Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 1 juni 2026, houdende regels omtrent het verstrekken van bijdragen voor de aanpak landelijk gebied (Bijdrageregeling aanpak landelijk gebied Noord-Brabant)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene bijdrageverordening Noord-Brabant;

 

Overwegende dat de Minister van Natuur en Stikstof de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase heeft vastgesteld voor de stimulering van de condities die nodig zijn voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden of van een goede staat van natuurgebieden die buiten Natura 2000-gebieden zijn gelegen;

 

Overwegende dat de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur de Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied heeft vastgesteld voor onder meer de stimulering van gebiedsprocessen en maatregelen als onderdeel van een brede, langjarige gebiedsgerichte aanpak om de stikstofbelasting van de natuur terug te dringen en de natuur te beschermen en te ontwikkelen en een bijdrage te leveren aan het tijdig voldoen aan de Kaderrichtlijn water;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op basis van die regelingen bij het ministerie aanvragen om een specifieke uitkering hebben gedaan en toegekend gekregen om genoemde doelen in en rondom Brabantse stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden te kunnen financieren, waar de opgaven voor water, bodem en lucht groot en urgent zijn;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten bij de aanpak van twaalf van die gebieden met diverse partners aan gebiedstafels samenwerkt aan de zogenaamde groenblauwe gebiedsgerichte aanpak van natuurherstel, hydrologisch herstel en perspectief voor de landbouw;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten aan de in die gebiedstafels samenwerkende medeoverheden financiële bijdragen willen toekennen, zodat zij in en rondom twaalf Brabantse stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden projecten kunnen realiseren die bijdragen aan de hiervoor genoemde doelen;

 

Besluiten vast te stellen:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Abv: Algemene bijdrageverordening Noord-Brabant;

directe apparaatskosten: reguliere bedrijfsvoeringskosten van betrokken decentrale overheden, die samenhangen met de regievoering op het project en betrekking hebben op de voorbereiding en uitvoering van het project en daaraan direct zijn toe te rekenen;

drukfactor: factor die een of meer van de benodigde abiotische of biotische omgevingscondities van een soort of soortencomplex uit balans brengt;

ecologische verbindingszone: ecologische verbindingszone als bedoeld in bijlage I van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;

financieel projectverslag: verslag bevattende de financiële verantwoording over de activiteiten, aansluitend op de begroting, inclusief een toelichting op de afwijkingen van de baten en lasten;

financiële verantwoording Sisa-gemeenten: financiële verantwoording voor gemeenten die volgt uit de beschikking van een specifieke uitkering van het Rijk;

functiewijziging: wijziging van een functie als bedoeld in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;

GeoPackage: bestand dat een database vormt voor geografische informatie;

GGA: groenblauwe gebiedsgerichte aanpak, aan de hand waarvan de provincie samen met partners werkt aan de opgaves op het gebied van klimaat, natuur, water en bodem en tegelijkertijd aan het creëren van een duurzaam perspectief voor de Brabantse landbouw in de schil rondom de natuurgebieden;

GGA-gebied: begrensd gebied waarin een GGA plaats vindt;

habitattypen of habitatsoorten: natuurlijke habitats, habitats van soorten en de dier- en plantensoorten die op grond van de Vogel- en habitatrichtlijn worden beschermd;

indirecte apparaatskosten: reguliere bedrijfsvoeringskosten van betrokken decentrale overheden en kosten die samenhangen met de deelname aan de GGA en niet direct zijn toe te rekenen aan het project;

Kaderrichtlijn water: Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid, PB EU L 327/1;

kwalitatieve verplichting: verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek, die is vastgelegd in een notariële akte en ingeschreven in de openbare registers;

Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;

Natuurpact: Natuurpact ontwikkeling en beheer van de natuur in Nederland van 18 september 2013 (Kamerstukken II 2013/14, 33576, nr. 6);

NNN: Natuurnetwerk Nederland als bedoeld in artikel 2.44, vierde lid, van de Omgevingswet, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, als aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;

project: activiteit of samenhangend geheel van activiteiten die afgebakend zijn in de tijd en gericht op een specifiek eindresultaat;

specifieke uitkeringsregeling: Regeling specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase of de Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied;

Vogel- en Habitatrichtlijn: Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010 L 20) en Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEU 1992 L 206).

Artikel 2 Doel

Deze regeling heeft als doel het stimuleren van projecten gericht op het versterken of verbeteren van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden of stikstofgevoelige habitattypen of habitatsoorten en het treffen van maatregelen als onderdeel van een brede, langjarige GGA om de natuur te beschermen en te ontwikkelen en een bijdrage te leveren aan het tijdig voldoen aan de Kaderrichtlijn water.

Artikel 3 Doelgroep

Een bijdrage op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door:

  • a.

    gemeenten; en

  • b.

    waterschappen.

Artikel 4 Activiteiten die in aanmerking komen voor een bijdrage

Een bijdrage kan worden verstrekt voor projecten in een GGA-gebied als opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, gericht op:

  • a.

    het geheel of gedeeltelijk wegnemen van de drukfactoren voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden of stikstofgevoelige habitattypen of habitatsoorten per Natura 2000-gebied, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling; of

  • b.

    watersysteemherstel in de vorm van:

    • 1°.

      watervasthoudende of hydrologische maatregelen; of

    • 2°.

      het aanleggen en verbreden van beekdalen.

Artikel 5 Weigeringsgronden

Een bijdrage wordt geweigerd indien:

  • a.

    voor het project reeds een bijdrage is verstrekt op grond van deze regeling;

  • b.

    voor het project reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt op grond van een andere provinciale of landelijke subsidieregeling of bijdrageregeling;

  • c.

    voor het project subsidie of een bijdrage kan worden aangevraagd op grond van een andere provinciale subsidieregeling of bijdrageregeling.

