Provinciaal blad van Noord-Brabant
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2026, 9683 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2026, 9683 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 1 juni 2026, houdende regels omtrent het verstrekken van bijdragen voor de aanpak landelijk gebied (Bijdrageregeling aanpak landelijk gebied Noord-Brabant)
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;
Gelet op artikel 2 van de Algemene bijdrageverordening Noord-Brabant;
Overwegende dat de Minister van Natuur en Stikstof de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase heeft vastgesteld voor de stimulering van de condities die nodig zijn voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden of van een goede staat van natuurgebieden die buiten Natura 2000-gebieden zijn gelegen;
Overwegende dat de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur de Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied heeft vastgesteld voor onder meer de stimulering van gebiedsprocessen en maatregelen als onderdeel van een brede, langjarige gebiedsgerichte aanpak om de stikstofbelasting van de natuur terug te dringen en de natuur te beschermen en te ontwikkelen en een bijdrage te leveren aan het tijdig voldoen aan de Kaderrichtlijn water;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten op basis van die regelingen bij het ministerie aanvragen om een specifieke uitkering hebben gedaan en toegekend gekregen om genoemde doelen in en rondom Brabantse stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden te kunnen financieren, waar de opgaven voor water, bodem en lucht groot en urgent zijn;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten bij de aanpak van twaalf van die gebieden met diverse partners aan gebiedstafels samenwerkt aan de zogenaamde groenblauwe gebiedsgerichte aanpak van natuurherstel, hydrologisch herstel en perspectief voor de landbouw;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten aan de in die gebiedstafels samenwerkende medeoverheden financiële bijdragen willen toekennen, zodat zij in en rondom twaalf Brabantse stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden projecten kunnen realiseren die bijdragen aan de hiervoor genoemde doelen;
In deze regeling wordt verstaan onder:
Abv: Algemene bijdrageverordening Noord-Brabant;
directe apparaatskosten: reguliere bedrijfsvoeringskosten van betrokken decentrale overheden, die samenhangen met de regievoering op het project en betrekking hebben op de voorbereiding en uitvoering van het project en daaraan direct zijn toe te rekenen;
drukfactor: factor die een of meer van de benodigde abiotische of biotische omgevingscondities van een soort of soortencomplex uit balans brengt;
ecologische verbindingszone: ecologische verbindingszone als bedoeld in bijlage I van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
financieel projectverslag: verslag bevattende de financiële verantwoording over de activiteiten, aansluitend op de begroting, inclusief een toelichting op de afwijkingen van de baten en lasten;
financiële verantwoording Sisa-gemeenten: financiële verantwoording voor gemeenten die volgt uit de beschikking van een specifieke uitkering van het Rijk;
functiewijziging: wijziging van een functie als bedoeld in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
GeoPackage: bestand dat een database vormt voor geografische informatie;
GGA: groenblauwe gebiedsgerichte aanpak, aan de hand waarvan de provincie samen met partners werkt aan de opgaves op het gebied van klimaat, natuur, water en bodem en tegelijkertijd aan het creëren van een duurzaam perspectief voor de Brabantse landbouw in de schil rondom de natuurgebieden;
GGA-gebied: begrensd gebied waarin een GGA plaats vindt;
habitattypen of habitatsoorten: natuurlijke habitats, habitats van soorten en de dier- en plantensoorten die op grond van de Vogel- en habitatrichtlijn worden beschermd;
indirecte apparaatskosten: reguliere bedrijfsvoeringskosten van betrokken decentrale overheden en kosten die samenhangen met de deelname aan de GGA en niet direct zijn toe te rekenen aan het project;
Kaderrichtlijn water: Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid, PB EU L 327/1;
kwalitatieve verplichting: verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek, die is vastgelegd in een notariële akte en ingeschreven in de openbare registers;
Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;
Natuurpact: Natuurpact ontwikkeling en beheer van de natuur in Nederland van 18 september 2013 (Kamerstukken II 2013/14, 33576, nr. 6);
NNN: Natuurnetwerk Nederland als bedoeld in artikel 2.44, vierde lid, van de Omgevingswet, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, als aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
project: activiteit of samenhangend geheel van activiteiten die afgebakend zijn in de tijd en gericht op een specifiek eindresultaat;
specifieke uitkeringsregeling: Regeling specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase of de Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied;
Vogel- en Habitatrichtlijn: Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010 L 20) en Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEU 1992 L 206).
