Nadere subsidieregels Preventie Faunaschade 2026-2027

Gedeputeerde Staten van Limburg

 

maken ter voldoening aan het bepaalde in de Provinciewet en de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v. bekend dat zij in hun vergadering van 26 mei 2026 hebben vastgesteld:

 

Nadere subsidieregels Preventie Faunaschade 2026-2027

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    Aanpassing: een reeds bestaand niet gesubsidieerd raster tot wolfwerende afrastering maken. Dit betreft geen uitbreiding van een bestaand raster;

  • 2.

    Actieve landbouwonderneming: een entiteit die zich bedrijfsmatig bezighoudt met de primaire landbouwproductie en in die hoedanigheid staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KvK);

  • 3.

    Bedrijfsmatig: economische activiteiten gericht op het hebben van een hoofdbestaan of een substantieel gedeelte van het bestaan;

  • 4.

    BIJ12: uitvoeringsorganisatie van de gezamenlijke provincies in Nederland, zijnde onderdeel van de Vereniging Interprovinciaal Overleg;

  • 5.

    De-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352) dan wel in Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L, 2023/2831 van 15 december 2023);

  • 6.

    Effectieve preventieve maatregel: maatregel die voldoet aan de eisen zoals gesteld in de vigerende Faunaschade-preventiekit van BIJ12;

  • 7.

    GegevensLeveringsProtocol (GLP): beschrijft hoe de levering plaats moet vinden van de gegevens in het kader van deze nadere subsidieregels. Het GLP heeft tot doel om de verwerking van deze gegevens die tussen Provincie Limburg en subsidieaanvrager(s) worden uitgewisseld, zo gestroomlijnd, uniform en transparant mogelijk te laten verlopen;

  • 8.

    Identificatie- en Registratiesysteem van dieren: het door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beheerde Identificatie- en Registratiesysteem van elke Nederlandse landbouwhuisdierenhouder met een uniek Bedrijfsnummer (UBN);

  • 9.

    In het wild levende beschermde diersoorten: diersoorten (met uitzondering van de wolf) zoals genoemd in de artikelen 11.37, 11.46 en 11.54 van het vigerende Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De wolf is eveneens een in het wild levende beschermde diersoort, maar wordt binnen het kader van deze nadere subsidieregels in een apart Hoofdstuk behandeld;

  • 10.

    Kwetsbare geregistreerde (gehouden) hoefdieren:

    • a.

      voor buiten verblijvende alpaca’s, lama’s, runderen, paarden, pony’s, ezels, varkens, damherten en edelherten een uitdraai van het Identificatie- en Registersysteem voor landbouwhuisdieren op het moment van de subsidieaanvraag; voor paarden gestald bij een stalhouder een overzicht van het aantal gestalde paarden op het moment van de subsidieaanvraag.

    • b.

      voor buiten verblijvende geiten en schapen vier uitdraaien van het Identificatie- en Registratiesysteem voor landbouwhuisdieren met de peildata 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november, in het jaar voorafgaand aan de aanschaf van wolfwerende afrastering;

  • 11.

    Landbouw: bedrijfsmatig uitgeoefende akkerbouw; vollegrondgroenteteelt; weidebouw; veehouderij; pluimveehouderij; tuinbouw, daaronder begrepen fruitteelt, het telen van vruchten, groenten, paddenstoelen en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen; de teelt van griendhout en riet; elke andere tak van bodemcultuur, met uitzondering van de bosbouw;

  • 12.

    Onderbouwde schadegegevens: schadegegevens zoals bekend bij BIJ12;

  • 13.

    Onderneming: elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd;

  • 14.

    Primaire landbouwproductie: het produceren van de in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) vermelde producten, met uitzondering van de visserij- en aquacultuurproducten die zijn vermeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad;

  • 15.

    Schadedreiging: een reële kans op schade aangetoond door het overleggen van onderbouwde gegevens over een combinatie van de landbouw en actueel in het gebied aanwezige in het wild levende beschermde diersoorten waarbij wordt aangetoond dat de schade daadwerkelijk het gevolg kan zijn van het aanwezige in het wild levende beschermde dier;

  • 16.

    Stalhouder van paarden: houder van een stal waar anderen hun paarden tegen betaling kunnen stallen;

  • 17.

