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten (gewijzigd bij de in paragraaf 1 van het algemeen deel genoemde wet tot wijziging van de Statistiekwet 1950) zijn overtredingen van voorschriften vastgesteld krachtens artikel 19 van de Statistiekwet 1950, economische delicten, voor zover aangeduid als strafbare feiten.
Met dit artikel wordt de informatieplichtigen opgedragen de gegevens overeenkomstig het bepaalde in de verordening en het besluit aan het CBS op te geven.
Artikel 9, onderdeel f, van verordening 854/93 biedt de lid-staten de mogelijkheid de informatieplichtige te verplichten bij bepaalde wijzen van vervoer aan te geven of de goederen in containers vervoerd worden. Het gaat hierbij om vervoer per zeeschip of binnenschip, met de trein, over de weg of met het vliegtuig. In artikel 3, tweede lid, is van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.
De informatieplichtigen hebben een keuzemogelijkheid ten aanzien van de drager van de statistische informatie. Indien een administratief of handelsdocument de vereiste gegevens reeds bevat kan dat voor de opgave worden gebruikt. Bij ministeriële regeling kan een formulier worden vastgesteld waarvan de informatieplichtigen gebruik kunnen maken indien zij niet beschikken over een document als hiervoor bedoeld of daarvan geen gebruik willen maken. Met het oog op de toenemende automatisering is tevens voorzien in de mogelijkheid een geautomatiseerde wijze van opgave aan te wijzen. Denkbaar is dat het CBS software beschikbaar stelt. Tevens is in dit verband van belang dat artikel 7, tweede lid, tweede alinea, van verordening 854/93 bepaalt dat de informatieplichtigen zich voor de toepassing van het in de eerste alinea van dat lid bepaalde houden aan de aanwijzingen van de nationale statistiekdiensten.
In artikel 4 is tevens voorzien in het achterwege blijven van de opgave in de gevallen waarin ten aanzien van een goederenbeweging reeds een douane-aangifte is vereist of is gedaan.
Met het tweede lid van artikel 5 is gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 10 van verordening 854/93 biedt ingeval een administratieve dienst wordt aangewezen als informatieplichtige. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gesteld met betrekking tot het verzamelen van de gegevens en de toezending aan het CBS. Daarbij zal rekening worden gehouden met de behoeften die het CBS ter zake heeft.
Voor het eventueel verzamelen van de gegevens en de toezending daarvan aan het CBS door een administratieve dienst is een uitzondering gemaakt voor die gevallen waarin de douane-aangifte wordt gebruikt als opgave voor de statistiek.
In artikel 11 van verordening 854/93 zijn de minimumdrempels aangegeven waaronder de informatieplichtigen zijn vrijgesteld van hun verplichtingen. Lid-staten mogen hogere drempels vaststellen. Voor Nederland zijn de drempels echter op het minimum vastgesteld. Hoewel er naar gestreefd wordt de administratieve lasten voor het bedrijfsleven zo gering mogelijk te houden zouden hogere drempels de resultaten van de statistiek ernstig schaden. Vooral bij het wegvervoer is de hoeveelheid per zending veelal betrekkelijk gering. Naarmate de vervoerde goederen bovendien meer gespreid zijn in hun herkomst c.q. bestemming zouden bij hogere drempels de statistische uitkomsten onbetrouwbaarder worden.
De drempels gelden per goederensoort per zending.
De gegevens moeten voor de twintigste dag van de maand volgend op de maand waarop zij betrekking hebben aan het CBS worden verstrekt, dat wil zeggen dat het CBS deze uiterlijk op die dag moet ontvangen. De bedrijven hebben zo enige tijd om de opgave op te stellen terwijl de termijn ook weer niet zo lang is dat de actualiteit van de statistieken in het gedrang komt. De Algemene termijnenwet is van toepassing ingeval de opgavetermijn eindigt op een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag.
De Minister van Economische Zaken,
G. J. Wijers
Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Economische Zaken.
Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van 9 mei 1995, nr. 89.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1995-170.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.