Deze regeling heeft als doel het stimuleren van projecten gericht op het versterken of verbeteren van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden of stikstofgevoelige habitattypen of habitatsoorten en het treffen van maatregelen als onderdeel van een brede, langjarige GGA om de natuur te beschermen en te ontwikkelen en een bijdrage te leveren aan het tijdig voldoen aan de Kaderrichtlijn water.
Artikel 4 Activiteiten die in aanmerking komen voor een bijdrage
Een bijdrage kan worden verstrekt voor projecten in een GGA-gebied als opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, gericht op:
Artikel 6 Vereisten voor een bijdrage
Om voor een bijdrage in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
Artikel 7 Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de bijdrage komen alle kosten voor een bijdrage in aanmerking.
Gedeputeerde Staten stellen het bijdrageplafond voor de periode, genoemd in artikel 9, eerste lid, vast op € 520.000.
Artikel 11 Hoogte van de bijdrage
De hoogte van de bijdrage bedraagt 100 % van de kosten die voor een bijdrage in aanmerking komen tot een maximum van het bedrag per bijdrageontvanger, per specifieke uitkeringsregeling, opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling.
Het bijdrageplafond wordt verdeeld op grond van de in de GGA overeengekomen noodzakelijke gebiedsopgaven en de daarbij behorende maatregelen per GGA-gebied.
Artikel 13 Verplichtingen algemeen
De bijdrageontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:
de bijdrageontvanger zorgt ervoor dat de zaak die tot stand is gekomen met een provinciale bijdrage niet binnen een periode van vijftien jaar na realisering daarvan vervreemd, verhuurd of met hypotheek of andere zakelijke rechten wordt bezwaard, dan wel geheel of gedeeltelijk aan de in de aanvraag omschreven bestemming onttrokken wordt, tenzij Gedeputeerde Staten hiervoor ontheffing verlenen;
Indien door of namens de bijdrageontvanger een of meer publicaties worden gedaan met betrekking tot het te financieren project, zorgt de bijdrageontvanger ervoor dat in de publicaties wordt vermeld dat het project geheel of gedeeltelijk met financiële steun van de provincie Noord-Brabant wordt of is gerealiseerd.
Artikel 14 Verplichtingen bijzonder
De bijdrageontvanger toont bij de aanvraag tot vaststelling van de bijdrage aan dat de activiteiten waarvoor de bijdrage is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de bijdrage verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
Artikel 17 Vaststellen bijdrage
Gedeputeerde Staten stellen de bijdrage op aanvraag vast op grond van artikel 13, onder c, van de Abv.
Gedeputeerde Staten zenden in 2029 en vervolgens telkens na drie jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze regeling in de praktijk.
’s-Hertogenbosch, 1 juni 2026
Gedeputeerde Staten voornoemd,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. G.H.E. Derks MPA
Bijlage 1 behorende bij artikel 4 en artikel 6, onder a, van de Bijdrageregeling aanpak landelijk gebied Noord-Brabant
Kaart van de twaalf GGA-gebieden*
* Met uitzondering van de rood omlijnde gebieden, die zich buiten de grenzen van de provincie Noord-Brabant bevinden
Bijlage 2 behorende bij artikel 4, onder a, artikel 6, onderdeel g, onder 2°, en artikel 9, derde lid, onderdeel e, onder 2°, van de Bijdrageregeling aanpak landelijk gebied Noord-Brabant
Drukfactoren per GGA-gebied en per Natura 2000-gebied:
Bijlage 3 behorende bij artikel 11 van de Bijdrageregeling aanpak landelijk gebied Noord-Brabant
Maximale hoogte bijdrage per aanvrager per GGA-gebied per specifieke uitkering voor het aanvraagtijdvak 18 juni 2026 tot en met 15 september 2026:
Toelichting behorende bij de Bijdrageregeling aanpak landelijk gebied Noord Brabant
De Minister van Natuur en Stikstof heeft de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase (hierna: SPUK LPN 2e fase) vastgesteld voor de stimulering van de condities die nodig zijn voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden of van een goede staat van natuurgebieden die buiten Natura 2000-gebieden zijn gelegen.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft tevens de Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied (hierna: SPUK Rpml) vastgesteld voor onder meer de stimulering van gebiedsprocessen en maatregelen als onderdeel van een brede, langjarige gebiedsgerichte aanpak om de stikstofbelasting van de natuur terug te dringen en de natuur te beschermen en te ontwikkelen en een bijdrage te leveren aan het tijdig voldoen aan de kaderrichtlijn water.