Artikel 6 Vereisten voor een bijdrage

Om voor een bijdrage in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd in een GGA-gebied als opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling of binnen een afstand van maximaal 2000 meter daaromheen;

  • b.

    het project komt ten goede aan het GGA-gebied, bedoeld onder a;

  • c.

    het project is gericht op het treffen van maatregelen als onderdeel van een brede, langjarige GGA;

  • d.

    het project is additioneel aan de maatregelen die worden uitgevoerd in het kader van het Natuurpact;

  • e.

    de bijdrageaanvrager is bereid een functiewijziging van de grond in het kader van het project permanent vast te leggen door middel van:

    • 1°.

      de vestiging van een kwalitatieve verplichting; en

    • 2°.

      indien mogelijk, een wijziging van het Omgevingsplan, het nemen van een peilbesluit of het opnemen in het beheerplan van het desbetreffende Natura 2000-gebied;

  • f.

    het project is uitvoerbaar en financieel haalbaar;

  • g.

    het project, bedoeld in artikel 4, onder a:

    • 1°.

      is gericht op het herstel van een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied of de daarin voorkomende stikstofgevoelige habitattypen of habitatsoorten;

    • 2°.

      is gericht op het geheel of gedeeltelijk wegnemen van de drukfactoren per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, genoemd in bijlage 2 bij deze regeling; en

    • 3°.

      kan uiterlijk 1 juli 2032 worden afgerond;

  • h.

    het project, bedoeld in artikel 4, onder b:

    • 1°.

      is gericht op watersysteemherstel in de vorm van watervasthoudende of hydrologische maatregelen of het aanleggen of verbreden van beekdalen;

    • 2°.

      levert een bijdrage aan het tijdig voldoen aan de Kaderrichtlijn water; en

    • 3°.

      kan uiterlijk 31 december 2028 worden afgerond.

Artikel 7 Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de bijdrage komen alle kosten voor een bijdrage in aanmerking.

Artikel 8 Kosten die niet in aanmerking komen voor een bijdrage

  • 1.

    In afwijking van artikel 7 komen de volgende kosten niet in aanmerking voor een bijdrage:

    • a.

      kosten die zijn gemaakt voor 1 januari 2024;

    • b.

      indirecte apparaatskosten;

    • c.

      directe apparaatskosten, voor zover deze het maximum van 10 % van de totale kosten die voor een bijdrage in aanmerking komen overschrijden;

    • d.

      kosten voor de uitvoering van wetgeving of regelgeving ten aanzien van de wettelijke taken van de bijdrageaanvrager;

    • e.

      kosten voor de aanschaf van onroerende zaken;

    • f.

      kosten voor de aanleg van bos in het kader van boscompensatie;

    • g.

      kosten voor de aanleg van natuur in het kader van natuurcompensatie;

    • h.

      kosten voor de inrichting van NNN;

    • i.

      kosten voor de inrichting van ecologische verbindingszones;

    • j.

      kosten voor extensivering van landbouwgronden rondom Natura 2000-gebieden;

    • k.

      kosten voor extensivering van graasdierhouderijen;

    • l.

      kosten voor regulier natuurbeheer en onderhoud;

    • m.

      kosten voor door de bijdrageontvanger te betalen nadeelcompensatie, tenzij er een direct verband is met het project;

    • n.

      kosten die betrekking hebben op inkomstenderving door beperkingen op het agrarisch gebruik van landbouwgronden;

    • o.

      kosten voor monitoring; en

    • p.

      kosten voor de aanschaf en afschrijving van machines.

  • 2.

    Indien het een project als bedoeld in artikel 4, onder a, betreft, komen kosten die betrekking hebben op gronden die buiten Natura 2000-gebieden liggen niet in aanmerking voor een bijdrage, tenzij deze kosten gemotiveerd ten goede komen aan het Natura 2000-gebied.

Artikel 9 Vereisten aanvraag bijdrage

  • 1.

    Aanvragen voor een bijdrage worden ingediend van 18 juni 2026 tot en met 15 september 2026.

  • 2.

    Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde aanvraagformulier.

  • 3.

    Een aanvraag bevat de volgende bijlagen:

    • a.

      een kaart met de beoogde locatie van het project, waaruit blijkt dat aan het vereiste in artikel 6, onder a, wordt voldaan;

    • b.

      een projectplan waaruit gemotiveerd blijkt dat aan de vereisten in artikel 6, onder b tot en met e, onderdeel g, onder 1° en 2°, en onderdeel h, onder 1° en 2°, wordt voldaan;

    • c.

      een realistische planning, waaruit blijkt dat aan het vereiste, genoemd in artikel 6, onderdeel g, onder 3°, en onderdeel h, onder 3°, is voldaan; en

    • d.

      een sluitende en realistische begroting per project, uitgesplitst per maatregel, waaruit blijkt dat aan het vereiste, genoemd in artikel 6, onder f, is voldaan; en

    • e.

      indien het een project als bedoeld in artikel 4, onder a, betreft, bevat het projectplan aanvullend per Natura 2000-gebied:

      • 1°.

        een beschrijving van de nulsituatie;

      • 2°.

        een beschrijving van de maatregelen die worden genomen, de doelen die daarbij worden nagestreefd en welke drukfactoren, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling, per maatregel worden aangepakt;

      • 3°.

        per maatregel of onderzoek, een overzicht van de hectares in het GGA-gebied waarop deze betrekking hebben, onderverdeeld in binnen of buiten het Natura 2000-gebied;

      • 4°.

        een beschrijving van de aard en omvang van het verwachte effect van de maatregelen op de desbetreffende stikstofgevoelige habitattypen of habitatsoorten in het Natura 2000-gebied, blijkend uit een ecologische en hydrologische onderbouwing;

      • 5°.

        indien van toepassing, een beschrijving van het te voeren beheer nadat het project is uitgevoerd; en

      • 6°.

        indien van toepassing, een beschrijving van de wijze van monitoring van de voortgang van het project en de wijze van monitoring van het effect van de maatregelen.

Artikel 10 Bijdrageplafond

Gedeputeerde Staten stellen het bijdrageplafond voor de periode, genoemd in artikel 9, eerste lid, vast op € 520.000.

Artikel 11 Hoogte van de bijdrage

De hoogte van de bijdrage bedraagt 100 % van de kosten die voor een bijdrage in aanmerking komen tot een maximum van het bedrag per bijdrageontvanger, per specifieke uitkeringsregeling, opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling.

Artikel 12 Verdelingswijze

Het bijdrageplafond wordt verdeeld op grond van de in de GGA overeengekomen noodzakelijke gebiedsopgaven en de daarbij behorende maatregelen per GGA-gebied.

