Provinciaal blad van Zuid-Holland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | Provinciaal blad 2026, 9958 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | Provinciaal blad 2026, 9958 | gemeenschappelijke regeling |
Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer, ieder voor zover bevoegd,
Gelet op hoofdstuk IV van de Wet gemeenschappelijke regelingen,
Overwegende dat de gemeenschappelijke regeling is geactualiseerd in verband met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022,
De Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden als volgt gewijzigd vast te stellen:
Hoofdstuk 2: Omgevingsdienst Haaglanden
Deze regeling heeft ten doel het ondersteunen van de deelnemers bij de uitvoering van hun taken op het gebied van het omgevingsrecht en andere opgedragen taken.
De omgevingsdienst verricht adviserende, ondersteunende en voorbereidende werkzaamheden op het gebied van de fysieke leefomgeving, één en ander afhankelijk van de per deelnemer af te nemen taken, en de uitvoering van programma’s en projecten voor de deelnemers, waaronder begrepen het voor de gemeenten ontwikkelen en handhaven van een gemeenschappelijk beleid, het aan gedeputeerde staten leveren van technische inbreng, zoals in milieueffectrapporten c.q. door gedeputeerde staten vast te stellen richtlijnen ten behoeve van milieueffectrapportages, het uitvoeren van onderzoek en metingen en het leveren van een bijdrage aan beleidsontwikkeling.
Indien ten gevolge van wijziging van wettelijke regelingen ter bescherming van het milieu, de uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid gaan strekken ter uitvoering van een andere regeling dan ter uitvoering waarvan zij ten tijde van het van kracht worden van deze regeling strekten, dan welindien in deze werkzaamheden ten gevolge van een dergelijke wijziging veranderingen optreden, blijven zij, voor zover hun strekking en omvang door hun wijziging niet wezenlijk veranderen, behoren tot de taken die in de genoemde artikelleden aan de omgevingsdienst zijn opgedragen.
Hoofdstuk 3: Inrichting en samenstelling van het bestuur
Artikel 6. Samenstelling algemeen bestuur
De colleges en gedeputeerde staten kunnen voor de door hen aangewezen leden van het algemeen bestuur plaatsvervangende leden aanwijzen, die de door hen aangewezen leden bij ontstentenis of verhindering vervangen. Het bepaalde in deze regeling ten aanzien van de leden van het algemeen bestuur is op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing.
De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur, zoals bedoeld in het tweede, derde en vierde lid geschiedt voor dezelfde periode als waarvoor het betreffende college of gedeputeerde staten worden benoemd en vindt plaats in de eerste vergadering van het betreffende college of gedeputeerde staten in nieuwe samenstelling.
Wanneer een lid van het algemeen bestuur ophoudt lid te zijn van het college of gedeputeerde staten dat hem heeft aangewezen, dan houdt hij tevens op lid te zijn van het algemeen bestuur. Het college of gedeputeerde staten dat hem heeft aangewezen, voorziet zo spoedig mogelijk in opvulling van de vacature.
De stemverhouding wordt eens in de vier jaar geëvalueerd of op een eerder moment indien de financiële bijdragen van de deelnemers en de begroting behorende bij het moment dat de geldende stemverdeling werd vastgesteld, substantieel ten opzichte van elkaar wijzigen. Het algemeen bestuur doet in dat geval voorstellen aan de deelnemers om met toepassing van artikel 32 de stemverhouding als gegeven in het eerste lid te wijzigen.
Artikel 10. Bevoegdheden algemeen bestuur
Onverminderd het bepaalde in artikel 57a van de wet en naast de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze regeling bepaalde, is het algemeen bestuur in ieder geval bevoegd tot het besluiten tot het oprichten van en deelnemen in stichtingen, maatschappijen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dit bijdraagt aan de behartiging van het doel als genoemd in artikel 2 dan wel aan de uitvoering van de taken als genoemd in artikel 4.
Hoofdstuk 4: Informatie en Verantwoording
Artikel 17. Informatie en verantwoording van leden van het algemeen bestuur aan college of gedeputeerde staten
Artikel 20. Bestuurscommissies
Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een bestuurscommissie dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de raden en provinciale staten. Ter verkrijging van deze verklaring wordt het ontwerp van een besluit tot instelling van een bestuurscommissie als bedoeld in het eerste lid met een toelichting aan de deelnemers toegezonden.
Hoofdstuk 7: Ambtelijke organisatie
Waar wordt aangesloten bij een regeling of overeenkomst inzake arbeidsvoorwaarden waarin wordt gesproken van “gemeenteraad”, “college” dan wel “hoofd van de dienst” of daarmee naar de strekking vergelijkbare termen, wordt voor de toepassing in het kader van deze regeling respectievelijk gelezen: algemeen bestuur, dagelijks bestuur en secretaris.
Hoofdstuk 8: Financiën en beheer van de omgevingsdienst
De raden en provinciale staten kunnen gedurende twaalf weken na aanbieding door het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemende provincie weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan de Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties, dan wel de minister die het aangaat, het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 198 en 199 Provinciewet.
Hoofdstuk 10: Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing
Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke uiterlijk zes maanden na het moment van het voorstel tot uittreding worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan.
Artikel 33. Geschillenregeling
Voordat over geschillen omtrent de toepassing, in de ruimste zin, van een regeling tussen besturen van de deelnemers of tussen besturen van een of meer deelnemers en het bestuur van het openbaar lichaam, de beslissing van de rechter wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan de Commissaris van de Koningin in de provincie Zuid-Holland.
Indien de aard van het geschil daartoe aanleiding geeft, dan wel indien een bestuursorgaan van de provincie partij is in het geschil, laat de commissaris zich bij de voorbereiding van het in het derde lid bedoelde advies bijstaan door twee door hem aan te wijzen burgemeesters van deelnemende, niet als partij bij het geschil betrokken gemeenten.
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Delft
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Den Haag
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Midden-Delfland
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Pijnacker-Nootdorp
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rijswijk
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Wassenaar
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Westland
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Zoetermeer
Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid- Holland
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-9958.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.