    Wolfwerende afrastering: afrastering die voldoet aan paragraaf 3 van de vigerende Faunaschade Preventiekit module wolven van BIJ12. Hieronder valt ook het aanpassen van een bestaande afrastering tot wolfwerende afrastering.

Artikel 2 Doel van de regeling

De preventie van faunaschade in de Nederlandse provincie Limburg zoals vastgelegd in het Limburg Natuurprogramma 2023-2030, 6.1.9. Faunabeheer:

 

  • -

    door middel van de aanschaf en het plaatsen van effectieve preventieve maatregelen ter voorkoming van schade aan landbouw, veroorzaakt door in het wild levende beschermde diersoorten (m.u.v. de wolf); of

  • -

    door middel van de aanschaf en het plaatsen van wolfwerende afrastering ter voorkoming van schade door de wolf aan kwetsbare geregistreerde (gehouden) hoefdieren.

Artikel 3 Subsidieplafond

  • 1.

    Gedeputeerde Staten stellen per indieningsperiode het subsidie(deel)plafond voor Hoofdstuk 2 Preventie faunaschade door in het wild levende beschermde diersoorten (m.u.v. de wolf) en het subsidie(deel)plafond voor Hoofdstuk 3 Preventie faunaschade door de wolf voor deze nadere subsidieregels vast.

  • 2.

    De wijze van verdeling van het subsidieplafond kunt u raadplegen op www.limburg.nl/subsidies > subsidieplafonds.

Hoofdstuk 2 Preventie faunaschade door in het wild levende beschermde diersoorten (m.u.v. de wolf)

Artikel 4 Aanvrager

Grondeigenaren en grondgebruikers die krachtens eigendom dan wel een ander zakelijk recht zeggenschap hebben over de grond(en) waarop of waaraan de effectieve preventieve maatregel waarvoor subsidie wordt aangevraagd, wordt getroffen/gedaan of grondgebruikers met schriftelijke toestemming van de eigenaar(s) van de grond(en) om de maatregel waarvoor subsidie wordt aangevraagd uit te voeren. Gemeenten of waterschappen komen niet voor een subsidie in aanmerking.

 

Indien aanvrager kwalificeert als een onderneming, wordt de subsidie aangemerkt als de-minimissteun die wordt verleend in overeenstemming met het relevante en vigerende kader betreffende de-minimissteun in de landbouwsector (in het geval van een actieve landbouwonderneming die een landbouwactiviteit verricht) of de reguliere de-minimissteun.

Artikel 5 Subsidiecriteria effectieve preventieve maatregel

Om voor een subsidie in aanmerking te komen, dient aan alle volgende algemene criteria te worden voldaan:

  • 1.

    De effectieve preventieve maatregel richt zich op het voorkomen van schade aan landbouw door (een) in het wild levende beschermde diersoort(en).

  • 2.

    De effectieve preventieve maatregel wordt in overwegende mate uitgevoerd binnen de Nederlandse provincie Limburg.

  • 3.

    De schade aan landbouw door de betreffende in het wild levende beschermde diersoort(en) is veroorzaakt in 2025, 2026 of 2027 en is aantoonbaar middels onderbouwde schadegegevens dan wel is er sprake van een schadedreiging aan landbouw door de betreffende in het wild levende beschermde diersoort(en).

  • 4.

    De aantoonbare schade dan wel de schadedreiging aan landbouw kan voor tegemoetkoming in aanmerking komen conform de vigerende provinciale Beleidsregels Tegemoetkoming Faunaschade 2025 voor de Provincie Limburg.

Artikel 6 Verplichtingen subsidieontvanger effectieve preventieve maatregel

Subsidieontvanger is verplicht om:

 

  • 1.

    Onder toepassing van artikel 31, tweede lid, van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v. dient subsidieontvanger binnen vier weken na afloop van de projectperiode middels een schriftelijk verslag (formulier Eindverslag Preventie faunaschade 2026-2027) vergezeld van fotomateriaal aan te tonen dat de effectieve preventieve maatregel, waarvoor subsidie wordt verstrekt, is geplaatst en uitgevoerd conform de opgelegde voorwaarden en verplichtingen.

  • 2.