Artikel 13 Verplichtingen algemeen

De bijdrageontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

    indien functiewijziging een onderdeel is van het project legt de bijdrageontvanger de functiewijziging van de grond permanent vast door middel van:

    • 1°.

      de vestiging van een kwalitatieve verplichting; en

    • 2°.

      indien mogelijk, een wijziging van het Omgevingsplan, het nemen van een peilbesluit of het opnemen in het beheerplan van het desbetreffende Natura 2000-gebied;

  • b.

    de bijdrageontvanger overlegt jaarlijks uiterlijk op 1 maart over het voorafgaande jaar een kwalitatieve omschrijving waarin hij aangeeft in welke fase de uitvoering van het project zich bevindt, inclusief een beschrijving van tussentijds behaalde doelen, uitgesplitst naar:

    • 1°.

      de verkenningsfase;

    • 2°.

      de planvormingsfase of voorbereidingsfase;

    • 3°.

      de uitvoeringsfase of realisatiefase;

  • c.

    de kwalitatieve omschrijving bevat:

    • 1°.

      een inschatting van de haalbaarheid van de oorspronkelijke projectplanning;

    • 2°.

      de reden van een eventuele vertraging;

    • 3°.

      een inschatting van de mate van vertraging;

    • 4°.

      een inschatting of de oorspronkelijke doelen op output nog te realiseren zijn;

    • 5°.

      een beschrijving van een eventuele wijziging van de doelen op output;

    • 6°.

      een inschatting van de nog te realiseren uitgaven;

  • d.

    binnen het project wordt uitsluitend aangeplant met de soorten beplanting, opgenomen in artikel 2.8, onder e en f, van de Subsidieregeling Natura 2000 Noord-Brabant;

  • e.

    de bijdrageontvanger overlegt jaarlijks uiterlijk op 1 maart een financieel voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van het project waarvoor de bijdrage wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;

  • f.

    de bijdrageontvanger houdt het resultaat van het project dat met een provinciale bijdrage tot stand is gekomen tenminste vijftien jaar na vaststelling van de bijdrage in stand, tenzij Gedeputeerde Staten hiervoor ontheffing verlenen;

  • g.

    de bijdrageontvanger zorgt ervoor dat de zaak die tot stand is gekomen met een provinciale bijdrage niet binnen een periode van vijftien jaar na realisering daarvan vervreemd, verhuurd of met hypotheek of andere zakelijke rechten wordt bezwaard, dan wel geheel of gedeeltelijk aan de in de aanvraag omschreven bestemming onttrokken wordt, tenzij Gedeputeerde Staten hiervoor ontheffing verlenen;

  • h.

    Indien door of namens de bijdrageontvanger een of meer publicaties worden gedaan met betrekking tot het te financieren project, zorgt de bijdrageontvanger ervoor dat in de publicaties wordt vermeld dat het project geheel of gedeeltelijk met financiële steun van de provincie Noord-Brabant wordt of is gerealiseerd.

Artikel 14 Verplichtingen bijzonder

  • 1.

    Onverminderd artikel 13 heeft de bijdrageontvanger, indien de bijdrage betrekking heeft op een project als bedoeld in artikel 4, onder a, in ieder geval de volgende verplichtingen:

    • a.

      de bijdrageontvanger overlegt jaarlijks uiterlijk op 1 maart over het voorafgaande jaar een cijfermatig en projectmatig voortgangsverslag per natuurgebied inzake:

      • 1°.

        welke stikstofgevoelige habitattypen of habitatsoorten verbeteren als gevolg van de maatregelen; en

      • 2°.

        de voortgang en de realisatie, met in ieder geval het percentage geheel of gedeeltelijk weggenomen drukfactoren en de oppervlakte herstelde natuur;

    • b.

      de bijdrageontvanger verleent medewerking aan de door Gedeputeerde Staten verplicht uit te voeren monitoring in het kader van de desbetreffende specifieke uitkeringsregeling; en

    • c.

      de bijdrageontvanger rondt het project uiterlijk 1 juli 2032 af.

  • 2.

    Onverminderd artikel 13 heeft de bijdrageontvanger, indien de bijdrage betrekking heeft op een project als bedoeld in artikel 4, onder b, in ieder geval de volgende verplichtingen:

    • a.

      de bijdrageontvanger overlegt jaarlijks uiterlijk op 1 maart over het voorafgaande jaar een cijfermatig en projectmatig voortgangsverslag per GGA-gebied inzake:

      • 1°.

        de watervasthoudende of hydrologische maatregelen in hectaren; en

      • 2°.

        de aanleg en verbreding van beekdalen in hectaren;

    • b.

      de bijdrageontvanger rondt het project uiterlijk 31 december 2028 af.

  • 3.

    De bijdrageontvanger draagt zorg dat de verplichtingen, genoemd in het eerste en tweede lid en artikel 13, worden overgedragen aan de gebruiker, indien de bijdrageontvanger niet zelf de gebruiker is of wordt van de grond.

Artikel 15 Verantwoording

De bijdrageontvanger toont bij de aanvraag tot vaststelling van de bijdrage aan dat de activiteiten waarvoor de bijdrage is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de bijdrage verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:

  • a.

    een activiteitenverslag, dat, indien het een project als bedoeld in artikel 4, onder a, betreft, een reflectie op de eindsituatie ten opzichte van de nulsituatie bevat;

  • b.

    een GeoPackage met gebruikmaking van het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde format;

  • c.

    indien het project een onderzoek betreft, het onderzoeksrapport;

  • d.

    foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;

  • e.

    indien functiewijziging een onderdeel is van het project:

    • 1°.

      een bewijs van vestiging van de kwalitatieve verplichting; en

    • 2°.

      indien van toepassing, het bewijs van wijziging van het Omgevingsplan, het nemen van het peilbesluit of de opname in het beheerplan;

  • f.

    een financieel projectverslag; en

  • g.

    een financiële verantwoording voor Sisa-gemeenten op grond van artikel 17a van de Financiële verhoudingswet, indien:

    • 1°.

      de bijdrage betrekking heeft op een project als bedoeld in artikel 4, onder b; en

    • 2°.

      de bijdrageontvanger een gemeente is.

