Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 2 juni 2026, PZH-2026-891481403, tot wijziging van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 in verband met het actualiseren van de paragrafen 2.6, 2.7 en 2.13

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

 

Gelet op artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

 

Overwegende dat het wenselijk is paragrafen 2.6, 2.7 en 2.13 van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 op onderdelen te actualiseren;

 

Besluiten:

Artikel I  

De Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

Artikel 2.6.6 komt te luiden:

 

Artikel 2.6.6 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    bij verwerving de waardevermindering van de grond, blijkend uit een taxatie door een onafhankelijke NRVT-erkende taxateur;

  • b.

    de kosten voor het vrijmaken van het terrein van pacht of erfpacht, waaronder een reële vergoeding voor de derving van de inkomsten van de pachter, blijkend uit een taxatie door een onafhankelijke NRVT-erkende taxateur;

  • c.

    bij functieverandering de kosten voor de omzetting van grond in natuurterrein, bestaande uit ten hoogste het verschil in de getaxeerde marktwaarde van de grond en de getaxeerde marktwaarde van de grond na de beoogde functieverandering blijkend uit een taxatie door een onafhankelijke NRVT-erkende taxateur;

  • d.

    veilingkosten;

  • e.

    overdrachtsbelasting voor zover geen kwijtschelding of vermindering wordt verleend;

  • f.

    kosten voor bodemonderzoek;

  • g.

    kadasterkosten, voor zover dit geen kosten inzake het vestigen van een kwalitatieve verplichting betreffen;

  • h.

    notariskosten, voor zover dit geen kosten inzake het vestigen van een kwalitatieve verplichting betreffen;

  • i.

    bemiddelingskosten;

  • j.

    kosten voor de afkoop van landinrichtingsrente, voor zover niet meegenomen in de waardevermindering als bedoeld onder a;

  • k.

    kosten voor het opstellen van een controleverklaring door een accountant, indien deze noodzakelijk is voor de subsidieverantwoording.

B.

Artikel 2.6.7 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Het derde lid komt te luiden:

    • 3.

      De hoogte van de subsidie voor de activiteit bedoeld in artikel 2.6.2, eerste lid, onder c, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten bedoeld in artikel 2.6.6 onder c.

  • 2.

    In het vierde lid vervalt ‘, eerste lid’.

  • 3.

    In het vijfde lid vervalt ‘, eerste lid,’.

C.

In artikel 2.7.2 vervalt ‘Huys Ten Donck en’.

 

D.

Artikel 2.7.4 komt te luiden:

 

Artikel 2.7.4 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen in ieder geval voor subsidie in aanmerking de kosten voor de in bijlage 4 opgenomen uit te voeren dan wel uitgevoerde maatregelen in de betreffende gebieden voor zover in combinatie met een of beide van de in bijlage 4 genoemde pakketten.

 

E.

Artikel 2.13.8 komt te luiden:

 

Artikel 2.13.8 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt subsidie als bedoeld in artikel 2.13.2 geweigerd als:

  • a.

    het onderzoek of de maatregel behoort tot de reguliere activiteiten of wettelijke taken van de aanvrager;

  • b.

    voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde activiteit op grond van deze of een andere subsidieregeling van de provincie Zuid-Holland subsidie is aangevraagd door of verleend aan de aanvrager.

F.

Bijlage 4 behorende bij artikel 2.7.3 van de Subsidieregeling Groen Zuid-Holland 2016 komt te luiden:

 

Bijlage 4 behorende bij de artikelen 2.7.1, 2.7.3 en 2.7.4 van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016

 

Maatregelen Oosterse en Westerse Laagjes

  • -

    Uitstellen van de eerste maai- en weidedatum;

  • -

    Instellen van een periode waarin niet wordt gemaaid en beweid;

  • -

    Het daarvoor extensiveren van het agrarische gebruik;

  • -

    Verbeteren van de waterhuishouding voor natuurwaarden; en

  • -

    Geen ongewenste recreatie, jacht en chemische onkruidbestrijding.

De bovenstaande maatregelen zijn per (erf)pachter onderverdeeld in twee pakketten:

  • -

    Pakket 1. Instellen rustperiode en voldoende foerageergelegenheid voor wintergasten en doortrekkers;

  • -

    Pakket 2. Instellen rustperiode in verband met broedende vogels in de periode 1 april tot en met 14 juni.

G.

Bijlage 5 behorende bij artikel 2.7.5 van de Subsidieregeling Groen Zuid-Holland 2016 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In de titel wordt ‘Groen’ vervangen door ‘groen'.

  • 2.

    In de derde rij wordt ‘R.A. van Gaalen’ vervangen door ‘A.R. van Gaalen’.

  • 3.

    In de zesde rij wordt ‘K. in ’t Veld’ vervangen door ‘K.C. in ’t Veld’.

  • 4.

    De laatste rij vervalt.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst en werkt ten aanzien van Artikel I, onderdeel G, subonderdelen 2 en 3, terug tot en met 1 januari 2026.

Den Haag, 2 juni 2026

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland

drs. C.E.M. Weber, plv. secretaris

mr. A.W. Kolff, voorzitter

Toelichting behorende bij het besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 2 juni 2026, PZH-2026-891481403, tot wijziging van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 in verband met het actualiseren van de paragrafen 2.6, 2.7 en 2.13

Middels dit wijzigingsbesluit worden de paragrafen 2.6, 2.7 en 2.13 op onderdelen geactualiseerd. De wijziging van paragraaf 2.6 heeft betrekking op kadaster- en notariskosten als subsidiabele kosten. Deze kosten zijn subsidiabel, voor zover het geen kosten inzake het vestigen van een kwalitatieve verplichting betreffen, omdat de provincie deze kosten betaalt. De wijzigingen van paragraaf 2.7 houden overwegend verband met het schrappen van Huys ten Donck als één van de gebieden waarop deze paragraaf betrekking heeft. Verder wordt aan paragraaf 2.13 een weigeringsgrond toegevoegd.

Naar boven