    De effectieve preventieve maatregel ten minste voor een periode van 5 jaar na de subsidievaststelling deugdelijk te beheren en onderhouden.

  • 3.

    De door subsidieontvanger aan te leveren (data)gegevens in het schriftelijke verslag, aan te leveren conform het GegevensLeveringsProtocol (GLP) dat een bijlage bij de beschikking vormt.

Artikel 7 Afwijzingsgronden

In aanvulling op artikel 17 van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v., wordt de subsidieaanvraag afgewezen, indien:

 

  • a)

    Het project niet aansluit bij de doelstelling van deze nadere subsidieregels zoals gesteld in artikel 2;

  • b)

    Het project niet is ingediend door een aanvrager zoals gesteld in artikel 4;

  • c)

    Niet wordt voldaan aan een van de subsidiecriteria in artikel 5;

  • d)

    De Provincie Limburg dezelfde activiteit/project al op een andere wijze subsidieert en/of financiert;

  • e)

    De te verstrekken subsidie lager is dan € 1.500,00;

  • f)

    De aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;

  • g)

    Aan een grondgebruiker of grondeigenaar binnen de indieningsperiode reeds een subsidie is verleend op grond van hoofdstuk 2 van deze nadere subsidieregels;

  • h)

    Voor het betreffende perceel reeds een provinciale subsidie is verleend voor een vaste afrastering, ongeacht eigendomsoverdracht, splitsing of wijziging van het perceel door de grondgebruiker of -eigenaar;

  • i)

    De subsidieaanvraag is ontvangen buiten de periode zoals vermeld in artikel 16;

  • j)

    Ingeval aanvrager kwalificeert als een onderneming, indien de subsidieaanvrager op het moment van de aanvraag het maximumbedrag aan de-minimissteun al heeft overschreden berekend over de voorafgaande periode van drie jaren.

Artikel 8 Subsidiebedrag

  • 1.

    Het subsidiebedrag bedraagt maximaal 80% van de totale subsidiabele projectkosten.

  • 2.

    Er geldt een maximaal provinciaal subsidiebedrag van € 15.000,00 per grondgebruiker of grondeigenaar per indieningsperiode. Indien meerdere aanvragen betrekking hebben op hetzelfde perceel of op percelen die naar het oordeel van Gedeputeerde Staten feitelijk, functioneel of bedrijfsmatig met elkaar samenhangen, worden deze aanvragen aangemerkt als één project waarvoor maximaal eenmaal subsidie tot het genoemde bedrag wordt verstrekt.

  • 3.

    Subsidies kleiner dan € 1.500,00 worden niet verstrekt.

  • 4.

    Indien de aangevraagde subsidie ertoe zou leiden dat het toepasselijke de-minimisplafond wordt overschreden, wordt de subsidie uitsluitend verleend tot het bedrag dat nog binnen het toepasselijke plafond kan worden verstrekt.

Artikel 9 Subsidiabele en niet subsidiabele kosten

  • 1.

    De volgende kosten zijn subsidiabel:

    • -

      Kosten van de aanschaf van de effectieve preventieve maatregel(en) om faunaschade te voorkomen zoals opgenomen in de vigerende Faunaschade-preventiekit van BIJ12;

    • -

      Kosten van het plaatsen van effectieve preventieve maatregelen door derden.

  • 2.

    Aanvullend op artikel 15 van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v. zijn de volgende kosten niet subsidiabel:

    • -

      Onvoorzien;

    • -

      Wettelijke taken, verboden of verplichtingen;

    • -

      Eigen uren en/of arbeidskosten/loonkosten van aanvrager;

    • -

      Contractuele en/of financiële verplichtingen die zijn aangegaan vóórdat de subsidie is aangevraagd dan wel kosten die reeds zijn gemaakt vóórdat de subsidie is aangevraagd, met uitzondering van de contractuele en/of financiële verplichtingen die zijn aangegaan of kosten die reeds zijn gemaakt vanaf 1 januari 2026.