Artikel 16 Bevoorschotting en betaling

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100 % van de verleende bijdrage.

  • 2.

    Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt betaald in jaarlijkse gelijke delen, gedurende de looptijd van het project.

Artikel 17 Vaststellen bijdrage

Gedeputeerde Staten stellen de bijdrage op aanvraag vast op grond van artikel 13, onder c, van de Abv.

Artikel 18 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2029 en vervolgens telkens na drie jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze regeling in de praktijk.

Artikel 19 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 20 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Bijdrageregeling aanpak landelijk gebied Noord-Brabant.

’s-Hertogenbosch, 1 juni 2026

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Bijlage 1 behorende bij artikel 4 en artikel 6, onder a, van de Bijdrageregeling aanpak landelijk gebied Noord-Brabant

 

Kaart van de twaalf GGA-gebieden*

 

  • 1.

    GGA gebied Brabantse Wal

  • 2.

    GGA gebied Ulvenhoutse Bos

  • 3.

    GGA gebied Westelijke Langstraat

  • 4.

    GGA gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

  • 5.

    GGA gebied Loonse en Drunense Duinen

  • 6.

    GGA gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen

  • 7.

    GGA gebied Regte Heide & Riels Laag

  • 8.

    GGA gebied Kempenland-West

  • 9.

    GGA gebied Grenscorridor

  • 10.

    GGA gebied Strabrechtse Heide

  • 11.

    GGA gebied De Bult

  • 12.

    GGA gebied Vitale Peel

* Met uitzondering van de rood omlijnde gebieden, die zich buiten de grenzen van de provincie Noord-Brabant bevinden

Bijlage 2 behorende bij artikel 4, onder a, artikel 6, onderdeel g, onder 2°, en artikel 9, derde lid, onderdeel e, onder 2°, van de Bijdrageregeling aanpak landelijk gebied Noord-Brabant

 

Drukfactoren per GGA-gebied en per Natura 2000-gebied:

 

  • 1.

    GGA-gebied Brabantse Wal

    Natura 2000-gebied Brabantse Wal

     

    Drukfactoren:

    • a.

      beperkt oppervlak, versnippering en geïsoleerde ligging;

    • b.

      exoten;

    • c.

      kennisleemten;

    • d.

      onvoldoende aanvoer bufferrijk grondwater;

    • e.

      recreatiedruk;

    • f.

      slechte waterkwaliteit;

    • g.

      verdroging;

    • h.

      verzuring en vermesting (stikstofdepositie).

       

  • 2.

    GGA-gebied Ulvenhoutse Bos

    Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos

     

    Drukfactoren:

    • a.

      beperkt oppervlak, versnippering en geïsoleerde ligging;

    • b.

      kennisleemten;

    • c.

      onvoldoende aanvoer bufferrijk grondwater;

    • d.

      recreatiedruk;

    • e.

      verdroging.

       

  • 3.

    GGA-gebied Westelijke Langstraat

    Natura 2000-gebied Langstraat

     

    Drukfactoren:

    • a.

      beperkt oppervlak, versnippering en geïsoleerde ligging;

    • b.

      kennisleemten;

    • c.

      onvoldoende aanvoer bufferrijk grondwater;

    • d.

      slechte waterkwaliteit;

    • e.

      verzuring en vermesting (stikstofdepositie).

       

  • 4.

    GGA-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

    Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek

     

    Drukfactoren:

    • a.

      beperkt oppervlak, versnippering en geïsoleerde ligging;

    • b.

      exoten;

    • c.

      kennisleemten;

    • d.

      verdroging;

    • e.

      verzuring en vermesting (stikstofdepositie).

       

  • 5.

    GGA-gebied Loonse en Drunense Duinen

    Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen

     

    Drukfactoren:

    • a.

      beperkt oppervlak, versnippering en geïsoleerde ligging;

    • b.

      exoten;

    • c.

      kennisleemten;

    • d.

      onvoldoende aanvoer bufferrijk grondwater;

    • e.

      recreatiedruk;

    • f.

      slechte waterkwaliteit;

    • g.

      verdroging;

    • h.

      verzuring en vermesting (stikstofdepositie).

       

  • 6.

    GGA-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen

    Natura 2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen

     

    Drukfactoren:

    • a.

      beperkt oppervlak, versnippering en geïsoleerde ligging;

    • b.

      exoten;

    • c.

      kennisleemten;

    • d.

      recreatiedruk;

    • e.

      slechte waterkwaliteit;

    • f.

      verdroging;

    • g.

      verzuring en vermesting (stikstofdepositie).

       

  • 7.

    GGA-gebied Regte Heide & Riels Laag

    Natura 2000-gebied Regte Heide en Riels Laag

     

    Drukfactoren:

    • a.

      beperkt oppervlak, versnippering en geïsoleerde ligging;

    • b.

      kennisleemten;

    • c.

      slechte waterkwaliteit;

    • d.

      verdroging;

    • e.

      verzuring en vermesting (stikstofdepositie).

       

  • 8.

    GGA-gebied Kempenland-West

    Natura 2000-gebied Kempenland-West

     

    Drukfactoren:

    • a.

      beperkt oppervlak, versnippering en geïsoleerde ligging;

    • b.

      exoten;

    • c.

      kennisleemten;

    • d.

      onvoldoende aanvoer bufferrijk grondwater;

    • e.

      slechte waterkwaliteit;

    • f.

      verdroging;

    • g.

      verzuring en vermesting (stikstofdepositie).

       

  • 9.

    GGA-gebied Grenscorridor

    Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide en De Plateaux

     

    Drukfactoren:

    • a.

      beperkt oppervlak, versnippering en geïsoleerde ligging;

    • b.

      exoten;

    • c.

      kennisleemten;

    • d.

      onvoldoende aanvoer bufferrijk grondwater;

    • e.

      recreatiedruk;

    • f.

      slechte waterkwaliteit;

    • g.

      verdroging;

    • h.

      verzuring en vermesting (stikstofdepositie).

       

  • 10.