Gedeputeerde Staten hebben op basis van die regelingen bij de Minister aanvragen ingediend en toegekend gekregen om genoemde doelen in en rondom Brabantse stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden te kunnen financieren, waar de opgaven voor water, bodem en lucht groot en urgent zijn.
Gedeputeerde Staten hebben bij de aanpak van die gebieden met diverse partners in gebiedstafels samen gewerkt aan de zogenaamde groenblauwe gebiedsgerichte aanpak van natuurherstel, hydrologisch herstel en extensivering van de landbouw.
Gedeputeerde Staten willen via deze bijdrageregeling aan de in de gebiedstafels samenwerkende medeoverheden een financiële bijdrage verstrekken, zodat zij in en rondom twaalf Brabantse stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden projecten kunnen realiseren die bijdragen aan een aantal van de hiervoor genoemde doelen.
Deze bijdrageregeling is vastgesteld op grond van de Algemene bijdrageverordening (Abv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van de bijdrage niet in de bijdrageregeling is vastgelegd, maar in de Abv. In de Abv staat onder meer wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten en welke algemene verplichtingen gelden voor de bijdrageontvanger, zoals de meldingsplicht. Voor een goed begrip van deze bijdrageregeling is het dus noodzakelijk om kennis te nemen van de Abv.
De middelen worden door Gedeputeerde Staten verstrekt aan andere overheden, zijnde gemeenten of waterschappen. Gemeenten of waterschappen zijn in principe geen ondernemingen. Gedeputeerde Staten zijn van oordeel dat de activiteiten, bedoeld in artikel 4, vallen binnen de uitvoering van basistaken van openbaar gezag van gemeenten en waterschappen. Daardoor handelen zij ook bij de uitvoering van de activiteiten in het kader van deze regeling niet als onderneming en is er geen sprake van staatsteun. Daarbij hebben gemeenten of waterschappen ruimte om naar eigen inzicht invulling te geven aan de concrete uitvoering van de activiteiten. Zolang deze invulling maar bijdraagt aan het doel beschreven in deze regeling. Daarmee is op het niveau van deze bijdrageregeling geen sprake van staatssteun.
Deze regeling is uitsluitend van toepassing op publiekrechtelijke rechtspersonen, omdat alleen dan voldaan wordt aan de criteria van artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Verstrekking aan een andere doelgroep is niet mogelijk.
Artikel 4 Activiteiten die in aanmerking komen voor een bijdrage
Dit onderdeel ziet op projecten die passen binnen de SPUK LPN 2e fase en zijn voor deze bijdrageregeling specifiek gericht op het geheel of gedeeltelijk wegnemen van drukfactoren in Natura 2000-gebieden.
Dit onderdeel ziet op projecten die passen binnen de SPUK Rpml en zijn in deze bijdrageregeling specifiek gericht op watervasthoudende of hydrologische maatregelen of het aanleggen of verbreden van beekdalen (brede beekdalbenadering). De inrichting van het watersysteem is lange tijd gericht geweest op het zo snel mogelijk afvoeren van water. Deze focus op ontwatering heeft onder andere verdroging van natuurgebieden, wegvallen van kwelstromen en een dalende grondwaterstand tot gevolg gehad. De door Gedeputeerde Staten beoogde projecten dienen te leiden tot watersysteemherstel, waarbij water wordt vastgehouden en het de mogelijkheid krijgt om te infiltreren. Dit leidt tot grondwateraanvulling en dat is tevens een opgave vanuit de Kaderrichtlijn water.
De weigeringsgronden in dit artikel zijn aanvullend op de weigeringsgronden, opgenomen in artikel 6 van de Abv.