Hoofdstuk 3 Preventie faunaschade wolf

Artikel 10 Aanvrager

Eigenaren van kwetsbare geregistreerde (gehouden) hoefdieren en stalhouders van paarden, die tevens eigenaar zijn van de grond(en) waarop of waaraan de maatregel waarvoor subsidie wordt aangevraagd, wordt getroffen/gedaan, dan wel daarover beschikken op grond van een ander zakelijk recht of toestemming van de grondeigenaar om de maatregel waarvoor subsidie wordt gevraagd uit te voeren. Gemeenten dan wel waterschappen komen niet voor een subsidie in aanmerking.

 

Indien aanvrager kwalificeert als een onderneming, wordt de subsidie aangemerkt als de-minimissteun die wordt verleend in overeenstemming met het relevante en vigerende kader betreffende de-minimissteun in de landbouwsector (in het geval van een actieve landbouwonderneming die een landbouwactiviteit verricht) of de reguliere de-minimissteun.

Artikel 11 Subsidiecriteria wolfwerende afrastering

Om voor een subsidie in aanmerking te komen, dient aan alle volgende algemene criteria te worden voldaan:

  • 1.

    De maatregel betreft het aanschaffen en het plaatsen van wolfwerende afrastering.

  • 2.

    De wolfwerende afrastering richt zich op het voorkomen van schade aan kwetsbare geregistreerde (gehouden) hoefdieren door de wolf.

  • 3.

    De aanschaf en plaatsing van de wolfwerende afrastering is in overwegende mate gericht op de Nederlandse provincie Limburg, dan wel komt aanwijsbaar ten goede aan de Nederlandse provincie Limburg.

Artikel 12 Verplichtingen subsidieontvanger wolfwerende afrastering

Subsidieontvanger is verplicht om:

 

  • 1.

    Onder toepassing van artikel 31, tweede lid van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v. dient subsidieontvanger binnen vier weken na afloop van de projectperiode middels een schriftelijk verslag (formulier Eindverslag Preventie faunaschade 2026-2027) vergezeld van fotomateriaal aan te tonen dat wolfwerende afrastering, waarvoor subsidie wordt verstrekt is geplaatst conform de opgelegde voorwaarden en verplichtingen.

  • 2.

    De afrastering ten minste voor een periode van 5 jaar na de subsidievaststelling deugdelijk te beheren en onderhouden.

  • 3.

    De door subsidieontvanger aan te leveren (data)gegevens in het schriftelijke verslag, aan te leveren conform het GegevensLeveringsProtocol (GLP) dat een bijlage bij de beschikking vormt.

Artikel 13 Afwijzingsgronden

In aanvulling op artikel 17 van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v., wordt de subsidieaanvraag afgewezen, indien:

 

  • a.

    Het project niet aansluit bij de doelstelling van deze nadere subsidieregels zoals gesteld in artikel 2;

  • b.

    Het project niet is ingediend door een aanvrager zoals gesteld in artikel 10;

  • c.

    Niet wordt voldaan aan een van de subsidiecriteria in artikel 11;

  • d.

    De Provincie Limburg dezelfde activiteit/project al op een andere wijze subsidieert en/of financiert;

  • e.

    De te verstrekken subsidie lager is dan € 1.500,00;

  • f.

    De aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;

  • g.

    Aan aanvrager reeds een subsidie is verleend binnen de indieningsperiode op grond van hoofdstuk 3 van deze nadere subsidieregels;

  • h.

    Voor het betreffende perceel reeds een subsidie voor een vaste wolfwerende afrastering is verleend, ongeacht eigendomsoverdracht, splitsing of wijziging van het perceel door de grondgebruiker of -eigenaar;

  • i.

    De subsidieaanvraag is ontvangen buiten de periode zoals vermeld in artikel 16;

  • j.

    Ingeval de aanvrager kwalificeert als onderneming, indien de subsidieaanvrager op het moment van de aanvraag het maximumbedrag aan de-minimissteun al heeft overschreden berekend over de voorafgaande periode van drie jaren.

Artikel 14 Subsidiebedrag

  • 1.

    Er geldt een maximaal provinciaal subsidiebedrag van € 20.000,00 per aanvrager en per indieningsperiode.

  • 2.

    Subsidies kleiner dan € 1.500,00 worden niet verstrekt.

  • 3.

    De hoogte van de subsidie bedraagt voor:

    • a.

      Vaste afrastering:

      • i.

        € 570,00 basisvergoeding.

      • ii.