    GGA-gebied Strabrechtse Heide

    Natura 2000-gebied Strabrechtse Heide en Beuven

     

    Drukfactoren:

    • a.

      beperkt oppervlak, versnippering en geïsoleerde ligging;

    • b.

      kennisleemten;

    • c.

      onvoldoende aanvoer bufferrijk grondwater;

    • d.

      verdroging;

    • e.

      verzuring en vermesting (stikstofdepositie).

       

  • 11.

    GGA-Gebied De Bult

    Natura 2000-deelgebied De Bult, onderdeel van Natura 2000-gebied Deurnsche Peel en Mariapeel

     

    Drukfactoren:

    • a.

      beperkt oppervlak, versnippering en geïsoleerde ligging;

    • b.

      exoten;

    • c.

      kennisleemten;

    • d.

      verdroging;

    • e.

      verzuring en vermesting (stikstofdepositie).

       

  • 12.

    GGA-gebied Vitale Peel

    Natura 2000-gebied Deurnsche Peel en Mariapeel, met uitzondering van Natura 2000-deelgebied De Bult

     

    Drukfactoren:

    • a.

      beperkt oppervlak, versnippering en geïsoleerde ligging;

    • b.

      exoten;

    • c.

      kennisleemten;

    • d.

      verdroging;

    • e.

      verzuring en vermesting (stikstofdepositie).

       

  • Natura 2000-gebied Groote Peel

     

    Drukfactoren:

    • a.

      beperkt oppervlak, versnippering en geïsoleerde ligging;

    • b.

      exoten;

    • c.

      kennisleemten;

    • d.

      verdroging;

    • e.

      verzuring en vermesting (stikstofdepositie).

Bijlage 3 behorende bij artikel 11 van de Bijdrageregeling aanpak landelijk gebied Noord-Brabant

 

Maximale hoogte bijdrage per aanvrager per GGA-gebied per specifieke uitkering voor het aanvraagtijdvak 18 juni 2026 tot en met 15 september 2026:

 

  • 1.

    Gemeente Woensdrecht GGA-gebied Brabantse Wal maximaal € 420.000,

    waarvan:

    • a.

      € 0.00 op grond van de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase;

    • b.

      € 420.000 op grond van de Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied.

       

  • 2.

    Gemeente Roosendaal GGA-gebied Brabantse Wal maximaal € 100.000,

    waarvan:

    • a.

      € 0.00 op grond van de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase;

    • b.

      € 100.000 op de grond de Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied.

Toelichting behorende bij de Bijdrageregeling aanpak landelijk gebied Noord Brabant

I Algemeen

 

Achtergrond

De Minister van Natuur en Stikstof heeft de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase (hierna: SPUK LPN 2e fase) vastgesteld voor de stimulering van de condities die nodig zijn voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden of van een goede staat van natuurgebieden die buiten Natura 2000-gebieden zijn gelegen.

 

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft tevens de Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied (hierna: SPUK Rpml) vastgesteld voor onder meer de stimulering van gebiedsprocessen en maatregelen als onderdeel van een brede, langjarige gebiedsgerichte aanpak om de stikstofbelasting van de natuur terug te dringen en de natuur te beschermen en te ontwikkelen en een bijdrage te leveren aan het tijdig voldoen aan de kaderrichtlijn water.

 

Gedeputeerde Staten hebben op basis van die regelingen bij de Minister aanvragen ingediend en toegekend gekregen om genoemde doelen in en rondom Brabantse stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden te kunnen financieren, waar de opgaven voor water, bodem en lucht groot en urgent zijn.

Gedeputeerde Staten hebben bij de aanpak van die gebieden met diverse partners in gebiedstafels samen gewerkt aan de zogenaamde groenblauwe gebiedsgerichte aanpak van natuurherstel, hydrologisch herstel en extensivering van de landbouw.

 

Gedeputeerde Staten willen via deze bijdrageregeling aan de in de gebiedstafels samenwerkende medeoverheden een financiële bijdrage verstrekken, zodat zij in en rondom twaalf Brabantse stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden projecten kunnen realiseren die bijdragen aan een aantal van de hiervoor genoemde doelen.

 

Juridisch

Deze bijdrageregeling is vastgesteld op grond van de Algemene bijdrageverordening (Abv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van de bijdrage niet in de bijdrageregeling is vastgelegd, maar in de Abv. In de Abv staat onder meer wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten en welke algemene verplichtingen gelden voor de bijdrageontvanger, zoals de meldingsplicht. Voor een goed begrip van deze bijdrageregeling is het dus noodzakelijk om kennis te nemen van de Abv.

 

Staatssteun

De middelen worden door Gedeputeerde Staten verstrekt aan andere overheden, zijnde gemeenten of waterschappen. Gemeenten of waterschappen zijn in principe geen ondernemingen. Gedeputeerde Staten zijn van oordeel dat de activiteiten, bedoeld in artikel 4, vallen binnen de uitvoering van basistaken van openbaar gezag van gemeenten en waterschappen. Daardoor handelen zij ook bij de uitvoering van de activiteiten in het kader van deze regeling niet als onderneming en is er geen sprake van staatsteun. Daarbij hebben gemeenten of waterschappen ruimte om naar eigen inzicht invulling te geven aan de concrete uitvoering van de activiteiten. Zolang deze invulling maar bijdraagt aan het doel beschreven in deze regeling. Daarmee is op het niveau van deze bijdrageregeling geen sprake van staatssteun.

 

II Artikelsgewijs

 

Artikel 3 Doelgroep

Deze regeling is uitsluitend van toepassing op publiekrechtelijke rechtspersonen, omdat alleen dan voldaan wordt aan de criteria van artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Verstrekking aan een andere doelgroep is niet mogelijk.

 

Artikel 4 Activiteiten die in aanmerking komen voor een bijdrage

Onder a Drukfactoren

Dit onderdeel ziet op projecten die passen binnen de SPUK LPN 2e fase en zijn voor deze bijdrageregeling specifiek gericht op het geheel of gedeeltelijk wegnemen van drukfactoren in Natura 2000-gebieden.