Artikel 6 Vereisten voor een bijdrage
Onder a Binnen GGA-gebied of 2000 meter
Gedeputeerde Staten bedoelen hier de geografische ligging van het project. Dit dient te blijken uit een kaart.
Gedeputeerde Staten bedoelen hiermee dat het project een positieve bijdrage moet leveren aan het desbetreffende GGA-gebied.
De projecten moeten tot stand zijn gekomen binnen de groenblauwe gebiedsgerichte aanpak, aan de hand waarvan de provincie samen met partners werkt aan de opgaves op het gebied van klimaat, natuur, water en bodem en tegelijkertijd aan het creëren van een duurzaam perspectief voor de Brabantse landbouw in de schil rondom de natuurgebieden.
De maatregelen mogen geen onderdeel uitmaken van hetgeen reeds in het Natuurpact is afgesproken. Hieronder vallen in ieder geval de realisatie van het NNN en maatregelen uit Natura 2000-beheerplannen.
Onder e Permanente functiewijziging
De bijdrageontvanger dient in ieder geval bereid te zijn tot het vestigen van een kwalitatieve verplichting. De functiewijziging dient namelijk permanent te zijn. Gedeputeerde Staten gaan er daarnaast van uit dat, waar mogelijk, de functiewijziging ook wordt vastgelegd in het Omgevingsplan, een peilbesluit of een beheerplan.
Onder g Extra vereisten SPUK LPN 2e fase
De binnen het project uit te voeren maatregelen moeten aantoonbaar bijdragen aan het verder verbeteren en herstellen van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied of de daarin voorkomende habitattypen of habitatsoorten. Een belangrijke basis voor deze onderbouwing, en daarmee duiding van de benodigde maatregelen, kan teruggevonden worden in de voor het desbetreffende Natura 2000-gebied door de provincie opgestelde Natuurdoelanalyse (NDA).
In de tabel in bijlage 2 zijn de drukfactoren per GGA-gebied en per Natura 2000-gebied opgenomen. Voor het geheel of gedeeltelijk wegnemen van deze drukfactoren hebben Gedeputeerde Staten op grond van de SPUK LPN 2e fase, een specifieke uitkering ontvangen.
De uiterste datum voor de afronding van projecten is afgestemd op de SPUK LPN 2e fase.
Onder h Extra vereisten SPUK Rpml
Onderdeel 1° Watersysteemherstel
Met deze vereisten borgen Gedeputeerde Staten dat de projecten passen binnen de SPUK Rpml.
Onderdeel 2° Kaderrichtlijn water
De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn met als hoofddoel het beschermen, verbeteren en herstellen van alle oppervlakte- en grondwateren. De Kaderrichtlijn water stelt doelstellingen op het gebied van de ecologische toestand van de oppervlakte wateren en de chemische toestand van het oppervlaktewater en het grondwater. Daarnaast dienen de grondwaterlichamen kwantitatief in balans te zijn.
De uiterste datum voor de afronding van projecten is afgestemd op de SPUK Rpml in relatie tot de financiële verantwoording Sisa-gemeenten.
Artikel 8 Kosten die niet in aanmerking komen voor een bijdrage
In artikel 7 van de Abv is reeds geregeld dat Btw niet voor bijdrage in aanmerking komt als de publiekrechtelijke rechtspersoon de bij inkoop of aankoop betaalde btw over de betreffende activiteiten niet met de Belastingdienst kan verrekenen of bij het btw-compensatiefonds kan compenseren. In dit artikel hebben Gedeputeerde Staten aanvullend nog enkele andere soorten kosten benoemd die niet voor een bijdrage in aanmerking komen in het kader van deze bijdrageregeling.
Eerste lid Kosten die niet in aanmerking komen
Met onroerend goed bedoelen Gedeputeerde Staten ook gronden. Kosten voor de aanschaf van gronden komen dus niet voor een bijdrage in aanmerking.
Indien een project natuur aantast, ongeacht de beleidsmatige context, ontstaat een verplichting tot natuurcompensatie elders. De kosten voor de aanleg van natuur in het kader van natuurcompensatie komen niet voor een bijdrage in aanmerking.
