Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatsblad 1995, 115 | AMvB |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatsblad 1995, 115 | AMvB |
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 14 oktober 1994, nr. 94071729 WJA/W, gedaan mede namens Onze Minister van Justitie;
Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet van 25 april 1963, houdende goedkeuring van het Benelux-verdrag met eenvormige wet inzake de warenmerken alsmede enkele daarmee verband houdende voorzieningen (Stb. 221);
De Raad van State gehoord (advies van 20 december 1994, nr. W10.94.0633);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 8 februari 1995, nr. 95003248 WJA/W, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Het Besluit Bureau industriële eigendom 19701 wordt als volgt gewijzigd:
De tweede volzin van artikel 3, eerste lid, komt te luiden:
Zij mogen niet tevens zijn advocaat of octrooigemachtigde, noch middellijk of onmiddellijk betrokken zijn bij een onderneming tot het aanvragen van octrooien of tot het verrichten van depots van merken, van tekeningen of modellen of van topografieën van halfgeleiderprodukten of tot het verrichten van andere handelingen betreffende octrooien, merken, tekeningen of modellen of topografieën van halfgeleiderprodukten.
In artikel 4 wordt «de volgende belofte» vervangen door «de volgende eed of belofte», en komt de tweede alinea te luiden:
«Ik zweer/beloof, dat ik ijverig, nauwgezet en onpartijdig de plichten zal vervullen, welke het ambt (de betrekking) van ............. medebrengt, en met name geheim zal houden hetgeen mij uit hoofde van mijn ambt bekend is van de aanhangige octrooiaanvragen, voor zover zij niet krachtens enig wettelijk voorschrift openbaar zijn, en stipt zal helpen uitvoeren de hierbij in aanmerking komende wetten en algemene maatregelen van bestuur, en dat ik om iets hoegenaamd in dit ambt te doen of te laten, van niemand middellijk of onmiddellijk enige belofte of enig geschenk zal aannemen.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat beloof ik.
Ik verklaar, dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel dan ook, voor het verkrijgen van mijn aanstelling aan iemand, wie het ook zij, iets heb gegeven of beloofd.
Dat verklaar ik».
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnootDe Staatssecretaris van Economische Zaken,
A. van Dok-van Weele
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Uitgegeven de negende maart 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Het Besluit Bureau industriële eigendom 1970 behoeft aanpassing in verband met de Rijksoctrooiwet 1995. Deze wet voorziet in een regime voor de octrooiverlening, waarbij niet de Octrooiraad maar het Bureau voor de industriële eigendom (verder aan te duiden als: het Bureau) de uitvoerende instantie is. Het onderhavige besluit strekt tot bedoelde aanpassing.
Artikel 1 van het besluit is geschrapt. Dit artikel voorzag in een uitsplitsing van het Bureau in meerdere onderdelen. Overwogen is om in verband met de taken die in de Rijksoctrooiwet 1995 aan het Bureau worden toebedeeld de opsomming in artikel 1 van onderdelen van het Bureau uit te breiden met een Bureau voor octrooien. De vraag is evenwel gerezen welke praktische consequenties bedoelde onderverdeling heeft. Uit de praktijk van het Bureau blijkt dat de in artikel 1 gemaakte onderverdeling geen reële betekenis heeft. Het Bureau functioneert – afgezien van de Octrooiraad, waarop hieronder zal worden ingegaan – feitelijk als één geheel. Dit heeft met name te maken met het feit dat de taken die het Bureau vervult op het gebied van merken, tekeningen en modellen en topografieën van halfgeleiderprodukten zodanig gering van omvang zijn, dat daarvoor geen afzonderlijke organisatorische eenheden nodig zijn. Derhalve is besloten om de onderverdeling van het Bureau in artikel 1 te laten vervallen.
Het schrappen van artikel 1 heeft voor de zelfstandigheid van de Octrooiraad binnen het Bureau geen gevolgen. De inrichting en werkwijze van de Octrooiraad worden in de artikelen 14 en 15 van de Rijksoctrooiwet geregeld. In artikel 14 van de Rijksoctrooiwet is bovendien bepaald dat de Octrooiraad van het Bureau deel uitmaakt.
Artikel 3, eerste lid, tweede volzin, verbood de ambtenaren bij het Bureau adviezen te geven omtrent octrooien, merken, tekeningen en modellen en topografieën van halfgeleiders, voorzover deze advisering niet volgde uit de hun opgedragen taak. In toenemende mate worden evenwel, ook in internationaal verband, voorlichting, advisering en informatieverschaffing omtrent industriële eigendom(srechten) gezien als belangrijke taken van een Bureau voor de industriële eigendom.
In de schriftelijke gedachtenwisseling tussen regering en Staten-Generaal over het voorstel voor de Rijksoctrooiwet 1995 (Kamerstukken II 1991/92, 22 604, nrs. 3 en volgende) is aangegeven, dat het voornemen bestaat de activiteiten op genoemde terreinen te intensiveren. In verband hiermee achten wij het wenselijk de laatste beperkende bepaling in artikel 3, eerste lid, laatste volzin, te schrappen. Deze bepaling werd namelijk gezien als een beperking van de mogelijkheden voor het Bureau om, naast de uitvoering van de wettelijk opgedragen taken, ook voorlichting en advies te geven. Ter vermijding van misverstanden zij er op gewezen dat met de wijziging niet is beoogd de ambtenaren bij het Bureau de vrije hand te geven met betrekking tot het geven van adviezen buiten hun ambtelijke betrekking om. Wat betreft het adviseren als nevenwerkzaamheid zijn de bepalingen van het Algemeen Rijksambtenarenreglement onverkort van toepassing. De wijziging laat onverlet dat het Bureau, zeker voor de tijd dat de Octrooiraad nog belast is met de beoordeling van onder de Rijksoctrooiwet ingediende octrooiaanvragen, bij de advisering zekere grenzen in acht neemt, ten einde te voorkomen dat de juiste en niet-vooringenomen uitoefening van wettelijk opgedragen taken in het gedrang komt.
Door de aanpassing in onderdeel C wordt bereikt dat de ambtenaren bij het Bureau ook beloven de octrooiaanvragen die nog niet op grond van de Rijksoctrooiwet 1995 in het octrooiregister zijn ingeschreven geheim te zullen houden. Tevens is in overeenstemming met de huidige rechtsopvatting dat het afleggen van een eed en het afleggen van een belofte gelijkwaardig zijn, de mogelijkheid geopend om in plaats van een belofte een eed af te leggen.
De wijziging in onderdeel D heeft tot gevolg dat de Directeur van het Bureau of een door hem aangewezen ambtenaar alle bevoegdheden uitoefent en alle verplichtingen vervult die door de Rijksoctrooiwet 1995 aan het Bureau worden opgedragen.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
A. van Dok-van Weele
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Economische Zaken.
Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van 11 april 1995, nr. 72.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1995-115.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.