 

Onder b Watersysteemherstel

Dit onderdeel ziet op projecten die passen binnen de SPUK Rpml en zijn in deze bijdrageregeling specifiek gericht op watervasthoudende of hydrologische maatregelen of het aanleggen of verbreden van beekdalen (brede beekdalbenadering). De inrichting van het watersysteem is lange tijd gericht geweest op het zo snel mogelijk afvoeren van water. Deze focus op ontwatering heeft onder andere verdroging van natuurgebieden, wegvallen van kwelstromen en een dalende grondwaterstand tot gevolg gehad. De door Gedeputeerde Staten beoogde projecten dienen te leiden tot watersysteemherstel, waarbij water wordt vastgehouden en het de mogelijkheid krijgt om te infiltreren. Dit leidt tot grondwateraanvulling en dat is tevens een opgave vanuit de Kaderrichtlijn water.

 

Artikel 5 Weigeringsgronden

De weigeringsgronden in dit artikel zijn aanvullend op de weigeringsgronden, opgenomen in artikel 6 van de Abv.

 

Artikel 6 Vereisten voor een bijdrage

Onder a Binnen GGA-gebied of 2000 meter

Gedeputeerde Staten bedoelen hier de geografische ligging van het project. Dit dient te blijken uit een kaart.

 

Onder b Ten goede komen aan

Gedeputeerde Staten bedoelen hiermee dat het project een positieve bijdrage moet leveren aan het desbetreffende GGA-gebied.

 

Onder c GGA

De projecten moeten tot stand zijn gekomen binnen de groenblauwe gebiedsgerichte aanpak, aan de hand waarvan de provincie samen met partners werkt aan de opgaves op het gebied van klimaat, natuur, water en bodem en tegelijkertijd aan het creëren van een duurzaam perspectief voor de Brabantse landbouw in de schil rondom de natuurgebieden.

 

Onder d Natuurpact

De maatregelen mogen geen onderdeel uitmaken van hetgeen reeds in het Natuurpact is afgesproken. Hieronder vallen in ieder geval de realisatie van het NNN en maatregelen uit Natura 2000-beheerplannen.

 

Onder e Permanente functiewijziging

De bijdrageontvanger dient in ieder geval bereid te zijn tot het vestigen van een kwalitatieve verplichting. De functiewijziging dient namelijk permanent te zijn. Gedeputeerde Staten gaan er daarnaast van uit dat, waar mogelijk, de functiewijziging ook wordt vastgelegd in het Omgevingsplan, een peilbesluit of een beheerplan.

 

Onder g Extra vereisten SPUK LPN 2e fase

Onderdeel 1° Herstel

De binnen het project uit te voeren maatregelen moeten aantoonbaar bijdragen aan het verder verbeteren en herstellen van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied of de daarin voorkomende habitattypen of habitatsoorten. Een belangrijke basis voor deze onderbouwing, en daarmee duiding van de benodigde maatregelen, kan teruggevonden worden in de voor het desbetreffende Natura 2000-gebied door de provincie opgestelde Natuurdoelanalyse (NDA).

 

Onderdeel 2° Drukfactoren

In de tabel in bijlage 2 zijn de drukfactoren per GGA-gebied en per Natura 2000-gebied opgenomen. Voor het geheel of gedeeltelijk wegnemen van deze drukfactoren hebben Gedeputeerde Staten op grond van de SPUK LPN 2e fase, een specifieke uitkering ontvangen.

Onderdeel 3 ° Afronding

De uiterste datum voor de afronding van projecten is afgestemd op de SPUK LPN 2e fase.

 

Onder h Extra vereisten SPUK Rpml

Onderdeel 1° Watersysteemherstel

Met deze vereisten borgen Gedeputeerde Staten dat de projecten passen binnen de SPUK Rpml.

Onderdeel 2° Kaderrichtlijn water

De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn met als hoofddoel het beschermen, verbeteren en herstellen van alle oppervlakte- en grondwateren. De Kaderrichtlijn water stelt doelstellingen op het gebied van de ecologische toestand van de oppervlakte wateren en de chemische toestand van het oppervlaktewater en het grondwater. Daarnaast dienen de grondwaterlichamen kwantitatief in balans te zijn.

Onderdeel 3° Afronding

De uiterste datum voor de afronding van projecten is afgestemd op de SPUK Rpml in relatie tot de financiële verantwoording Sisa-gemeenten.

 

Artikel 8 Kosten die niet in aanmerking komen voor een bijdrage

Algemeen

In artikel 7 van de Abv is reeds geregeld dat Btw niet voor bijdrage in aanmerking komt als de publiekrechtelijke rechtspersoon de bij inkoop of aankoop betaalde btw over de betreffende activiteiten niet met de Belastingdienst kan verrekenen of bij het btw-compensatiefonds kan compenseren. In dit artikel hebben Gedeputeerde Staten aanvullend nog enkele andere soorten kosten benoemd die niet voor een bijdrage in aanmerking komen in het kader van deze bijdrageregeling.

 

Eerste lid Kosten die niet in aanmerking komen

Onder e Onroerende zaken

Met onroerend goed bedoelen Gedeputeerde Staten ook gronden. Kosten voor de aanschaf van gronden komen dus niet voor een bijdrage in aanmerking.

 

Onder g Natuurcompensatie

Indien een project natuur aantast, ongeacht de beleidsmatige context, ontstaat een verplichting tot natuurcompensatie elders. De kosten voor de aanleg van natuur in het kader van natuurcompensatie komen niet voor een bijdrage in aanmerking.

 

Onder j en k Extensivering landbouw

Gedeputeerde Staten bedoelen met extensivering een blijvende gebruiksaanpassing door de gebruiker van agrarische grond, zoals bijvoorbeeld minder of geen bemesting, minder of geen gebruik bestrijdingsmiddelen, aanpassing van de waterhuishouding en daaraan aangepaste gewaskeuze, minder of geen onttrekking van water voor beregening of een meer op biodiversiteit gerichte gewaskeuze of beheer van de gewassen. Deze bijdrageregeling is niet gericht op extensivering van landbouw, daarom komen de kosten voor extensivering van agrarische landbouwgronden rondom Natura 2000-gebieden en de kosten voor extensivering van graasdierhouderijen niet voor een bijdrage in aanmerking.