Onder j en k Extensivering landbouw
Gedeputeerde Staten bedoelen met extensivering een blijvende gebruiksaanpassing door de gebruiker van agrarische grond, zoals bijvoorbeeld minder of geen bemesting, minder of geen gebruik bestrijdingsmiddelen, aanpassing van de waterhuishouding en daaraan aangepaste gewaskeuze, minder of geen onttrekking van water voor beregening of een meer op biodiversiteit gerichte gewaskeuze of beheer van de gewassen. Deze bijdrageregeling is niet gericht op extensivering van landbouw, daarom komen de kosten voor extensivering van agrarische landbouwgronden rondom Natura 2000-gebieden en de kosten voor extensivering van graasdierhouderijen niet voor een bijdrage in aanmerking.
Kosten voor nadeelcompensatie die een bijdrageontvanger maakt komen in principe niet voor een bijdrage in aanmerking. Zeker niet wanneer het gaat om besluitvorming in het kader van de uitoefening van een wettelijke taak van de bijdrageontvanger. Echter in het geval dat de bijdrageontvanger een project gaat uitvoeren in het kader van deze regeling en direct als gevolg van besluitvorming in het kader van dat project een derde benadeeld wordt, kunnen de kosten voor nadeelcompensatie onder voorwaarden wel voor een bijdrage in aanmerking komen.
Indien een bijdrageontvanger een project gaat uitvoeren gericht op watersysteemherstel in de vorm van water vasthouden, zou een hiertoe te nemen besluit kunnen leiden tot nadeel bij de grondeigenaar als gevolg van vernatting. Indien de bijdrageontvanger vervolgens nadeelcompensatie aan die grondeigenaar moet betalen, dan kunnen de desbetreffende kosten voor nadeelcompensatie in aanmerking komen voor een bijdrage op grond van deze regeling.
Hierbij gaan Gedeputeerde Staten uit van de normaal maatschappelijk aanvaardbare berekeningswijzen, taxaties en andere onderbouwingen ten aanzien van deze kosten.
Aangezien kosten voor extensivering niet voor een bijdrage in aanmerking komen, komen ook kosten voor inkomstenderving door beperkingen op het agrarisch gebruik van landbouwgronden niet voor vergoeding in aanmerking.
Artikel 9 Vereisten aanvraag bijdrage
Naast de reeds in artikel 8 van de Abv opgenomen vereisten dient de aanvraag van de bijdrageaanvrager de in dit artikel genoemde bijlagen te bevatten. Met die bijlagen kunnen Gedeputeerde Staten toetsen of aan de vereisten in deze regeling wordt voldaan. Indien de aanvraag niet voldoet aan de gestelde vereisten, is deze onvolledig en biedt artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de grondslag voor het buiten behandeling laten ervan.
Artikel 13 Verplichtingen algemeen
Europeesrechtelijke verplichtingen
Indien de bijdrageontvanger op zijn beurt de door hem ontvangen bijdrage verstrekt aan een onderneming of aanwendt ten behoeve van economische activiteiten, dient hij daarbij rekening te houden met de Europese regels ten aanzien van aanbesteding en staatssteun. Dit betekent dat indien de bijdrageontvanger een opdracht verstrekt aan derden voor de uitvoering van werken of diensten hij de Aanbestedingsrichtlijnen in acht dient te nemen.
In het geval de bijdrageontvanger met de door hem verkregen bijdrage op zijn beurt een subsidie of andere bijdrage verstrekt aan derden voor uitvoering van eigen maatregelen van die derden, dienen de van toepassing zijnde staatsteunregels in acht te worden genomen. Gezien het doel van deze bijdrageregeling is toepassing van artikel 45 of artikel 53 uit de Algemene groepsvrijstelling in dat geval een reële optie. Bij maatregelen gericht op sluiting van de productiecapaciteit is steun enkel mogelijk na voorafgaande goedkeuring door de Europese Commissie.