        € 3,40 per strekkende meter vaste wolfwerende afrastering met een maximum van € 114,00 per hoefdier met uitzondering van runderen en paarden, pony’s en ezels, hiervoor geldt een maximum van € 680,00 per dier en waarbij voor het totale aantal dieren wordt uitgegaan van het aantal kwetsbare geregistreerde (gehouden) hoefdieren.

    • b.

      Verplaatsbare afrastering:

      • i.

        € 34,00 per kwetsbaar geregistreerd (gehouden) hoefdier.

      • ii.

        € 4.500,00 voor een draad-opwindsysteem of systeem waarmee verplaatsbare wolfwerende afrastering op- en afgewonden kan worden, mits de verplaatsbare wolfwerende afrastering een wolfwerende afrastering met draden is en de verplaatsbare afrastering op moment van indienen van de aanvraag wordt gebruikt voor een groep van minimaal 100 schapen en/of geiten of voor een groep van minimaal 17 runderen, paarden of pony’s.

    • c.

      De hoogte van de subsidie voor de aanpassing van een afrastering bedraagt 50% van de bedragen bedoeld in het derde lid van dit artikel.

  • 4.

    De hoogte van het subsidiebedrag wordt bepaald door het aantal kwetsbare geregistreerde (gehouden) hoefdieren op het moment van de aanvraag, voor schapen en geiten zoals genoemd onder artikel 1, lid 10 sub b, wordt de hoogte bepaald door het gemiddeld aantal kwetsbare geregistreerde (gehouden) hoefdieren dat op peildata 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november in het jaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag is vastgelegd in het Identificatie- en Registratiesysteem van dieren.

  • 5.

    Indien de aangevraagde subsidie ertoe zou leiden dat het toepasselijke de-minimisplafond wordt overschreden, wordt de subsidie uitsluitend verleend tot het bedrag dat nog binnen het toepasselijke plafond kan worden verstrekt.

Hoofdstuk 4 Aanvraagprocedure

Artikel 15 Indienen aanvraag

  • 1.

    Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend bij Gedeputeerde Staten met gebruikmaking van het standaard (digitaal) aanvraagformulier dat geplaatst is op de website van de Provincie Limburg: www.limburg.nl/subsidies>actuele subsidieregelingen.

  • 2.

    Het standaard (digitaal) aanvraagformulier dient volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend te worden en te zijn voorzien van alle bijlagen zoals aangegeven op het formulier en dient bij voorkeur digitaal, middels eHerkenning (aanvragen van organisaties) of DigiD (aanvragen van particulieren), te worden ingediend. Een aanvraag per e-mail is niet mogelijk en zal niet in behandeling worden genomen.

Artikel 16 Termijn voor indienen aanvraag

  • 1.

    Subsidieaanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend binnen de door Gedeputeerde Staten vastgestelde jaarlijkse indieningsperioden.

  • 2.

    De eerste indieningsperiode start per datum inwerkingtreding van deze regeling en eindigt op 18 december 2026.

  • 3.

    De tweede indieningsperiode start per 5 januari 2027 en eindigt op 17 december 2027.

  • 4.

    Voor de datum van ontvangst is de datum van de ontvangststempel van de Provincie Limburg bepalend en bij digitale aanvragen de datum van digitale ontvangst.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 17 Hardheidsclausule

  • 1.

    In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslissen Gedeputeerde Staten.

  • 2.

    Indien toepassing van het bepaalde in deze regeling, naar het oordeel van Gedeputeerde Staten, tot kennelijke onbillijkheden leidt, dan kunnen Gedeputeerde Staten van enige bepaling afwijken.

Artikel 18 Inwerkingtreding, beëindiging en citeertitel

  • 1.

    Deze Nadere subsidieregels treden in werking met ingang van 16 juni 2026 tot en met 31 december 2027.

  • 2.

    Deze Nadere subsidieregels vervallen met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op subsidieaanvragen die vóór die datum zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten en subsidiebesluiten die vóór die datum zijn genomen, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject.

  • 3.

    Deze regeling kan worden aangehaald als “Nadere subsidieregels Preventie Faunaschade 2026-2027”.

Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten, gehouden op 26 mei 2026 Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter

dhr. E.G.M. Roemer

secretaris.

D. Timmer

Naar boven