 

Onder m Nadeelcompensatie

Kosten voor nadeelcompensatie die een bijdrageontvanger maakt komen in principe niet voor een bijdrage in aanmerking. Zeker niet wanneer het gaat om besluitvorming in het kader van de uitoefening van een wettelijke taak van de bijdrageontvanger. Echter in het geval dat de bijdrageontvanger een project gaat uitvoeren in het kader van deze regeling en direct als gevolg van besluitvorming in het kader van dat project een derde benadeeld wordt, kunnen de kosten voor nadeelcompensatie onder voorwaarden wel voor een bijdrage in aanmerking komen.

Indien een bijdrageontvanger een project gaat uitvoeren gericht op watersysteemherstel in de vorm van water vasthouden, zou een hiertoe te nemen besluit kunnen leiden tot nadeel bij de grondeigenaar als gevolg van vernatting. Indien de bijdrageontvanger vervolgens nadeelcompensatie aan die grondeigenaar moet betalen, dan kunnen de desbetreffende kosten voor nadeelcompensatie in aanmerking komen voor een bijdrage op grond van deze regeling.

Hierbij gaan Gedeputeerde Staten uit van de normaal maatschappelijk aanvaardbare berekeningswijzen, taxaties en andere onderbouwingen ten aanzien van deze kosten.

 

Onder n Inkomstenderving

Aangezien kosten voor extensivering niet voor een bijdrage in aanmerking komen, komen ook kosten voor inkomstenderving door beperkingen op het agrarisch gebruik van landbouwgronden niet voor vergoeding in aanmerking.

 

Artikel 9 Vereisten aanvraag bijdrage

Naast de reeds in artikel 8 van de Abv opgenomen vereisten dient de aanvraag van de bijdrageaanvrager de in dit artikel genoemde bijlagen te bevatten. Met die bijlagen kunnen Gedeputeerde Staten toetsen of aan de vereisten in deze regeling wordt voldaan. Indien de aanvraag niet voldoet aan de gestelde vereisten, is deze onvolledig en biedt artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de grondslag voor het buiten behandeling laten ervan.

 

Artikel 13 Verplichtingen algemeen

Algemeen

Europeesrechtelijke verplichtingen

Indien de bijdrageontvanger op zijn beurt de door hem ontvangen bijdrage verstrekt aan een onderneming of aanwendt ten behoeve van economische activiteiten, dient hij daarbij rekening te houden met de Europese regels ten aanzien van aanbesteding en staatssteun. Dit betekent dat indien de bijdrageontvanger een opdracht verstrekt aan derden voor de uitvoering van werken of diensten hij de Aanbestedingsrichtlijnen in acht dient te nemen.

In het geval de bijdrageontvanger met de door hem verkregen bijdrage op zijn beurt een subsidie of andere bijdrage verstrekt aan derden voor uitvoering van eigen maatregelen van die derden, dienen de van toepassing zijnde staatsteunregels in acht te worden genomen. Gezien het doel van deze bijdrageregeling is toepassing van artikel 45 of artikel 53 uit de Algemene groepsvrijstelling in dat geval een reële optie. Bij maatregelen gericht op sluiting van de productiecapaciteit is steun enkel mogelijk na voorafgaande goedkeuring door de Europese Commissie.

 

Meldingsplicht Abv

Naast de verplichtingen in dit artikel geldt ook de meldingsplicht van artikel 11 van de Abv. Dit artikel verplicht de bijdrageontvanger de ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de bijdrage te melden. Hierbij wordt uitgegaan van de voorwaarden en verplichtingen die aan de bijdrage zijn gesteld. De bijdrageontvanger doet onverwijld melding aan Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten kunnen hierop naar bevind van zaken handelen. Een dergelijke melding kan leiden tot het intrekken of wijzigen van de bijdrageverlening, het opschorten van voorschotten of het aanpassen van verplichtingen of het lager of zelfs op nihil vaststellen van de bijdrage. De meldingsplicht geldt gedurende het hele proces van bijdrageverstrekking, dus vanaf de bijdrageverlening tot aan de bijdragevaststelling. Indien er geen melding is gedaan en pas bij een aanvraag voor vaststelling blijkt dat er wel een melding gedaan had moeten worden, kan dit leiden tot volledige terugvordering inclusief wettelijke rente.

 

In ieder geval

De zinsnede “in ieder geval” maakt het mogelijk dat in de individuele beschikking nog aanvullende verplichtingen kunnen worden opgenomen.

 

Onder a Permanente functiewijziging

De bijdrageontvanger dient in ieder geval een kwalitatieve verplichting te vestigen. De functiewijziging dient namelijk permanent te zijn. Gedeputeerde Staten gaan er daarnaast van uit dat, waar mogelijk, de functiewijziging ook wordt vastgelegd in het Omgevingsplan, een peilbesluit of een beheerplan.

 

Onder c Inhoud kwalitatieve omschrijving

Onderdeel 2° Reden vertraging

De aanvrager van de bijdrage dient gemotiveerd in te gaan op de specifieke redenen voor vertraging, zoals problemen met betrekking tot de capaciteit, het draagvlak, vergunningaanvragen, procedures of andere externe omstandigheden.

 

Onder d Aanplanting

De bijdrageontvanger dient te voldoen aan de Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 van de Commissie van 13 juli 2016 tot vaststelling van een lijst van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten krachtens Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad. Deze verordening bevat alle verboden soorten die bestreden moeten worden.

Gedeputeerde Staten hebben in dit artikelonderdeel ten aanzien van de soorten die wel zijn toegestaan extra beperkingen opgenomen.

Indien het project plaatsvindt in een landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen, zoals aangegeven op de kaart Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, opgenomen in bijlage 2 bij de Regeling Natura 2000 Noord-Brabant, mag uitsluitend worden aangeplant met de soorten die zijn vermeld in bijlage 3 bij die regeling.

Indien het project plaatsvindt buiten een landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen, zoals aangegeven op de kaart Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, opgenomen in bijlage 2 van de Subsidieregeling Natura 2000 Noord-Brabant, mag uitsluitend worden aangeplant met soorten die zijn vermeld in bijlage 4 bij die regeling.