Naast de verplichtingen in dit artikel geldt ook de meldingsplicht van artikel 11 van de Abv. Dit artikel verplicht de bijdrageontvanger de ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de bijdrage te melden. Hierbij wordt uitgegaan van de voorwaarden en verplichtingen die aan de bijdrage zijn gesteld. De bijdrageontvanger doet onverwijld melding aan Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten kunnen hierop naar bevind van zaken handelen. Een dergelijke melding kan leiden tot het intrekken of wijzigen van de bijdrageverlening, het opschorten van voorschotten of het aanpassen van verplichtingen of het lager of zelfs op nihil vaststellen van de bijdrage. De meldingsplicht geldt gedurende het hele proces van bijdrageverstrekking, dus vanaf de bijdrageverlening tot aan de bijdragevaststelling. Indien er geen melding is gedaan en pas bij een aanvraag voor vaststelling blijkt dat er wel een melding gedaan had moeten worden, kan dit leiden tot volledige terugvordering inclusief wettelijke rente.
De zinsnede “in ieder geval” maakt het mogelijk dat in de individuele beschikking nog aanvullende verplichtingen kunnen worden opgenomen.
Onder a Permanente functiewijziging
De bijdrageontvanger dient in ieder geval een kwalitatieve verplichting te vestigen. De functiewijziging dient namelijk permanent te zijn. Gedeputeerde Staten gaan er daarnaast van uit dat, waar mogelijk, de functiewijziging ook wordt vastgelegd in het Omgevingsplan, een peilbesluit of een beheerplan.
Onder c Inhoud kwalitatieve omschrijving
De aanvrager van de bijdrage dient gemotiveerd in te gaan op de specifieke redenen voor vertraging, zoals problemen met betrekking tot de capaciteit, het draagvlak, vergunningaanvragen, procedures of andere externe omstandigheden.
De bijdrageontvanger dient te voldoen aan de Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 van de Commissie van 13 juli 2016 tot vaststelling van een lijst van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten krachtens Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad. Deze verordening bevat alle verboden soorten die bestreden moeten worden.
Gedeputeerde Staten hebben in dit artikelonderdeel ten aanzien van de soorten die wel zijn toegestaan extra beperkingen opgenomen.
Indien het project plaatsvindt in een landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen, zoals aangegeven op de kaart Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, opgenomen in bijlage 2 bij de Regeling Natura 2000 Noord-Brabant, mag uitsluitend worden aangeplant met de soorten die zijn vermeld in bijlage 3 bij die regeling.
Indien het project plaatsvindt buiten een landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen, zoals aangegeven op de kaart Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, opgenomen in bijlage 2 van de Subsidieregeling Natura 2000 Noord-Brabant, mag uitsluitend worden aangeplant met soorten die zijn vermeld in bijlage 4 bij die regeling.
Onder f Instandhoudingsverplichting
Deze verplichting houdt in dat de bijdrageontvanger deugdelijk beheer en onderhoud moet voeren en de activiteiten geen belangrijke wijzigingen mogen ondergaan die raken aan de aard of uitvoeringsvoorwaarden van die activiteiten. De instandhoudingsplicht geldt tenminste tot en met 15 jaar na vaststelling van de bijdrage, tenzij Gedeputeerde Staten menen dat ontheffing van deze verplichting gerechtvaardigd is. Tijdens de instandhoudingsplicht hebben Gedeputeerde Staten de mogelijkheid een controlebezoek te houden om te beoordelen of de instandhoudingsverplichting wordt nageleefd.
Deze verplichting betekent dat de rechtstoestand van zaken die met een provinciale bijdrage tot stand zijn gekomen in principe tenminste 15 jaar onveranderd dient te blijven, tenzij Gedeputeerde Staten menen dat ontheffing van deze verplichting gerechtvaardigd is. De benodigde ontheffing van Gedeputeerde Staten betreft zowel roerende als onroerende zaken.
De juridische toestand van onroerende zaken, zoals welke zakelijke rechten in de vorm van eigendom, erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal, vruchtgebruik, appartementsrecht, pand of hypotheek erop rusten, is opgenomen in het Kadaster.
Artikel 14 Verplichtingen bijzonder
De hier gevraagde informatie vloeit voort uit de verplichtingen die het Rijk aan de provincie heeft opgelegd via de SPUK LPN 2e fase.
Onder b Monitoring SPUK LPN 2e fase
De hier gevraagde medewerking kan voortvloeien uit verplichtingen die het Rijk aan de provincie oplegt via de SPUK LPN 2e fase.
De uiterste datum voor de afronding van projecten is afgestemd op de SPUK LPN 2e fase.