 

Onder f Instandhoudingsverplichting

Deze verplichting houdt in dat de bijdrageontvanger deugdelijk beheer en onderhoud moet voeren en de activiteiten geen belangrijke wijzigingen mogen ondergaan die raken aan de aard of uitvoeringsvoorwaarden van die activiteiten. De instandhoudingsplicht geldt tenminste tot en met 15 jaar na vaststelling van de bijdrage, tenzij Gedeputeerde Staten menen dat ontheffing van deze verplichting gerechtvaardigd is. Tijdens de instandhoudingsplicht hebben Gedeputeerde Staten de mogelijkheid een controlebezoek te houden om te beoordelen of de instandhoudingsverplichting wordt nageleefd.

 

Onder g Rechtstoestand

Deze verplichting betekent dat de rechtstoestand van zaken die met een provinciale bijdrage tot stand zijn gekomen in principe tenminste 15 jaar onveranderd dient te blijven, tenzij Gedeputeerde Staten menen dat ontheffing van deze verplichting gerechtvaardigd is. De benodigde ontheffing van Gedeputeerde Staten betreft zowel roerende als onroerende zaken.

De juridische toestand van onroerende zaken, zoals welke zakelijke rechten in de vorm van eigendom, erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal, vruchtgebruik, appartementsrecht, pand of hypotheek erop rusten, is opgenomen in het Kadaster.

 

Artikel 14 Verplichtingen bijzonder

Eerste lid SPUK LPN 2e fase

Onder a Voortgangsverslag

De hier gevraagde informatie vloeit voort uit de verplichtingen die het Rijk aan de provincie heeft opgelegd via de SPUK LPN 2e fase.

 

Onder b Monitoring SPUK LPN 2e fase

De hier gevraagde medewerking kan voortvloeien uit verplichtingen die het Rijk aan de provincie oplegt via de SPUK LPN 2e fase.

 

Onder c Afronding

De uiterste datum voor de afronding van projecten is afgestemd op de SPUK LPN 2e fase.

 

Tweede lid SPUK Rpml

Onder a Voortgangsverslag

De hier gevraagde informatie vloeit voort uit de verplichtingen die het Rijk aan de provincie heeft opgelegd via de SPUK Rpml.

 

Onder b Afronding

De uiterste datum voor de afronding van projecten is afgestemd op de SPUK Rpml in relatie tot de financiële verantwoording Sisa-gemeenten.

 

Derde lid Doorleggen verplichtingen

De bijdrageontvanger dient zorg te dragen dat hij, bij doorverstrekking van een verleende bijdrage op grond van deze regeling, aan de Europese verplichtingen, de meldingsplicht en de verplichtingen in dit artikel blijft voldoen. De bijdrageontvanger blijft immers verantwoordelijk voor de rechtmatige besteding van de op basis van deze regeling verkregen bijdrage.

 

Artikel 15 Verantwoording

Algemeen

Dit artikel bevat de bewijsstukken die nodig zijn om de prestatie inhoudelijk of financieel te verantwoorden. Gedeputeerde Staten kunnen ook hier eventueel steekproefsgewijs aanvullende informatie opvragen of ter plaatse controleren of de prestatie is verricht.

Ingevolge artikel 14, derde lid, onder 3°, van de Abv, dient de bijdrageontvanger de aanvraag tot vaststelling, met daarin de verantwoording, binnen 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten, bij Gedeputeerde Staten in te dienen.

Indien niet alle activiteiten, waarvoor de bijdrage is verleend, zijn verricht of anderszins niet aan de aan de bijdrage verbonden verplichtingen is voldaan, kunnen Gedeputeerde Staten gebruik maken van de bevoegdheden, opgenomen in de artikelen 15 tot en met 20 van de Abv. Het betreft de bevoegdheid tot lager vaststellen, ambtshalve vaststellen, intrekken of wijzigen van de bijdrageverlening of intrekken of wijzigen van de bijdragevaststelling.

 

Onder e Bewijs

De bijdrageontvanger dient in ieder geval een bewijs van de vestiging van de kwalitatieve verplichting te overleggen. De functiewijziging dient namelijk permanent te zijn. Gedeputeerde Staten gaan er daarnaast van uit dat, waar mogelijk, de functiewijziging ook wordt vastgelegd in het Omgevingsplan, een peilbesluit of een beheerplan. Ook daar dient hij een bewijs van te overleggen.

 

Onder g Sisa

Het Rijk heeft bij de SPUK LPN 2e fase geen Sisa verplichting opgelegd aan gemeenten en bij de SPUK Rpml wel. Gedeputeerde Staten zijn verplicht om hier uitvoering aan te geven.

 

Artikel 16 Bevoorschotting en betaling

Eerste lid 100 %

Omdat de doelgroep van deze bijdrageregeling uitsluitend medeoverheden betreft hebben Gedeputeerde Staten ervoor gekozen om 100% van het voorschot te betalen en geen deel van het voorschot achter te houden tot na de vaststelling van de bijdrage.

 

Tweede lid Bevoorschottingsregime

Het voorschot wordt ambtshalve in delen verstrekt volgens het in dit lid opgenomen bevoorschottingsregime. Er is dus geen aparte aanvraag of beschikking voor bevoorschotting nodig.

Indien de bijdrageontvanger op grond van zijn meldingsplicht aangeeft, dat de uitvoering van de activiteit niet conform de verleningsbeschikking plaatsvindt, of als dit blijkt uit het voortgangsverslag kunnen Gedeputeerde Staten, indien nodig, het bevoorschottingsregime en de hoogte van de nog te ontvangen voorschotten aanpassen door ambtshalve de verleningsbeschikking aan te passen.

 

Artikel 17 Vaststellen bijdrage

De bijdrage wordt op aanvraag vastgesteld. De vaststelling vindt plaats op basis van prestaties en financiële verantwoording. Gedeputeerde Staten gaan bij deze inhoudelijke en financiële toetsing uit van de bewijsstukken die op grond van artikel 15 van deze regeling door de bijdrageontvanger worden aangeleverd. Voor de bijdrageontvanger is er in de Abv een maximale termijn van dertien weken opgenomen voor het aanvragen van een vaststellingsbeschikking.

 

Gedeputeerde Staten kunnen eventueel steekproefsgewijs aanvullende informatie opvragen of ter plaatse controleren of de prestatie is verricht. Ingevolge artikel 14, zesde lid, stellen Gedeputeerde Staten de bijdrage binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling vast.

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

 

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Naar boven