De hier gevraagde informatie vloeit voort uit de verplichtingen die het Rijk aan de provincie heeft opgelegd via de SPUK Rpml.
De uiterste datum voor de afronding van projecten is afgestemd op de SPUK Rpml in relatie tot de financiële verantwoording Sisa-gemeenten.
Derde lid Doorleggen verplichtingen
De bijdrageontvanger dient zorg te dragen dat hij, bij doorverstrekking van een verleende bijdrage op grond van deze regeling, aan de Europese verplichtingen, de meldingsplicht en de verplichtingen in dit artikel blijft voldoen. De bijdrageontvanger blijft immers verantwoordelijk voor de rechtmatige besteding van de op basis van deze regeling verkregen bijdrage.
Dit artikel bevat de bewijsstukken die nodig zijn om de prestatie inhoudelijk of financieel te verantwoorden. Gedeputeerde Staten kunnen ook hier eventueel steekproefsgewijs aanvullende informatie opvragen of ter plaatse controleren of de prestatie is verricht.
Ingevolge artikel 14, derde lid, onder 3°, van de Abv, dient de bijdrageontvanger de aanvraag tot vaststelling, met daarin de verantwoording, binnen 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten, bij Gedeputeerde Staten in te dienen.
Indien niet alle activiteiten, waarvoor de bijdrage is verleend, zijn verricht of anderszins niet aan de aan de bijdrage verbonden verplichtingen is voldaan, kunnen Gedeputeerde Staten gebruik maken van de bevoegdheden, opgenomen in de artikelen 15 tot en met 20 van de Abv. Het betreft de bevoegdheid tot lager vaststellen, ambtshalve vaststellen, intrekken of wijzigen van de bijdrageverlening of intrekken of wijzigen van de bijdragevaststelling.
De bijdrageontvanger dient in ieder geval een bewijs van de vestiging van de kwalitatieve verplichting te overleggen. De functiewijziging dient namelijk permanent te zijn. Gedeputeerde Staten gaan er daarnaast van uit dat, waar mogelijk, de functiewijziging ook wordt vastgelegd in het Omgevingsplan, een peilbesluit of een beheerplan. Ook daar dient hij een bewijs van te overleggen.
Het Rijk heeft bij de SPUK LPN 2e fase geen Sisa verplichting opgelegd aan gemeenten en bij de SPUK Rpml wel. Gedeputeerde Staten zijn verplicht om hier uitvoering aan te geven.
Artikel 16 Bevoorschotting en betaling
Omdat de doelgroep van deze bijdrageregeling uitsluitend medeoverheden betreft hebben Gedeputeerde Staten ervoor gekozen om 100% van het voorschot te betalen en geen deel van het voorschot achter te houden tot na de vaststelling van de bijdrage.
Tweede lid Bevoorschottingsregime
Het voorschot wordt ambtshalve in delen verstrekt volgens het in dit lid opgenomen bevoorschottingsregime. Er is dus geen aparte aanvraag of beschikking voor bevoorschotting nodig.
Indien de bijdrageontvanger op grond van zijn meldingsplicht aangeeft, dat de uitvoering van de activiteit niet conform de verleningsbeschikking plaatsvindt, of als dit blijkt uit het voortgangsverslag kunnen Gedeputeerde Staten, indien nodig, het bevoorschottingsregime en de hoogte van de nog te ontvangen voorschotten aanpassen door ambtshalve de verleningsbeschikking aan te passen.
Artikel 17 Vaststellen bijdrage
De bijdrage wordt op aanvraag vastgesteld. De vaststelling vindt plaats op basis van prestaties en financiële verantwoording. Gedeputeerde Staten gaan bij deze inhoudelijke en financiële toetsing uit van de bewijsstukken die op grond van artikel 15 van deze regeling door de bijdrageontvanger worden aangeleverd. Voor de bijdrageontvanger is er in de Abv een maximale termijn van dertien weken opgenomen voor het aanvragen van een vaststellingsbeschikking.
Gedeputeerde Staten kunnen eventueel steekproefsgewijs aanvullende informatie opvragen of ter plaatse controleren of de prestatie is verricht. Ingevolge artikel 14, zesde lid, stellen Gedeputeerde Staten de bijdrage binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling vast.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-9683.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.